Zoals inmiddels gebruikelijk volgt ook aan het einde van 2025 weer een overzicht van het afgelopen jaar.
Januari
Het jaar begon ronduit spectaculair, met twee soorten die nog niet eerder in Nederland waren gezien. De eerste dagen zat ik op Texel, waar ik naast gebruikelijke schaarse overwinteraars (zoals de 2 zeldzame rotganzen en Fraters) ook de bekende adulte Roze Spreeuw zag in Den Burg. Op vrijdag 3 januari reden we in de haven van Oudeschild, toen berichten binnenkwamen dat op Neeltje Jans een Pacifische Parelduiker was ontdekt door Sven Valkenburg. Op zondag twitchten Frank en ik deze nieuwe soort voor Nederland in de stromende regen. Het was heel lang geleden dat ik zo vroeg in het jaar al een nieuwe soort zag (Witbandkruisbek, op nieuwjaarsdag 2014). Aan het eind van de maand zagen Frank, mijn vader en ik de duiker opnieuw. Nu was het wel droog, maar bleef de duiker helaas op grote(re) afstand.
En dan was de koek voor de rest van de maand nog bij lange na niet op. Een week later zagen Frank en ik namelijk weer een zeldzame duiker. Op de Kagerplassen zwom namelijk een jonge Geelsnavelduiker. Het kostte een dagje rondrijden door het gebied, maar aan het eind van de middag konden we dan eindelijk genieten van deze enorme duiker. Het betrof geen nieuwe soort voor ons, want 12 jaar ervoor zagen we (na ook al een lange dag zoeken, toen zelfs vanaf het water) de vogel van het Grevelingenmeer.


De beste soort van de maand (en het jaar) werd gevonden op 13 januari. Ik zat in Den Haag in een overleg dat de rest van de dag zou duren, toen de berichten binnenstroomden: op Texel was een mannetje Brileider gevonden. Ongeloof natuurlijk in heel vogelend Nederland, en zelfs in vogelend Europa kwam dit nieuws hard aan. Zelf kon ik pas twee dagen later (op woensdagmiddag). Samen met Daan van Braak en Lobke Bekkema miste ik de eend echter pijnlijk vanwege hardnekkige mist, en dat tijdens een rapportage voor Vroege Vogels waarin wij drieën hoofdpersonen waren… Gelukkig kwam het later in de week helemaal goed. Toen zwom de Brileider bovendien kortere tijd mooi dichtbij. In die week wisten we natuurlijk ook niet dat deze Nearctische eidersoort maandenlang aanwezig zou blijven en zelfs in het najaar weer zou terugkeren op deze plek. In de maanden hieronder komt deze geweldige eidersoort daarom meermaals terug. Vanwege de vele geweldige soorten in januari laat ik de subzeldzaamheden ditmaal even voor wat ze zijn (denk aan o.a. IJseenden en Roodhalsganzen).
Februari
Ook in februari bezochten we de Brileider. Leuke bijvangsten op Texel waren 2 IJseenden in de Mokbaai en 2 Dwergganzen langs de Redoute. Een van de Dwergganzen was geringd en betrof een terugkerende vogel. Verder waren er in Nederland weinig hoogtepunten die het vermelden waard zijn.
De laatste dagen van februari en de eerste dagen van maart zaten Coen van Nieuwamerongen, Daan van Braak, broer Frank en ik in Estland. De Stellers Eiders lieten zich fraaier zien dan van tevoren gedacht. Oeraluil, Hazelhoen en Auerhoen waren andere ornithologische hoogtepunten, al zagen we van die laatste alleen vrouwtjes. Het grootste hoogtepunt van de reis betrof een Lynx, die zich ruim voor het invallen van de avondschemering langdurig en fraai in de telescoop liet zien.





Maart
Maart was wederom een rustige maand. In Alphen a/d Rijn zagen we 4 Kwakken. Op Texel mochten we in Oost een fraaie Europese Kanarie bewonderen vanuit de verwarmde ‘vogelkijkhut’ van Ruud van Beusekom.
April
Begin april was goed voor mijn derde nieuwe soort van het jaar. In de ochtend van 9 april stond ik in de duinen bij Egmond, waar de avond ervoor een Havikarend was gaan slapen. Tegen 10 uur kwam de Havikarend uit het bos gevlogen, cirkelde een tijdje op enige afstand en vloog daarna hoog en hard naar zuid. Fijn om deze soort na alle debacles van de afgelopen jaren eindelijk in ons land te mogen zien!
