Zijn we toch nog ergens Europees kampioen in!

PaulJa, beste lezers (hebben wij ons met deze omschrijving beperkt tot die internetgebruikers die leesvaardig zijn, een groep die volgens berichten alsmaar krimpt?), de Zweden houden van zoet. Ik wist dit onbewust nog voor ik ooit maar een voet in Zweden zette. Mijn ouders verhaalden over het Zweedse wittebrood dat uit de lucht werd afgegooid over de Randstedelijke steden na de hongerwinter in 1945. En ze verklaarden dat het smaakte als cake!. Ik deed dat in mijn jeugd af als opluchting van de smaakpapillen na een winter van tulpebollen en aarpelschillen, maar na een reis in Zweden leerde ik dat Zweedse limpa volop is gezoet met suikerstroop en toen begreep ik het.

Die zoetekauwerigheid van de Zweden (en in mindere mate alle Noorderlingen) leidde ertoe dat in de jaren 70, toen ieder huishouden in Zweden voldoende inkomen had om in zoetigheid te zwelgen, de vereniging van Zweedse tandartsen een decreet uitvaardigde: In het belang van de gebitsgezondheid zouden Zweden zich moeten beperken tot een enkele dag van zwelgen (afgesloten met een fanatiek afrossen van het gebit, althans totdat met tot de ontdekking kwam dat ontblote tandhalsen als gevolg van te hevig poetsen ook en probleem vormen).

Als gevolg kochten de Zweden daarna braaf het meerendeel van hun snoep op de vrije zaterdag en consumeerden het diezelfde avond voor de anderszins saaie Zweedse beeldbuis (afgezien van de briljante Astrid Lindgrenvertolkingen natuurlijk).

Vandaag de dag is dat decreet verworden tot een nieuwe traditie. Waar de Finnen hun traditionele vrijdagsfles hebben, hebben de Zweden hun zaterdagssnoep. Op die dag gaat het typisch Zweedse gezin naar de lokale snoepdealer en slaat groot in, om daarna de hele dag te zwelgen. En hier aan de grens vind het zijn ultieme uiting.

Een bescheiden snoepmuurtje in een Zweedse supermarkt.

Ja, we kennen hier in alle supermarkten wel de muur van snoep waaruit de klant putten kan en ik ben zeker dat men in alle Nederlandse supermarkten van formaat dezelfde formule handhaaft.

Maar dan dit, geen muur, maar een voetbalveld vol snoep, dat je niet opschept in zakjes maar in emmers, hebben we dat ook in NL? Volgens de kenners niet. Dit is een plaatje van de allergrootste snoepwinkel in Europa (tot nu toe) en hij staat in Haparanda.

Candy World in Haparanda werd opgezet in 2007 met het doel de grootste snoepwinkel van de wereld te zijn en de doelgroep waren Finnen die over de grens komen om snus in te slaan. De zaken liepen als een trein!

(En dit is niet eens de enige: er zijn drie van deze groothandels in Haparanda, allemaal gecombineerd met snuswinkels!) Het is geen toeval dat de snoepverkoop in deze winkels hand in hand gaat met de verkoop van snus (dat daarna, legaal of niet, wordt geimporteerd naar Finland en vandaar misschien zelfs helemaal naar NL.).

Gelukkig blieft deze Triumvirater geen snus en zelfs geen zaterdagssnoep (Ok, een vrijdagsflesje, ja, wie kan daar nou nee tegen zeggen?) En dat redde me het afgelopen jaar van een frustrerend gebrek aan sommige Zweedse snoepvarianten en allemaal vanwege sociale media (F*ck social media!). Één of ander influencer in New York bekende zijn verslaving aan Zweeds snoep aan zijn volgers op sociale media en het gevolg was dat in Zweden een acuut tekort ontstond aan bepaalde lekkernijen (althans volgens de Zweden; ikzelf vind die snoepjes nou niet hemelbestormend, maar Amerikanen hebben nu eenmaal weinig smaak, soi!)

Ik reken erop dat de tarievenoorlog van ene Rump de Amerikaanse markt afsluit voor Zweedse snoeperijen, zodat wij alhier weer volop kunnen genieten van onze lokale lekkernijen. En dat zouden jullie ook moeten doen! Bestel Fries suikerbrood en oranjekoek, Groninger koek en  Zeeuwse bolussen, Bossche bollen en alle lokale versies van kaneelstokken en haverstro en babbelaars en wat dies meer zij. Het heilige hopje mag niet verdwijnen!

Posted in Paul Nijbakker, Standplaats Tornio | Tagged , , , , | Leave a comment

Standplaats Tornio: Vorschmack

Onlangs vertrok deze Triumvirater naar Helsinki om aan een lang gekoesterd verlangen tegemoet te komen. Het ging natuurlijk om lekker tafelen! Alhoewel de aanleiding voor de reis het vernieuwen van het paspoort betrof (de papierwinkel daaromheen is aanzienlijk uitgebreider dan in het grijze verleden toen ik nog maar net in Finland woonde; de onschuldige dagen van weleer zijn eens te meer in het verleden verloren), besloot ik om van de nood een deugd te maken.

Ik boekte een kamer in mijn favoriete hotel in de hoofdstad. Hotel Torni stamt uit de jaren dertig van de vorige eeuw. Het was lang het hoogste gebouw van Helsinki en voor een reden: Toen het hotel werd ontworpen geloofde men nog dat zeppelins de toekomst van het passagiersvervoer door de lucht waren. Op het dak van de hotel was een afmeermast voor luchtschepen gepland en de passagiers konden dan via het hotel (met liften!) aan en van boord gaan, supermodern voor zijn tijd.

Helaas, voor de bouwers van het hotel streefde het vliegtuig het luchtschip voorbij en toen, zes jaar nadat het hotel was opgeleverd, de Hindenburg neerstortte in de VS was de strijd beslecht. Nooit is er een luchtschip afgemeerd aan de mast van hotel Torni en de vertrekruimte op het dak van het hotel is nu een bar met dakterras dat een prachtig uitzicht over de stad bied.

Vanaf het terras van de Ateljee bar op het dak van het hotel in de zomer.

Wanneer ik in hotel Torni verblijf vraag ik om deze reden altijd een kamer op de hoogste verdieping: Het licht overdag en de lichtjes ‘s nachts. Ja, dat kan je maar aangenaam vinden.

Vanuit mijn hotelkamer in de winter.

