Adriaan raakt de weg kwijt

Adriaan is 45 jaar. Hij groeide op in een gezin met vier jongens. Zijn vader was boekhouder, zijn moeder onderwijzeres.

Op school was Adriaan een eenling. Hij hield zich wat afzijdig van de drukte van de klas. Echte vrienden had hij niet. Wel genoot hij er van als hij zijn kennis kon delen met andere kinderen. Die kennis zat vooral op het terrein van aardrijkskunde en topografie. Wat Adriaan niet aanvoelde was wanneer hij zijn verhaal moest stoppen. Dat kinderen na een tijdje afhaakten was voor hem onbegrijpelijk: hij had toch een interessant verhaal?

Omdat Adriaan goed kon leren haalde hij zonder veel problemen het diploma van het voortgezet onderwijs. Ook op het VWO was hij een buitenbeentje. In die tijd begon hij achterdochtige ideeën te ontwikkelen. Hij hield vooral klasgenoten in de gaten en meende dat ze achter zijn rug om probeerden om hem belachelijk te maken. Ook viel hij op doordat hij geen passende reacties gaf op bepaalde omstandigheden. Zo kon hij heel hard lachen als een andere leerling een onvoldoende kreeg. Toen de moeder van een medeleerling was overleden leidde dat bericht ook tot een lachbui.

In de examenklas dacht hij dat medeleerlingen hem in een hinderlaag wilden lokken omdat ze jaloers waren op de uitstekende cijfers die hij zou halen op zijn eindexamen. Om die reden fietste hij om uit school, altijd alleen. maar zijn klasgenoten zouden ‘het’ wel zien als de rector een toespraak hield en hem lauwerde.

De cijfers vielen tegen en er kwam geen toespraak. Volgens hem had de examencommisie gefraudeerd. Adriaan ging economie studeren aan de Universiteit. De studie vond hij niet bijzonder interessant. Hij meende dat er iets belangrijkers voor hem in het verschiet lag. Het ging niet goed met Nederland en hij had dat als één van de weinigen door. Hij moest alleen nog een plan maken hoe Nederland gered kon worden.

Als student was hij lid geworden van een studentenvereniging. Maar hij bleef een buitenbeentje. Aan feesten deed hij niet mee, dat was niet nuttig. In die tijd kreeg hij een auto en een vriendin. Of dat met elkaar te maken had is onduidelijk. De relatie verliep stroef. Adriaan wilde steeds weten waar ze was (dat kon toen nog niet via de telefoon). Zijn vriendin vond zijn behoefte aan controle beklemmend. Toen ze een keer samen naar de duinen waren gereden ontstond er een knallende ruzie. Hij wilde haar niet meer naar huis rijden, ‘want ze had het verknald’. Daar kreeg hij later spijt van, maar voor zijn vriendin was het genoeg geweest: ze maakte het uit. Aan zijn ouders vertelde hij dat ze vreemd was gegaan met een medestudent en dat hij vond dat je in een relatie onvoorwaardelijk trouw aan elkaar moest zijn.

Als afgestudeerde kwam Adriaan moeilijk aan werk. Economen zijn niet altijd de meest contactuele mensen, maar binnen de economische sector viel Adriaan zelfs al in de eerste gesprekken op door zijn moeite met contact en het maar door blijven gaan op eigen stokpaardjes. Hij besloot om te solliciteren als taxichauffeur. Hij vond dat beneden zijn niveau, maar hij hoopte daarmee voldoende tijd te hebben om aan zijn plannen voor Nederland te werken. Er ontstonden problemen omdat hij aan zijn passagiers uitgebreid wilde vertellen wat zijn plannen waren en hoe hij Nederland van de ondergang kon redden. Het ontslag volgde echter pas nadat hij van de weg was geraakt omdat hij meende dat hij achtervolgd werd en te snel een bocht had genomen.

Ondertussen had Adriaan twee keer een relatie gehad met een kwetsbare vrouw. Beide keren meende hij dat hij deze vrouwen uit de problemen kon helpen. Het leek eerst te klikken totdat ook bij hen het gevoel ging overheersen dat hij hen teveel wilde controleren.

Ondertussen werkte Adriaan verder aan zijn plannen om Nederland van de ondergang te redden. Hij wist hij een paar goedwillende mensen om zich heen te verzamelen. Vervolgens wilde hij op een indrukwekkende locatie zijn plannen ontvouwen. In gedachten had hij een grote zaal voor ogen waarbij alle aanwezigen hem een staande ovatie zouden brengen. Met één van zijn ‘getrouwen’ besprak hij deze plannen, maar die persoon vond dat hij eerst maar eens klein moest beginnen, met een klein zaaltje. Dat pikte Adriaan niet: zelfs zijn trouwe volgeling erkende dus niet wat hij in zijn mars had. Het gevolg was een conflict, waarbij het kleine groepje mensen om hem heen vertrok.

Nu stond Adriaan er alleen voor. Hij wist zeker dat de vertrekkende mensen het kwaad vertegenwoordigden, anders hadden ze hem immers niet in de steek gelaten. Solliciteren deed hij niet meer, hij was vrijgesteld om Nederland te veranderen. Elke dag werkte hij aan zijn boek waarin de plannen ontvouwd zouden worden. Hij verwachtte dat de eerste druk heel snel uitverkocht zou worden en dat de uitgever hem dankbaar zou zijn. Helaas: zijn zoektocht naar een uitgever liep spaak. Sommige uitgevers reageerden niet eens, anderen bedankten hem vriendelijk maar gaven aan dat ze vonden dat de uitgave niet op hun pad lag.

Voor Adriaan was er wel een verklaring: die uitgevers waren óf omgekocht, óf in de ban van het kwaad. Ondertussen ontwikkelde hij steeds meer achterdochtige gedachten. De buren hadden het op hem voorzien en hij werd afgeluisterd. Als er mensen pratend onder zijn flat langs liepen wist hij het zeker: ze hadden het over hem. Boodschappen deed hij ’s morgens direct na de opening van de supermarkt. Vooral op de terugweg keek hij schichtig om zich heen: er was immers een aanslag op hem beraamd?

