Jaarverslag 2025

Zoals inmiddels gebruikelijk volgt ook aan het einde van 2025 weer een overzicht van het afgelopen jaar.

Januari
Het jaar begon ronduit spectaculair, met twee soorten die nog niet eerder in Nederland waren gezien. De eerste dagen zat ik op Texel, waar ik naast gebruikelijke schaarse overwinteraars (zoals de 2 zeldzame rotganzen en Fraters) ook de bekende adulte Roze Spreeuw zag in Den Burg. Op vrijdag 3 januari reden we in de haven van Oudeschild, toen berichten binnenkwamen dat op Neeltje Jans een Pacifische Parelduiker was ontdekt door Sven Valkenburg. Op zondag twitchten Frank en ik deze nieuwe soort voor Nederland in de stromende regen. Het was heel lang geleden dat ik zo vroeg in het jaar al een nieuwe soort zag (Witbandkruisbek, op nieuwjaarsdag 2014). Aan het eind van de maand zagen Frank, mijn vader en ik de duiker opnieuw. Nu was het wel droog, maar bleef de duiker helaas op grote(re) afstand.

En dan was de koek voor de rest van de maand nog bij lange na niet op. Een week later zagen Frank en ik namelijk weer een zeldzame duiker. Op de Kagerplassen zwom namelijk een jonge Geelsnavelduiker. Het kostte een dagje rondrijden door het gebied, maar aan het eind van de middag konden we dan eindelijk genieten van deze enorme duiker. Het betrof geen nieuwe soort voor ons, want 12 jaar ervoor zagen we (na ook al een lange dag zoeken, toen zelfs vanaf het water) de vogel van het Grevelingenmeer.

Pacifische Parelduiker – Pacific Loon
Geelsnavelduiker – Yellow-billed Loon

De beste soort van de maand (en het jaar) werd gevonden op 13 januari. Ik zat in Den Haag in een overleg dat de rest van de dag zou duren, toen de berichten binnenstroomden: op Texel was een mannetje Brileider gevonden. Ongeloof natuurlijk in heel vogelend Nederland, en zelfs in vogelend Europa kwam dit nieuws hard aan. Zelf kon ik pas twee dagen later (op woensdagmiddag). Samen met Daan van Braak en Lobke Bekkema miste ik de eend echter pijnlijk vanwege hardnekkige mist, en dat tijdens een rapportage voor Vroege Vogels waarin wij drieën hoofdpersonen waren… Gelukkig kwam het later in de week helemaal goed. Toen zwom de Brileider bovendien kortere tijd mooi dichtbij. In die week wisten we natuurlijk ook niet dat deze Nearctische eidersoort maandenlang aanwezig zou blijven en zelfs in het najaar weer zou terugkeren op deze plek. In de maanden hieronder komt deze geweldige eidersoort daarom meermaals terug. Vanwege de vele geweldige soorten in januari laat ik de subzeldzaamheden ditmaal even voor wat ze zijn (denk aan o.a. IJseenden en Roodhalsganzen).

Brileider – Spectacled Eider
Brileider – Spectacled Eider

Februari
Ook in februari bezochten we de Brileider. Leuke bijvangsten op Texel waren 2 IJseenden in de Mokbaai en 2 Dwergganzen langs de Redoute. Een van de Dwergganzen was geringd en betrof een terugkerende vogel. Verder waren er in Nederland weinig hoogtepunten die het vermelden waard zijn.

De laatste dagen van februari en de eerste dagen van maart zaten Coen van Nieuwamerongen, Daan van Braak, broer Frank en ik in Estland. De Stellers Eiders lieten zich fraaier zien dan van tevoren gedacht. Oeraluil, Hazelhoen en Auerhoen waren andere ornithologische hoogtepunten, al zagen we van die laatste alleen vrouwtjes. Het grootste hoogtepunt van de reis betrof een Lynx, die zich ruim voor het invallen van de avondschemering langdurig en fraai in de telescoop liet zien.

Stellers Eider – Steller’s Eider (photo: Coen van Nieuwamerongen)
Hazelhoen – Hazel Grouse (photo: Coen van Nieuwamerongen)
vrouwtje Auerhoen – female Western Capercaillie
Oeraluil – Ural Owl
Euraziatische Lynx – Eurasian Lynx

Maart
Maart was wederom een rustige maand. In Alphen a/d Rijn zagen we 4 Kwakken. Op Texel mochten we in Oost een fraaie Europese Kanarie bewonderen vanuit de verwarmde ‘vogelkijkhut’ van Ruud van Beusekom.

Europese Kanarie – European Serin
Europese Kanarie doet agressief tegen Roodborst – aggressive European Serin

April
Begin april was goed voor mijn derde nieuwe soort van het jaar. In de ochtend van 9 april stond ik in de duinen bij Egmond, waar de avond ervoor een Havikarend was gaan slapen. Tegen 10 uur kwam de Havikarend uit het bos gevlogen, cirkelde een tijdje op enige afstand en vloog daarna hoog en hard naar zuid. Fijn om deze soort na alle debacles van de afgelopen jaren eindelijk in ons land te mogen zien!

Op 19 april bezochten we de bekende Bronskopeend bij Rozenburg, na een leuke ochtend vogelen op Goeree-Overflakkee (met o.a. Strandplevier, Dwergstern en teruggekeerde zomergasten). De eend zwom helaas wel aan de overkant van de Nieuwe Waterweg. Op de Veluwe zagen we eind april een baltsende Draaihals. De volgende dag vormden een zingende Oehoe, meerdere Porseleinhoentjes en een zeer fraaie man Grauwe Kiekendief het hoogtepunt tijdens een Big Day in de omgeving van Wageningen. Eind april en begin mei zat ik weer op Texel. De laatste dagen van april zag ik daar mijn 12e Roodkopklauwier in Nederland en een fraaie Hop.

man Grauwe Kiekendief – male Montagu’s Harrier
Hop – Eurasian Hoopoe

Mei
Op 1 mei zag ik mijn persoonlijke hoogtepunt van het voorjaar. Samen met Han Zevenhuizen en broer Frank vond ik in de Tuintjes een zeer fraaie man Ortolaan, die zich ongeveer een uur lang aan belangstellenden liet bewonderen. Texel was verder goed voor een adulte vrouw Grauwe Franjepoot in de Nederlanden, 1 fraaie Bijeneter in en rondom de Cocksdorp, een kortstondige waarneming van 5 Bijeneters over de vuurtoren en last-but-not-least, een zeer fraaie Nachtzwaluw ter plaatse op het strand bij de Eierlandse Dam.

Bij thuiskomst bleek de Groene Jonker erg leuk voor steltlopers. Zo zag ik er een groepje Zilverplevieren en een Steenloper. Ook zat er een (verdacht) groepje van 3 Sneeuwganzen.

Ortolaan – Ortolan Bunting
Bijeneter – European Bee-eater
Sneeuwgans – Snow Goose

Juni
De zomer was relatief rustig. Op 1 juni vlogen twee Witwangsterns over Willeskop. Helaas pikten we de vogels net iets te laat op om ze echt mooi te kunnen zien (of voor een bewijsplaatje). Het enige weekendje Texel in juni bleek goed voor een nieuwe Texelsoort: in het Wagejot zagen we een door Diederik Kok gevonden Dougalls Stern. Ook zagen we op Texel verschillende Duinparelmoervlinders.

Duinparelmoervlinder – Niobe Fritillary

Juli
Half juli brachten we voor de verandering een lang weekend door in Vlagtwedde (Oost-Groningen). We zagen tijdens dit weekend o.a. Adder, Witwangstern en verschillende Grauwe Kiekendieven. We bezochten ook meerdere keren de Lachsterns bij Oude Pekela. De terugweg bracht ons langs de Weerribben, waar we verschillende Zilveren manen en Grote vuurvlinders zagen.

Een zomers weekendje op Texel resulteerde helaas niet in zeldzame steltlopers. Wel leuk was een overvliegende Zwarte Ooievaar en schaarse dagvlinders in de vorm van Gele luzernevlinder en Kommavlinders.

Gekleurringde Lachstern – colour-ringed Gull-billed Tern
Grauwe Kiekendief – Montagu’s Harrier
Adder – Northern Viper
Reuzenstern – Caspian Tern
Zwarte Ooievaar – Black Stork
Kommavlinders – Silver-spotted Skippers

Augustus
Op vrijdagochtend 8 augustus gingen Frank en ik voor het werken nog even naar buiten, en dat was erg succesvol. Bij Tull en ’t Waal (omgeving Houten) liep een Bunzing in een boomgaard en iets verderop zagen we de Grijze Wouw opvliegen uit zijn meidoorn en daarna een tijdje cirkelen. Op de terugweg reden we langs de Hoogekampse Plas, waar een Gestreepte Strandloper liep. Een week later was ons jaarlijkse rondje door de kop van Noord-Holland goed voor een jonge Grauwe Franjepoot, een zingende Graszanger, een off-season Roodhalsgans en een Lachstern (alsof we er in juli nog niet genoeg gezien hadden in Groningen…). Aan het eind van de maand bezochten we Nederlands derde (en ook mijn derde) Purperkoet bij Zevenhuizen en zagen we op dezelfde dag bij Hazerswoude mijn fraaiste Roodpootvalk ooit.

Spotvogel in Breeveld – Icterine Warbler
Grauwe Franjepoot – Red-necked Phalarope
Roodpootvalk – Red-footed Falcon
Roodpootvalk – Red-footed Falcon

September
Begin september brachten Daan van Braak, Evert Florijn, Jorian Eijkelboom, broer Frank en ik een paar dagen door op Schiermonnikoog. Schiermonnikoog zelf bracht ons ‘slechts’ een fraaie Fluiter. De heen- en terugweg waren stiekem veel onderhoudender dan Schiermonnikoog zelf. Op de heenweg zag Evert in het Lauwersmeergebied, net buiten het dorp Anjum, namelijk ineens een Bonte Kraai lopen naast de auto. De terugweg was nóg leuker en verliep via de Eemshaven. Net buiten het Lauwersmeer, bij Vierhuizen, pikte Frank vanuit de auto een Zwarte Ooievaar op. In de Eemshaven was de bekende handtamme Amerikaanse Goudplevier natuurlijk de absolute blikvanger. Ik blijf het geweldig vinden om zeldzaamheden op zéér korte afstand te kunnen bewonderen…. Terwijl we buitendijks naar deze dwaalgast stonden te kijken, begon er binnendijks ineens een Graszanger te zingen. Erg leuk, en zeker voor de provincie Groningen. Tijdens de zoektocht naar de Graszanger joegen we een Kwartel op en zagen we een Gele luzernevlinder. Dat smaakte naar meer (zie oktober…). Door de grote afstand tussen de Eemshaven en Woerden stopten we tijdens de terugrit tweemaal: bij de Oostvaardersplassen (Zwarte Ibis, Vis- en Zeearend) en Eemnes (Roodpootvalk).