Ditmaal was ik er bovendien in geslaagd een tafel te boeken in één van Helsinki’s meest gerenommeerde restaurants. Restaurant Savoy stamt ook uit de jaren dertig. Het werd ontworpen door Alvar Aalto en zijn ega in een langwerpige ruimte op het dak van een pand aan de Esplanadi boulevard in het centrum van de stad, met de intentie dat het knus zou zijn als de restauratiewagon van een luxe trein. Het interieur is nog in oorspronkelijke staat.

Het Savoy was het lievelingsrestaurant van die beroemdste Fin aller tijden, Maartschalk Gustav Mannerheim (naar wie over heel Finland straten, paden en lanen zijn vernoemd). Hij had er zijn eigen tafel en bestelde er steevast zijn favoriete gerecht: Vorschmack. Het is een gerecht van gemalen rundvlees dat op smaak is gebracht met zoute Baltische haring en het wordt geserveerd met aardappelen, rode biet, zoute augurk en een flinke klodder zure Smetana room.

Nog steeds naar traditioneel recept bereid: simpel maar smakelijk…

Als voorgerecht had ik er blinis bij en een kaasplankje was het nagerecht. Allemaal best smakelijk en de wijn was uitstekend (daar staat het restaurant ook om bekend). Toch zal ik niet vaak teruggaan naar deze eetgelegenheid en dat heeft alles met de prijs te maken… Nu dat ik weet hoe het geserveerd wordt kan ik trouwens de Vorschmack ook thuis bereiden, want het wordt ingeblikt verkocht…

Een (duur) blik Vorschmack met de toevoeging “Marskin”. Dat is niet het merk, maar de titel die Mannerheim voerde als enige Maartschalk van Finland ooit. Ernaast staat een flesje van zijn favoriete Schnapps en erachter wat boeken over enkele van de oorlogen waarin Mannerheim zijn roem verwierf. Wel passend op de dag dat het einde van de Winteroorlog herdacht wordt.
Posted in Paul Nijbakker, Standplaats Tornio | Tagged , , , , , | Leave a comment

Standplaats Tornio: Laskiaispulla

PaulVandaag is het Quinquagesima. Ja, ik moest het ook even opzoeken. Het is de vijftigste dag vóór Goede Vrijdag (of zoiets) en de laatste zondag voor het begin van de vastentijd in Gristelijke liturgie. Die vastentijd begint op Aswoensdag en de dag ervoor is Vette Dinsdag, oftewel Mardi Gras, de laatste dag van het Carnaval in NL. Poeh Poeh, we zijn eruit.

U vraagt zich af waarom een niet-belijdend heer zich überhaupt verdiept in zulk kerks gedoe? Omdat ik houdt van een gebakje op zijn tijd, daarom! Mijn vorige epistel ging over een Fins gebakje. Nu gaat ik het even hebben over een (van oorsprong) Zweedse lekkernij: De semla, oftewel fastlasgsbulle of fettisdagsbulle. Het is een bolletje zoet wittebrood dat, in een traditie die teruggaat tot de zeventiende eeuw, werd genuttigd op Vette Dinsdag, om nog één keertje te snoepen voordat de vastentijd begon. Over de eeuwen werd het broodje steeds luxueuzer en gevuld met amandelspijs of jam en flink veel slagroom.

laskiaispulla
Verschillende soorten semlor in een Finse banketbakkerij. Lekkâh! In supermarkten worden ze meestal twee aan twee in doosjes verkocht.

Vandaag de dag is de semla ook populair in de buurlanden van Zweden. In Finland heet ie laskiaispulla en hij is practisch het hele jaar verkrijgbaar in twee hoofdvarianten: eentje met amandelspijs en slagroom dat boven het kapje amandelschaafsel of poedersuiker heeft en een versie met frambozen- of aarbeienjam met op het kapje parelsuiker. Ik geef de voorkeur aan die met amandel en ik koop er elk jaar minstens eentje om van te smullen bij mijn thee.

Het is alleen wel een beetje lastig te eten zonder suiker en room in je snor te krijgen. Echte afficionado’s zweren erbij om het bolletje te verorberen in een bord met warme chocolademelk, maar daar waag ik me maar niet aan. Chocolademelk in mijn kruis doet af aan het plezier. Bedenk me net dat dat een mooie titel zou zijn voor een carnavalskraker…

In Zweden zelf is de semla trouwens onderhevig aan dezelfde soort emperimentatie die in NL bedenkelijke uitwassen als de crompoes heeft opgeleverd. Je kan tegenwoordig semlor krijgen met tiramisu, of pistache, of red velvet smaak en uiterlijk. Een eenvoudig heer geeft niet om zulke frivoliteiten die ook nog eens schreeuwend duur zijn. Een gebakje moet zichzelf in de mond bewijzen, niet op instagram of whatsap. Wat u?

Posted in Paul Nijbakker, Standplaats Tornio | Tagged , | 6 Comments

Standplaats Tornio: Runebergdag

PaulTja, zult u denken: Wie of wat is Runeberg? Het is u vergeven, oh lezer, maar vandaag is het Runebergdag in Finland en Johan Ludvig Runeberg is de nationale dichter van Finland. Hij schreef het gedicht dat de tekst zou vormen van het Finse volkslied. Het zou zoiets zijn als een Marnix van St Aldegondedag in Neerland. Die kent u ook niet? Soi!

Het kenmerkende aan Runeberg en tekenend voor de Finse literaire geschiedenis is dat hij uitsluitend in het Zweeds schreef. De tekst van het volkslied moest dus naar het Fins vertaald worden alvorens het een volkslied voor alle Finnen kon worden Vårt land (Ons  Land) werd Maamme en daarmee voor buitenstaanders op slag onbegrijpelijk en zo hoort het ook!

Runeberg was niet alleen. Praktisch heel de Finse literatuur van voor pakweg 1850 was in het Zweeds geschreven. Grote namen als Zacharias Topelius (de Finse Walter Scott) en Elias Lönnrot (compilator van het nationale epos Kalevala) spraken in het dagelijkse leven Zweeds. Runebergs meest beroemde werk (in het Zweeds dus) was Fänrik Ståhls Sägner (De Vertellingen van Vaandrig Staal), een epos over de Finse Oorlog (1808-1809). Het werd het lijfboek van Finse nationalisten (ondanks het feit dat het gaat over de strijd tegen de Russen aan de Zweedse zijde). Talloze Fins-nationalistische uitingen werden vernoemd naar elementen uit dat werk, zoals bijvoorbeeld de vrijwilligersorganisatie voor vrouwen, Lotta Svärd.