Wat is er met Adriaan aan de hand? Adriaan is iemand die gezien wil worden. Maar het is geen zien als gelijke: de mensen moeten tegen hem opkijken, hij is speciaal. Daar komen de betrekkingsideeën bij hem vandaan. De mensen hebben het daarom speciaal op hem gemunt. Opvallend is zijn daarbij van jongs af aan zijn solistische neigingen en het gebrek aan invoelingsvermogen. 
Je zou kunnen denken aan trekken van autisme, maar ook aan depressief-narcistische kenmerken (de behoefte aan controle over anderen). Ondertussen lukken zijn banen niet, maar ook zijn relaties lopen vast.
Naarmate hij de grip op zijn omgeving verliest ontstaan er meer waandenkbeelden.
De ontwikkeling van Adriaan lijkt het passend met een schizotypische persoonlijkheidsstoornis. Daarbij wordt enerzijds vaak een verband gezien met autistische trekken, anderzijds met schizofrenie.

Een dag met de trein

Net als de wielrenners kreeg mijn schoonvader EPO. Daarna leek hij - ondanks zijn 80 plus en hartfalen - soms turbo. Ik heb ook een nieuw pilletje gekregen en opeens wil ik van alles ondernemen. Vanwege een knieblessure is dat geen fietsen. Dan maar met de trein.

Zodoende zat ik gisteren in de Intercity (VIRM) naar Den Haag HS, vervolgens in de Sprinter (Flirt) naar Den Haag Centraal en daarna in een oude gerenoveerde dubbeldekker (DDM) naar Hengelo.

De Flirt van Eurobahn op station Hengelo

Daar was het wachten op de Eurobahn naar Bielefeld, stopt ook in Rheine en Osnabrück. Alle Duitse spoorlijnen hebben een eigen naam. Dit is de Wiehengebirgsbahn. Hier rijdt de Flirt, een wat luxere en zwaardere vorm van de Sprinter.

In Rheine ontstijg ik de Eurobahn. Het station van Rheine ken ik nog uit de tijd dat hier stoomtreinen reden. Die zijn er niet meer, maar wel tal van interessante andere treinen, zoals ICE’s.

Rechtsboven Bad Bentheim, links onder Venlo

In Rheine stap ik over op de RE 15 naar Münster, de Westfalenbahn, ook al met een Flirt. De trein rijdt parallel aan de Nederlandse grens van Emden naar Münster. Daar werd in de 16e eeuw een opstand gepleegd door Wederdopers en in de 17e eeuw werd hier de Vrede van Münster gesloten. Bovendien is het een echte fietsstad.

Ik ga de stad niet in, bestudeer het station en stap in de trein naar Essen, de Rhein-Emscherbahn, stopt ook in Wanne-Eickel. Het is pas de eerste spoorlijn van DB, de voorgaande waren van ‘particuliere ondernemingen’ die nooit particulier zijn, maar altijd van een groter concern.

Rhein Emscherbahn met dubbeldekker van DB

Goed, de zwaar verlieslijdende Deutsche Bahn dus. Aan het materieel kun je dat niet aflezen. Deze dubbeldekker van Siemens rijdt tussen veel plaatsen in Duitsland en heeft een opvallend groot aantal fietsplekken waar NS nog een voorbeeld aan kan nemen. De gerenoveerde versie heeft zulke luxe zitplaatsen dat ik denk in de eerste klasse te zitten, maar het is toch echt de tweede klasse. Geheel volgens de richtlijnen van DB rijdt de trein met vertraging, maar dat is maar een kwartier.

Wanne Eickel ligt echt in het Ruhrgebied. Het schijnt dat niemand weet welke plaats het hier nu echt is: Wanne, Eickel, Herne of Bochum. Al deze plaatsen zijn rond mijnen ontstaan met eindeloze en rommelige stukjes bebouwing. Maar Wanne-Eickel heeft een imposant Hauptbahnhof waar ook ICE’s stoppen. Het oude station is veel te groot (zoiets als Paleis Soestdijk), dus heeft met de zijvleugels maar dichtgetimmerd.

Nu het tijd voor een dieseltje naar Bochum Hbf, de Glückaufbahn. Hij dieselt parmantig tussen de aaneensluitende bebouwing van het Ruhrgebied. Inmiddels is er al de vierde aanbesteder aan het werk, nadat de vorige er van de één op de andere dag mee stopte.

Bochum Rathaus

Over Bochum heb ik wel eens eerder geschreven. De stad werd door de geallieerden totaal verwoest, ‘geen steen bleef op de andere staan’. Hitler trok zich daar niets van aan en ging gewoon door met oorlog voeren. Het lot van zijn eigen bevolking interesseerde hem niet. Het gevolg is een centrum met alle kenmerken van de Wederopbouw: er moest snel, veel en goedkoop gebouwd worden. De zogenaamd oude gebouwen zijn na de oorlog opnieuw opgebouwd, zoals de oude stadskerk en een paar 19e eeuwse gebouwen (bijvoorbeeld het gerechtsgebouw).

Ik besluit me aan het treinverkeer te onttrekken en een pijnlijke wandeling door de stad te maken. Zo’n mankerende knie is ook niet alles. Bochum probeert het hoofd boven water te houden, maar het is duidelijk dat dat niet eenvoudig is. Leegstand, signalen van verpaupering, zwervers slapend op straat onder een deken. Het OV daarentegen is erg goed geregeld en hoogfrequent: trams, bussen, metro. En zolang je binnen de stad blijft ook goedkoop.

