Je eerste wordt geboren en de toekomst lacht je gezin toe. Eens de stress van die eerste papfles voorbij weet je perfect waar je met je kind naartoe wil. Tot … ja, tot je jezelf tegenkomt.
Je wil je kind boetseren met de beste voornemens: sociaal, evenwichtig, gezond, liefst ook nog een beetje intelligent. Tot je merkt dat net jouw kind zich niet in dat ideaalbeeld laat wringen. Wie kent het gevoel niet? Dat je kind je door de handen glipt, dat je er geen vat op hebt, dat hij net datgene doet waar jij hem voor behoedt? Dat hij huilt wanneer hij moet lachen, boos is wanneer hij blij moet zijn, wegloopt wanneer hij bij jou moet blijven. Terwijl jij je kinderen opvoedt, voeden je kinderen jou op.
Hoe verandert een kind jou als ouder? Misschien kun je je beter afvragen wat er niet verandert. Je went aan de rommel in huis. Aan eetvlekken op je kleren die je pas ziet wanneer je net de trein bent opgestapt. Aan verdriet dat je alweer niet hebt zien aankomen. Aan een gekloven lip omdat jij net even de andere kant opkeek.
Kommer en kwel? Soms wel, ja. Maar in ruil krijg je momenten van intens geluk, gierend lachen bij de zoveelste zottigheid, gelukzalig slapen in je armen, een onvoorwaardelijke knuffel. Opvoeden is een emotionele achtbaan. Het kan je de schrik van je leven bezorgen, maar je evengoed overladen met tomeloos genot. Het klinkt allemaal een beetje klef, ik weet het, maar ook dat moet kunnen als je je kind opvoedt. ‘Opvoeden is meegroeien’, klink het motto van de Week van de Opvoeding. De nagel op de kop.
Peter Heirman
(Bron: Visie, 20.05.2011)
Lees verder →