En hij kreeg dus zijn eigen vlagdag, 5 februari, zijn geboortedag, die al uitgeroepen werd toen Finland nog onder Russische overheersing stond. Vroeger was dit een dag voor vaderlandslievende toespraken (en wellicht een kelkje snaps), maar vandaag de dag vragen veel jongeren zich af waarvoor de vlag nu alweer wordt uitgestoken. Runeberg is nu het meest bekend omdat zijn naam is verbonden aan een gebakje dat zijn ega voor hem bakte. Het bevat gemalen amandel en arrack of punsch. Het wordt gebakken in cylindervormpjes op een bakplaat en afgetopt met frambozenjam in een ringetje van suikerglazuur. In het midden van de negentiende eeuw was dit een superdeluxe gebakje.

Runebergin torttu

Runebergin torttu is een populair, zij het wat duur, gebakje dat verkocht wordt in de eerste maand van het jaar, tussen Loppiainen/Trettondag en Runebergin päivä/Runebergdag. Het bordje is van Iitala, Ultima Thule.

Runeberg’s ega had het trouwens niet gemakkelijk, want Runeberg, ondanks zijn wijding tot dominee, was een schuinsmarcheerder van jewelste. Ondanks de zorg voor hun acht kinderen én voor zijn maitresse, net als haar een dichtster, hield zij stand. Gek dat er geen dag naar haar vernoemd is, of op zijn minst een kledingstuk.

Posted in Paul Nijbakker, Standplaats Tornio | Tagged , , | 5 Comments

Past Christmas, een waargebeurde kerstvertelling

PaulIk stapte in de auto en begon the schateren. “Ils ne vont jamais oublier ça!” lachte ik, terwijl mijn ega de wagen startte. Het was eind 2014 en we hadden net onze laatste gasten op de trein gezet, sort of.

Deze kerst was de eerste in mijn nieuwe appartement, nadat ik van Haparanda naar Tornio was teruggekeerd (en waar ik nu nog steeds woon). Een oude vriendin en ex-collega uit Nederland zou langskomen met haar (toenmalige) vriend, mijn (toenmalige) ega was terug van weggeweest en studenten en collega’s van de (toenmalige) HBO school waren ook uitgenodigd.

Het was een meer dan fantastische Kerst, met een gedenkwaardige gezamelijke sauna en veel gedenkwaardige schotels. Niemand verliet mijn huis hongerig die dagen!

kerstdis2014

De feestdis op kerstavond, met studenten en andere gasten. De studenten zouden later nog, aangespoord door mijn ega, een dansje presenteren.

De volgende dag reed mijn ega ons naar Kukkolaforsen (de dichtstbijzijnde stroomversnelling in de Tornio rivier), terwijl het min 22 was buiten. Diezelfde avond zouden onze Nederlandse gasten op de trein naar Helsinki stappen om daarna het nieuwjaar in Helsinki te vieren.

Ik wist waar het perron van Tornio was. Sinds het station van Tornio was opgeheven, stopten treinen uit het Noorden aan een perron in de bocht van West naar Oost. Ik wist precies waar het was… Alleen was dat perron, na de tijd dat ik het had gebruikt, ruim tien jaar eerder, verplaatst naar het Oosten… Toen we dat oude perron niet vinden konden en mijn ega de auto keerde om elders te zoeken, zagen we de trein over de spoorwegovergang passeren. En ik zei droogjes tegen mijn gasten: “Dat is jullie trein,” volledig berustend in het feit dat zij nu een andere reis moesten boeken.

Maar dat was niet wat mijn ega dacht. Zij reed de spoorwegovergang op en keerde toen bruusk naar links en reed zo snel als het ging met twee wielen tussen de rails en twee wielen ernaast achter de trein aan. Helemaal tot het punt waar een splitsing in de rails het onmogelijk maakte om nog verder te rijden. Prompt sprongen we allemaal uit de wagen. De dames renden schreeuwend achter de trein aan die net vijftig meter of zo verderop stopte langs het nieuwe perron van Tornio-Itainen. Wij mannen openden, altijd practisch, de achterklep en rukten de bagage eruit en renden daarmee achter hen aan (waarbij ondergetekende ten val kwam en een gat in zijn spijkerbroek en knie moest incasseren; alhoewel dat pas de dag daarna ontdekt werd). De laatste wagon van de trein was niet langs het perron geparkeerd, en wij mannen openden de achterste deur van de achterste wagon, die de dames volledig voorbij gerend waren. Na onze oproep keerden ze terug en met enige hulp werden alletwee de gasten en hun baggage in de trein gehesen.

pufpuf

Nadat de gasten veilig op de trein gehesen waren. De “mist” is de uitgehijgde adem van deze onverdroten helden.

Na een kort afscheid liepen mijn ega en ik terug naar de auto en stapten in. Terwijl de nachttrein naar Helsinki vertrok van station Tornio-Itainen, zette mijn ega de versnelling in z’n achteruit een reed voorzichtig terug over het spoor, twee wielen tussen de rails en twee ernaast, tot we de weg weer bereikten. Het was een geluk dat er slechts één trein per dag over dat spoor reed, anders had dit kerstavontuur een hachelijk einde kunnen hebben.

Mijn nokiaatje piepte; een SMSje van mijn oude vriendin:

“Hijg, hijg, puf, puf, kuch, kuch. AXL zegt dat James Bond er niks bij is. En geef mij maar dulle momenten aan de eettafel. Bedankt voor een onvergetelijke tijd!”

Posted in Paul Nijbakker, Standplaats Tornio | Tagged , | Leave a comment

Finland en Japanse animeisjes (met prei und Panzer)

PaulDe Finse en Japanse cultuur hebben een aantal zaken gemeenschappelijk, zoals een belangrijke badcultuur, voorkeur voor stilte en een daarmee in contrast staande voorliefde voor karaoke. Maar er zijn twee heel specifieke voorbeelden van hoe een wisselwerking tussen Japanse en Finse cultuuruitingen invloed had op populaire media en allebei hebben ze met getekende Japanse meiskes van doen.

De eerste was de Loituma girl, a.k.a. leekspin girl. Het betrof een korte animatieclip van Orihime Inoue, een karakter uit de animeserie Bleach (Ik spreek het op zijn Nederlands uit als ik mijn mening over de serie als geheel moet geven, maar dat terzijde) die een Japanse lenteui twirlt. Gekoppeld aan een scat versie van het Finse liedje Ievan polkka (Eva’s polka, de tekst stamt uit 1928 en valt nog onder auteursrecht) door de Finse a-capella groep Loituma werd het in 2006 een internet sensatie en heel populair als ringtone. Een jaar later piekte de populariteit van het wijsje toen het werd gekoppeld aan een ander geanimeerd Japans meiske, Hatsune Miku.