Op 19 april bezochten we de bekende Bronskopeend bij Rozenburg, na een leuke ochtend vogelen op Goeree-Overflakkee (met o.a. Strandplevier, Dwergstern en teruggekeerde zomergasten). De eend zwom helaas wel aan de overkant van de Nieuwe Waterweg. Op de Veluwe zagen we eind april een baltsende Draaihals. De volgende dag vormden een zingende Oehoe, meerdere Porseleinhoentjes en een zeer fraaie man Grauwe Kiekendief het hoogtepunt tijdens een Big Day in de omgeving van Wageningen. Eind april en begin mei zat ik weer op Texel. De laatste dagen van april zag ik daar mijn 12e Roodkopklauwier in Nederland en een fraaie Hop.
Mei
Op 1 mei zag ik mijn persoonlijke hoogtepunt van het voorjaar. Samen met Han Zevenhuizen en broer Frank vond ik in de Tuintjes een zeer fraaie man Ortolaan, die zich ongeveer een uur lang aan belangstellenden liet bewonderen. Texel was verder goed voor een adulte vrouw Grauwe Franjepoot in de Nederlanden, 1 fraaie Bijeneter in en rondom de Cocksdorp, een kortstondige waarneming van 5 Bijeneters over de vuurtoren en last-but-not-least, een zeer fraaie Nachtzwaluw ter plaatse op het strand bij de Eierlandse Dam.
Bij thuiskomst bleek de Groene Jonker erg leuk voor steltlopers. Zo zag ik er een groepje Zilverplevieren en een Steenloper. Ook zat er een (verdacht) groepje van 3 Sneeuwganzen.
Juni
De zomer was relatief rustig. Op 1 juni vlogen twee Witwangsterns over Willeskop. Helaas pikten we de vogels net iets te laat op om ze echt mooi te kunnen zien (of voor een bewijsplaatje). Het enige weekendje Texel in juni bleek goed voor een nieuwe Texelsoort: in het Wagejot zagen we een door Diederik Kok gevonden Dougalls Stern. Ook zagen we op Texel verschillende Duinparelmoervlinders.
Juli
Half juli brachten we voor de verandering een lang weekend door in Vlagtwedde (Oost-Groningen). We zagen tijdens dit weekend o.a. Adder, Witwangstern en verschillende Grauwe Kiekendieven. We bezochten ook meerdere keren de Lachsterns bij Oude Pekela. De terugweg bracht ons langs de Weerribben, waar we verschillende Zilveren manen en Grote vuurvlinders zagen.
Een zomers weekendje op Texel resulteerde helaas niet in zeldzame steltlopers. Wel leuk was een overvliegende Zwarte Ooievaar en schaarse dagvlinders in de vorm van Gele luzernevlinder en Kommavlinders.
Augustus
Op vrijdagochtend 8 augustus gingen Frank en ik voor het werken nog even naar buiten, en dat was erg succesvol. Bij Tull en ’t Waal (omgeving Houten) liep een Bunzing in een boomgaard en iets verderop zagen we de Grijze Wouw opvliegen uit zijn meidoorn en daarna een tijdje cirkelen. Op de terugweg reden we langs de Hoogekampse Plas, waar een Gestreepte Strandloper liep. Een week later was ons jaarlijkse rondje door de kop van Noord-Holland goed voor een jonge Grauwe Franjepoot, een zingende Graszanger, een off-season Roodhalsgans en een Lachstern (alsof we er in juli nog niet genoeg gezien hadden in Groningen…). Aan het eind van de maand bezochten we Nederlands derde (en ook mijn derde) Purperkoet bij Zevenhuizen en zagen we op dezelfde dag bij Hazerswoude mijn fraaiste Roodpootvalk ooit.
