Vanaf maart 2025 is mijn nieuwe fotogids van de libellen van Nederland, België en Luxemburg verkrijgbaar via bol.com, enkele buitencentra van Staatsbosbeheer, Vermandel in Hulst en bij de Veldshop in Groningen. De gids is natuurlijk ook rechtstreeks bij mij te bestellen.
Voor het 14-e jaar heb ik in het Leersumse Veld voor Staatsbosbeheer weer de libellenmonitoring uitgevoerd. In 2024 nam het aantal libellen gelukkig weer toe nadat in de jaren daarvoor de droogte voor een drastische afname zorgde. Maar 2025 was een absoluut topjaar met bijna 8000 getelde exemplaren! Vooral het voorjaar sprong er uit: enorme aantallen viervlekken (ongeveer 2000) en watersnuffels (ongeveer 4000) waren er te zien. Ook waren alle Nederlandse soorten witsnuitlibel weer paraat. De tengere pantserjuffers en de gewone pantserjuffers deden het wat minder goed doordat de larfjes die in april uit de eitjes kwamen voor een groot deel op het droge terecht kwamen en niet in het water. Dat kwam doordat de eitjes in september bij een zeer hoge waterstand waren afgezet in de pitrus op de grens van water en land en in april uitkwamen toen het water al weer aan het zakken was. In de nazomer en herfst waren de aantallen heidelibellen opvallend laag. Vooral de zwarte heidelibel zag ik erg weinig. Deze soort gaat ook landelijk achteruit. Het is niet te hopen dat het voorjaar van 2026 weer net zo droog wordt als dat van 2025, want dan ligt de plas in de zomer waarschijnlijk weer droog en dat is voor libellenlarven die in het voorjaar uit het ei komen geen goed begin.
In 2024 telde ik voor het dertiende jaar de libellen in het Leersumse Veld. Deels langs een vaste route die ik loop voor de Vlinderstichting, deels op andere plaatsen in het veld en langs de plasjes. Het was een bijzonder jaar. We hadden na enkele jaren met zeer droge zomers te maken met een bijzonder nat jaar. Het water in de plassen heeft de laatste dertig jaar nog nooit zo hoog gestaan. Op diverse plaatsen ontstonden tijdelijke plasjes en diverse paden waren lange tijd niet begaanbaar.
Mijn vaste telroute stond lange tijd geheel onder water, zodat ik die pas vanaf juli weer kon monitoren. Maar libellen zijn gek op water en die vonden hun weg wel! Bij diverse kleinere, nieuw ontstane plasjes heb ik alternatieve routes gelopen. Daar doken ook een paar soorten op die juist van deze omstandigheden houden. In andere jaren zag ik bijvoorbeeld af en toe een paar zwervende heidelibellen, dit jaar verschenen er half mei al uitgekleurde mannetjes en vrouwtjes en zagen we eiafzet in een ondiepe plas. Vanaf half juli slopen de eerste verse exemplaren uit. Ik telde er in totaal meer dan 200! Eind augustus waren ze weer verdwenen. Een andere soort die zich veel meer liet zien dan in andere jaren was de tengere grasjuffer. De watersnuffel was na de droge jaren bijna verdwenen, maar ook die was nu weer aanwezig in aantallen vergelijkbaar met die van voor 2018.
Wil je alles lezen? Bekijk dan onderstaand verslag.
Ook in 2023 heb ik weer mijn monitoringroutes en routes door het Leersumse Veld gelopen. In 2022 was er na de droge jaren daarvoor weer een flinke stijging van het aantal libellen te zien. In de zomer van 2022 droogde de plas niet zo erg uit als daarvoor en ik verwachtte dan ook een verdere stijging van het aantal soorten en individuen te zien. Maar niets was minder waar: vrijwel alle soorten liepen weer flink terug. Vooral de bruinrode heidelibel leverde flink in, maar ook de tengere pantserjuffer deed het niet goed. Aan water geen gebrek in 2023: de stand was hoger dan in 2022. De eerste berichten van de Vlinderstichting over de telroutes in 2023 geven hetzelfde beeld. Er was een flinke afname van het aantal libellen. Leuk was wel dat ik voor het eerst een mannetje oostelijke witsnuitlibel kon verwelkomen en dat ik twee copula’s en vijf mannetjes sierlijke witsnuitlibel kon bijschrijven!
Mijn monitoringsverslag van 2021 is af. Ook in 2021 daalde helaas het aantal waargenomen individuen in het Leersumse Veld weer behoorlijk: ongeveer 25 % dan vorig jaar. De vier soorten witsnuitlibellen zag ik helemaal niet en de viervlek en de watersnuffel moest ik flink naar zoeken.
Positief puntje dit jaar: de zwervende pantserjuffer deed het goed! Omdat het iets minder warm en droog was en er in nazomer en herfst wat meer regen viel staat er nu, begin december, gelukkig weer wat meer water in de plassen dan in de drie voorgaande jaren.