Ik durf te beweren dat iedereen dit obscure Finse volksdeuntje nu kent. Zelfs in Georgië hebben ze er nu een versie van (door Trio Mandili).

https://youtu.be/y7haXuvZPK0?si=QJ3vWbaGrrx-NBQD

Het tweede voorbeeld is zo nodig nog obscuurder. Het betreft een element uit de Japanse animeserie Girls und Panzer. Die serie heb ik nooit gezien en de bijbehorende manga heb ik nooit gelezen, maar gezien mijn voorliefde voor Panzer, denk ik dat het me vast beter zal bevallen dan Bleach. Heel in het kort gaat de serie over scifi meisjesscholen die tegen elkaar wedstrijden met WWII tanks (maar niemand komt om het leven).

Één van de meest markante “panzers” in deze serie komt uit Finland. De Finnen hadden in de Winteroorlog een hele rits Russische lichte tanks buitgemaakt en toen de Voortzettingsoorlog begon besloten ze om een stel van die (BT-7) tanks uit te rusten met gedoneerde Britse houwitzers in een grote toren die de tankjes, genaamd BT-42, een heel koddig profiel geeft.

Het grappige aan de bovenstaande clip is dat ie ook een Finse polka als achtergrondmuziek heeft en dat de tankcommandant van de BT-42 een traditioneel Fins instrument bespeeld: de kantele. De clip toont ook een aantal eigenaardigheden van de BT-tanks: Hun heel hoge snelheid en het feit dat ze ook zonder rupsbanden kunnen opereren dankzij hun Christie loopwerk (de tankbestuurster wisselt zelfs, zoals dat moest bij overgang naar wielaandrijving, van rupbandhendels naar een stuurwiel!). In werkelijkheid was de BT-42 een mislukking, omdat de houwitzer de tank te zwaar maakte voor het loopwerk en omdat het kanon geen goede anti-tank granaten had.

Er bestaat nog maar één BT-42 en wel in het Parola tankmuseum in Hämeenlinna. Ik bezocht het een paar jaar geleden en maakte wat plaatjes van het unieke vehikel.

BT-42_Parola

Achter de BT-42 ontwaart de kenner een Stug III die de BT-42 uiteindelijk zou vervangen.

Maar, en nu komt het leuke detail: Ziet u die afdakking boven de tanks? Voorheen stonden die machines in weer en wind onder de blote hemel. Het museum spaarde al jaren fondsen om die vaak unieke pantservoertuigen beter te beschermen tegen de elementen. Plots merkten ze dat ze een groot aantal donaties ontvingen uit Japan die het bouwen van de afdakking mogelijk maakten. Toen ze verbaasd op zoek gingen naar de reden voor die plotse interesse in hun museum uit zo’n ver verwijderd land, kwamen ze uiteindelijk uit bij fans van Girls und Panzer… het internet is een merkwaardig gegeven voorwaar.

Posted in Paul Nijbakker, Standplaats Tornio | Tagged , , | Leave a comment

Standplaats Tornio-Haparanda, Fika

PaulWaarde lezers, ik ben een theedrinker. Ik geef het ruiterlijk toe: Ik vind koffie niet te zuipen en ook verwerkt in gebak of andere zoetigheden (van tiramisu tot Haagse hopjes) vind ik het een absolute afknapper. Zelfs de surrogaat eikeltjeskoffie die mede-triumvieraatlid Anton mij ooit liet proeven vond ik helemaal niks. Mijn smaakpapillen zijn beslist anti-koffie activisten.

In het Noorden van Europa, zijn mijn smaakpapillen evenwel in de besliste minderheid. De Noordelijke landen drinken per hoofd van de bevolking meer koffie dan waar dan ook, met Finland aan de absolute top, alhoewel de koffie (en de suiker om het te zoeten) aanvankelijk niet per direct naar deze regionen kwam.

De usual suspects waren namelijk de Nederlanders! Eerst als agenten van de doorluchtige Vereenigde Oost-indische Compagnie en later als investeerders in de Zweedsche Oost-Indische Compagnie, brachten zij naast Arrak en thee ook koffie naar het Zweedse koninkrijk (dat toen nog Finland en delen van de Baltische Staten omvatte). Aanvankelijk vond de Zweedse kroon dat prima, want zij deelden in de aanzienlijke winsten.

Doch, mettertijd, werd het Zweedse koningshuis, verscheurd door opvolgingstwisten, steeds radicaler protestants, terwijl tegelijkertijd koffie- (en thee-) drinken alsmaar populairder werden in Zweden. Zij, gesteund door de Lutherse kerk, geloofden dat koffie (en in mindere mate thee) slecht waren voor de gristelijke moraal. Aanvankelijk probeerden ze het gebruik in te dammen door zware belastingen te heffen op koffie en thee, maar de handelsklasse die de hoofdverteerders waren van het spul, kon die opbrengen (het plebs kon die drankjes hoe dan ook niet betalen; zij dronken gewoon bier). Toen de belastingen (en zelfs importverboden) niet hielpen werden er verboden uitgevaardigd van het bezitten en drinken van koffie en zelfs van het bezitten van de parafernalia (Geheel in lijn met totale verboden van cannabis en andere drugs in Zweden driehonderd jaar later)!

Als bewijs van hoe vruchteloos deze verboden waren en hoe koppig het koningshuis vasthield aan hun idée fixe: Deze verboden waren van kracht tussen 1756 en 1761 en toen tussen 1766 en 1769. Daarna viel de regeerperiode van de verlichte koning Gustav III, die Zweden wilde moderniseren, maar met hem als absoluut heerser. Enfin, Gustav verbood het spul niet, maar geloofde zo heilig in de verdorvenheid van koffie en thee dat hij het proefondervindelijk wilde bewijzen. Hij bood twee broers, die ter dood waren veroordeeld, aan om hun straf omgezet te zien in levenslang, op voorwaarde dat de één tot zijn dood, als straf, drie koppen koffie per dag zou drinken en de ander drie koppen thee…

Nee, maar laat nou, tot ieders ontzetting, echt, die theedrinkende broer, daadwerkelijk (slik), als eerste overlijden… op 83-jarige leeftijd! (Even voor de duidelijkheid in de 18de eeuw was 83 een uitzonderlijk hoge leeftijd. Arme Gustav III zelf haalde dat niet, omdat ie lang voordien werd vermoord: Tijdens een gemaskerd bal, met een kogel afgevuurd door een adelsman die zijn privileges in gevaar zag (zo nobel). Het haalde destijds alle kranten (of wat daarvoor doorging), maar het is u vergeven als u hiervan niet op de hoogte was.). De koning had, onvrijwillig, proefondervindelijk aangetoond dat lood veel ongezonder is dan koffie of thee.