RRX van National Express

Tijd voor de volgende etappe, naar Mülheim an der Ruhr met een VRR-trein, alweer van een particuliere onderneming, National Express. Deze trein rijdt van Hamm naar Aken, een lengte van 260 kilometer. In Mühlheim stokt de treinreis en moet ik verder met het Schienenersatzverkehr naar Duisburg. Dat zijn overvolle bussen die de treinen moeten vervangen. Zodoende en desalniettemin kom ik aan bij de achterkant van Duisburg Hbf. Tot mijn verbazing is het station aan de achterzijde vernieuwd. En nu is men met het achterstallig onderhoud van het spoor bezig: een maand lang geen treinen op enkele zeer intensief gebruikte trajecten van het Duitse spoor.

In Duisburg neem ik de RegioDB – de Rhein Niersbahn – naar Viersen, stopt in elke plaats die het spoor maar heeft kunnen bedenken. Ik had de ICE kunnen nemen (stond op mijn kaartje) maar die heeft 55 minuten vertraging. In Duitsland geldt de regel: hoe sneller de trein, hoe groter de vertraging.

Links de DB trein uit Duisburg, rechts de Eurobahn naar Venlo

In Viersen moet ik lang wachten op de erg vertraagde Eurobahn, de Maas-Wupper expres naar Venlo. Dat is standaard bij die trein, dus verbaasd ben ik niet. Plus 35 minuten, met als reden: een andere trein kreeg voorrang. Dat geloof ik niet met zoveel vertraging. Dat zou hooguit een paar minuten kunnen zijn. Ook dit is een problemenlijn, in het najaar rijden er zelfs twee keer zes weken geen treinen. Vanwege grote problemen met de aanbesteder (die ook niets meer aan het onderhoud doet) rijdt het Nederlandse Train Charter Services een deel van de ritten met antiek materiaal. Eind volgend jaar wordt de lijn overgenomen door Deutsche Bahn en gaat de trein doorrijden naar Eindhoven, waarmee vroegere tijden herleven.

In Venlo check ik weer in op het Nederlandse spoor. De trein gaat naar Dordrecht maar via Schiphol en ook Delft: mooi gemakkelijk. Maar dat is zo’n grote omweg dat ik beter in Eindhoven de HSL kan nemen. Ik mis de overstap en stap op de Sprinter naar Tilburg Universiteit, stopt ook op Tilburg Hbf. Daar bezoek ik de plaatselijke draaischijf voor de spoorwegen (een museumstuk) en daarna neem ik de ICNG (de nieuwe intercity) rechtstreeks naar Delft.

Ik ben 14 uur onderweg geweest en heb onderweg alle achterstallige leesvoer gelezen. Ik heb in dertien verschillende treinen en in één bus gezeten. De treinkosten voor deze internationale OV-trip bedroegen (voor mij) nog geen 20 euro.  

Fietstocht ‘door’ Delft

Af en toe zie ik ze nog, hoewel het aantal ANWB-echtparen in de winter drastisch gedaald is. Ze komen langs ons huis en stranden in het restaurant om de hoek. Het verslag van zo'n echtpaar...

Piet en Mien hadden een dagje uit gepland. Op de fiets. Maar eerst met de auto naar Knooppunt 1. Want je moest bij het begin beginnen. Mien had lekkere hapjes klaargemaakt. Een tomaatje hier, een paprikaatje daar, gesneden komkommers en wat sla. En Piet zou straks weer zeggen: ‘Ik ben toch geen konijn?’ Dan waren er ook nog de bammetjes. Met koek en ei, want tussen Mien en Piet was het al vijftig jaar koek en ei. Ook Wodan ging mee.  Hij paste in het mandje achterop de E-bike.

Op de parkeerplaats van Leeuwenstein in Delft werden de fietsen van de drager gehesen. Piet liep alles nog eens langs en er leek niets spaak te lopen. De tassen met proviand werden aan de bagagedrager gehangen en Wodan werd in zijn mandje gevouwen. Bij Mien achterop, want als Piet gewoontegetrouw zijn been over de bagagedrager zwaaide zwaaide hij meteen Wodan er weer af.

Daar was Knooppunt 1 al. Bij de Abtswoudse Brug. Maar welk nummer kwam er daarna? Geen twee, dat wist Piet nog. Ach ja, dat geheugen, dat werd er niet beter op. Gelukkig had hij het op een briefje geschreven, maar dat kon hij niet lezen. Mien pakte háár leesbril en las: 52. Bijzonder, sloegen ze nummer 2 tot 51 over?

Niet te moeilijk doen nu! Ze hesen zich weer op het zadel en bulldozerden met hun volle gewicht door het verkeer. Toen riep Mien: ‘Piet, waar is je korte broek?’ ‘Die heb ik niet aangetrokken’ zei Piet, ‘moest dat dan?’ ‘Je gaat toch niet in een lange broek fietsen?’ zei Mien. ‘Wat is daar dan mis aan?’ vroeg Piet. ‘En ben je wel ingesmeerd?’ ‘Nee’ zei Piet, ‘moet dat dan? De zon schijnt niet eens!’ ‘Je moet toch smeren, Piet, anders verbrand je en dat moeten we niet hebben. 

Ze waren nu 500 meter verder. Na een paar keer schuiven had Mien de goede zit op het zadel gevonden. Tijd om vaart te maken. Piet voorop. Hij was vroeger Padvinder geweest, dus nu moest hij het pad weer zien te vinden. Ze namen de bocht en daar lag een terras aan het water. Het was restaurant Huszar.

‘Wat een mooi plekkie, Piet!’ riep Mien. ‘Ik heb geen koffie mee, we kunnen hier wel even gaan zitten.’ Eerlijk gezegd was Piet wel aan koffie toe. Ze installeerden zich op de boot die als terras voor het plaatselijke restaurant diende. Natuurlijk koffie met iets lekkers erbij want het was een beetje feest vandaag.

Inmiddels was het al bijna 12 uur. Ze zaten hier goed, dus ook maar een lunch bij Huszar. Toch gezelliger dan die meegebrachte bammetjes. En toen begon het te regenen…

Piet en Mien fietsten snel weer terug naar Knooppunt 1. Wodan jankte achterop: hij hield niet van nattigheid. Op de parkeerplaats stond de teller op 1600 meter. Ze hadden een mooie fietsdag gehad.  