Bonte Kraai – Hooded Crow
Zwarte Ooievaar – Black Stork
Amerikaanse Goudplevier – American Golden Plover
Amerikaanse Goudplevier – American Golden Plover
Gele luzernevlinder – Pale Clouded Yellow
Roodpootvalk – Red-footed Falcon

Half september bezochten we opnieuw de Oostvaardersplassen, ditmaal vanwege een vermeende Grijze Strandloper. We zagen de bewuste vogel, bovendien waren de Oostvaardersplassen verder goed voor een adulte en juveniele Witvleugelstern en opnieuw veel Zeearenden. Een paar dagen bleek het echter toch om een Kleine Strandloper te gaan en niet om een Grijze. Jammer, want nu hebben wij nog steeds geen Grijze Strandloper in Nederland (of de wereld). Drie bezoekjes aan de Maasvlakte in drie dagen tijd waren goed voor respectievelijk een handtamme Vos, Noordse Pijlstormvogel en 3 Vaal Stormvogeltjes en opnieuw een Noordse Pijlstormvogel. Tussendoor zag ik een Kwak in Alphen aan den Rijn.

Het laatste weekend van september brachten we op Texel door, en dat bleek achteraf een zeer goede keuze. Op het Renvogelveld foerageerde een Grauwe Franjepoot en over zee vloog een IJseend. Terwijl wij in de Mandenvallei aan het bikkelen waren, kwam de melding van een Kleine Kokmeeuw binnen tijdens een pelagic vanuit Den Helder, georganiseerd door Dagje in de Natuur. Gezien de relatief korte afstand tot het eiland hoopten Frank, mijn vader en ik de vogel ergens op de zuidpunt van Texel terug te vinden. Op de eerste locatie (veerhaven) was het direct raak: na een paar minuten van veel Kokmeeuwen afscannen, vloog daar ineens de adulte Kleine Kokmeeuw! Voor ons allen betrof het een nieuwe soort, en dat op ons geliefde Texel. De vogel zou ongeveer 6 weken blijven hangen en afwisselend het Marsdiep, de veerhaven van Den Helder en de veerhaven van Texel aandoen.

Kwak – Black-crowned Night Heron
Vos – Red Fox
Kleine Kokmeeuw – Bonaparte’s Gull
Kleine Kokmeeuw – Bonaparte’s Gull

Oktober
Oktober was zeer succesvol, ondanks dat ik deze maand geen nieuwe soorten zag. Het begon met het weekend van 10-12 oktober, op (wederom) Texel. De Brileider was de dagen ervoor weer teruggevonden en liet van zeer dichtbij zien. We zagen opnieuw de Kleine Kokmeeuw. Ook leuk was een ter plaatse Grote Pieper op de dijk aan de noordkant van de Mokbaai. De dagen erna zaten Daan van Braak, Frank en ik in de Eemshaven. Zoals ik al bij september aangaf, die ene middag in de Eemshaven smaakte naar meer en nu zaten we er maar liefst drie dagen. Het stelde echter enigszins teleur, met als resultaat ‘slechts’ 2 Bladkoningen en een overvliegende Grote Pieper.

Vervolgens werd het weer tijd voor Texel. We verbleven er tijdens het DB-weekend en de week erna (16-26 oktober). In Alphen aan den Rijn, waar ik Frank ophaalde, vlogen 2 Kroeskoppelikanen recht over de auto (…). Mogelijk was dit een teken, want het DB-weekend zal de boeken ingegaan zijn als het meest succesvolle DB-weekend ooit. Er werden voldoende subzeldzaamheden gevonden, waarvan ik o.a. een Rosse & Grauwe Franjepoot, Bladkoningen, 2 waarschijnlijke Siberische Braamsluipers en Dwerggors zag. De absolute klapper was de Giervalk die op korte afstand een Houtduif zat te slopen. Een Steppeklapekster in de Slufter was landelijk gezien echter zeldzamer en had van mij de verrekijker mogen winnen. De longstayers Kleine Kokmeeuw en Brileider werden ook nog volop gezien, al lieten wij ze dit weekend even voor wat ze waren. Opvallend waren ook de Pimpelmezen die het eiland overspoelden, er moeten er letterlijk 10.000-en geweest zijn. De week na het weekend was iets rustiger (dat kan ook bijna niet anders), maar waren wel goed voor mijn 1e Texelse Grijze Wouw (in de Muy), een fraaie Vale Gierzwaluw bij de vuurtoren en een zeer fraaie Vorkstaartmeeuw in de veerhaven (die af en toe samen in één beeld te zien was met de Kleine Kokmeeuw…).

Brileider – Spectacled Eider
Giervalk – Gyr Falcon
Vale Gierzwaluw – Pallid Swift
Vorkstaartmeeuw – Sabine’s Gull

November
Het jaar 2025 zou ook de boeken ingaan als het jaar waarin Frank en ik voor het eerst een Deception Tours-weekend bezochten op Vlieland. Tijdens DT3 (31 oktober – 2 november) zaten we voor de verandering eens bij ‘de buren’. Er blijkt niets boven Texel te gaan, want het hoogtepunt van het weekend was een nachtvlinder… (Houtkleurige vlinder). Qua vogels kwamen we niet verder dan 2 Bladkoningen, een overvliegende Buidelmees, groepjes Kruisbekken (die een dag lang de boeken ingingen als Grote Kruisbekken), Zwarte Rotgans en een tweetal fraaie Kleine Jagers. Langs de zuidpier van IJmuiden zagen Frank en ik op een vrijdagochtend 2 Kuifaalscholvers, maar helaas geen Vorkstaartmeeuw (die er de dagen ervoor zat) of IJsduiker (die er enkele dagen later ontdekt werd en langere tijd zou blijven)…

Tijdens de Sinterklaasintocht waren we op Texel. Opnieuw zagen we de Brileider. In Den Burg zagen we ook onze eerste Taigaboomkruiper van het jaar. Eenmaal thuis leverde een rondje door Breeveld (Woerden) zowaar wat leuks op, in de vorm van een Siberische Tjiftjaf. Tot slot bezochten Frank en ik de Purperkoet aan het einde van de maand.

Taigaboomkruiper – Eurasian Treecreeper
Siberische Tjiftjaf – SIberian Chiffchaff
Purperkoet – Western Swamphen

December
De laatste maand van het jaar bracht mijn 5e en laatste nieuwe soort van het jaar (na Pacifische Parelduiker, Brileider, Havikarend en Kleine Kokmeeuw). Op zaterdag 14 december lag ik nog in bed, toen Tim Schipper en Thomas Avila Lutke Schipholt op Texel een Maskergors vonden. Niet veel later zat ik in de auto naar Texel, maar in eerste instantie liep de twitch uit op een sof. De gors (waar een kleine influx van gaande was dit najaar) schitterde de rest van de dag namelijk door afwezigheid. Gelukkig waren Frank en ik in de gelegenheid om een nachtje op Texel te overnachten. En zo stonden we de volgende ochtend opnieuw langs de Pontweg. Het duurde even (hierdoor, en door de harde wind, hadden we de hoop al bijna opgegeven), maar tegen 10 uur begon de Maskergors ineens te roepen en zagen we hem uiteindelijk subliem in een stukje met riet en wilgenopslag (veel beter gezien dan onderstaande foto).

Texel was opnieuw goed voor de Brileider. Zoals wel vaker sinds de terugvondst in oktober zat de vogel op de kant, wellicht iets vaker dan zou moeten. Op 28 december raapte Ecomare de vogel verzwakt op en wordt gepoogd de vogel op te lappen. Hopelijk houdt ‘Brillie’ het vol in de opvang… De laatste dagen van het jaar waren ook zeer succesvol, met twee zeer leuke soorten in de regio (samen met Sneeuwgans mijn enige nieuwe regiosoorten dit jaar). Ten eerste konden Daan van Braak en ik de eerder gemelde Taigaboomkruiper herlokaliseren in het Reeuwijkse Hout. Het bleken er zelfs 2 te zijn! Op tweede kerstdag zien we een nog betere soort, want Frank ontdekte op Botshol een Kleine Topper, een soort die niet eerder in onze regio te zien was. De eend kon succesvol getwitcht worden door een handjevol mensen, maar was de dagen erna onvindbaar.

Maskergors – Black-faced Bunting
Brileider – Spectacled Eider
Taigaboomkruiper – Eurasian Treecreeper
Kleine Topper – Lesser Scaup

Regioknallers

Woensdag 24 t/m vrijdag 26 december 2025

Op 22 december zag Sjoerd Bode een spannende boomkruiper in het Reeuwijkse Hout, met veel kenmerken van Taigaboomkruiper. De foto’s waren (m.i.) net niet goed genoeg voor een 100% zekere determinatie. Gezien de zeldzaamheid in de regio kon een uitgebreide zoektocht naar de vogel geen kwaad. En zo liepen Daan van Braak en ik rond het middaguur van woensdag de 24e in het Reeuwijkse Hout. Het was ijskoud en we kwamen veel Boomkruipers tegen, maar van de vermeende Taigaboomkruiper ontbrak ieder spoor. Na ruim een uur tevergeefs zoeken, besluiten we het iets noordelijker te proberen.

En daar is het al snel raak: tussen de vele Staartmezen en enkele Goudhanen zien we ineens een zeer lichte boomkruiper. De foto’s bevestigen ons vermoeden: dit is inderdaad een Taigaboomkruiper. We volgen de vogel, die zich langzaam maar zeker naar het zuiden beweegt. Hier zien we al snel twee boomkruipers op één en dezelfde boomstam lopen: het zijn allebei Taigaboomkruipers! Ze laten zich erg leuk zien, roepen regelmatig naar elkaar en zo nu en dan horen we zelfs wat zachte subzang. Diezelfde middag worden ze nog succesvol getwitcht door vogelaars die in de buurt wonen en ook de volgende dagen worden ze veelvuldig bezocht, waaronder opnieuw door mij (en broer Frank). Het gaat hier om de eerste goed gedocumenteerde Taigaboomkruipers in de regio.