Niet dat de Zweedse overheid het toen opgaf, wat denkt u wel!? Koffie was verboden tussen 1794 en 1796 en toen nog eens tussen 1799 en 1802 en uiteindelijk tussen 1817 en 1823. Men kan dus echt niet zeggen dat ze het niet tot in den treure geprobeerd hebben! Zelfs je koffieservies kon verbeurd verklaard worden als je werd betrapt. Smokkelaars van het verderfelijke bruine goedje (waaronder zonder enige twijfel Nederlanders) verdienden goudgeld in die dagen.

Sinds die donkere tijden, nam het koffiedrinken een hoge vlucht in Zweden en in de omringende landen. Finland, dat al in 1809 onder Russisch bewind was gekomen, was dus aan de laatste verbodperiode ontkomen, maar Noorwegen, dat na 1814 een personele unie met Zweden had, kreeg die laatste poging nog mee. Daarna werd de aandacht verplaatst naar het uitbannen van alcohol en werden koffie en thee gemeengoed (en gezien als een heilzaam alternatief voor alcohol… het kan verkeren).

Tegenwoordig is de koffiecultuur een uitgesproken deel van de cultuur in alle noordelijke landen (alhoewel alcohol ook zijn deel opeist: In alle Noordelijke landen bestaan variaties op de Deense koffie: Brouw een kop diepzwarte koffie, gooi er een dubbeltje in, schenk er dan aquavit bij tot je het dubbeltje weer kan zien, proost). In Zweden heeft het een eigen werkwoord: Fika, d.w.z. koffiedrinken in gezelschap, met een koekje, vooral haver of amandelkoekjes. Er is ook het begrip “påtår”, wat wil zeggen dat als je in een café een kop koffie neemt, je ook een tweede kopje mag nemen (wel even vragen). In Nederland zou zoiets gelden als heiligschennis.

De koffiecultuur houdt ook vandaag de dag nog stand in Zweden en omringende landen (ondanks dat in alle bedrijven de koffiejuffrouw, die echte koffie zette met gekookte mellek, is vervangen door een apparaat dat er maar niet in slaagt kofffie (of thee) te produceren van vergelijkbare kwaliteit). Fika wordt zelfs gezien als een ontstressend ritueel dat helpt om saamhorigheid onder het personeel in stand te houden. Het is onderdeel van het geheel dat van de Noordse landen de gelukkigste naties op aarde maakt (Ja, daar hebben de inwoners van die landen nog wel een afwijkende mening over, maar zo is het)!

Ik vind koffie nog steeds niet te zuipen…, maar het ruikt wel lekker. De geur herinnert mij eraan hoe mijn moeder vroeger koffie zette, gemalen van bonen, met water uit een fluitketel en met gekookte melk erdoor. Ik liet de melk steeds overkoken, dus ik mocht alleen helpen met opgieten, beetje bij beetje. Lekker bakje, zeiden de gasten dan.

Posted in Paul Nijbakker, Standplaats Tornio | Tagged , | Leave a comment

Razzia

PaulZo’n dertig jaar geleden kwam mijn oudste oom onverwachts op visite op het adres alwaar ik destijds verbleef, positioneerde zichzelf op de bank met een neut op de koffietafel en de fles binnen handbereik, en begon te vertellen. Het ging over de oorlog…

Zoals iedereen van mijn leeftijd had ik als kind al het één en ander gehoord over de oorlog. Oom was in de Meidagen van 1940 hospik geweest in het Nederlandse leger en had geholpen bij de evacuatie van een ziekenhuis na het bombardement op Rotterdam. Over dat bombardement had ik ook heel wat gehoord. Heel mijn familie kwam uit de Maasstad en iedereen had het overleefd, maar daar wilde mijn oom het niet over hebben.

Ik had groot respect voor mijn oom. Als oudste zoon in een gezin met tien kinderen was hij een surrogaatvader geweest voor de jongsten, waaronder mijn moeder. Dat verantwoordelijkheidsgevoel dat hij had, lag ook aan de wortel van het relaas dat hij kwam vertellen die dag. Hij begon namelijk over de grote Razzia van Rotterdam, gisteren precies tachtig jaar geleden. Duizenden Wehrmachtsoldaten zetten de stad af en mannen werden van straat en uit huizen geplukt en afgevoerd. Zeker vijftigduizend zouden op transport gesteld worden naar Duitsland om daar slavenarbeid te verrichten in de plaats van Duitse mannen die naar het front waren gestuurd.

Mijn oom had vrijstelling. Hij had een baan bij een chemische fabriek, was getrouwd en er was een kind op komst, maar hij meldde zich toch, vrijwillig, omdat één van zijn jongere broers was opgepakt en hij vond dat hij die zeventienjarige losbol niet alleen op transport kon laten gaan. Twee uur lang vertelde mijn oom over wat er gebeurd was. Hij wist zich alles nog te herinneren, veel helderder dan ik het nu kan navertellen.

Mijn twee ooms hadden elkaar gevonden in de massa van opgepakte mannen en waren samen tewerkgesteld in een gasfabriek in Duisburg (of Düsseldorf). Ze zaten er opgesloten achter prikkeldraad en werden bewaakt door Oost-Europese hulptroepen van de Duitsers. Het eten was karig en slecht en het luchtalarm ging af met de regelmaat de klok. Zodanig vaak dat mijn jongere oom het wel geloofde. Juist toen de fabriek daadwerkelijk werd gebombardeerd haalde hij de schuilkelder niet en moest het hele inferno doorstaan, liggend op het spoor met de treinrails als enige beschutting.

Toen het bombardement voorbij was, bleken de omheiningen kapot en de bewakers waren gevlucht. Mijn ooms namen de kans waar om weg te lopen. Wekenlang trokken ze te voet door Duitsland, naar het Zuiden. Mijn oom wist zich nog de dorpjes herinneren waar ze doorheen trokken en de mensen die ze ontmoetten: Sommigen die hen hielpen met voedsel en (burger)kleding en sommigen die hen wegjoegen. Hij beschreef het pure geluk van een heet bad nadat je je maanden lang niet hebt kunnen wassen.

Hij vertelde ook dat ze bij een wegversperring wederom gevangen genomen werden. Ze moesten tankgrachten graven op een lege maag. Hij vertelde hoe ze een dikke Duitser beslopen die met een machinepistool een grote hoop gerooide aardappelen bewaakte. Toen hij hen ontdekte, bedelden ze om wat aardappels. “Aber nur einige,” zou de Duitser gezegd hebben. Niet lang daarna ontsnapten ze weer en trokken verder naar het Zuiden, totdat ze op een brug in Mulhouse aan de Rijn de Amerikanen tegen het lijf liepen.

