Een Vlaamse Prince

These are the days
The world feels like it’s spinning round and round in reverse
These are the days
It feels like a new beginning
Back when we started first

Het zijn van die dagen. Dat je volledig verlamt, dat je op automatische piloot functioneert, dat de wereld en het leven aan je voorbij gaan en je met de moed de wanhoop naar dat leven graait als om het in handen te nemen en je zelfverzekerd en moedig je eigen pad gaat.

Twee gesprekken, twee ondernemers, hetzelfde onderwerp en een heel andere uitkomst. Waar bij de ene alle energie mijn lichaam verliet en bij de andere de vlinders terug hun weg vonden.

Ik ga het doen. Ja, ik ga het doen.

Want angst is een slechte raadgever maar met de realiteit wel rekening houden is ook belangrijk.

Angst duikt regelmatig op in dat moedige leven van mij. Ik geef hem te snel mijn hand en mijn hart. En mijn hoofd. Daarin is WOIII soms al bezig. Met de foute winnaar en de foute verliezer.

Wat ik leer: verliezen doe je altijd bij het maken van een keuze. Het is dat de beloning van het overwinnen zo heerlijk lijkt. Euh … is! IS! Ik zeg het.

Ja, ik ga het doen.

ps. Ik vind Milo Meskens de Vlaamse Prince. Helemaal off topic. (smile)

Er zijn lessen van het leven te leren. Ik leer veel … deze laatste tijd.

  • Dat ik in staat ben om heel graag te zien. Ook wanneer het moeilijk gaat. Dat had ik niet van mezelf gedacht. Of toch wel …
  • Dat ik blije fijne mensen in de buurt heb. Die mijn zottigheid omarmen met passie en goesting.
  • Dat ik ook hou van drama in mijn kleerkast. Wat zich manifesteerde in een bijzonder dramatisch kleed voor mijn fantastisch grote feest wat ik vanaf heden reken tot één van de mooiste avonden van mijn leven.
  • Dat ik helemaal gelukkig word van bezittelijke voornaamwoorden. Wanneer iemand me ‘ons Iris’ noemt, krimpt mijn buik en roffelt dat hart van mij extra snel.
  • Dat ik zielsverwant mag zijn van iemand die ik bewonder en waar ik ontzettend veel van hou.
  • Dat ik ik ben …

En dat dat goed is. Zo is dat.

Gestolen moment

Bij een uitvaart zit ik op de eerste rij … aan de andere kant, natuurlijk. Ik verstop me tijdens fotomomenten achter mijn lezenaar of haar. Omdat dat altijd de meest emotionele momenten zijn. Men voelt zich dan vrij om de tranen te laten stromen, om het verhaal te herbeleven, om de herinnering levend te ervaren.

Heel af en toe piep ik dan eens, meestal omdat ik glimlach en ook het verhaal herken. Bij zo’n oog-ontmoeting trilt het even in mijn borst en voel ik de emotie binnenkomen. Dat verpak ik zorgvuldig, ze mag nooit tot in mijn keel komen. Mijn stem klinkt immer vast en beheerst.

Vandaag keek ik van opzij in een aula die me onbekend was. De familie is me goed bekend en ik heb een persoonlijk aandeel bij dit afscheid. Tijdens het spelen van dit lied wist ik dat het een beladen verhaal was, eentje van plezier en vreugde, van terugkijken en mijmering.

Ik keek tussen mijn oogharen door en zag zijn zus heel stilletjes meezingen. Haar mond bewoog op exact dezelfde toon en hetzelfde ritme.

Ik kon er niets aan doen … een brede, stralende glimlach kwam op. Ik herinnerde me onze ontmoeting, waarbij ze schaterend over haar broer sprak en ze intens genoot van de herinnering.

Schoon is dat … zo schoon.