Taigaboomkruiper – Eurasian Treecreeper
Taigaboomkruiper – Eurasian Treecreeper
Taigaboomkruiper – Eurasian Treecreeper

Op vrijdag 26 december (tweede kerstdag) maken Frank, mijn vader en ik een ganzenrondje door de noordkant van de regio. Zo rijden we langs de polders van Wilnis en Mijdrecht, voordat we de Proostdijerdwarsweg oprijden. Heel veel hebben we op dat moment nog niet gezien, op een aardige groep van circa 100 Toendrarietganzen na. We rijden ook even langs Botshol. Vroeger zat het hier vol met duikeenden (waaronder ook regelmatig Witoogeenden), maar de laatste jaren valt het hier eigenlijk altijd zwaar tegen. Nu zwemt er, tegen de verwachting in, wel een mooie groep Smienten.

Tussen de Smienten ziet Frank al gauw een eend die hem erg doet denken aan een Kleine Topper. De groep eenden laat zich lastig bekijken, zwemt snel de plas over en de kou maakt het ook niet makkelijk. Toch lukt het ons in het volgende uur om alle relevante kenmerken vast te stellen: dit is echt een Kleine Topper. De allereerste voor de regio ooit en pas de derde voor de provincie Utrecht. Gezien de afstand moeten Frank en ik onze beste digiscoop-skills tevoorschijn toveren, zie hieronder voor het resultaat. Ook leuk is de Roerdomp die op vrij korte afstand in het riet invalt.

Kleine Topper tussen de Smienten, een geen allerdaags gezicht – Lesser Scaup
Kleine Topper – Lesser Scaup
Kleine Topper – Lesser Scaup
Kleine Topper – Lesser Scaup (photo: Frank van der Meer)

Na dit grote succes vogelen we ontspannen door. Het levert twee ontsnapte vogelsoorten (vrouw Mandarijneend en twee Grijze Kroonkraanvogels), een adulte Kleine Zwaan en opnieuw wat Toendrarietganzen op. Geen slecht einde van een paar fantastische dagen in de regio.

Grijze Kroonkraanvogel – two escaped Grey Crowned Crane
Grijze Kroonkraanvogel – Grey Crowned Crane

Estland: de vrieskou in voor Stellers Eiders en bosdieren

Maandag 24 februari t/m maandag 3 maart 2025

Eind vorig jaar maakten Coen van Nieuwamerongen, Daan van Braak, broer Frank en ik vakantieplannen om aan het eind van de winter van 2024/25 een weekje weg te gaan. Aanvankelijk was het idee om richting de zon te gaan (Portugal / Spanje of de Canarische Eilanden). Toen eenmaal de optie Estland op tafel kwam, waren we allen vrij snel overtuigd. In dit land komen veel erg aansprekende vogel- én zoogdiersoorten voor die wij allen graag zouden willen zien. Flink geïnspireerd door de reis van Lennart Verheuvel, Jacob Molenaar en Arie-Willem van der Wal in het vroege voorjaar van 2024 (zie hier en hier) boekten we tijdens de voorbereiding 2 accommodaties: eentje rondom de Estse hoofdstad Tallinn en een op het eiland Saaremaa. Uiteindelijk viel de keuze op 24 februari t/m 3 maart. De vliegtickets werden geboekt en zo zaten wij vieren op maandagochtend 24 februari in het vliegtuig naar Tallinn.

Vlonder door hoogveengebied (foto: Frank van der Meer)
Sneeuw in de bossen (foto: Frank van der Meer)

De eerste twee nachten verbleven we op Saaremaa, een eiland ongeveer ter grootte van Drenthe, in het uiterste westen van Estland. De specialiteit van dit eiland is de Stellers Eider. Buiten het uiterste noorden van Scandinavië is Saaremaa de enige plek in Europa waar deze soort in redelijke aantallen overwintert. Aan de noordkant van het eiland ligt een piertje waar de meeste waarnemingen gedaan worden, al wordt de soort ook af en toe elders op zee gezien. Aangezien we online zagen dat de vogels regelmatig op grotere afstand gezien worden, hadden we twee nachten geboekt op dit eiland. Hierdoor hadden we in theorie genoeg tijd voor een mooie waarneming van deze fraaie eenden. En dat laatste viel niet bepaald tegen! Direct tijdens onze eerste poging op dag 2 (dag 1 waren we de hele dag bezig met reizen) zwom een groep van 43 Stellers Eiders vlak naast de pier. De meeste tijd sliepen ze, maar regelmatig kwamen de mannetjes met de kop uit de veren om met elkaar te vechten en indruk te maken op de vrouwtjes. Ook op dag 3 zat de groep Stellers Eiders dichtbij, al was het wel mistig. Zie het filmpje hieronder in de mist van Frank.

Overzichtsfoto van de groep Stellers Eiders (foto: Frank van der Meer)
Stellers Eider – Steller’s Eider
Stellers Eider – Steller’s Eider (photo: Coen van Nieuwamerongen)
Stellers Eider – Steller’s Eider (photo: Coen van Nieuwamerongen)

Maar Saaremaa heeft meer te bieden dan alleen de Stellers Eiders. Vanaf de plek van de Stellers Eiders zagen we meer soorten eenden: Zwarte Zee-eend, Brilduikers, 3 soorten zaagbekken en tientallen IJseenden, sommigen vrij fraai dichtbij. Langs de kusten zaten en vlogen Zeearenden rond. Op de open vlaktes zagen we daarnaast een Klapekster. In de bossen op het eiland zochten we tot slot naar o.a. Dwerguil, maar tevergeefs. De bossen waren (zeker in vergelijking met Nederland) vrij leeg, maar soms kwamen we leuke soorten tegen, zoals Taigaboomkruipers (Boomkruipers komen niet voor in Estland), Goudvinken, Appelvinken en Kruisbekken. Op één plek op het eiland kwamen we ook een groepje Grote Kruisbekken tegen. Een Notenkraker vloog al roepend over. Leuk waren 3 Pestvogels die vlak langs de weg in de bessenstruiken zaten. Qua zoogdieren zijn meerdere Edelherten het noemen waard. Ook waren we blij met de Eland die vlak langs de weg stond, een soort die Frank en ik niet eerder in levende lijve zagen.

IJseend – Long-tailed Duck
IJseend – Long-tailed Duck
IJseend – Long-tailed Duck (photo: Coen van Nieuwamerongen)
Grote Kruisbek – Parrot Crossbill
Pestvogel – Bohemian Waxwing (photo: Coen van Nieuwamerongen)

Na 2 nachten werd het woensdag tijd om Saaremaa te verlaten en richting Tallinn te gaan. Onderweg stopten we bij een mooi hoogveengebied dat omgeven was door oude bossen. Hier zagen we onze enige Hazelhoen van de trip. Voor ons allen betrof het een nieuwe soort; de 2e na de Stellers Eider. De rest van de week spendeerden we vooral in de bossen en bosranden van Nationaal Park Lahemaa, op een klein uurtje rijden van Tallinn. Hier komen namelijk 3 soorten hoenders, 8 soorten spechten en veel leuke uilensoorten voor (Dwerg-, Oeral- en Ruigpootuil). Te beginnen met de hoenders. Overdag zochten we in de uitgestrekte naaldbossen naar Auerhoenders. Dankzij de warmtekijker van Daan slaagden we in deze missie: op 2 verschillende locaties zagen we in totaal 4 vrouwtjes Auerhoenders. We vonden de vogels in heel typisch habitat: in oude uitgestrekte dennenbossen zonder ondergroei. Het eerste exemplaar zat op de grond, de anderen zaten in de bomen. Van de mannetjes ontbrak helaas elk spoor. De laatste hoendersoort van de trip is het Korhoen. Met de auto reden we tot onze verrassing langs een plek waar ineens 6 mannetjes bovenin de lage dennetjes zaten. Ondanks de mist lieten ze zich aardig bekijken in de telescoop. In Nederland hadden Frank en ik de soort zo’n 15 jaar geleden gezien op de Sallandse Heuvelrug, maar daarna hebben we het gebied expres links laten liggen vanwege de geherintroduceerde Zweedse vogels. Op andere dagen konden we de Korhoenders helaas niet meer terugvinden op deze plek, maar we blunderden toen wel tegen een groep van 44 Pestvogels aan die zich tegoed deden aan de bessen van de Gelderse rozen en Jeneverbessen.

vrouwtje Auerhoen – female Western Capercaillie
vrouwtje Auerhoen – female Western Capercaillie (phonescoop)
Korhoen – Black Grouse
Hazelhoen – Hazel Grouse (photo: Coen van Nieuwamerongen)
Pestvogel – Bohemian Waxwing (photo: Coen van Nieuwamerongen)

Met spechten hadden we helaas minder geluk. Waarschijnlijk waren we te vroeg in het jaar, waardoor er nog geen zangactiviteit was. Onze vele pogingen voor Witrugspecht (onze grootste doelsoort onder de spechten) mislukten helaas allemaal. Ook Drieteen- en Grijskopspecht waren niet voor ons weggelegd. Wij moesten het ‘doen’ met enkele Grote Bonte Spechten, 1 Kleine Bonte Specht en 3 Zwarte Spechten. In de Estse bossen is het ´s winters erg stil, maar de soorten die je er tegenkomt, zijn over het algemeen wel leuk (voor de Nederlandse vogelaar). Zo kwamen we ook hier weer een Notenkraker tegen, die zich minutenlang (op afstand) leuk liet bewonderen in de top van een naaldboom. We besteedden ook aandacht aan de Boomklevers, omdat in Estland een andere ondersoort voorkomt (ondersoort europaea) dan in Nederland. Deze ondersoort is opvallend wit op de borst en buik, waar de ondersoort in Nederland daar oranje getint is. Een zelfde soort verhaal geldt voor de Staartmezen, aangezien in Estland de Witkopstaartmees voorkomt. We kwamen tweemaal een duo tegen, dat zich met geduld fraai liet bewonderen en fotograferen.

Boomklever – Eurasian Nuthatch ssp. europaea (photo: Coen van Nieuwamerongen)
Witkopstaartmees – (White-headed) Long-tailed Tit
Bonte Kraai – Hooded Crow (photo: Coen van Nieuwamerongen)

Misschien wel de belangrijkste reden om naar Estland te gaan, waren niet de vogels (Stellers Eider, hoenders, etc), maar een zoogdier. NP Lahemaa schijnt namelijk een van de beste plekken van Europa te zijn om een Lynx te zien. Tijdens de voorbereiding zochten we naar informatie over deze vrij geheimzinnige kattensoort en benaderden we meerdere lokale gidsen, om zo de kans op het zien van een Lynx te vergroten. Helaas waren de Estse gidsen allemaal al bezet en dus zat er niks anders op dan zelf maar te gaan zoeken. Tijdens onze eerste nachtelijke poging kwamen we helaas ‘slechts’ een Ransuil tegen en beseften we eigenlijk pas hoe groot het nationale park is en hoe klein de kans was dat we zelf een Lynx zouden tegenkomen. Toch gebeurde er die nacht iets waardoor onze kansen voor de volgende nachten flink vergroot werden: we kwamen een andere Lynxenzoeker tegen (Mark Kaptein van Starling Reizen), die goed bekend is met het gebied, én met andere gidsen in het gebied. Dankzij Mark legden wij contact met een andere (Nederlandse!) gids met wie wij de volgende twee nachten op stap konden. Jillian Groeneveld, onze gids, gaf wel duidelijk aan dat twee nachten zeker geen garantie zijn om daadwerkelijk een Lynx te zien, zelfs ondanks de begeleiding van een gids die het gebied en de soort kent, maar het zou onze kansen uiteraard wel flink vergroten.