Ze werden wederom op transport gesteld. Ditmaal naar Zuid Limburg waar ze aan een streng verhoor werden onderworpen door het Nederlandse militaire gezag. Toen duidelijk was dat ze geen landverraders waren, konden ze gratis meereizen met één van de eerste treinen die door bevrijd Nederland reed. Het was toen al begin Mei 1945. Ze kregen een lift van Breda naar Moerdijk in een DUKW, maar toen konden ze niet verder.

Ten noorden van de rivier was Nederland namelijk nog steeds bezet; de oorlog was nog niet officieel voorbij en de weilanden lagen vol landmijnen. Mijn jongere oom wilde het even aanzien, maar mijn oudste oom besloot ’s nachts de river over te steken in een roeiboot. Hij wist niet of zijn vrouw en het kind nog in leven waren en nu hij zo dichtbij was kon hij niet langer wachten. Hij vond ze uiteindelijk allebei veilig bij schoonfamilie. Iedereen in het grote gezin van mijn grootouders had uiteindelijk de oorlog en ook de hongerwinter overleefd.

Toen mijn oom stopte met vertellen, was de fles half leeg, maar hij leek niet in het minst onder de invloed. Hij stond op zonder te wankelen en vertrok. Ik heb hem nooit gevraagd waarom ie precies toen de behoefte had gevoeld me dit allemaal te vertellen en ik had er naderhand spijt van dat ik dat stukje familiegeschiedenis niet meteen in detail had neergeschreven. Tegen de tijd dat ik daar over peinsde waren allebei mijn ooms al lang overleden en ze kwamen enkel weer heel even tot leven, toen ik las over de herdenking van de razzia gisteren in Rotterdam. Ik zal op vrijdag een neut drinken op hun nagedachtenis. Proost!

Posted in Paul Nijbakker | Tagged , , | 2 Comments

Is het Needanjahoor? Ja hoor!

PaulHet is weer een kleine eeuwigheid geleden dat ik hier iets schreef, maar er viel een incidentje voor en dat kon er volgens velen niet mee door in Amsterdam jongstleden. Jazeker, Nederland en de stad Amsterdam werden het slachtoffer van een Israelische propagandastunt!

Maar eerst: Het is bijna een vereiste dat elk artikel dat niet rabiaat pro-Israël is moet beginnen met een alinea waarin het bestaansrecht van Israël (althans binnen de grenzen van 1948) wordt erkend, alsook dat de Joodse staat het recht heeft zich te verdedigen. Dames en heren in Amsterdam, dit was deze alinea…

De reden waarom ik dit blogje schrijf is mijn verbazing, ondanks alles wat ik in mijn nu toch al behoorlijk lange leven heb geleerd, over wat de Nederlandse, en in navolging de internationale, pers heeft bericht aangaande de gebeurtenissen in Amsterdam, toen Israëlische voetbalhooligans de stad onveilger mochten maken, om een wedstrijd bij te wonen. Volgens de Nederlandse dagbladen werden de onschuldige supporters gediscrimineerd, opgejaagd en aangevallen waar ze zich maar vertoonden. Het was een dramatisch bewijs van anti-semitisme onder de Neerlandsche bevolking. Zwaar beladen termen als pogrom en jodenjacht werden gebezigd (en daarmee ontkracht). Nederlandse politici spraken er meteen schande van en de internationale media kopieerden onmiddelijk dat sentiment.

Ik heb over het algemeen nog vertrouwen in de Nederlandse pers, getemperd door een gezonde scepsis. En bij het eerste tegengeluid reageerde ik ook aanvankelijk sceptisch, maar de beelden logen niet. Ik zag hooligans doen wat hooligans doen: vandalisme, provocaties, racistische liederen en de politie stond erbij en keek ernaar. De supporters van de Israëlische club staan bekend om hun openlijke racisme jegens Palestijnen en dat werd ook meteen duidelijk. Al die gewelddadige supporters dienden tot voor kort nog in het Israëlische leger en hebben in dus op de één of andere manier bijgedragen aan de bezetting en omsingeling van de overgebleven Palestijnse gebieden. Zoiets laat zijn sporen achter. En dat kwamen ze in de hoofdstad uitdragen.

Wanneer iemand in Nederland de dodenherdenking verstoord vinden we dat niet kunnen. Johan (Derksels), Sherry (Bidet), Mark (Oprutten): allemaal spreken ze er schande van! En het wordt breed uitgemeten in de media. Berispenswaardig gedrag voorwaar! Maar als Israëlische voetbalhooligans door de stille minuut voor de slachtoffers van de Spaanse overstromingsramp heenjoelen, lees ik niks in de krant. Een heel stadion vol getuigen, geen woord in het nieuws. Alleen via sociale media zag ik de beelden van het gedrag van de Israëlische hooligans.

Maar dan, opstootjes! Hun tegenstanders hadden van tevoren al besloten om in actie te komen, liet de politie weten. Dan denk ik: En die hooligans kwamen natuurlijk enkel met de intentie om thee te drinken en mee te zingen met de hit van Nicole (1982). Of toch niet? Het had er echt alle schijn van dat ze kwamen om herrie te schoppen en een confrontatie uit te lokken. Dat zou perfect passen in de propangandaoorlog die Israël voert tegen alles en iedereen die zich niet voegt naar hun lijn. En het scootertuig van de stad trapte er met open ogen in: Koren op de propagandamolen van Needanjahoor die toevallig net paraat stond om berichten over de anti-Israelische wandaden, gesponnen als puur anti-semitisme, de wereld in te slingeren. Alles wat verder nog nodig was, was om de berichtgeving in internationale media te sturen. Nog terwijl de opstootjes plaatsvonden draaide de propagandamachine op volle toeren.

Het was een gelegenheid te mooi om te laten schieten: Vlak na Trump’s herverkiezing en vlak vóór de herdenking van de Kristallnacht. Needanjahoor had toevallig ook direct twee vliegtuigen achter de hand om de zielige slachtoffers te evacueren vanachter een rijendik cordon van politiemensen en marechaussee. Wie heeft daar ooit van gehoord: Voetbalhooligans die geëvacueerd worden met speciale vluchten? Vergelijk dat met de evacuatie van buitenlandse burgers uit Libanon vanwege de Israëlische bombardementen op het buurland. De boodschap is overduidelijk: Israëliërs zijn slachtoffers, waar ze zich ook bevinden en wat ze ook uitvreten en daarom kunnen ze uitvreten wat ze willen, waar ze willen. Quod licet Iovi, non licet bovi. Het ligt er zo dik bovenop dat ik zelfs helemaal hier in Lapland kan ruiken dat het stinkt.