Ik ben een grave …

Wanneer je dokter zeer vroeg in de ochtend belt met de mededeling dat je NU moet komen, is dat niet echt een goed teken. Ik kan het weten. Ik kreeg dat telefoontje nu twee weken geleden.

Tussen de uitvaarten en het inpakken voor mijn Italiaanse vakantie door, plaatste ik een bloedverdunner in mijn buik en werd ik radiologisch en zelfs radioactief onderzocht. De ziekte van Graves. Past me … ik ben een grave … niet?

Er werd weer aan mijn fundament gemorreld. De maand juli stond in het teken van ziekenhuizen, operatie, behandelplan en enge onderzoeken. Het deed me weer wankelen. Ik wankel evenveel als ik wandel. Met gemiddelde snelheid.

Dan trek ik me terug, kruip ik in mijn schulp en zwijg ik. Langdurig en intens.

Gisteren sprak ik. Met lieve mensen die mijn gemompelde sorry bij dat tranendal niet aanvaardden en me over de schouders en het hart wreven. Ik zeg het dikwijls … ik meen het echt: ik heb geluk. Zoveel geluk.

En dat komt bij ongeluk zwaar van pas. Dank voor die bloemen! Kus van Iris

Heel kort, wegens wankel wezen en fragiliteit. Dikke dankjewel aan iedereen die me graag ziet. Zoveel berichtjes, zoveel aanbod van hulp, zoveel zorg en liefde …

De wereld is momenteel horizontaal. Mijn linkeroor werd voorzien van een prothese. Vol watten en draadjes hoor ik nog steeds niet beter. Maar ik hoop op beterschap.

Net zoals die lieve mensen om me heen.

Terwijl ik worstel met veel maagpijn wegens zware medicijnen, juich ik wanneer ik heel even de muur loslaat, ‘s ochtends op de weegschaal. Min vijf.

Was nu ook nog maar de temperatuur wat lager! (big smile, van rechteroor tot linkerwang. Dat oor … dat komt nog!)

Daar is ze, de gewoontelijke juni-huilbui. Al meer dan 34 jaar. Ze is vroeg. Gewoonlijk stroomt het tijdens het laatste weekend voor het einde van het schooljaar. Helemaal op, helemaal moe … meer dan 1000 bladzijde corrigeren is geen sinecure. Zeker niet wanneer er tijdsdruk achter zit. En dat in de week dat ik twee uitvaarten en één huwelijk schrijf en spreek. Vooral dat laatste geeft me de kriebels. Wie ben ik om tijdens een huwelijk mensen in het echt te verbinden? In het echt? Intecht geloof ik al jaren niet meer in het sacrament van het huwelijk. Dat is voor de volhouders, voor de harde vechters en werkers, voor de koppels die elkaar aanvaarden zoals ze zijn en die het beste met elkaar voor hebben.

Niet voor mij dus … al heb ik twee keer ontzettend mijn best gedaan.

En dan zijn er nog de tankkaarten waarvan ik de code niet kan achterhalen omdat de login flipt en ik zelfs geen nieuw wachtwoord kan aanvragen. De btw-aangifte die voor 30 juni binnenmoet. De rappel-brief van een auto-onderhoud dat me toen gratis werd toebedeeld. Evaluaties die moeten geschreven worden. Mijn eerste boek waar de layout voor geen meter klopt en ik die niet weet hoe ik dat moet aanpassen. En de onbetaalde uitgaande facturen die zich ook opstapelen. Waardoor, dat weet ik niet goed maar deze zelfstandige, sterke vrouw heeft vandaag even goesting om het hoofd neer te leggen.

Ondanks de jarenlange ervaring duurt het weer even voor ik begrijp wat er zich afspeelt. Ik ben moe. En het is juni. De rotste maand in het zesde leerjaar! Dit jaar zeker … wegens mijn papa die heel ziek is, de weinige tijd die ik doorbreng met mijn lieve vrienden waarvan ik er sommigen al bijna een jaar niet meer live heb gezien. O jee … er is een vriendin bij wie het bijna twee jaar geleden is … Dju toch, dju toch!