De tweede nacht reden we samen met Jillian kriskras rond door het nationale park. We stopten regelmatig omdat de warmtekijkers zoogdieren of vogels oppikten. Zo zagen we veel Reeën, veel Vossen (waaronder eentje die in de slag was met een groot bot), enkele Wasbeerhonden, een Sneeuwhaas, twee groepjes Patrijzen en als hoogtepunt ca. 5 Oeraluilen. Echter helaas opnieuw geen Lynx, ondanks de bijna 8 uur durende trip. De derde nacht (en tweede met gids) begonnen we wat vroeger op de avond en eindigden we ook wat eerder. We startten rond de avondschemering bij een bekende plek voor Dwerguilen en binnen korte tijd hadden we een prachtige, zingende Dwerguil in beeld! De vogel verplaatste zich langs de randen van een kapvlakte en vooral toen hij enige tijd bovenop een laag dennetje zat (ca. op ooghoogte en bijna beeldvullend in de telescoop), was hij geweldig te bewonderen! En alsof dat nog niet genoeg was, zagen we verderop en ca. een uurtje later onze eerste Lynxen! Het voelde echter wel als een anticlimax: we hadden de hele voorbereiding en de hele vakantie naar dit moment toe geleefd, maar uiteindelijk zagen we allen slechts drie seconden een schim van twee in de mist verdwijnende katachtigen. Van tevoren hadden we er iets meer van verwacht, maar hoewel het niet de waarneming was die we voor ogen hadden, was de soort voorlopig wel binnen en kon een vervolgwaarneming alleen nog maar beter worden. Helaas bleef het die nacht bij deze waarneming van de Lynx. De supporting cast bestond opnieuw uit Oeraluilen, Vossen, Wasbeerhonden en nieuw voor ons in dit gebied waren Houtsnip, Boommarter en Eland.

Oeraluil – Ural Owl
Dwerguil – Eurasian Pygmy Owl (photo: Coen van Nieuwamerongen)
Vos met bot (van Ree?) – Red Fox
Vos – Red Fox (photo: Coen van Nieuwamerongen)

De volgende dag waren we weer op onszelf aangewezen. Aan het eind van de middag stonden we bij dezelfde Dwerguil van gisteren. Rond een uurtje of 5 willen we het gebied verlaten en beginnen aan de volgende avondronde. Net voor we het gebied willen uitrijden, gebeurt het: op zo’n 200m afstand zien Coen en Daan kort een groot beest de weg oversteken. Wat er in het volgende halfuur gebeurde, overtrof zelfs onze stoutste dromen: een Lynx die zich een halfuur lang fantastisch liet bewonderen, eerst kort op zo’n 50 meter afstand, daarna lange tijd op iets grotere afstand rustend op een boomstobbe. En dat ruim vóór zonsondergang en uitgebreid door de telescoop. Zelfs de gidsen kwamen op onze waarnemingen af en genoten ervan. De Ruigpootuil die we die avond ook nog horen én zelfs zien, was de kers op de (toch al verrukkelijke) taart.

Euraziatische Lynx – Eurasian Lynx
Euraziatische Lynx – Eurasian Lynx

Maandagochtend 3 maart zat onze vakantie er helaas alweer op. De Lynx was uiteraard het hoogtepunt voor iedereen en voor ons allen een nieuwe soort. Boommarter, Sneeuwhaas en Eland had ik ook nog nooit gezien. Qua vogels zag ik in totaal 3 nieuwe soorten: Stellers Eider, Hazelhoen en Auerhoen. Ruigpootuil had ik wel eens gehoord in Nederland, maar nog nooit gezien. Voor sommigen van ons gezelschap waren Korhoen, Oeraluil en Dwerguil nieuw.

Nieuwjaarsklapper

Zondag 5 januari 2025

Vandaag waren Frank en ik in de Delta te vinden, waar we een bezoekje brachten aan de Pacifische Parelduiker. Deze klapper werd afgelopen vrijdag door Sven Valkenburg gevonden op Neeltje Jans en betrof een nieuwe soort voor Nederland. Ondanks de stromende regen (het is geen moment droog geweest…) laat de duiker zich bij tijd en wijle prachtig bekijken. Onder andere het donkere keelbandje, het ontbreken van een witte dijvlek en de opvallend brede hals met iets donkerdere begrenzing van de keel en hals vallen prima op.

Pacifische Parelduiker – Pacific Loon
Pacifische Parelduiker – Pacific Loon

Leuk zijn de 3 Grote Sterns die ook op deze locatie rondvliegen. Omdat we geen genoeg van de regen kunnen krijgen, stoppen we op de terugweg even langs de Brouwersdam en op Goeree-Overflakkee. Langs de Brouwersdam zien we leuke soorten, zoals Paarse Strandlopers, Kanoeten, Kuifduikers en een paartje IJseenden. Op Goeree rijden we langs een gemelde Roodhalsgans, die al gauw gevonden is tussen de Rotganzen.

Woerdenjaarlijst 2024

Net als in 2022 probeerde ik in 2024 een jaar lang om zoveel mogelijk vogelsoorten aan te treffen in de gemeente Woerden. In 2023 deed ik een jaartje rustig aan, maar vanwege de vele hoogtepunten dat jaar (Ringsnavelmeeuw, Vale Gier, Slangenarend, Dwerggans, zingende Woudaap) wilde ik in 2024 wel weer een poging wagen om mijn record van 2022 aan te vallen. Dit jaar viel dat toevallig mooi samen met de Dutch Patchwork Challenge (DPC) van Dutch Birding, een competitie om het lokaal vogelen te promoten. Geheel volgens de regels van de DPC omarmde ik een gebiedje van ca. 3 km2, bij mij bestaande uit de noordkant van Woerden (inclusief het Brediuspark, begraafplaats Rijnhof en begraafplaats Meeuwenlaan) en uiteraard het plassengebied van Breeveld. Daarbij aantekenend dat ik dus ook regelmatig buiten de ‘local patch’ op zoek ging naar vogels, want de gemeente zelf beslaat circa 93 km2 en bevat landschappen die niet of nauwelijks in mijn DPC-gebiedje aan te treffen zijn. Veel andere Woerdense vogelaars maakten ook een eigen gebiedje aan voor de DPC, waardoor er extra hulp was tijdens mijn jaarlijstpoging.

De gemeente Woerden bestaat uit bebouwd gebied (naast de stad Woerden o.a. de dorpen Kamerik, Zegveld en Harmelen) en veel veenweidepolders. Ik vogelde dit jaar vooral in Breeveld (twee plassen aan de rand van Woerden, met houtkades, ruigte en rietvelden), in de polders rondom Zegveld en Kamerik en langs de Hollandse Kade (uitgestrekt polderland met iets meer weidevogels dan elders in de gemeente). Door de overvloedige regenval in de winter 2023/24 lagen langs de Greftkade ineens leuke plasdrasgebieden, waardoor ik (i.t.t. 2022) in het voorjaar kans zag om veel steltlopers toe te voegen aan de jaarlijst. Vanaf eind mei / begin juni waren de ondergelopen weilanden helaas weer opgedroogd. Zie onderstaand kaartje voor een indruk van de gemeente en de locatie van de leukste gebiedjes.

Gemeente Woerden, met in blauw de leukste gebieden aangegeven. De meest interessante gebieden binnen de stad Woerden zijn niet aangegeven (zoals het Brediusbos, het Molenvlietpark en de begraafplaatsen Rijnhof en Meeuwenlaan)

Jaar in chronologische volgorde

Winter (januari en februari)
De jaarlijst werd vol enthousiasme afgetrapt in Breeveld, een plek waar ik veel te vinden was in het begin van het jaar. En niet voor niets, want direct al op 1 januari zag ik er een soort die ik tijdens mijn vorige poging in 2022 niet zag: op een natte akker naast Breeveld liep een mannetje Rouwkwikstaart tussen 18 Witte Kwikstaarten. De vorst die vanaf half januari inviel, zorgde voor veel beweging onder de vogels, waardoor ik bijna elke poging wel wat leuks zag in Breeveld. Zo zag ik er onder andere Houtsnip, Nonnetje, Pijlstaart, Pontische Meeuw en in februari Veldleeuwerik en Zwartkopmeeuw. Op 7 januari vloog plots een Zwarte Ibis over terwijl ik de Smienten wilde afkijken. De leukste soort van de eerste maanden is natuurlijk de Amerikaanse Smient die Diederik Kok op woensdag 17 januari vanuit huis ontdekte op de natuurplas. De vogel werd door zijn wekenlange verblijf door veel andere vogelaars gezien (uiteindelijk ging het zelfs om 2 verschillende exemplaren!).

Amerikaanse Smient – American Wigeon
Rouwkwikstaart – Pied Wagtail
Zwarte Ibis – Glossy Ibis
Pontische Meeuw – Caspian Gull
Pontische Meeuw – Caspian Gull

In de polders van Kamerik en Zegveld zocht ik vooral naar leuke ganzen en zwanen, of wellicht een andere leuke toevalstreffer (Velduil bijv.). In januari zag ik, na enkele pogingen, mijn eerste Kleine Rietgans van het jaar. Ook Kleine Zwanen waren korte tijd aanwezig in januari (waaronder 2 met halsbanden!). Andere leuke ganzen (bijv. Dwerg-, Roodhals- of Rotgans) en Wilde Zwanen schitterden vooral door afwezigheid. Pogingen bij Zegveld werden in februari met enige regelmaat opgeleukt door overvliegende Zeearenden of door een overvliegende Waterpieper. Het mannetje Roodborsttapuit dat half februari op een paaltje in de polders bij Zegveld zat, bleek achteraf mijn enige Roodborsttapuit in de gemeente in 2024 te zijn. Langs de houtkades (in de stad en in de polders) kwam ik regelmatig groepjes Grote Barmsijzen tegen, waarvan een invasie gaande was in de winter 23/24. Verder waren Blauwe Kiekendief en Slechtvalk fijne schaarse soorten die ik kon toevoegen aan de jaarlijst.