Vier vragen van aanstaande ouders

In the Motherhood Constellation beschreef psychiater Daniel Stern welke thema's relevant zijn voor alle aanstaande ouders.

Het eerste is: hoe houd ik mijn kind in leven? Dat is uiteraard voor de hand liggend. En toch zijn het vragen die al vanaf het begin van de (bewuste) zwangerschap spelen. Gaat het allemaal wel goed in de buik? Hoe verloopt de bevalling straks? Kan ik wel goed voor mijn kind zorgen? Krijgt het geen ernstige ziekte? Naarmate het kind ouder wordt – en als het goed gaat – gaat die vraag meer op de achtergrond totdat er sprake is van life-events. Bijvoorbeeld: voor de eerste keer logeren, voor de eerste keer alleen op de fiets naar school, voor de eerste keer alleen op vakantie. Bij kwetsbare kinderen houdt deze vraag ouders levenslang bezig.

De tweede vraag is: kan ik van mijn kind houden en houdt mijn kind wel van mij? Die vraag lijkt sommige ouders niet bezig te houden, maar is op de achtergrond toch wel aanwezig. Het valt pas echt op als het kind zich anders dan anders gedraagt, bijvoorbeeld bij huilbaby’s of bij peuters die hardnekkig voedsel weigeren. En ook als een volwassen kind geen contact meer wil hebben met zijn ouders. Dat zijn dan zwakke plekken. Hoe kwetsbaarder de ouder zelf is, hoe meer het duidelijk kan zijn dat hier een psychisch litteken zit. Om die vraag te beantwoorden en te bespreken is een bepaalde mate van zelfreflectie nodig. Wat zijn mijn valkuilen? Wat heb ik in mijn leven meegekregen om een goede ouder te zijn?

De derde vraag is: als ik er niet uit kom, op wie kan ik dan terugvallen? In onze geïndividualiseerde samenleving zijn gezinnen veel te geïsoleerd geraakt, maar opvoeding doe je samen, in gemeenschap met anderen. Is er familie, zijn er vrienden, zijn er buren of desnoods hulpverleners bij wie ik terecht kan als het mij niet meer lukt, als ik met de handen in het haar zit of als ik tijd te kort kom?

Het vierde thema is dat van de rolverandering: de komst van een kind heeft gevolgen voor de relatie, voor het werk, voor het sociale leven, voor vriendschappen. Het klinkt logisch en vanzelfsprekend, en tóch: de hele agenda gaat op zijn kop. Soms vinden ouders dat ook heel ingewikkeld: een kind functioneert niet volgens onze chronologische klok, maar ontwikkelt een eigen ritme en breekt in op het ritme van de ouders. Uitslapen is er niet meer bij. En daar ben je opeens als pappa en mamma een regisseur in, maar geen bepaler. Bij een tweede kind is de aardverschuiving wat minder groot, maar ook op die tweede moet je je als ouders instellen.

Is het niet wat vreemd dat zwangere vrouwen wel voortdurend medisch worden gescreend op bloeddruk, suiker en allerlei andere toestanden, maar dat bovenstaande vragen niet of nauwelijks worden besproken?

Het gewone leven

De meeste ouders kunnen er over meepraten. Peuters die hun bord niet leeg willen eten. Soms gaat dit gedrag zó ver dat opname in een kliniek nodig is.

In de kliniek zaten de beide ouders wat zijdelings aan de tafel. Echt gezellig was het niet. Vader en moeder hadden beiden de jas nog aan. De tafel was kaal met alleen het bord met eten. Een therapeute probeerde de peuter aan het eten te krijgen. Aan alles was gedacht. Er werd precies berekend hoeveel gram voeding het meisje binnen kreeg. Ze sputterde regelmatig tegen. Dus kwam er ook eten op de slab terecht. Die werd na afloop van de maaltijd gewogen. Zo kon precies worden vastgesteld hoeveel eten de peuter (niet) binnen had gekregen.

Dat meten en weten past bij het zogenaamde evidence based denken. In het tijdschrift Medisch Contact (juli 2018) schrijven de auteurs Engelberts, Schermer en Prins dat het meten, vergelijken en onderbouwen zijn niet meer weg zijn te denken uit de zorg. Maar ondertussen is het wetenschappelijke bewijs ook teveel een dogma geworden.

Onderzoekers zijn zó bezig met het meten en weten dat de vraag van het individu nogal eens over het hoofd wordt gezien. Daardoor was dit meisje in een soort van laboratorium terecht gekomen. Aan alles was gedacht: de voeding was nauwkeurig samengesteld, er was een consequent beloningssysteem,  maar de sfeer was verdwenen. Drie volwassenen keken toe of een peuter wel ging eten. Er lag geen kleed op tafel, geen bestek, er werd niet gepraat, laat staan gezongen. De therapeute had er zelfs een witte jas bij aangetrokken. Het eten was gereduceerd tot een mechanische opvoedingssituatie.

Mijn leermeester Professor Wim ter Horst schreef een klassieker over opvoeding geschreven: Herstel van het gewone leven. Dat boekje was niet evidence based geschreven. Maar het raakte wel de kern van het mens zijn.

Op school zijn niet hoge cijfers de graadmeter van de kwaliteit van het onderwijs maar de vraag of kinderen bagage mee krijgen om de wereld in de trekken. En ook in complexe opvoedingssituaties gaat het nooit in de eerste plaats om het meten en weten, maar om het contact, om het gezien worden.

Rechtszaak Pedro Kuit

Dinsdag eiste het OM 15 maanden celstraf tegen zelfbenoemd dominee en drs Pedro Kuit. Bovendien moet hij veel geld terugbetalen aan zijn donateurs. Dat gaat niet lukken, want van een kale kip pluk je geen veren.