September
Begin september brachten Daan van Braak, Evert Florijn, Jorian Eijkelboom, broer Frank en ik een paar dagen door op Schiermonnikoog. Schiermonnikoog zelf bracht ons ‘slechts’ een fraaie Fluiter. De heen- en terugweg waren stiekem veel onderhoudender dan Schiermonnikoog zelf. Op de heenweg zag Evert in het Lauwersmeergebied, net buiten het dorp Anjum, namelijk ineens een Bonte Kraai lopen naast de auto. De terugweg was nóg leuker en verliep via de Eemshaven. Net buiten het Lauwersmeer, bij Vierhuizen, pikte Frank vanuit de auto een Zwarte Ooievaar op. In de Eemshaven was de bekende handtamme Amerikaanse Goudplevier natuurlijk de absolute blikvanger. Ik blijf het geweldig vinden om zeldzaamheden op zéér korte afstand te kunnen bewonderen…. Terwijl we buitendijks naar deze dwaalgast stonden te kijken, begon er binnendijks ineens een Graszanger te zingen. Erg leuk, en zeker voor de provincie Groningen. Tijdens de zoektocht naar de Graszanger joegen we een Kwartel op en zagen we een Gele luzernevlinder. Dat smaakte naar meer (zie oktober…). Door de grote afstand tussen de Eemshaven en Woerden stopten we tijdens de terugrit tweemaal: bij de Oostvaardersplassen (Zwarte Ibis, Vis- en Zeearend) en Eemnes (Roodpootvalk).
Half september bezochten we opnieuw de Oostvaardersplassen, ditmaal vanwege een vermeende Grijze Strandloper. We zagen de bewuste vogel, bovendien waren de Oostvaardersplassen verder goed voor een adulte en juveniele Witvleugelstern en opnieuw veel Zeearenden. Een paar dagen bleek het echter toch om een Kleine Strandloper te gaan en niet om een Grijze. Jammer, want nu hebben wij nog steeds geen Grijze Strandloper in Nederland (of de wereld). Drie bezoekjes aan de Maasvlakte in drie dagen tijd waren goed voor respectievelijk een handtamme Vos, Noordse Pijlstormvogel en 3 Vaal Stormvogeltjes en opnieuw een Noordse Pijlstormvogel. Tussendoor zag ik een Kwak in Alphen aan den Rijn.
Het laatste weekend van september brachten we op Texel door, en dat bleek achteraf een zeer goede keuze. Op het Renvogelveld foerageerde een Grauwe Franjepoot en over zee vloog een IJseend. Terwijl wij in de Mandenvallei aan het bikkelen waren, kwam de melding van een Kleine Kokmeeuw binnen tijdens een pelagic vanuit Den Helder, georganiseerd door Dagje in de Natuur. Gezien de relatief korte afstand tot het eiland hoopten Frank, mijn vader en ik de vogel ergens op de zuidpunt van Texel terug te vinden. Op de eerste locatie (veerhaven) was het direct raak: na een paar minuten van veel Kokmeeuwen afscannen, vloog daar ineens de adulte Kleine Kokmeeuw! Voor ons allen betrof het een nieuwe soort, en dat op ons geliefde Texel. De vogel zou ongeveer 6 weken blijven hangen en afwisselend het Marsdiep, de veerhaven van Den Helder en de veerhaven van Texel aandoen.
Oktober
Oktober was zeer succesvol, ondanks dat ik deze maand geen nieuwe soorten zag. Het begon met het weekend van 10-12 oktober, op (wederom) Texel. De Brileider was de dagen ervoor weer teruggevonden en liet van zeer dichtbij zien. We zagen opnieuw de Kleine Kokmeeuw. Ook leuk was een ter plaatse Grote Pieper op de dijk aan de noordkant van de Mokbaai. De dagen erna zaten Daan van Braak, Frank en ik in de Eemshaven. Zoals ik al bij september aangaf, die ene middag in de Eemshaven smaakte naar meer en nu zaten we er maar liefst drie dagen. Het stelde echter enigszins teleur, met als resultaat ‘slechts’ 2 Bladkoningen en een overvliegende Grote Pieper.
Vervolgens werd het weer tijd voor Texel. We verbleven er tijdens het DB-weekend en de week erna (16-26 oktober). In Alphen aan den Rijn, waar ik Frank ophaalde, vlogen 2 Kroeskoppelikanen recht over de auto (…). Mogelijk was dit een teken, want het DB-weekend zal de boeken ingegaan zijn als het meest succesvolle DB-weekend ooit. Er werden voldoende subzeldzaamheden gevonden, waarvan ik o.a. een Rosse & Grauwe Franjepoot, Bladkoningen, 2 waarschijnlijke Siberische Braamsluipers en Dwerggors zag. De absolute klapper was de Giervalk die op korte afstand een Houtduif zat te slopen. Een Steppeklapekster in de Slufter was landelijk gezien echter zeldzamer en had van mij de verrekijker mogen winnen. De longstayers Kleine Kokmeeuw en Brileider werden ook nog volop gezien, al lieten wij ze dit weekend even voor wat ze waren. Opvallend waren ook de Pimpelmezen die het eiland overspoelden, er moeten er letterlijk 10.000-en geweest zijn. De week na het weekend was iets rustiger (dat kan ook bijna niet anders), maar waren wel goed voor mijn 1e Texelse Grijze Wouw (in de Muy), een fraaie Vale Gierzwaluw bij de vuurtoren en een zeer fraaie Vorkstaartmeeuw in de veerhaven (die af en toe samen in één beeld te zien was met de Kleine Kokmeeuw…).
