Kleine stapjes

Een gezin “managen” blijkt nog wel iets anders dan terug starten op de werkvloer, ook al is dat slechts 12u.

Dag één was hartverwarmend en overweldigend: een plant op mijn nieuwe bureau die me welkom heette, mijn +1 die me hartelijk welkom heette, en alle mogelijke collega’s die hun hoofd binnenstaken om te laten weten dat ze blij waren dat ik er weer was.

Mijn wereld stond in zekere zin dan wel anderhalf jaar stil, de wereld daarbuiten deed dat allerminst en dus ook op het werk was wel een en ander veranderd, al voelde het toch als thuiskomen. Veel nieuwe info zorgde ervoor dat ik na mijn eerste vier werkuurtjes uitgeput (en hees), maar ergens wel gerustgesteld, naar huis trok.

Dag twee startte even veelbelovend, maar op de een of andere manier voelde ik de spanning in mijn lijf opbouwen en de paniekaanval op weg naar huis kwam dus niet helemaal uit de lucht vallen. Anders dan vroeger kreeg ik de stress echter na enkele uren thuis min of meer terug uit mijn lijf en kon ik min of meer loslaten (met dank aan onze nieuwe huisgenoot, waar ik het nog wel eens over heb), al bleef er wel iets van hangen, want na het weekend reed ik met datzelfde mindere gevoel terug naar het werk…

Ik besef echter dat ik hier (nog) geen waarde aan moet hechten; ik moet het tijd geven. Tijd om mijn draai weer te vinden daar buiten, tijd om mijn plaats terug te vinden op de werkvloer, tijd om voor mezelf te ontdekken of het goed was om terug te keren naar waar het allemaal begon. Gelukkig kan ik daar goed met Lief over babbelen, en moedigt hij mij aan om babystapjes te zetten en niet te hard van stapel te lopen.

Ik kom er wel weer, waar dat ook moge wezen…

Anderhalf jaar later…

Anderhalf jaar nadat ik “uitviel” – want ja, de batterij was plat -, plan ik heel voorzichtig mijn terugkeer naar het échte leven.

Ik leefde onder een stolp, wou wel maar kon gewoonweg niet. Het frustreerde me, het enerveerde me, het maakte me stapelgek. Het werd heel erg donker in mijn hoofd. Alles wat ik normaal gezien leuk vind, kreeg me niet vooruit. Ik wou lezen, maar kon niet (Engels leek zelfs Chinees). Ik wou fotograferen, maar raakte niet verder dan enkele kiekjes met mijn gsm.

Ik hield dan maar krampachtig vast aan het leven dat ik zelf mee op de wereld zette en voor wie ik wel verder moest ploeteren: mijn kinderen. Ze zullen het nooit weten, maar ze waren mijn redding, mijn houvast.

Het duurde lang voor er weer iets binnenkwam, voor er weer iets binnen kon komen, voor ik iets kon en wou binnenlaten, maar op een dag stond ik aan zee naar het ruisen van de golven te kijken en besefte ik dat het vanaf toen enkel beter kon en zou gaan.

Natuurlijk viel ik toen nog eens van mijn sokkel, maar het ging beter. Het ging steeds beter, tot ik een paar weken geleden tegen het Lief opperde dat ik eraan dacht om opnieuw te starten. Hij vroeg voorzichtig of ik het wel zeker was, maar ja… ik denk dat ik het zeker weet.

Hello world, this is me, de herboren, zij het nog fragiele, versie..

Stukjes burn-out

Serotonine, het gelukshormoon dat ik blijkbaar tekort heb.

In een poging dit (en mijn tekort aan vitamine D) op te krikken, sleep ik de zetel uit de veranda naar buiten, duffel mezelf in en doe daar mijn dutjes, in de buitenlucht (wat goed is voor baby’s, kan niet slecht zijn voor volwassenen).

Het helpt voorlopig niet, maar het schijnt dat ik geduldiger moet zijn.

Ik wandel, zet voet voor voet, stap voor stap, ademhaling op de cadans van mijn stappen. Het is alleen toch telkens weer zo’n opgave om mezelf naar buiten te sjotten. Het liefst sluit ik mij eigenlijk gewoon op, terwijl de natuur mij net adem geeft.

En adem kom ik nog steeds tekort. Figuurlijk, maar ook letterlijk. Ik heb de fysieke impact van een burn-out zo hard onderschat.

Mijn verzet brokkelt af; ik had nooit kunnen vermoeden dat ik zo lang thuis zou zijn. En al helemaal niet dat de gedachte aan een terugkeer mij op vandaag nog zo hard zou verlammen.

Stap voor stap…

Stukjes burn-out

Ik had gedacht dat ik dat katje wel eens rap ging geselen: enkele weken rust en dan zou ik er wel weer staan.

Na twee weken ziekteverlof waarin ik ook écht ziek was en met moeite mijn bed uit geraakte, begon het mij te dagen dat ik niet zo fluks weer zou rechtstaan als ik had gedacht.