Net als de vorige zitting kenmerkt deze rechtszaak zich door obstructie van de kant van de heer Kuit. Een beproefd middel daarvoor (ook standaard bij Willem Engel) is om de rechter te wraken: hij zou niet onpartijdig zijn. Dat wordt afgewezen. Kuit kan niet aannemelijk maken op welke punten de rechter niet onbevooroordeeld zou zijn.

Genoeg tijd gehad…

Kuit is zonder advocaat verschenen. De datum van de rechtszaak wist hij al maanden, maar nu vraagt hij toch om uitstel, zodat hij een advocaat kan regelen. Ook dat is een vertragingstactiek. Ook wil hij een accountant die zijn zaak kan toelichten. De rechter gaat hier niet in mee. “U werd ruim drie jaar geleden aangehouden, u hebt voldoende tijd gehad.”

Nu wordt Kuit boos. Hij beroept zich op zijn zwijgrecht en wil de zaal verlaten. Dat mag niet van de rechter. Ondanks zijn zwijgrecht interrumpeert hij nu bij herhaling de rechter, net zoals een puber die niets meer wil zeggen en de volwassene vervolgens verbaal alle hoeken van de kamer laat zien.

Verhoren van 80 agenten

Hoe zat het ook alweer met de verhoren van de 80 politieagenten? Die verschenen maar niet, maar Kuit kan ze allemaal als getuige laten oproepen. Inmiddels heeft zelfs zijn dochter Jade, met wie hij nauw samenwerkte, verklaard dat die 80 agenten alleen in het hoofd van haar vader bestonden. Volgens Kuit liggen de verbalen van de verhoren van de 80 agenten (die allemaal gezegd zouden hebben dat ze hard moeten optreden tegen ‘anti-coronademonstranten) in de kluis van de notaris. De betreffende notaris blijkt van niets te weten. En de verklaring die hij aan zijn dochter liet zien als bewijs bleek te zijn vervalst.

Geen boekhouder

Volgens Kuit hebben de verhoren hem veel geld gekost, zoals de huur van een TV-studio. De verhuurder weet echter niets van een bedrag van 10.000 euro dat Kuit zou hebben betaald. Daarop zegt Kuit dat het enige wat hem verweten kan worden is dat hij zijn boekhouding niet op orde had. Hij is dominee en interviewer, en geen boekhouder. Dat hij van zijn WAO met vakantie naar Aruba kon en daar erg veel geld aan hotels en restaurants kon uitgeven verklaart hij uit zijn inkomsten als predikant. Volgens mij had hij die inkomsten ook aan de uitkeringsinstantie op moeten geven.

Kuit organiseerde bijeenkomsten 'op een geheime lokatie in Den Haag, waar het tweede rapport Vaccinatieschade gepresenteerd en toegelicht zou worden. De presentatie werd bij herhaling uitgesteld. Voor 10 euro konden belangstellenden zich opgeven en dan kregen ze een paar uur van tevoren te horen waar de bijeenkomst zou zijn. Ik voelde nattigheid en heb voorgesteld om ter plekke contant te betalen, want ik ben tegen de digitalisering van de geldstromen (dat moet Kuit toch als muziek in de oren hebben geklonken). Contant betalen kon echter niet...

Inmiddels is zijn vrouw van hem gescheiden, woont Kuit in een huurhuis in Hillegom en heeft zijn dochter verklaard dat haar vader van alles verzonnen had. Niettemin blijft Kuit beweren dat al het (verdwenen) geld te verantwoorden valt, alleen heeft hij daarbij een accountant nodig. dat de rechter die wens niet honoreert vindt hij tekenend. “Elke verdachte heeft recht op een eerlijk proces”.

Hoe haalt iemand het in zijn hoofd om met zoveel tegenbewijs toch tegen de rechter te blijven ageren? De meeste gearresteerde mensen halen dan bakzeil, maar Kuit blijft volop in de tegenaanval gaan.

Narcisme en antisociaal

Psychologisch onderzoek laat zien dat er bij Kuit sprake is van een narcistische stoornis met antisociale trekken. Dat kan verklaren waarom hij genoot van alle (zelfs internationale) aandacht voor het werk van de Buiten Parlementaire Onderzoeks Commissie. En de permanente opstand tegen de rechter kan passen bij de antisociale trekken: ‘de hele wereld is tegen mij dus ik ben tegen hen’. En in de rechtbank kreeg hij alsnog veel aandacht als gevolg van zijn gedrag. Maar die aandacht verdampt binnenkort.

Blijft de vraag over hoe het kan dat Kuit in de jaren '90 een jaar lang als predikant verbonden was aan een kerkelijke gemeente. Maar het gegeven dat die verbintenis maar een jaar lang stand hield doet vermoeden dat zijn werk daar ook allesbehalve vlekkeloos verliep. 

Orthorexia nervosa

Orthorexia nervosa is de ongezonde behoefte om te gezond te willen eten. Gezond eten is uiteraard een uitstekend streven, maar alles waar 'te' voor staat is weer niet goed.

Japans onderzoek liet zien dat verpleegkundigen daar vaker neigen tot te gezond eten. Men vermoedt dat dit o.a. samenhangt met de ervaren stress van het werk. In dat land had 6% van de verpleegkundigen te kampen met angststoornissen en depressie. Dat cijfer nam toe tot 14% tijdens de corona-periode. Vermoed wordt dat deze toename (aan stress) mede te maken heeft het een chronisch personeelstekort, dat in Japan hoog ligt als gevolg van de vergrijzing.

Orthorexia bij verpleegkundigen

Onder jonge vrouwelijks verpleegkundigen komen opvallend vaak eetstoornissen voor. Maar liefst 45% van de jonge verpleegkundigen vertoonde gedrag waarbij sprake is van een obsessie voor gezond eten. Bij sommige verpleegkundigen waren de regels om maar gezond te kunnen eten zó strikt dat het leidde tot vormen van ondervoeding en overmatige psychologische stress.