Dit is voor jou, dit is voor mij, dit is voor iedereen die altijd overblijft.

Hellup?

Het werd me in het verleden door deskundigen dikwijls in verschillende bewoordingen gezegd: ‘Gij moet wat meer hulp vragen.”

Terwijl een oud lief me ooit een prinses op de erwt noemde, wanneer ik voor de zoveelste keer naar mijn papa belde voor praktische dingen die mijn petje te boven gingen.

Het is een gevoel van onmacht, overmacht en druk. Wanneer er iets mis gaat, meestal met toestellen of apparaten die niet mijn vrienden zijn. Dit weekend ging mijn autoband plat. Zoonlief was meteen bereid om met me naar zo’n tankstation te rijden en dat ding op te pompen. Toen ik hem de dag nadien aan zijn kot in Antwerpen afzette, was de band na 30 km weer aan het platlopen.

De paniek die dan over mij komt, is van onevenaarbare grootte. Met al een hele tijd géén handige man in mijn leven bereikt dat gevoel alpinistische hoogten. (voor zover dat een woord is). In gedachten ga ik mijn agenda af en voel ik hoe die, volledig dichtgemetseld, ontoereikend is om bij een bandencentrale te geraken. En hoe zou ik die kunnen bereiken met een linkerachterband die om de 30 km leegloopt?

Als dan mijn auto ook nog tegen me praat, of liever gezegd, berichten stuurt, staat het huilen me nader dan het lachen.

Mijn leven leerde me dat ik voor mezelf kan zorgen. Dat ik ook best flink naar een telecombedrijf, energieleverancier of waterfirma kan bellen en vragen stellen en dingen regelen.

Maar … (op de toon van kabouter Lui…) Ik word daar zo moe van!!!!

Het is heerlijk om iemand in de buurt te hebben die allerlei dingen voor je regelt. Computerraad kreeg ik van die goede vriend die vorig jaar overleed, businessraad krijg ik van die andere vriend die er veel van kent. Ik omring me met -logen, – peuten en -tisten (zoals we dat in onderwijsjargon zeggen).

En toch … van die ene band geraak ik dan helemaal overstuur.

Tot die single collega me doodleuk zegt dat ik wel naar de VAB kan bellen. En ik dat dan toch maar avontuur. En zo’n typische knappe jonge getatoeëerde kerel naast mijn wagen krijg die bijzonder vriendelijk en met eindeloos geduld mijn ‘ikbeneenmeisjeenhebhulpnodig’- typetje opvangt en verzorgt.

Mijn ‘frank’ valt … ik vind het moeilijk om hulp te vragen. En het komt niet, als je het niet vraagt. Is dat met alles? Ahum …

Uitzaaiingen. Volgens mij loopt er ergens wel een tuinder rond die helemaal blij wordt van dat woord. Maar in mijn leven is het momenteel een verfoeilijke term.

Ik zou een zware eik doen ontkiemen als mijn hoeveelheid tranen niet zo zout zouden zijn. Dat er zoveel verdriet in één nietige menske als ik zit. Terwijl ik toch al veel gehuild heb in dat turbulente leven van mij. Maar nu weet ik het even niet meer. Het voelt verhard, beton in mijn buik en mijn hart, een hele autostrade die dwars door vreugde en vrolijkheid raast.

Plots krijgt mijn job een diepere laag. Ik voel hoe de krop in mijn keel zich roert tijdens een gesprek bij een familie die hun partner/papa verloor aan kanker. Op een half jaar helemaal verhaal uit. Ik knik en slik. Ik zwijg en luister. En rij nadien even bij het friendinneke binnen die me dichtbij houdt en knuffelt.

Het schiet door mijn hoofd dat het zo vervelend is om heel lang te zijn, dan. Onnozele gedachte die me plaagt wanneer ze op haar tenen staat om me te omhelzen.