Ik heb van horen zeggen dat verzet het enkel erger maakt en je er beter kunt induiken als je dan toch al zo diep zit. Time will tell. Ik heb alvast besloten niet bij de pakken te blijven zitten.

Af en toe zal hier overigens iets achter een wachtwoord verschijnen (aan te vragen via het contactformulier), omdat sommige dingen er nu eenmaal ook bijhoren, maar het toch een beetje handig kan zijn om te weten wie wat leest.

1000 vragen aan jezelf, afl. 45

441. Hoe persoonlijk is je inrichting?

Niet zo persoonlijk eigenlijk; het is hier vooral functioneel en op maat van de kinderen. Nu ze wat groter zijn, zouden we eens werk willen maken van opfrissingswerken (schilderen) en het dan wat gezelliger willen inrichten (staat overigens op mijn 101/1001).

442. Welke songtekst heb je jarenlang fout meegezongen?

Oei oei, daar weet ik niet direct een antwoord op.

443. Zou je veel hoogtepunten willen meemaken als dat betekent dat je ook veel dieptepunten meemaakt?

Extremen hoeven niet per se, maar diepe dalen zorgen er wel voor dat je de kleine gelukjes meer weet te appreciëren.

444. Met wie had je onlangs een leuk gesprek?

Ik had gisteravond een goed gesprek met mijn collega. Vandaag is een asociale en teruggetrokken dag. Ik had er nood aan.

445. Wat drink je het meest op een dag?

Spuitwater.

446. Welk liedje heb je het laatst gezongen?

Pipi in de zee, zo aanstekelijk!

447. Kun je lachen om jezelf?

O ja, heel zeker wel! Dat is ook noodzakelijk, vind ik.

448. Wanneer heb je voor het laatst een hoofdmassage gehad?

Dat moet woensdag geweest zijn, door de dochter. Ze vindt dat zelf leuk, en vraagt daarom altijd aan mij of ik een hoofdmassage wil. Daarmee bedoelt ze eigenlijk dat zij een hoofdmassage wil. 🙂

449. Hoe ziet je favoriete zondagochtend eruit?

Op ’t gemak; no rush.

450. Maak je weleens een lange wandeling in je eentje?

Ja, maar da’s nu eigenlijk al heel lang geleden. Ik zou dat misschien wat vaker moeten doen.

1000 vragen aan jezelf, afl. 44

431. Vind je het belangrijk om je stem te laten horen?

Ik ben geen tafelspringer of luide roeper, maar als ik ergens achter sta, doe ik wel mijn mond open en laat ik al dan niet letterlijk mijn stem horen.

432. Wat snap je niet van het andere geslacht?

Dat ze zo makkelijk kunnen loslaten, zie ook vraag 434 (en mijn vorige post).

433. Kun je jezelf goed vermaken?

Ja zeker!

434. Kun je makkelijk dingen van je af zetten?

Het hangt ervan af welke dingen dat zijn, maar iets dat diep gaat, heeft bij mij tijd nodig om uit mijn systeem te geraken.

435. Hoe vol is je boekenkast?

Niet zo vol meer. Vroeger had ik hópen boeken, maar die heb ik grotendeels weggegeven. Ik lees haast uitsluitend op mijn Kindle. Zelfs voor de kinderen koop ik ondertussen nog maar weinig boeken; we gaan daarentegen wel regelmatig naar de bib.

436. Ben je tevreden met je handschrift?

Ja. Ik vind dat ik best wel mooi kan schrijven en hoor dat af en toe bevestigd (al kan ik ook echt kribbelen).

437. Kunnen je handen maken wat je hoofd wil?

Ik ben niet zo handig. Er zijn dingen die ik zou willen kunnen, maar waar ik niet aan begin (zoals naaien).

438. Hoe vaak kijk je dagelijks in de spiegel?

Niet vaak eigenlijk. Er zijn zelfs dagen dat ik met nat haar zonder in de spiegel te kijken naar het werk vertrek en dan in de lift op het werk moet vaststellen dat ik beter toch eens door mijn haar was gegaan (en dan alsnog probeer die wilde sprieten plat te duwen voor de spiegel in de lift tussen het gelijkvloers en de 3e verdieping).

439. Klaag je snel over lichamelijke kwaaltjes?

Nee. Er zijn weinig mensen die weten dat ik chronische rug- en nekpijn heb.

440. Like je wel eens berichten op Facebook die je eigenlijk helemaal niet leuk vindt?

Facebook gaat tegenwoordig gelukkig al iets verder dan enkel liken, maar als iets mij niet aanspreekt, reageer ik doorgaans gewoon niet.

Half mei hield ik mij voor dat het bijna verlof was, dat ik niet moest trunten en dat ik nog even op mijn tanden moest bijten, omdat ik dan op mijn positieven zou kunnen komen.

Anderhalve week ver in mijn verlof heb ik hartkloppingen en wordt het ijl in mijn hoofd als ik eraan denk dat ik over twee weken weer moet gaan werken.

Of hoe dat los-laten zo hard niet lukt…