Psychologische kenmerken

Psychologisch onderzoek laat zien dat er een verband bestaat tussen eetstoornissen, inflexibiliteit en perfectionisme. Het heeft te maken met een grote behoefte om controle te behouden. Daarnaast hebben verpleegkundigen meer kennis over gezond en ongezond eten, maar die kennis kan dus soms paradoxaal genoeg weer leiden tot ongezond gezond eten. Italiaans onderzoek vermoedt een verband tussen obsessief gezond eetgedrag en autisme. De Japanse onderzoekers konden dat verband echter niet aantonen bij hun onderzoeksgroep. Dat zou mede verklaard kunnen worden uit culturele verschillen (in de voorspelbare Japanse cultuur gedijen mensen met autisme beter dan in de west-Europese cultuur, waardoor afwijkend gedrag minder opvalt).

Orthorexia nervosa en stress

Uit het Japanse onderzoek kwam naar voren dat de verpleegkundigen met orthorexia nervosa te kampen hadden met meer stress. Mijn vraag is daarbij wat nu de kip en het ei is: raak je meer gestrestst omdat het eten zo precies komt óf was je al gestresst en daardoor meer vatbaar voor deze vorm van eetstoornis? Ik vermoed dat het allebei kan en dat het elkaar versterkt.

Het Japanse onderzoek laat zien dat orthorexia nervosa verband houdt met de mate van ervaren stress. Hoe slechter je in je vel zit, des te meer loop je het risico in de armen te vallen van een patroon van (te) gezond eten. Mensen die hier sterk vatbaar voor zijn vallen op door emotionele deregulatie (sneller van slag zijn), perfectionisme en asceticisme (een levensstijl waarbij zelfdiscipline een belangrijk streven vormt). De gevoeligheid voor emotionele ontregeling lijkt tegenstrijdig met het beroep van verpleegkundige, maar zal waarschijnlijk vooral opvallen buiten de context van het werk. Binnen het werk kan een bepaalde mate van perfectionisme en zelfdiscipline een voordeel zijn.

De auteurs vermoeden dat de trekken van perfectionisme en zelfdiscipline leiden tot ‘controlerende’ eetgewoonten, tot spanning in de relaties (de partner wordt ook steeds gecontroleerd) en (paradoxaal) ook tot een ongezond streven om maar lekker in je vel te zitten.

Behandeling van orthorexia nervosa kan via gedragstherapie in combinatie met begeleiding op het gebied van eetgewoonten.

Orthorexia nervosa and psychological distress among nursing, medical, and non-health-related students, Aoi Nikaido, Miharu Nakanishi, Maka Sakai en Hatsumi Yoshii. In: Academia Mental Health and Well-Being
Volume 2; Issue 4, 2026.

Diagnose persoonlijkheidsstoornissen

We hebben allemaal wel een aantal kenmerken van een persoonlijkheidsstoornis. Of zoals een cursist het tegen mij zei: "Henk, ik heb bijna alles!" Ik zei: "Dat geeft niet, als je maar van één stoornis niet teveel kenmerken hebt..."

Het is niet eenvoudig om een persoonlijkheidsstoornis vast te stellen. Patiënten met persoonlijkheidsstoornissen kunnen een scala aan somatische klachten vertonen. Die kunnen zo op het eerste gezicht niets met een stoornis te maken hebben, maar graaf je dieper, dan zit er toch een verstoorde ontwikkeling van de persoonlijkheid achter.

Meneer A kwam met verlammingsverschijnselen aan zijn rechterarm naar de dokter. Er volgde eerst een somatisch onderzoek en daarna een neurologisch onderzoek. Die onderzoeken leverden niets op. Omdat meneer A ook in psychisch opzicht niet goed functioneerde en erg ongelukkig was met zijn situatie werd hij verwezen naar de GGZ. Daar kwam uit dat er sprake was van een vermijdende persoonlijkheidsstoornis. Toen meneer A een inzichtgevende therapie in combinatie met gedragstherapie had gevolgd verdwenen de verlammingsverschijnselen in zijn arm. Ze hadden te maken gehad met teveel ingehouden woede. 

Mensen met een persoonlijkheidsstoornis slagen er vaak niet in om hun verhaal goed te vertellen aan de behandelaar. Regelmatig springen ze van de hak op de tak en associëren ze van alles aan elkaar. Inhoud en presentatie kunnen allerlei emoties bij de behandelaar oproepen (machteloosheid, irritatie, zorg). Niet zelden vindt er tegenoverdracht plaats, waarbij de behandelaar wordt geraakt op zijn zwakke plek. Een behandelaar met een overdreven moeder zal daardoor eerder geïrriteerd raken door een patiënt met kenmerken van de histrionische (vroeger theatrale) persoonlijkheid.

Mevrouw E is op de verjaardag van haar dochter. Het is er een gezellige boel, maar mevrouw E zit er een beetje verloren bij. Ze zucht een paar keer, maar daar wordt niet op gereageerd. Dan zegt ze nadrukkelijk tegen haar dochter: "Ik moet mijn medicijnen nog, heb je een glaasje water voor me..." Dochter kent dit gedrag van haar moeder en zegt: "Daar is de kraan, mamma!" Daarop legt  mevrouw E haar hele plastic tas van de apotheek op tafel en stalt haar medicijnen uit...." 

Een drietal eerste checks rond de persoonlijkheidsstoornis:

Hoe normaal is het gedrag van de persoon in sociale situaties? Vraag eens door op een verhaal dat de patiënt vertelt. Of vraag nadrukkelijk naar een voorbeeld. “Uw leidinggevende kwam de kamer binnen en vroeg aan u of het rapport al klaar was. Hoe reageerde u op zijn vraag?” Als de persoon in kwestie woedend de kamer uit is gelopen is dat een ander signaal als wanneer hij verstijfd op zijn stoel bleef zitten en geen antwoord meer wist te geven.

Het oordeel van de behandelaar is wel altijd normatief: hij heeft zijn eigen kaders over wat normaal of abnormaal is. Een anti-autoritaire behandelaar zal misschien de eerste reactie op zichzelf wel prima hebben gevonden vanuit zijn eigen gevoel dat je dat niet moet pikken. Beide reacties zijn echter in de situatie niet adequaat: in het eerste geval loop je de kans je werk kwijt te raken en in de tweede situatie jezelf.