Zo nu en dan werden ook andere plekken aangedaan. Zo fietste ik 10 januari speciaal naar Harmelen voor een fraai mannetje Grote Zaagbek in een parkvijvertje, een andere soort die in 2022 ontbrak op mijn jaarlijst. In het Brediuspark zongen twee mannetjes Bosuilen en tot slot liepen 3 Koereigers net aan de goede kant van de gemeentegrens bij Harmelen. Januari eindigde met 81 soorten en in februari groeide de jaarlijst naar 90 soorten. Dat is vergelijkbaar met 2022, toen ik eind februari op 87 soorten stond.

Grote Barmsijs – Redpoll
Grote Zaagbek – Goosander
Roodborsttapuit – European Stonechat
Waterral – Water Rail

Maart
Maart is de maand waarin de winter langzaam overgaat in het voorjaar. De ganzen en eenden trekken steeds meer weg naar hun noordelijke broedgebieden, terwijl bijna alle zomervogels nog moeten arriveren. De laatste pogingen van het eerste halfjaar om ganzen te kijken, leverde begin maart eindelijk een leuke gans op. Bij Zegveld liep namelijk een Rotgans tussen de Kolganzen. Een Kleine Rietgans liet zich fraai bewonderen langs de Hollandse Kade; geen nieuwe jaarsoort, maar wel altijd een leuke soort om tegen te komen. In Breeveld namen de aantallen eenden snel af, waardoor de hoop op een leuke eend (bv Krooneend, Brilduiker, een zee-eend o.i.d.) snel minder werd. Enige noemenswaardigheid op het gebied van eenden is een gekke kruising (Hybride Smient x Wilde Eend). Qua futen was het wel leuk op Breeveld: op Geoorde Fuut was een klein beetje gerekend, maar een zomerkleed Kuifduiker was een erg fijne bonus. Dat betrof bovendien pas mijn 3e in de gemeente, na exemplaren in april 2013 en april 2016.

Een keer gericht ‘trektellen’ in Breeveld was half maart direct goed voor mijn gehoopte Grote Lijster, een lastige soort binnen de gemeente. Voor Kraanvogels stond ik meerdere keren tevergeefs op de uitkijk op verschillende plekken in de gemeente. Tot 10 maart. Vanaf de Hollandse Kade keek ik (na een melding van een groep van 38 stuks) zonder al te veel verwachtingen in de richting van de zendmast van IJsselstein en tot mijn verbazing zag ik direct de betreffende groep Kraanvogels vliegen op zo’n 15 km afstand… Een avondrondje over de Meije, Zegveld, Kamerik en Kockengen was goed voor Rans-, Kerk- én Steenuil. Vooral voor de laatste twee moest ik twee jaar geleden veel moeite doen, dus was ik blij dat ik alle uilen (behalve Velduil) eind maart al kon noteren.

Rotgans tussen Kolganzen – Brant Goose and Greater White-fronted Geese
Kuifduiker – Slavonian Grebe
Hybride Smient x Wilde Eend – Hybrid Eurasian Wigeon x Mallard

Voorjaar (april-mei)
In april en mei bereikt de voorjaarstrek zijn piek en is het dus zoeken naar schaarse soorten. Dit gebeurde veel in mijn ‘local patch’ Breeveld. Het leverde helaas niet bijster veel leuke soorten op; vooral algemene, uit Afrika teruggekeerde lokale broedvogels, zoals Grasmus, Bosrietzanger en Gierzwaluw. Een groepje van overvliegende 18 Kemphanen op 1 april is wel het noemen waard. Half april leverde een bezoekje aan Breeveld mijn tweede Rotgans van het jaar op, zodat die soort ook telde voor de ‘local patchlijst’. Ook een zingende Snor is zeker geen allerdaagse soort in dit gebied. Datzelfde gold voor overvliegende Appelvink en Zwarte Stern in mei.

Vanaf april bezocht ik de plasdrasgebieden langs de Greft. Eind april leverde het me ‘grote’ aantallen Groenpootruiters (10+) en Witgat op. Begin mei zag ik nog leukere soorten: Bosruiters, een man Zomertaling en een Bonte Strandloper; pas mijn tweede ooit in de gemeente. Purperreigers broedden langs de kade en waren daardoor een garantie tijdens elk bezoek. Verder blunderde ik op 12 april zelf tegen een zingende Nachtegaal aan in Oortjespad. Tot slot was zondag 26 mei een memorabele dag: ’s ochtends zag ik zomaar een vrouwtje Wielewaal op begraafplaats Rijnhof en ’s avonds zongen meerdere Porseleinhoenders en Roerdompen bij de schraalgraslanden bij Zegveld. Zowel Porseleinhoen als Wielewaal trof ik nog nooit eerder aan binnen de gemeentegrenzen.

Rotgans Breeveld – Brant Goose in my ‘local patch’ Breeveld
Purperreiger – Purple Heron
Deze Dwergara vloog al roepend over Breeveld, mij in verbazing achterlatend… – Chestnut-fronted Macaw
Zomertaling – Garganey

Zomer (juni-juli)
In de zomermaanden is er, op het gebied van vogels, normaal gesproken weinig te beleven in Woerden. Dit jaar waren er echter wel wat leuke hoogtepuntjes. Begin juni zag ik op aan de rand van de stad Woerden zowel een Steenuil als een in de vroege schemer jagende Ransuil. Op 22 juni zag ik eindelijk mijn eerste Woerdense Boomvalk van het jaar. Een van de knallers van dit jaar in Woerden was de zingende Kleine Vliegenvanger die op 16 juni in een groenrandje in de wijk Molenvliet zong. Een geweldige Woerden-, regio- en Utrechtsoort, en natuurlijk grote dank aan Ed Opperman voor de vondst!

Aan de achterkant van Breeveld lag in de zomer een leuk plasdrasgebiedje. Op 11 juli liepen hier ineens 3 Steltkluten, mijn 2e waarneming ooit in de gemeente (na 5 ex bij Kamerik op 25/4/2011). Het plasdrasje was verder goed voor Kemphaan en Witgat; soorten die landelijk redelijk algemeen zijn, maar zeker foeragerende vogels zijn vrij schaars binnen de gemeente.

Kleine Vliegenvanger – Red-breasted Flycatcher
Grauwe Vliegenvanger – Spotted Flycatcher
Grauwe Vliegenvanger – Spotted Flycatcher
Purperreiger – Purple Heron
Steltkluut – Black-winged Stilt

Augustus
In augustus begint de najaarstrek alweer voorzichtig op gang te komen. In het plasdrasje bij Breeveld vond Tim Langerak op 5 augustus een Kleine Zilverreiger, die zich fraai liet bewonderen. Verder zocht ik regelmatig naar zeldzame soorten, zoals Waterrietzangers, Graszangers, Draaihalzen of Duinpiepers, maar het mocht helaas niet zo zijn. Op 21 augustus sloeg ik een tweepunter: mijn eerste de beste poging voor Bonte Vliegenvanger was direct raak en in Oortjespad vond ik zowaar een jonge Kwak. De volgende dag slaagde ik erin om een aquarelletje van laatstgenoemde te produceren, zie hieronder.

Eind augustus stond de teller op 148 soorten, slechts 11 soorten onder mijn record van 2022 en dat met nog 4 maanden te gaan. Doordat ik nog wat algemene soorten miste, was het voor mij eigenlijk niet meer de de vraag of ik mijn eigen record zou verbeteren, maar wanneer.

Kleine Zilverreiger – Little Egret
Bonte Vliegenvanger – European Pied Flycatcher
Kwak – Black-crowned Night Heron

September
1 september was direct goed voor 3 nieuwe jaarsoorten: Visarend, Tapuit (eindelijk…!) en roepende Reuzenstern, een soort die ik nog nooit eerder in de gemeente zag. Later in de maand waren Goudplevier, Paapje en Boompieper ook nog nieuw. Wespendieven wist ik echter vakkundig te ontlopen en dat gold (tot mijn grote frustratie) ook voor Roodpootvalken, die in deze maand veelvuldig gezien werden in heel Nederland. Zoektochten naar Bladkoningen liepen ook op niets uit. Op 22 september zag ik wel eindelijk een Gekraagde Roodstaart, een vrouwtje in het Brediusbos. Een Landkaartje (in Breeveld) was een soort die ik nog niet eerder aantrof in de gemeente.

Landkaartje – Map

Oktober
De maand oktober begon ik met 155 soorten. Op 3 oktober meldde Diederik Kok een mannetje Topper op de natuurplas Breeveld en die kon ik natuurlijk niet laten schieten. Net als in september zocht ik tevergeefs naar Bladkoningen. Tijdens een van die zoektochten, op 9 oktober, zag ik wel mijn 2e Grote Lijster van dit jaar en blunderden we tegen een vrouwtje of jonge Witoogeend aan. Gezien de verdachte omstandigheden, zwemmend in een slootje aan de rand van de stad en we konden de poten helaas niet controleren op ringen, hebben we haar het nadeel van de twijfel gegeven…

Verder was ik vaak in Breeveld te vinden. Op 16 oktober waren de weersomstandigheden perfect voor leuke trek. Het leverde mij, naast leuke aantallen lijsters, vinken en leeuweriken, meerdere Grote Lijsters, een Koereiger, een Smelleken en (eindelijk…) Kepen op. De laatste twee waren nog nieuw. Op 18 oktober liepen Daan van Braak en ik tegen een spannende ‘Acrocephalus’ aan. Onze eerste gedachte was een Struikrietzanger. De volgende dag, toen de eerste foto’s verschenen, leek het zelfs heel even de kant op te gaan van een Sykes of Vale Spotvogel, beide een extreme dwaalgast in Nederland. Uiteindelijk kwamen er later in de week nog betere foto’s, werd de vogel gevangen en bleek het om een Bosrietzanger te gaan, een redelijke anti-climax als je het mij vraagt…

Op 30 oktober verbrak ik mijn record. In Breeveld zagen we 2 opvliegende Bokjes (soort #159, evenaring record) en twee Raven (#160, nieuw record!). Een bezoekje aan begraafplaats Rijnhof leverde Boomleeuweriken op (#161).