Posted in Jeremiades, Paul Nijbakker | Tagged | 5 Comments

Winter has come

Natuurlijk weten lezers dat deze Triumvirater in een Noordelijk gewest verkeerd, waar winterachtige toestanden verwacht kunnen worden zo vroeg als Oktober. Ook dit jaar kwam de eerste vorst in Oktober en in alle eerlijkheid was ook de vorige winter min of meer winterig, Op het eerste gezicht is dit een bericht dat eerdere berichten aangaande de kwakkelende winter in Finland tegenspreekt, maar de klimaatverandering die hier ongewoon warme zomers veroorzaakt kan nu ook ongewoon koude winters veroorzaken, indien de Golfstroom, die in Nederland relatief koele zomers en relatief milde winters met zich meebrengt, verzwakt (en daar zijn al aanduidingen voor).

De Finse media berichten dat Lapland ook dit jaar ondanks de koude temperaturen in Januari wederom een warmterecord boekte, mede omdat de echte winterkoude werd begrensd tot een week of twee. Ik voel mij nu helemaal blootgesteld aan een warmte offensief van medeblogger Cor in Bangkok.

Ja, ik ben aanmerkelijk grijzer maar ook aanmerkelijk mompeliger en mijmeriger dan voorheen. En dit is enkel het landschap in Tornio-Haparanda voordat de Rump werd herkozen. De Amerikaanse kiezers hadden de keus tussen een bedrieger die meermalen was aangeklaagd voor misdaden en iemand die misdadigers vervolgde en ze kozen in overweldigende meerderheid de bedrieger. Dat zegt iets over het belang van onderwijs in de rationele wereld.

Posted in Paul Nijbakker, Standplaats Tornio | Tagged | Leave a comment

Last Christmas

PaulNeen, dit blogje gaat niet over dat gare kerstliedje van Wham uit 1984 dat weldra de sfeer in ‘s lands winkelcentra tot in den treure gaat bederven. Het is natuurlijk geen toeval dat het juist uitkwam in dat dystopisch-symbolische jaartal, maar dat terzijde. Dit blogje gaat over het feit dat kerstmis 2024 (toevallig precies veertig jaar later) best wel eens de laatste kerst zou kunnen zijn die wij in relatieve vrede en veiligheid vieren.

Ja, waarde lezers, de spoeling is dun geweest in het einde-der-tijden-voorspellingen-genre de laatste jaren. Misschien werden ze overstemd door nieuws over daadwerkelijke rampen en ellende, of misschien denken de aanhangers van deze theorieën dat ze in tRump de man gevonden hebben die de Untergang des Abendlandes daadwerkelijk voor ze bewerkstelligen gaat, wie weet, maar ik heb al in geen tijden meer gehoord dat we allemaal gedoemd zijn op een specifieke datum.

fraser

Dus dacht deze Triumvirater, laat ik als jolige jongere oudere eens zelf zo’n samenzweringstheorie in het leven roepen en onlangs vond ik het ideale beginpunt: In Finse supermarkten werden kalenders voor het jaar 2025 nu al in de uitverkoop aangeboden! Wat heeft dit te betekenen? Staan we voor een situatie als de kalkoenenscheurkalender (na 24 December alleen nog blanco blaadjes)? Wil Big Printing nog snel even zijn slag slaan voordat we allemaal de grote shredder ingaan? Verklaart dit de grote prijsstijgingen dit jaar, d.w.z. de hoge heren en rijkelui proberen genoeg poen bijeen te graaien om snel een plaatsje in een schuilkelder te kopen voor het einde van de jaartelling?

Dat de grote ondergang aan gene zijde van de grote plas zal beginnen lijdt geen twijfel. U hoeft alleen maar de eerste drie dagen van het jaar op te zoeken. In het Engels spellen die WTF?! Het is nu al bijna zeker dat Rump de verkiezingen gaat winnen en daarna zal ie zijn van elke economische redelijkheid verschoonde strijdpunten verwerkelijken in de vage veronderstelling dat dat zijn investeringen helpen zal, ten koste van de complete Amerikaanse economie.

Die economie bevind zich al tijden in een uiterst precaire fase. De nationale schuld is hemelhoog en tevens de schulden van de bevolking zijn idioot hoog (mede door medische onverzekering). Tegelijkertijd zijn de koersen van aandelen en cryptovaluta hemelshoog, wat aangeeft dat veel van die flagrant overgewaardeerde koersen ondersteund worden door leningen. Op zijn beurt betekent dat, dat indien de koersen duikelen (wat ze onvermijdelijk moeten doen), dat aandelen en in hun spoor cryptovaluta (die immers door niets ondersteund worden) opeens een fractie waard zijn van hun opgeblazen waarde. Wanneer dat gebeurd, raad ik u aan op het eiland Texel een kopje koffie met gebak te gaan drinken, want weldra gaat dat behoren tot een voorrecht voor de allerrijksten.

Waarom zijn wij, het Triumviraat, die prat gaan op onze redelijkheid en gezond verstand, opeens overtuigd van de ondergang van alles waarmee wij als zekerheden opgroeiden? Ja, het aantal bomaanslagen in NL heeft er wel iets mee te maken. Het is volledig duidelijk dat qua intelligentie minder bedeelde medelanders, proberen om de rechtsstaat omver te werpen. En die rechtsstaat heeft zich teruggetrokken. Anders zou iedere bomaanslag immers gevolgd zorden door extreem zware gevangenisstraffen, toch? Toch? TOCH!? (… toch? Ik herinner mij dat ik ooit tot een heel jaar gevangenisstraf werd veroordeeld alleen omdat ik nee zei…)

Gelijk een van volk en vaderland vervreemde Valiant bevinden wij ons in een rationeel Andelkrag en buiten huilen de horden der emotie, die vol overtuiging de stormdram hanteren om onze ivoren toren te slechten. Iedere logische fallacy is een geaccepteerd wapen in de strijd en te weinig aanhangers zijn zich bewust van de drogredenen en daadwerkelijke leugens die in hun naam gespuid worden. Het is gemakkelijk te voorspellen dat de Verenigde Staten deze weg zullen gaan. En China zal ervan profiteren (Hebbu uw air fryer al kalltgestellt?).

Alle tekenen van een aanstaande depressie zijn aanwezig, Tot nu toe heeft het presidentschap van een impotente Democratische president het onvermijdelijke af weten te wenden, maar zodra Rump aan de macht komt en zijn isolationistische beleid doorzet, zal alles ineenstorten en geht das Abendland eindelijk, daadwerkelijk unter, heus wel, vast wel, welwel.