In hoeverre laat de patiënt zien dat hij in staat is om zijn impulsen om te zetten tot sociaal aanvaardbaar gedrag?

Meneer J heeft overal de neiging om tegen voorwerpen aan te tikken. Dat kun je thuis doen, maar het wordt apart als je dat ook in de kamer van de tandarts doet.
Mevrouw F vertelt aan iedereen haar levensverhaal. Er zit geen rem op. Het maakt niet uit, ook aan willekeurige voorbijgangers vertelt ze dat haar man is weggelopen en er met de kas vandoor is gegaan. 

Tot slot: is er sprake van te heftige, sterk wisselende of inadequate reacties op stressvolle omstandigheden?

Mevrouw de Vries blokkeert helemaal als ze bij de bushalte merkt dat ze haar OV-chipkaart niet kan vinden. Ze kan zelfs niet bedenken dat ze even naar huis kan lopen om te kijken of hij daar ligt. Ze bedenkt ook niet dat ze iemand kan bellen om haar te helpen of om met haar bankpas in te checken. De alternatieven zijn zoek, er is geen oplossing meer. 
Meneer de Jong vertelt dat hij heel laconiek reageerde toen iemand hem uitschold. Wat maakt dat nu uit, het glijdt me direct van de schouders, ze mogen alles zeggen, ik hoor het toch niet. In hetzelfde gesprek vertelt hij dat hij compleet uit zijn plaat ging toen een mede-automobilist de middelvinger omhoog stak. Hij probeerde zelfs om die automobilist klem te rijden.

Met zo’n eerste gesprek stelt de behandelaar uiteraard nog geen persoonlijkheidsstoornis vast. Daar bestaan o.a. uitgebreide gestandaardiseerde vragenlijsten voor.

Een belangrijk criterium is daarnaast de voorgeschiedenis. Als meneer X (50 jaar) nooit thuis, op zijn werk en in zijn vrije tijd problemen heeft gehad is dat bijvoorbeeld een contra-indicatie, hoewel die stoornis bij sommige mensen lang verborgen kan blijven. Maar meestal is een persoonlijkheidsstoornis al  merkbaar tijdens de adolescentie, bij het volwassen worden. Niet dat iemand dan al vastloopt, maar er zitten al hobbels in het bestaan. 

De W is van Wadway

In Wadway kwam ik een aantal jaar geleden regelmatig. Vaak meerdere keren per maand. Wadway lag namelijk in de buurt van mijn werk.

Nu zijn er ook mensen die nog nooit van Wadway gehoord hebben. Dat duid ik jullie niet euvel. Je kunt immers niet alles weten.

Vermeldenswaard is dat Wadway al in duizend jaar oude geschriften wordt vermeld. Monniken uit de Abdij van Egmond ontgonnen het drassige veengebied. Later werd Wadway beroemd doordat het zich zelfstandig verklaarde. Daarmee was de ‘Republiek Wadway’ een feit. Echte Friezen en Westfriezen zijn erg op hun autonomie gesteld.

De dorpskerk van Wadway, tegenwoordig de Theaterkerk (winterse fietstocht)

Wadway ligt tussen Wognum en Spanbroek. Maar er zijn ook mensen die niet weten waar Wognum en Spanbroek liggen. Dat is een ernstiger zaak, want dat zijn toch wel stevige dorpen. In Wognum waren mijn werk en het hoofdkantoor van de DSB (bank van Dirk Scheringa, de Dirk Scheringa Bank) gevestigd. Dat imperium stortte rond 2010 met groot financieel geraas in, benevens de illusie van de woekerpolissen die je bij de bank af kon sluiten. Wognum ligt aan de stoomspoorlijn van Hoorn naar Medemblik, maar daar heb je alleen in de schoolvakanties iets aan.

Wognum

Spanbroek is wat minder bekend. Maar het heeft ook met Dirk Scheringa te maken, omdat hij hier een megalomaan museum liet bouwen. Het gebouw stond jarenlang leeg en was aan verval onderhevig. De plaats Spanbroek heet zo omdat de mensen hier vroeger niet voldoende op hun gewicht letten, waardoor de broeken allemaal te strak zaten.

Het Dirk Scheringa Museum

Maar nu terug naar Wadway. Het is een lintdorp zoals er veel in West-Friesland te vinden zijn.  Het dorp kent zelfs geen kern, er is alleen maar lintbebouwing met achter de huizen weilanden. De totale lengte van de bebouwde kom is 300 meter. Er wonen 50 mensen. In Wadway wonen geen kinderen, daarom is er geen basisschool. Er wonen vijftien 65 plussers. Allochtonen worden in Wadway niet aangetroffen.

Gewone woonhuizen worden afgewisseld door boerderijen, vaak in karakteristiek Noordhollands groen geschilderd. Opmerkelijk is de hoge gemiddelde woningwaarde: 600.000 euro.

Tegenwoordig valt Wadway grotendeels onder de gemeente Medemblik, die 30 dorpen en buurtschappen omvat. Het westelijke deel van Wadway valt onder de gemeente Opmeer. Een wonderlijke constructie bij zo’n klein dorp. In de gemeenteraad van Opmeer vormt het CDA de grootste fractie, in Medemblik een lokale partij. In de landelijke politiek trekt de VVD hier de meeste stemmen.

De kerk van Wadway vanuit de weilanden gezien

Het meest bekende gebouw van Wadway is de Theaterkerk. Het is de vroegere Magdalenakerk (rond 1520) die niet meer als kerk dienst doet, maar als theater. Er zijn ook dominees die van hun kerk een theater maken, maar in deze kerk worden seculiere theatervoorstellingen gehouden.