Witoogeend, gezien de omstandigheden kreeg ze het nadeel van de twijfel… – Ferruginous Duck (photo: Daan van Braak)
Witoogeend, gezien de omstandigheden kreeg ze het nadeel van de twijfel… – Ferruginous Duck (photo: Daan van Braak)
Bokje – Jack Snipe (photo: Daan van Braak)
Raaf – Common / Northern Raven
Grote Lijster – Mistle Thrush
Koereiger – Western Cattle Egret

Wintermaanden (november-december)
De laatste twee maanden werkte het weer niet bepaald mee: het was grijs, winderig en regenachtig. De keren dat ik wel buiten mijn rondjes liep, was er bovendien weinig te zien. De Bokjes bleven lang aanwezig in Breeveld en daar zag ik in november nogmaals twee Raven. Zoektochten naar bijvoorbeeld Brilduiker, Roodhalsgans, Grote Mantelmeeuw, Wilde Zwaan, Siberische Tjiftjaf of wat anders leuks bleken vruchteloos.

Uiteindelijk zag ik nog één leuke soort (misschien wel de leukste soort van het jaar…). Op 7 december werd via Waarneming.nl ineens een Kleine Alk gemeld in Breeveld. Ik was op dat moment net onderweg naar Wageningen, voor een afspraak met vrienden, maar kon gelukkig nog wel langs deze knaller rijden zonder asociaal laat te komen voor de afspraak… Het betrof de tweede ooit voor Woerden en de circa vijfde ooit voor de provincie Utrecht.

Kleine Alk – Little Auk (photo: Peter van der Meer)

Conclusie
Het jaar 2024 eindigde op 162 soorten. Dat is 3 soorten meer dan ik in 2022 zag. Zie de tabel hieronder voor de soortenlijst, op taxonomische volgorde. Ik zag 5 soorten die ik niet eerder zag in de gemeente: Wielewaal, Porseleinhoen, Kleine Vliegenvanger, Reuzenstern en Kleine Alk. Met deze 5 soorten komt mijn Woerdenlijst uit op 202 soorten.

Dit jaar miste ik meerdere soorten. De pijnlijkste waren Wilde Zwaan (vanwege een eigen inschattingsfout), Hop (wel naar gezocht), 2 Krooneenden en Grote Karekiet (zat toen op Texel). In eind april-begin mei en in oktober was ik veel op Texel te vinden. Dat heeft me ongetwijfeld nog meer soorten gekost dan alleen Krooneend en Grote Karekiet. Denk aan onder meer Beflijster, Zwarte Wouw, Wespendief en Bladkoning. Ook Brilduiker, Rode Wouw, Grote Mantel- en Geelpootmeeuw, Velduil en Baardman behoorden tot de mogelijkheden, maar wist ik dit jaar vakkundig te ontlopen. Tot slot ontbraken de Matkoppen dit jaar in Breeveld, terwijl ze in de jaren hiervoor vaste kost waren.

1. Rotgans82. Buizerd
2. Brandgans83. Kerkuil
3. Grauwe Gans84. Steenuil
4. Kleine Rietgans85. Ransuil
5. Toendrarietgans86. Bosuil
6. Kolgans87. IJsvogel
7. Knobbelzwaan88. Grote Bonte Specht
8. Kleine Zwaan89. Groene Specht
9. Bergeend90. Torenvalk
10. Zomertaling91. Smelleken
11. Slobeend92. Boomvalk
12. Krakeend93. Slechtvalk
13. Smient94. Wielewaal
14. Amerikaanse Smient95. Gaai
15. Wilde Eend96. Ekster
16. Pijlstaart97. Kauw
17. Wintertaling98. Roek
18. Tafeleend99. Zwarte Kraai
19. Kuifeend100. Raaf
20. Topper101. Pimpelmees
21. Nonnetje102. Koolmees
22. Grote Zaagbek103. Boomleeuwerik
23. Gierzwaluw104. Veldleeuwerik
24. Koekoek 105. Oeverzwaluw
25. Holenduif106. Boerenzwaluw
26. Houtduif107. Huiszwaluw
27. Turkse Tortel108. Cetti’s Zanger
28. Waterral109. Staartmees
29. Porseleinhoen110. Fitis
30. Waterhoen111. Tjiftjaf
31. Meerkoet112. Rietzanger
32. Kraanvogel113. Kleine Karekiet
33. Dodaars114. Bosrietzanger
34. Fuut115. Spotvogel
35. Kuifduiker116. Snor
36. Geoorde Fuut117. Sprinkhaanzanger
37. Scholekster118. Zwartkop
38. Steltkluut119. Tuinfluiter
39. Goudplevier120. Braamsluiper
40. Kleine Plevier121. Grasmus
41. Kievit122. Vuurgoudhaan
42. Regenwulp123. Goudhaan
43. Wulp124. Winterkoning
44. Grutto125. Boomklever
45. Bokje126. Boomkruiper
46. Houtsnip127. Spreeuw
47. Watersnip128. Zanglijster
48. Oeverloper129. Grote Lijster
49. Witgat130. Koperwiek
50. Bosruiter131. Merel
51. Tureluur132. Kramsvogel
52. Groenpootruiter133. Grauwe Vliegenvanger
53. Kemphaan134. Roodborst
54. Bonte Strandloper135. Nachtegaal
55. Reuzenstern136. Blauwborst
56. Zwarte Stern137. Kleine Vliegenvanger
57. Visdief138. Bonte Vliegenvanger
58. Kokmeeuw139. Zwarte Roodstaart
59. Zwartkopmeeuw140. Gekraagde Roodstaart
60. Stormmeeuw141. Paapje
61. Pontische Meeuw142. Roodborsttapuit
62. Zilvermeeuw143. Tapuit
63. Kleine Mantelmeeuw144. Ringmus
64. Kleine Alk145. Huismus
65. Ooievaar146. Heggenmus
66. Aalscholver147. Gele Kwikstaart
67. Zwarte Ibis148. Grote Gele Kwikstaart
68. Lepelaar149. Witte Kwikstaart
69. Roerdomp150. Rouwkwikstaart
70. Kwak151. Graspieper
71. Kleine Zilverreiger152. Boompieper
72. Grote Zilverreiger153. Waterpieper
73. Koereiger154. Vink
74. Blauwe Reiger155. Keep
75. Purperreiger156. Appelvink
76. Visarend157. Groenling
77. Sperwer158. Kneu
78. Havik159. Grote Barmsijs
79. Bruine Kiekendief160. Putter
80. Blauwe Kiekendief161. Sijs
81. Zeearend162. Rietgors

Jaarverslag 2024

Ook dit jaar kan een terugblik op de afgelopen 12 maanden niet uitblijven.

2024 in een notendop
In 2024 werden maar liefst 4 nieuwe soorten voor ons land opgemerkt. De Grote Tafeleend en Roetvliegenvanger waren twitchbaar voor de liefhebbers, dit in tegenstelling tot het dode Afrikaans Purperhoen. De vierde nieuwe soort voor NL, een (vrijwel zekere) Petsjorapieper, werd opgenomen op 1 november over De Vulkaan (Den Haag) en was daardoor maar voor een enkeling weggelegd. De enige nieuwe soort van vorig jaar (Siberische Waterpieper) spendeerde ook een kort deel van de winter 2023/24 in Nederland. Andere extreme dwaalgasten betroffen de 2e Canadese Kraanvogel, Indische Kievit en Alaskastrandloper, de 3e Zwartkoprietzanger, de 4e Aasgier, de 5e Bruine Klauwier, de 5e en 6e Monniksgier, de 6e Grote Geelpootruiter, de 6e en 7e Groene Bijeneter, de 7e Amerikaanse Oeverloper en (hoogstwaarschijnlijke) Roodkeelstrandloper, de 10e Giervalk en de 10e t/m 12e Dwergaalscholver. Opmerkelijk waren verder de 3e veldwaarneming van een Veldrietzanger, de 1e voorjaarswaarneming van Vale Gierzwaluw en twitchbare, bewezen wilde Ross’ Ganzen.

Zelf zag ik in 2024 maar liefst 7 nieuwe soorten, een (belachelijk) hoog aantal. Mijn trend om meer lokaal te vogelen zette dit jaar door, of dit nou in de regio, in Utrecht of op Texel was. Zo hield ik dit jaar weer een gemeentejaarlijst bij, net als in 2022. Een uitgebreider verslag over dat Woerdens avontuur volgt later in een aparte blog, maar ik kan wel alvast melden dat ik mijn eigen record van 159 soorten uit 2022 heb verbeterd (2024: 162 soorten). Blikvangers waren Amerikaanse Smient, Zwarte Ibis, Kwak, Kleine Alk en Kleine Vliegenvanger. Ook de provincielijst groeide gestaag met 6 nieuwe soorten (naast de alk en vliegenvanger ook Humes Bladkoning, Zwartkoprietzanger, Steppekievit en Kleine Topper). Mijn vele bezoekjes aan Texel waren goed voor in totaal 6 nieuwe soorten, die hieronder ook benoemd worden, waardoor de Texellijst momenteel op 329 soorten staat.

Mijn hoogtepunten per maand

Januari
Het jaar begon met veel leuke soorten in de eigen regio. Direct op 1 januari zagen we een man Rouwkwikstaart in Breeveld (Woerden), landelijk geen zeldzame soort maar wel pas mijn allereerste in de winter, en regionaal een vrij zeldzame soort. Later in de maand zag ik in Breeveld nóg leukere soorten: een overvliegende Zwarte Ibis en een lang verblijvende Amerikaanse Smient. Prachtige soorten voor je eigen ‘local patch’ en zeker omdat ik dit jaar weer een jaarlijst wilde bijhouden in de eigen gemeente. Elders in de regio zag ik 2 Europese Kanaries bij Vleuten en een prachtige Roodhalsgans helemaal vooraan bij Wilnis.

Rouwkwikstaart – Pied Wagtail
Zwarte Ibis – Glossy Ibis
Amerikaanse Smient – American Wigeon
Roodhalsgans – Red-breasted Goose

Februari
In februari werd het werkgebied vergroot, met tripjes buiten de regio. Zo werd aan het begin van de maand voor het eerst dit jaar Texel aangedaan. Dat was niet geheel toevallig vanwege de aanwezigheid van een Giervalk in de Slufter. Weliswaar zat de valk vooral op grote afstand, maar het maakte hem zeker niet minder indrukwekkend. Het betrof mijn tweede waarneming van deze soort, na één in februari 2012 in Zeeuws-Vlaanderen. Het weekend was verder goed voor Witbuik- en Roodhalsgans, een IJsduiker en een fotogenieke Kuifduiker. Eenmaal op het vasteland bezochten Frank en ik de Humes Bladkoning van Utrecht, pas de tweede ooit voor de provincie Utrecht. Aan het eind van de maand gingen we niet voor het eerst deze winter naar de Zoetermeerse Plas, waar de overwinterende Waterspreeuw gezelschap had gekregen van een Bronskopeend (door broer Frank (terug)gevonden!).

