Een gezin “managen” blijkt nog wel iets anders dan terug starten op de werkvloer, ook al is dat slechts 12u.
Dag één was hartverwarmend en overweldigend: een plant op mijn nieuwe bureau die me welkom heette, mijn +1 die me hartelijk welkom heette, en alle mogelijke collega’s die hun hoofd binnenstaken om te laten weten dat ze blij waren dat ik er weer was.
Mijn wereld stond in zekere zin dan wel anderhalf jaar stil, de wereld daarbuiten deed dat allerminst en dus ook op het werk was wel een en ander veranderd, al voelde het toch als thuiskomen. Veel nieuwe info zorgde ervoor dat ik na mijn eerste vier werkuurtjes uitgeput (en hees), maar ergens wel gerustgesteld, naar huis trok.
Dag twee startte even veelbelovend, maar op de een of andere manier voelde ik de spanning in mijn lijf opbouwen en de paniekaanval op weg naar huis kwam dus niet helemaal uit de lucht vallen. Anders dan vroeger kreeg ik de stress echter na enkele uren thuis min of meer terug uit mijn lijf en kon ik min of meer loslaten (met dank aan onze nieuwe huisgenoot, waar ik het nog wel eens over heb), al bleef er wel iets van hangen, want na het weekend reed ik met datzelfde mindere gevoel terug naar het werk…
Ik besef echter dat ik hier (nog) geen waarde aan moet hechten; ik moet het tijd geven. Tijd om mijn draai weer te vinden daar buiten, tijd om mijn plaats terug te vinden op de werkvloer, tijd om voor mezelf te ontdekken of het goed was om terug te keren naar waar het allemaal begon. Gelukkig kan ik daar goed met Lief over babbelen, en moedigt hij mij aan om babystapjes te zetten en niet te hard van stapel te lopen.
Ik kom er wel weer, waar dat ook moge wezen…