November
Het jaar 2025 zou ook de boeken ingaan als het jaar waarin Frank en ik voor het eerst een Deception Tours-weekend bezochten op Vlieland. Tijdens DT3 (31 oktober – 2 november) zaten we voor de verandering eens bij ‘de buren’. Er blijkt niets boven Texel te gaan, want het hoogtepunt van het weekend was een nachtvlinder… (Houtkleurige vlinder). Qua vogels kwamen we niet verder dan 2 Bladkoningen, een overvliegende Buidelmees, groepjes Kruisbekken (die een dag lang de boeken ingingen als Grote Kruisbekken), Zwarte Rotgans en een tweetal fraaie Kleine Jagers. Langs de zuidpier van IJmuiden zagen Frank en ik op een vrijdagochtend 2 Kuifaalscholvers, maar helaas geen Vorkstaartmeeuw (die er de dagen ervoor zat) of IJsduiker (die er enkele dagen later ontdekt werd en langere tijd zou blijven)…
Tijdens de Sinterklaasintocht waren we op Texel. Opnieuw zagen we de Brileider. In Den Burg zagen we ook onze eerste Taigaboomkruiper van het jaar. Eenmaal thuis leverde een rondje door Breeveld (Woerden) zowaar wat leuks op, in de vorm van een Siberische Tjiftjaf. Tot slot bezochten Frank en ik de Purperkoet aan het einde van de maand.
December
De laatste maand van het jaar bracht mijn 5e en laatste nieuwe soort van het jaar (na Pacifische Parelduiker, Brileider, Havikarend en Kleine Kokmeeuw). Op zaterdag 14 december lag ik nog in bed, toen Tim Schipper en Thomas Avila Lutke Schipholt op Texel een Maskergors vonden. Niet veel later zat ik in de auto naar Texel, maar in eerste instantie liep de twitch uit op een sof. De gors (waar een kleine influx van gaande was dit najaar) schitterde de rest van de dag namelijk door afwezigheid. Gelukkig waren Frank en ik in de gelegenheid om een nachtje op Texel te overnachten. En zo stonden we de volgende ochtend opnieuw langs de Pontweg. Het duurde even (hierdoor, en door de harde wind, hadden we de hoop al bijna opgegeven), maar tegen 10 uur begon de Maskergors ineens te roepen en zagen we hem uiteindelijk subliem in een stukje met riet en wilgenopslag (veel beter gezien dan onderstaande foto).
Texel was opnieuw goed voor de Brileider. Zoals wel vaker sinds de terugvondst in oktober zat de vogel op de kant, wellicht iets vaker dan zou moeten. Op 28 december raapte Ecomare de vogel verzwakt op en wordt gepoogd de vogel op te lappen. Hopelijk houdt ‘Brillie’ het vol in de opvang… De laatste dagen van het jaar waren ook zeer succesvol, met twee zeer leuke soorten in de regio (samen met Sneeuwgans mijn enige nieuwe regiosoorten dit jaar). Ten eerste konden Daan van Braak en ik de eerder gemelde Taigaboomkruiper herlokaliseren in het Reeuwijkse Hout. Het bleken er zelfs 2 te zijn! Op tweede kerstdag zien we een nog betere soort, want Frank ontdekte op Botshol een Kleine Topper, een soort die niet eerder in onze regio te zien was. De eend kon succesvol getwitcht worden door een handjevol mensen, maar was de dagen erna onvindbaar.



















































































































































































