Humes Bladkoning – Hume’s Leaf Warbler
Kuifduiker – Slavonian Grebe
Waterspreeuw – White-throated Dipper

Maart
In maart werd de omgeving van Wageningen regelmatig bezocht, voor mij een bekende omgeving aangezien ik hier jarenlang studeerde en woonde. Op 2 maart werd het tijd voor mijn allereerste nieuwe soort van het jaar. Vanuit het riet van een klein plasje bij Rhenen zong dagenlang een Zwartkoprietzanger, pas de 3e voor NL en wederom een fijne nieuwe Utrechtsoort. Het zou zeer zeker niet de laatste goede provinciesoort van deze maand en dit jaar blijken… Een zichtwaarneming zat er (deze keer) helaas niet in. De Zwartkoprietzanger was het begin van een leuk rondje door de omgeving van Wageningen, met leuke soorten zoals Middelste Bonte en Zwarte Specht, Kraanvogels, Patrijs en een fraai groepje Goudvinken. Een week later bezochten Daan van Braak, Lobke Bekkema en ik opnieuw Rhenen, waar we de Zwartkoprietzanger ditmaal wel in de verrekijker kregen. We waren alweer begonnen aan de terugweg naar de Randstad, toen nabij Lemmer (Friesland) een duo Ross’ Ganzen werd gelokaliseerd. Tot vreugde van vele Nederlandse vogelaars bleek het te gaan om het duo Ross’ Ganzen dat eerder deze winter op verschillende plekken in Europa werd waargenomen (o.a. Noorwegen, Denemarken en België) en waarvan 1 exemplaar een wetenschappelijke metalen ring droeg, waardoor dit de eerste bewezen wilde Ross’ Gans is die in Europa opduikt.

In maart bezocht ik opnieuw de Utrechtse Humes Bladkoning. Aan het eind van de maand mochten we weer naar Wageningen. Goede vriend en voormalig studiegenootje Bram de Vries vond in het Binnenveld namelijk een Steppekievit en dat zijn twee goede redenen om Wageningen te bezoeken. Het werd een zeer memorabele namiddag, want naast de reünie met vele bekenden en de Steppekievit was er nog veel meer te beleven in het Binnenveld: er vloog een adulte Steppekiekendief rond en in de natte velden foerageerde een Poelruiter!

Steppekievit – Sociable Lapwing
Grote Zee-eend – Velvet Scoter

April
Een groepje Grote Zee-eenden op de Haarrijnse Plas (Vleuten) is zeker niet allerdaags, dus zeker de moeite waard om hier te noemen. Op 21 april zagen we nog meer leuke eenden in de provincie, want op de Hoogekampse Plas zwom de allereerste Kleine Topper voor Utrecht ooit. Een leuke bijvangst was het mannetje Witoogeend dat hier al de hele winter verbleef.

Van vrijdag 26 april t/m zondag 5 mei zat ik op Texel en dat viel allerminst tegen (understatement). Naast de ‘gebruikelijke’ zeldzaamheden zoals Morinelplevieren, Witbuik– en Zwarte Rotganzen viel er genoeg te beleven. Bij de Koog zaten 2 Pestvogels, mijn laatste ooit in het voorjaar. Doordat ze op 1 mei ook nog aanwezig waren, trokken ze zelfs meerdere maandlijsters naar het eiland. Op Waalenburg liep een verre Poelruiter. Na de vogel van Wageningen in maart en een prachtig exemplaar vorig voorjaar in Waalenburg was dit exemplaar dus al de 3e in ongeveer een jaar tijd, terwijl mijn laatste voor deze 3 in 2016 was. De ochtendrondjes die Frank en ik op de noordpunt maakten, waren succesvol. Een Bonte Kraai vloog samen met wat Zwarte Kraaien op 28 april over de Tuintjes. Een dag later zagen we vanaf dezelfde plek geheel onverwacht een adulte Kwak naar Vlieland oversteken, voor ons nog een nieuwe Texelsoort. De Grote Vos waar we in het Krimbos tegenaan blunderden, mag natuurlijk niet onbenoemd blijven. Een (onzichtbare) Bijeneter en een Europese Kanarie vlogen over de noordpunt. Een andere leuke soort is de Hop, die ik vanuit een rijdende auto ontdekte op de zuidpunt en die daarna uitgebreid liet zien aan de geïnteresseerden. De absolute blikvanger van deze periode is natuurlijk de Kuifkoekoek, die op 2 mei in de Slufter werd ontdekt. Dankzij een excursie konden we de vogel op zo’n 200 meter afstand langere tijd prima bewonderen. Voor ons drieën (pa Peter, broer Frank en ik) betrof dit een nieuwe soort, mijn tweede alweer dit jaar (na de Zwartkoprietzanger).

Pestvogel – Bohemian Waxwing
Hop – Eurasian Hoopoe
Kuifkoekoek – Great Spotted Cuckoo
Grote Vos – Large Tortoiseshell
Kwak – Black-crowned Night Heron

Mei
Naast een deel van bovengenoemde hoogtepunten bracht mei mij nog meer leuke vogels. Het Dutch Birding-weekend op Texel leverde onder andere opnieuw de Kuifkoekoek, opnieuw een overvliegende Europese Kanarie, veel leuke roofvogels (Zeearend, Rode en Zwarte Wouw, Visarenden, Smellekens) en een vluchtige waarneming van een overvliegende Grauwe Gors op. Hoe wij echter om de Bijeneters heen konden vogelen op de noordpunt, is mij nog steeds een groot raadsel… Halverwege mei werd het weer tijd voor de regionale Big Day, het begint inmiddels een traditie te worden. Deze editie was er eentje waar ik een klein beetje met gemengde gevoelens op terugkijk: qua soorten en soortenaantal (nieuw record; 132 soorten!) was het geweldig. Zo blunderden we ’s nachts zelf zomaar tegen een fanatiek zingend Kleinst Waterhoen en een verre Kwartelkoning aan en zagen we verder o.a. Kwak, Witvleugelstern en regionale zeldzaamheden zoals Zilverplevier, Kleine Zilverreiger en Rotgans. Een heftige hooikoortsaanval waardoor ik ruim anderhalf uur niks meer kon zien, kwam echter niet bepaald gelegen en zal ik dus niet snel vergeten…

Zwarte Wouw – Black Kite
(Noordelijke) Bonte Vliegenvanger – ‘black-and-white’ Pied Flycatcher

Juni
Normaal gesproken zijn de zomermaanden juni t/m augustus vrij rustig qua zeldzame vogels, maar dit jaar werd de ene na de andere klapper gevonden. De maand begon met een weekendje Texel, met een prachtige Kleine Geelpootruiter en verder een Grauwe Kiekendief en Zomertortel. De zondag (2 juni) vertrokken we expres wat vroeger van het eiland, zodat we op de terugweg ‘even’ langs de Starrevaart (Leidschendam) konden. Hier zwom namelijk een Grote Tafeleend, het allereerste geval van Nederland en mijn 3e nieuwe soort van het jaar. Tijdens mijn twee bezoekjes zwom de vogel helaas telkens midden op de plas, dus zo goed als op onderstaande foto van Frank heb ik hem helaas niet gezien. Daarmee was de koek voor juni (en de zomer) nog lang niet op: ergens in de regio zat een Woudaapje, dat zich al zingend prima liet bewonderen. Een andere leuke regiosoort betrof de 2kj Kleine Vliegenvanger, die op zo’n 600 meter van het ouderlijke huis in Woerden zong. Een geweldige toevoeging aan mijn gemeentejaarlijst en bovendien erg zeldzaam in de provincie Utrecht.

Kleine Geelpootruiter – Lesser Yellowlegs
Grauwe Kiekendief – Montagu’s Harrier
Grote Tafeleend – Canvasback (photo: Frank van der Meer)
Kleine Vliegenvanger – Red-breasted Flycatcher

Van vrijdag 28 juni t/m maandag 1 juli zat ik met de familie in Zuid-Limburg. Ondanks dat we enkele leuke vogelsoorten zagen (Bijeneter, Zomertortel, Rode Wouw en Orpheusspotvogel), lag de focus vooral op insecten (dagvlinders en in mindere mate libellen). We zagen opmerkelijk veel Braamparelmoervlinders. Ook opvallend waren de minstens 4 Dambordjes op de Sint-Pietersberg. Andere leuke soorten waren Kleine Tanglibel, Zuidelijke Oeverlibel en Boswitje. Het hoogtepunt van het weekendje weg waren zonder twijfel de twee parende Kleine Weerschijnvlinders in De Piepert, voor ons een nieuwe vlindersoort. De terugweg bracht ons langs de Peelregio, waar Koereigers (fraai in zomerkleed) en Spiegeldikkopje de hoogtepunten vormden.

Kleine Weerschijnvlinder – Lesser Purple Emperor
Braamparelmoervlinder – Marbled Fritillary
Spiegeldikkopje – Large Chequered Skipper
Zomertortel – European Turtle Dove
Kleine Tanglibel – Small Pincertail
Koereiger – (Western) Cattle Egret

Juli
We begonnen de maand met een andere leuke vlindersoort, want op Texel zagen we meerdere Duinparelmoervlinders. Daarna ging de focus echter weer heel snel op vogels. Op 16 juni was ik rustig aan het werk toen de berichten maar binnen bleven stromen: een GROENE BIJENETER was ontdekt in de Amsterdamse Waterleidingduinen. ’s Middags gingen Daan van Braak, Jorian Eijkelboom en ik uiteraard gauw die kant op en de vogel gaf een geweldige show weg: urenlang laat deze droomsoort zich waanzinnig zien, o.a. op vrij korte afstand jagend op de insecten in het gebied. Mijn persoonlijke hoogtepunt van het jaar, en 4e nieuwe soort van het jaar! Later in de maand zong een Kwartelkoning vlakbij Alphen aan den Rijn; een leuke bonus na een avond bowlen. Een fraaie Koninginnenpage liet zich fraai zien op de voormalige vliegbasis Soesterberg.

Aan het eind van de maand werd het opnieuw tijd voor vogels. Een Witwangstern was een leuke troostprijs voor het missen van de Vorkstaartplevier in de Nieuwe Driemanspolder bij Zoetermeer. Een nog leukere ‘troostprijs’ kwam een dag later in Zeeland: een Indische Kievit, de tweede voor Nederland en wederom een nieuwe soort voor mij. Een mooie avondtwitch, samen met Daan van Braak, Jorian Eijkelboom, Evert Florijn en broer Frank. Boven de kievit vlogen onder andere Bijeneters en 2 Raven; geen slechte bonussen op een enerverend avondje.