Eigenlijk gaat dit over de PAARDENBIJTER, maar hij zwerft meer dan dat hij paarden bijt…………
Paardenbijter, mannetje, 19/10/2022
Tijdens het tellen van libellen in het veld of op een vaste route vraag ik me af en toe af of ik dat beestje misschien net ook al geteld heb en daarmee dus een dubbeltelling invoer. Nee, zeg ik dan tegen mezelf, dat is niet erg, want je hebt er waarschijnlijk meer gemist dan je er gezien hebt. Toch bevredigt dat niet helemaal, maar je kunt er ook niet veel aan veranderen. Bovendien is het zo dat je, als je een libel op de grens van 2 trajecten waarneemt terwijl hij van het ene traject naar het andere vliegt, hem zelfs twee keer moet invoeren.
Deze herfst kwam ik er achter dat je niet bang hoeft te zijn dat je te veel exemplaren doorgeeft. In een opmerking op het forum van waarneming.nl kwam ik een artikel tegen van Niek Haak uit Middelburg over glazenmakers, met name de zuidelijke glazenmaker en de paardenbijter, waarin hij beschreef hoe je glazenmakers individueel kunt herkennen. Dat triggerde mij en vanaf dat moment heb ik alle paardenbijters die ik tegenkwam en die op een bruikbare manier gingen zitten op de foto gezet. Bruikbaar wil zeggen: zodanig dat de celstructuur in de vleugels goed te zien was en de cellen te tellen waren. Dat viel door lichtval en scheef zitten nog niet altijd mee, maar meestal lukte het goed.
Op de foto van een vrouwtje hier boven heb ik de vleugelvelden die ik voor de individuele herkenning gebruikt heb voor de duidelijkheid ingekleurd.
Bovenstaande foto toont een mannetje met de vleugeldetails ernaast. De detailfoto’s hier onder geven een indruk van de variatie in het aantal cellen per veld.
Van 22 september tot 27 oktober heb ik in het Leersumse Veld 117 paardenbijters gefotografeerd. Ik haal er een paar opvallende gegevens uit. Allereerst heb ik van alle gefotografeerde paardenbijters er maar drie ook nog op een andere dag teruggezien. Eén mannetje was op 6, 11 en 19 oktober aanwezig. Een ander mannetje op 11 en 18 oktober en weer een andere op 11 en 19 oktober. Je weet dan natuurlijk nog steeds niet of hij al die tijd aanwezig was of dat hij tussendoor is weggeweest. Verrassend vond ik dat ik van de 27 mannetjes die ik op 11 oktober op de foto zette er later maar twee terug zag. Nog verrassender was dat ik van de 15 individuen die ik op 18 oktober fotografeerde er niet één terugzag op 19 oktober, terwijl ik er toen 35 !! fotografeerde. Blijft natuurlijk de vraag wat er aan de hand is: waren ze er wel maar lieten ze zich op die tijd even niet zien of waren ze echt vertrokken.
Voor alle waarnemingsdagen geldt dat ik er veel minder gezien meende te hebben: ik heb er bijvoorbeeld op 19 oktober acht ingevoerd op waarneming.nl voordat ik de foto’s had geanalyseerd.
Na 19 oktober liepen de aantallen snel terug en zag ik er nog maar twee of drie per dag. Mijn laatste paardenbijter dit jaar was een eiafzettend vrouwtje op 1 november.
Paardenbijters kun je vaak in groepen zien jagen. Ze zijn niet territoriaal. Niek Haak heeft van duizenden waarnemingen de foto’s geanalyseerd en komt tot de conclusie dat paardenbijters niet lang op dezelfde plaats blijven. Ik liep steeds ongeveer twee tot drie uur op het zelfde traject van ongeveer 200 meter heen en weer en zelfs dan fotografeerde ik in die korte tijd maar zelden het zelfde beest twee of meer keer. De Engelse naam heeft hij natuurlijk niet voor niets gekregen: migrant hawker.
Hier is het verslag van mijn libellenmonitoring in het Leersumse Veld, 2022. Na enkele zeer droge zomers in 2019 en 2020 liepen de aantallen libellen hard terug in 2021. Ook een aantal soorten verdween volledig: alle vier de soorten witsnuit misten compleet, de aantallen watersnuffel en azuurwaterjuffer kelderden en ook de viervlek decimeerde in aantal. In de zomer van 2021 viel er iets vroeger dan in de jaren daarvoor wat regen en in 2022 stond er t/m half augustus nog voldoende water, van september tot eind december lagen de plassen droog bijna droog, maar het veenmospakket langs de randen bleef nat en de bodem was ook niet kurkdroog. Wellicht was dit toch de reden dat de aantallen libellen weer fors hoger waren dan in 2021. Hopelijk komt er nog flink wat regen in de eerste drie maanden van 2023, want half december stond er 20 cm. minder water dan in 2021.
Bij het maken van het monitoringsverslag over 2022 kom ik tot de ontdekking dat het verslag van 2021 nog niet op mijn libellenpagina staat. bij deze dan maar….!