Posted in Jeremiades, Paul Nijbakker | Tagged | Leave a comment

Terwijl de Bommen vallen vóór de Stilte

Dit is mijn zeer vrije vertaling van Björn Afzelius’ lied “Medan bomberna faller” (Ik hoop dat mijn voormalige docenten in Groningen dit niet onder ogen krijgen.) met mijn kanttekeningen.

Kom ketters, kom zondaars, met zwaktes en karakterfouten,
maar die toch durven uit te komen voor wie ze zijn.
Ik biecht voor jullie, ik roep jullie op.
Ik wil altijd durven zeggen wat ik zie.
Ik ben een man met tekortkomingen, maar ik zoek de waarheid
en dat is meer dan je van de hypocrieten kan zeggen.
Dus wanneer de bommen vallen op de kinderen van Palestina
in tentenkampen in Zuid Libanon,
sta ik midden in de kerk en vraag de huichelaars
wie de Uitverkorenen de volgende keer zullen verbranden!

In veertig jaar is de situatie voor de Palestijnen enkel slechter geworden, maar Israëlische propaganda probeert ons te beletten om daar een ongezouten mening over te geven. Alle kritiek op Israël wordt afgedaan als anti-semitisme. Met name evangelische Gristenen roepen er ja en amen bij. Doch de atheisten zijn de echte slechterikken, moeten we geloven.

Kom, zeg eens iets over de hoeren, die iedereen verguist.
Maar ze laten zich enkel betalen voor hun service.
Wat te zeggen over de moralisten die koketteren met hun deugdzaamheid,
maar die geil zijn voor status en likes.
Moet een hoertje zich schamen met gebogen hoofd?
Er zijn immers veel grotere sletten.
Ja een verfijnde overklassedame is een dure warmwaterkruik,
want ze verwacht een luxueus lui leventje.
En als dan de liefde is bekoeld en het shoppen de overhand krijgt,
moet de kostwinner naar de hoeren voor een zoen.

De dames in Zweden hebben inmiddels bereikt dat de kostwinner niet meer naar de hoeren mág en claimen dat daarmee het prostitutieprobleem is opgelost. Vrouwen mogen nog wel hoer zijn, maar als klanten hen betalen, is de klant strafbaar. In de praktijk komt dat dus neer op broodroof en en het suggereert dat de overklassedames prostitutie nog steeds als schaamtelijk beschouwen. Het aantal huwelijken in Zweden loopt achteruit (net als in veel andere Westerse landen), maar ik denk niet dat dat komt door de hoeren…

Kom, zie de journalisten, die geselaars van de samenleving.
Velen van hen verspillen hun mogelijkheden.
Wat heb ik aan lafaards die de voorpagina’s bevuilen
met dorpsroddels en andere onbenulligheden?
Die enkel en alleen een column en een loon nastreven
en een stamkroeg waar ook beroemdheden komen,
terwijl anderen hun leven wagen om de waarheid aan het licht te brengen,
wat hun laffe redactie de stuipen op het lijf jaagt.
Ja, tegen die laatsten wil ik zeggen, voordat de stilte valt:
We hebben mensen nodig die hun roeping volgen!

In 1982 bestond het World-Wide Web nog niet, maar de aanklacht tegen journalisten die echte nieuwsgaring verruilen voor tendentieuze berichtgeving, leugens, roddels en propaganda is meer actueel dan ooit tevoren. Waarheidsvinding die niet strookt met politieke leugens wordt tegengewerkt en “alternatieve feiten” kunnen meedogenloze narcisten aan de macht brengen. Het publiek wordt in de tussentijd afgeleid met nonsens en valse verontwaardiging via sociale media. De stilte die is gevallen is een kakefonie van ongein en als journalisten zich daadwerkelijk bemoeien om de waarheid aan het licht te brengen, wagen zij tegenwoordig letterlijk hun leven. Dit jaar zijn er meer omgekomen dan ooit tevoren, vooral in Gaza.

Kom en zie de oude kameraden, die beginnen af te takelen,
gezien het gelul over een apolitieke samenleving.
Ja, het kan dan wel populair zijn om knuffelwoorden te gebruiken
en soft gedoe en “objectief” gezeik.
Maar hoe moet een versleten mijnwerker “inzetten op levenskwaliteit”?
Hoe moet een alleenstaande moeder “zichzelf verwerkelijken”?
Nee, politiek is geen modegril, niet trending of viral.
Voor de meesten van ons is het van levensbelang.
Ja, de eikels die het zich kunnen veroorloven zichzelf voorop te stellen,
die geven geen fuck om de rest van de mensheid.

Dit couplet verwijst naar hoe de sociaal-democraten in Zweden een burgerlijke partij werden en milde modetermen begonnen te gebruiken in plaats van strijdkreten, omdat politiek een vies woord was geworden. De gewone man heeft niks aan soft gezwam of, pakweg, “woke” activisme. Populistische politici geven maar al te graag af op de politieke clique en “the deep state” (suggererend dat zij zelf daar geen deel van uitmaken), met als doel dat de bevolking zich afkeert van het politiek proces, zodat zij ongehinderd hun gang kunnen en hun zakken kunnen vullen. De enigen die daar van profiteren zijn de rijke eikels.

Kom, jullie die fabrieken en kantoren bezetten,
wanneer ze het levensbrood uit je handen rukken.
En kom, jullie die jezelf aan de treinrails vastketenden,
om de sproeiers van Agent Orange te stoppen.
Kom, jullie die demonstreren voor ontwapening en vrede,
kom jullie die strijden voor kinderopvang.
En kom, jullie die de kracht hebben te vechten voor degenen die na ons komen,
in een tijd dat we bang zijn om kinderen te krijgen.
Ja, tegen jullie wil ik zeggen: Dit lied is voor jullie,
want jullie zijn de enige helden die we hebben.

In de jaren 80, zonder sociale media, waren mensen nog geëngageerd in sociale vraagstukken, voor vrede en veiligheid en voor het milieu. De mileuactivisten van vandaag de dag ketenen zich niet meer vast aan smeerpijpen of treinrails (in Zweden werd tot 1977 Agent Orange, onder de naam Hormoslyr, legaal gebruikt voor onkruidbestrijding, onder meer in spoorwegbermen), maar vandaliseren cultuurerfgoed in musea, waar helemaal niemand bij gebaat is. Wij hebben geen helden meer; populistische politici en influencers hebben die rol overgenomen.

Hier is het origineel op YouTube:

Posted in Kunst / Muziek, Paul Nijbakker | 1 Comment