NB: De sneeuwfoto maakte ik toen het treinverkeer vanuit Hoorn naar Alkmaar gestremd was. Ik dacht: dan maar op de fiets (20 km). Dat was enigszins overmoedig vanwege de gladheid en de vorst. Halverwege moest ik in een café mijn voeten (voor mijn gevoel althans) ontdooien... Toen deed ik zulke dingen nog...

De verzonnen agenten van Pedro Kuit

Eén van de thema's die aan de orde kwam bij de rechtszaak tegen Pedro Kuit waren de 80 politieagenten die door hem verhoord waren. Die agenten vertelden hem allemaal dat ze geïnstrueerd waren om er op los te slaan als er 'corona-demonstraties' waren. Al die verhoren zouden zijn opgenomen en volgens protocol op papier zijn gezet.

Ik geef opnieuw de tekst van een oud blog weer. Daarin schreef ik over de gang van zaken rond deze 80 agenten.

De tekst van al die verbalen plus de namen van de agenten zijn in bewaring gegeven bij een notaris. Helaas mag Pedro de naam van die notaris niet vrij geven. Wél heeft hij aan minister Grapperhaus een brief geschreven. Hij is volgens Pedro Kuit als hoofd van justitie de enige die deze verbalen in mag zien en mag verifiëren.

De vraag is: heeft Pedro Kuit werkelijk tachtig agenten verhoord die zich beklagen over de impact van coronamaatregelen op hun werk en een verziekte cultuur bij de politie? Het Reformatorisch Dagblad (een deel van de lezers van deze krant steunt het werk van Pedro Kuit) ging op onderzoek uit. En de journalisten van het RD hebben zo hun twijfels.

Twijfels over de politieverhoren

Maar niet alleen de journalisten van het RD. Ook de bevriende uitgeverij De Blauwe Tijger, bij wie het boek met die getuigenissen wordt uitgegeven, twijfelt inmiddels ernstig aan de waarheid van deze verbalen. „Het zou kunnen dat er plusminus tien echte verklaringen zijn en de rest van het rapport is verzonnen”, meldde uitgever Tom Zwitser. Daarna volgden de ideologisch verwante platforms Café Weltschmerz en Blckbx. De drie platforms twijfelen inmiddels openlijk aan de betrouwbaarheid van het rapport.

Tegenaanval

Direct zette Pedro Kuit de tegenaanval in tegen de eigenaren van genoemde platfotms. Hij zei dat Blue Tiger een woekerwinst van 10.000 euro vroeg om de studio te mogen gebruiken. Ook verwijt hij de heren dat ze er op uit zijn om de macht over het thema over te nemen. Zij zouden alles willen organiseren en de toon willen zetten en daarmee de BOPC op een zijspoor zetten.

Van uitstel komt…

Het meest opmerkelijk is echter dat Kuit elke keer weer de presentatie van de tachtig agenten uitstelt. Al in juli kondigde hij met een speciale ‘persconferentie’ aan dat er eind augustus een gebeuren plaats zou vinden dat het hele justitiële apparaat en de politiek op zijn grondvesten zou doen trillen: de 80 agenten die hun verhaal zouden komen doen. Dat gebeuren werd steeds weer – om steeds wisselende redenen – uitgesteld. Maar zaterdag 27 november zou het dus eindelijk gebeuren: de ‘naar buiten treding van 80 politieagenten’. Dat alles zou op Urk plaats van gaan vinden. Wel vermeldde Kuit later dat het er niet helemaal 80 zouden zijn, doordat sommige agenten ‘wegens omstandigheden’ verstek zouden moeten laten gaan.

De bijeenkomst van 27 november

Het werd spannend. Totdat er een dag voor de presentatie een persbericht kwam. De bijeenkomst kon geen doorgang vinden. Kuit had overleg gehad met het hoofd van de politie op Urk en het Hoofd Veiligheid van de regio. Zij beiden hadden hem afgeraden om de bijeenkomst te houden omdat de veiligheid van de locatie in het geding was. Ondertussen was nog helemaal niet bekend om welke locatie het ging. Dat wilde Kuit ook tegenover de politie geheim houden. Want je wist maar nooit wat er gebeurde als die locatie bekend gemaakt zou worden.

Het telefoongesprek met het hoofd veiligheid van de regio heeft Kuit opgenomen en is op internet te beluisteren. Maar het zegt helemaal niets. Deze man vraagt aan Kuit om een uur voor de bijeenkomst de ruimte bekend te maken, ‘zodat de politie een oogje in het zeil kan houden’.

Alle uitstel en nu het afstel wijzen erop dat Pedro Kuit de bijeenkomst verzonnen heeft. Er zijn geen 80 agenten ondervraagd: de verhalen zijn door Kuit geschreven. Er is geen ruimte gereserveerd: Kuit heeft net gedaan alsof. In een podcast vertellen Pedro en zijn dochter Jade dat het wel sneu was ‘voor die aardige mevrouw die alles klaar had gezet en voor iedereen heerlijke vis had ingeslagen. Ik heb op Urk gevraagd of iemand weet om welke locatie het zou gaan, niemand weet het, terwijl op Urk iedereen alles weet.

Er is geen notaris die de verbalen in een kluis heeft liggen. Kuit blufte gewoon: hij wist dat minister Grapperhaus toch niet op zijn aanbod in zou gaan. Dat Kuit er geen andere organisaties bij wilde betrekken heeft ook met deze verzinsels te maken. Hij wilde de schijn hoog houden en kon dus geen pottenkijkers gebruiken.

Ook in de rechtszaak kwam de zaak van de notaris met de verslagen in zijn kluis aan de orde. Er was geen notaris die de verhoren in een kluis had opgeborgen. Maar Kuit hield vol van wél, maar dat hij tijd nodig had om de openbaarmaking te regelen. "Daar hebt u drie jaar de tijd voor gehad" zei de rechter. Als klap op de vuurpijl deelde dochter Jade (die altijd nauw had samengewerkt met haar vader) mee dat die 80 agenten helemaal niet bestonden. Alleen in het hoofd van haar vader....