
rosse stekelstaart
Een wijze raad: zeg nooit nooit, zeker niet in de ecologie. En met evenveel recht kan je zeggen: zeg nooit altijd. Maar al te vaak wordt een ooit geponeerde stelling voor altijd als waarheid gehouden. Zo ontstond een paar decennia terug de vrees dat de met uitsterven bedreigde witkopeend in Spanje de nekslag zou krijgen van zijn door mensenhand in Europa verzeilde Amerikaanse familiegenoot de rosse stekelstaart. Een riedel die nog steeds wordt gedebiteerd.
Wat was er een paar decennia geleden aan de hand? Uit tellingen bleek dat de Europese populatie, inmiddels geheel beperkt tot Spanje gedecimeerd was tot enkele tientallen paartjes. Na de effecten van jacht en habitatverlies zou hybridisatie met de rosse stekelstaart de populatie van zuivere witkopeenden bedreigen. Er werd zelfs beweerd dat vrouwtjes witkoppen een voorkeur hebben voor mannetjes rosse stekelstaarten. Gelukkig werden niet alle kaarten slechts ingezet op het afschieten van de rosse stekelstaarten maar vooral op verbetering van het habitat, inclusief afschaffing van de witkopeendenjacht. Gelukkig, want maar al te vaak wordt een (vermeend) exotenprobleem alleen aangepakt door de exoot te bestrijden.

witkopeend
Inmiddels zwemmen er weer circa 2000 witkopeenden in Spanje. En die hybridisatie? Op www.observation.org wordt de kruising niet eens genoemd. Op ebird.org staan een paar (onduidelijke) foto’s met in totaal 10 waarnemingen. Muňos-Fuentes en collegae onderzochten een flinke honderd vogels uit Spanje (63 witkoppen, 31 rosse stekels en 29 vermeende kruisingen in 1993-2003) en concludeerden dat de op het verenkleed gedetermineerde kruisingen inderdaad afstammelingen waren van de twee eendensoorten. Maar ook dat in de witkopeenden-populatie nauwelijks ‘vervuild’ was met rosse stekelstaartbloed. Kruisingen – die in principe wel vruchtbaar zijn – waren dus nauwelijks betrokken bij de voortplanting van de witkopeenden. Kennelijk loopt het niet zo een vaart met die genetische vermenging.
Buiten de wetenschappelijke literatuur wordt echter vooral de stelling uit het verleden keer op keer herhaald. En dit leidt nog steeds tot de roep om afschot. Inclusief de daad bij dat woord. In het kennisdocument van de NVWA staat het onomfloerst: “De rosse stekelstaart kan kruisen met de witkopeend waardoor bij aanwezigheid van beide soorten in hetzelfde gebied, de witkopeend kan verdwijnen. Hierdoor is de rosse stekelstaart de grootste bedreiging van het voortbestaan van de witkopeend.” Niets over het spectaculaire herstel van de populatie en niets over het onderzoek naar de afwezigheid van genetische vervuiling.
Zou het inmiddels anders kunnen liggen? Het is immers denkbaar dat hybridisatie sneller optreedt als de “bruidsmarkt” krap is. Bij een kleine populatie is de kans op een ontmoeting met een soortgenoot klein en de verleiding kan dat groot zijn om voor een “second-best” oplossing te gaan. Dit komt bijvoorbeeld in waterwildcollecties veelvuldig voor. Het lijkt me dus ook denkbaar dat de toegenomen soortspecifieke partnerkeus voor de witkopeend het hybridisatiespook heeft verdreven.
Men mag hopen dat bij ingrijpende maatregelen als het doden van dieren de feiten voortdurend tegen het licht worden gehouden. Helaas blijkt dus het tegendeel. Wat decennia terug voor de waarheid gehouden werd, kan door nieuwe omstandigheden inmiddels gedateerd zijn. Een herhaling van het onderzoek van Muňos-Fuentes e.a. en een goede populatieanalyse van zowel witkopeenden als rosse stekelstaarten (inclusief de rol van afschot van de laatste) is wenselijk. Maar exoten leiden automatisch tot blinde vlekken. En dat terwijl ecologie dynamisch is. Zeg dus nooit “altijd”.
Ton Eggenhuizen
Iedere bioloog is er mee opgeleid, de vegetatieschaal van Tansley. Ontworpen door de Engelse botanicus Arthur George Tansley (1871-1955). Geboren in London en later woonachtig in Grantchester. Ik denk me zo in dat hij over de
Met 500 inwoners is Abbotsbury aan de zuidkust van Dorset een klein dorpje, maar er is zeker wat te beleven voor toeristen. Het is onderdeel van de Jurassic Coast met veel fossielvindplaatsen, ligt aan de kilometers lange Chesil Beach, heeft de overblijfselen van een middeleeuwse abdij en er zijn fraaie subtropische tuinen te bezoeken. Maar voor mij was het doel van de reis toch de ‘Swannery’. Voor een “rechtgepluimde Zwanista” als ikzelf is het een bedevaartsoord van formaat! Ik las over deze bijzondere zwanenplek bij de studie voor
Het is bij velen een bekend feit dat alle Britse knobbelzwanen aan de koning behoren. Een mooi verhaal, maar niet helemaal waar. De koning kan het eigendom inderdaad claimen maar in de praktijk gebeurt dit alleen op een stuk van de Thames rond Windsor. Daarvoor heeft de kroon een ‘King’s Swan Marker’ in dienst die vanzelfsprekend als de Britse zwanen-autoriteit wordt gezien.
Het mag inmiddels bekend zijn, de bij zit in zwaar weer. Of preciezer gezegd, veel bijensoorten zijn in aantal achteruit gegaan. En dan heb ik het niet over de honingbij (die in de regel gekoesterd wordt door de imker) maar om een groot deel van de 360 soorten wilde bijen. De helft daarvan heeft het moeilijk of staat op het punt van uitsterven, de andere helft lijkt het wel redelijk te doen. De gewone sachembij is daar één van.
Of de bult zand met oeverzwaluwnesten op een Almeers bouwterrein inmiddels wel weg kan. Die vraag gaf weer een aanleiding om naar buiten te gaan. Mijn werk als stadsecoloog bestaat uit veel meer computerwerk dan menigeen denkt. Een veldscan is een welkome afleiding. Als je een paar van dat soort klusjes aan elkaar kan knopen is het ook nog eens efficiënt.
Nagenoeg in één ruk uitgelezen: ‘uit de shit’ van Thomas Oudman. Alles wat je moet weten over hoe we het stikstofprobleem samen hebben veroorzaakt én hoe we er samen weer uit kunnen komen. Over hoe de verslaving aan kunstmest vanuit het adagium “nooit meer honger” de biodiversiteit uit het agrarisch gebied heeft verdreven, zowel onder- als bovengronds. En ook over de lapmiddeltjes die steevast end of pipe oplossingen zijn en dus nooit het probleem bij de bron aanpakken.
Wandelen langs het Weerwater – de centrale plas in Almere – brengt mij altijd aan het mijmeren. Hier kan ik mijn oog op de horizon leggen en mijn gedachten een vrije uitloop geven. Onder mijn blikveld, onder de waterspiegel, gebeurt van alles, maar het enige wat ik zie is de blauwe lucht die in het water weerkaatst.
Denk je zo langzamerhand alles wel te hebben meegemaakt. Na 20 jaar zwanenonderzoek in de stad en meer dan 2000 vogels van een ring te hebben voorzien zouden er niet veel verrassingen meer kunnen zijn, nietwaar? Toch zijn er momenten dat wij ons ook vol verbazing op het achterhoofd krabben.