De afgelopen tijd werd ik al vaak door lieve mensen geknuffeld. Dat doet deugd maar huilen doe ik op mijn eentje. Zoals ik dat zo dikwijls doe: alleen …

De zon gooit lage stralen op het kristal aan het raam van de woonkamer. Ik kijk naar links om ze te vangen in mijn adem en mijn borst. Zijn rode haren dansen aan de bovenkant van de zetel.

Ik glimlach tegen de leegte van de kamer en voel het borrelen ter hoogte van mijn hart.

Moederlijke bezorgdheid wisselt af met trots en vertrouwen en geloof en …

Het is uitdagend toe te kijken hoe mijn kind zich door de wereld baant, zijn agenda vult en te vol laat lopen. Dat heeft hij van iemand. Ik weet het. Terwijl hij mompelt en zegt: “Ik wil een week in een bos zitten zonder iemand te zien.”. Dat heeft hij van iemand. Ik weet het.

Hij doet dat goed. Dat kan ik enkel met zekerheid weten doordat hij zo ontzettend goed in het moment kan zijn. Zichzelf kan zijn. En fluitend en knipogend zijn fiets in het tuinhuis zet.

Liefde. Datist!

Geluk

Het begint als iets dat rustig kabbelt en zich traag roert …

Het volle besef komt binnen wanneer ik mijn ogen opsla van mijn boek. In het licht van een ondergaande zon lijkt mijn woonkamer warm en vooral heel rood. Het was de eerste zomerdag voor de lente begint.

Deze ochtend sprak ik een zeer emotioneel afscheid waarbij ik op het einde onverwacht een dikke knuffel kreeg van de zoon in kwestie. Zoveel verdriet en zoveel liefde op hetzelfde moment.

Wanneer ik mezelf een pannenkoek met ijs trakteer bij mijn vaste stekje, geniet ik met volle teugen van de rust die even bezit van me neemt. Wat heb ik hard gewerkt in de schoolvakantie. Dan krijg ik meer aanvragen omdat andere sprekers met hun gezin op reis gaan. Dat gezin heb ik niet meer dus veel tijd om te schrijven en te spreken.

Als ik na de pannenkoek in mijn vertrouwde zetel zit, word ik verrast door zoonlief en het lief die bijna wisten dat ik daar zou zijn. Een overwacht uitje … het kind is altijd om te kopen tot gezelschap houden met een croque monsieur.

Wanneer we nadien naar mijn ouders rijden om de banden van zijn fiets op te pompen, wordt hij aan het werk gezet door mijn vader die dikwijls vergeet dat hij bijna tachtig is en nog zware verbouwingsplannen heeft. Gelukkig dat zijn kleinzoon zware platen tilt alsof het lego is.

Hij wordt door zijn bompa naar huis gevoerd en ik heb een gesprek met mijn moeder over de mensen die we zo missen en dat dat gemis alleen maar groter wordt. We spreken af dat we dinsdagavond samen naar de voorstelling van zoonlief gaan en dat we dan het lief gaan halen aan het station.

Met een theatervoorstelling van het jeugdvriendinnetje dat ik al meer dan een half jaar niet meer zag in het vooruitzicht, tut ik me wat op en kijk ik in de spiegel naar mijn ouderwordend hoofd dat straalt en glimlacht alsof ze de lotto won.

Zo voelt dat misschien wel? De lotto winnen? Vandaag zit mijn hart in mijn keel en brandt het achter mijn ogen.

Wat heb ik een geluk met mijn leven. Dat heet dan gelukkig zijn. Maar dat is weer een heel ander liedje. Dat zing ik ooit nog wel eens … Vandaag? Vandaag blijft het stil geluk zich opstapelen in mijn hart. Dat heet ook liefde … in grote getale. Dank je, leven! Dank je!