Duinparelmoervlinder – Niobe Fritillary
Groene Bijeneter – Blue-cheeked Bee-eater
Groene Bijeneter – Blue-cheeked Bee-eater (photo: Daan van Braak)
Koninginnenpage – Swallowtail
Indische Kievit – Red-wattled Lapwing

Augustus
Aan het begin van de maand maakten we een aardig rondje door de kop van Noord-Holland, met als hoogtepunten Lachstern, Graszanger en een door Evert gevonden Grauwe Franjepoot. Op de terugweg bezochten we de Zwarte Ibis in de Groene Jonker. Het hoogtepunt van het tripje was echter een zoogdier: een Gewone Dolfijn in het Noordzeekanaal bij IJmuiden. Een bezoek halverwege augustus aan Texel (wij komen in augustus amper op het eiland) leverde twee nieuwe eilandsoorten op in de vorm van een Purperreiger (eindelijk…) en Kommavlinder. Tot slot zwom een ruiende Kleine Topper bij Almere.

Het weekend van 17-19 augustus was erg druk. Vrijdag dipte ik met Jorian de Alaskastrandloper in Holwert én de Grote Geelpootruiter in de Groene Jonker. Zaterdag bedachten Frank en ik een plan van een meerdaagse twitch: we slapen zaterdagnacht op Texel (Grote Grijze Snip in het laatste licht, nieuwe Texelsoort!) en de volgende dag zouden we vanaf Texel doorgaan naar Holwert. De zondag zagen we daardoor veel leuke soorten: op Texel opnieuw de Grote Grijze Snip & Purperreiger, in Holwert nu wel de Alaskastrandloper, in Wierum een Terekruiter en langs de Afsluitdijk mooie Reuzensterns. Ik beleef wel eens rustigere weekenden… Eind augustus vond ik een twitchbare Kwak in Oortjespad; een hele fijne voor mijn gemeentejaarlijst! Wonderwel slaagde ik erin om van deze Kwam nóg beroerdere bewijsplaatjes te maken dan van de Texelse Kwak in april…

Gewone Dolfijn – Short-beaked Common Dolphin (photo: Daan van Braak)
Kleine Topper – Lesser Scaup
Alaskastrandloper – Western Sandpiper
Terekruiter – Terek Sandpiper
Reuzenstern – Caspian Tern

Het laatste hoogtepunt van augustus was een vakantie naar Zuid-Spanje. Daan van Braak, Jorian Eijkelboom, broer Frank en ik brachten een dikke week door in de omgeving van Tarifa, Malaga en Chipiona. We zagen bijna alles wat we wilden zien, of dat nou Iberische specialiteiten (Huisgierzwaluw, Spaanse Keizerarend, Zwarte Tapuit, Moorse Nachtzwaluw, Knobbelmeerkoet), indrukwekkende doortrek (grote groepen Ooievaars, Bijeneters, Wespendieven, Zwarte Wouwen, etc), Afrikaanse dwaalgasten (Rüppells Gier, Huisgors, Grauwe Buulbuul), leuke Mediterrane soorten (Aasgier, Rosse Waaierstaart, Brilgrasmus) of zeesoorten (Grote, Kuhls en Scopoli’s Pijlstormvogel, Wilson’s Stormvogeltje) waren. Alleen de geelsnavelige sterns (Bengaalse en Sierlijke Stern) werkten niet mee.

Brilgrasmus – Spectacled Warbler (photo: Daan van Braak)
Aasgier tussen de Ooievaars (helemaal bovenin) – White Storks and an Egyptian Vulture (photo: Daan van Braak)
Spaanse Keizerarend – Spanish Imperial Eagle
Moorse Nachtzwaluw – Red-necked Nightjar (photo: Daan van Braak)
Huisgierzwaluw – Little Swift (photo: Daan van Braak)
Grote Pijlstormvogel – Great Shearwater (photo: Daan van Braak)
(Gewone / Mediterrane) Kameleon – Common Chameleon

September
Zat augustus nog boordevol met hoogtepunten, september viel zwaar tegen. Geen Veldrietzanger, Poelsnip of Texelse Graszanger voor mij. Een klein hoogtepuntje waren 2 Reuzensterns die ik op 1 september boven Breeveld kon oppikken: voor mij een nieuwe gemeentesoort en natuurlijk een fijne bonus voor de Woerdenjaarlijst.

Oktober
In de leukste maand van het jaar zat ik zo ongeveer meer op Texel dan op het vasteland en dat betaalde zich redelijk uit. Zo zag ik onder meer een adulte Roze Spreeuw, meerdere keren een fraaie Sperwergrasmus, opnieuw de Grote Grijze Snip, een Morinelplevier, Bladkoningen (in Woerden wilden ze maar niet lukken, op Texel gelukkig wel…) en een Amerikaanse Goudplevier. Voor de klapper van het jaar maakten Frank en ik (niet bepaald als enige Texelaars) uiteraard de oversteek naar het vasteland. Een reconstructie van die middag en avond: rond 12:00 de piep dat de Roetvliegenvanger is teruggevonden, 12:45 bij de boot, waar het uiteraard zo druk is dat we een boot moeten wachten, 13:00 met enkele andere vogelaars een vliegende Morinelplevier over het parkeerterrein, 14:00 uur de boot naar Den Helder, 14:30 aan de overkant, 16:30 in Wassenaar, 16:50 ROETVLIEGENVANGER in de pocket, 18:30 weer in de auto naar Texel, 20:30 de boot naar Texel en 21:00 roepende Kerkuilen op de zuidpunt van het eiland. Best een druk dagje, zeker als je bedenkt dat we ’s ochtends op Texel gevogeld hadden (Amerikaanse Goudplevier)…

Terug naar Texel. Een Woestijntapuit liet zich verspreid over een week op 2 dagen op grote afstand bewonderen. Tim Schipper, die op 2 minuten van ons vandaan stond, vond in ‘ons’ Krimbos een Siberische Boompieper. Die was niet nieuw voor mijn Texellijst, maar dat gold wel voor de Rotszwaluw die een nachtje doorbracht op de kerk van Oosterend. Ik heb nog nooit meegemaakt dat twitchers een (zwijgzame) vogel in het pikkedonker konden twitchen die ze vanwege de verlichting van de kerk kunnen zien… Tot slot was Texel goed voor 2 Pallas’ Boszangers, waarvan Frank en ik er samen eentje mochten ontdekken. Van mijn spaarzame vogelmomenten op het vasteland waren twee momenten het noemen waard: ten eerste twitchen Frank en ik op de terugweg van Texel de Bosgors in de Amsterdamse Waterleidingduinen. Eenmaal werd het beestje opgejaagd door een van de handtamme Vossen in het gebied. Ten tweede vonden Daan en ik in Breeveld op 18 oktober een lichte ‘Acrocephalus’ die de gemoederen een paar dagen flink bezig hield. Heel even waren we in de veronderstelling dat we iets héél zeldzaams gevonden hadden, maar ‘helaas’ bleek het beest in de hand toch een betrekkelijk late Bosrietzanger te zijn.

Amerikaanse Goudplevier – American Golden Plover
Roetvliegenvanger – Dark-sided Flycatcher
Bosgors – Rustic Bunting
Siberische Boompieper – Olive-backed Pipit
Rotszwaluw – Eurasian Crag Martin
Pallas’ Boszanger – Pallas’s Leaf Warbler

November
Een weekend Schiermonnikoog met mijn Wageningse oud-studentengroepje leverde geen wereldschokkende soorten op. Met soorten als Zwarte Rotgans, Roodhalsgans, Siberische Tjiftjaf, Wilde Zwaan en Fraters was het echter meer dan onderhoudend. Halverwege de maand vormde een mannetje Witoogeend het hoogtepunt van een rondje langs de Randmeren. Tot slot bezocht ik op 29 november aan het eind van de dag een Zwarte Rotgans vlakbij Waverhoek. Toen het al lang en breed donker was, kwamen echter foto’s boven water van een geel kwekersringetje aan een van de poten…

Roodhalsgans – Red-breasted Goose
Frater – Twite
Witoogeend – Ferruginous Duck

December
Het grootste deel van december was grijs, grauw en winderig. Datzelfde gold eigenlijk ook al voor de laatste weken van november. Hierdoor werd er weinig gevogeld. Bovendien was er was er weinig te beleven tijdens de keren dat ik wel naar buiten ging. Eén groot (of nou ja, eigenlijk klein…) hoogtepunt mag niet onbenoemd blijven. Op 7 december was ik onderweg naar een afspraak met vrienden in Wageningen, toen er ineens in Breeveld een Kleine Alk gemeld werd. Gelukkig was ik op dat moment nog in Woerden. De Kleine Alk zwom prachtig dichtbij op enkele meters afstand, zodat ik het beestje zelfs zonder apparatuur prima kon bewonderen. Dat ik daardoor een paar minuutjes te laat kwam voor de afspraak in Wageningen, werd gelukkig getolereerd door mijn vrienden…

Kleine Alk – Little Auk (photo: Peter van der Meer)

En daarmee komt een einde aan een prachtig vogeljaar, maar niet zonder het volgende:

Zuid-Spanje, dag 8: de bergen in

Vrijdag 30 augustus 2024

Vandaag is alweer onze laatste hele dag. Om 8 uur checken we uit en verlaten we de omgeving van Tarifa. Ons idee was om naar de bergen rondom Grazalema (NP Sierra de Grazalema) te gaan. Deze rit zou normaal iets meer dan 2 uur duren. We lopen echter flinke vertraging op wanneer we door een uitgestrekt agrarisch gebied net buiten Cadiz rijden. Een grote roofvogel op een elektriciteitsmast vlak langs de weg blijkt namelijk een Spaanse Keizerarend te zijn! Gelukkig is het rustig op de N-weg, waardoor we verderop kunnen keren, terugrijden en zelfs even stoppen ter hoogte van de betreffende mast. Het bakbeest laat zich op korte afstand prachtig zien! Hetzelfde patroon herhaalt zich even verderop met een Visarend die vlak langs dezelfde weg zit. Op deze plek zien we ook 7 Rode Patrijzen op de akkers. We stoppen ook even langs een parallelweg, omdat er minstens 7 Grijze Wouwen in de masten zitten. Regelmatig vliegen ze een stukje en gaan ze verderop zitten, waardoor we ze erg leuk kunnen bekijken.

Spaanse Keizerarend – Spanish Imperial Eagle
Spaanse Keizerarend – Spanish Imperial Eagle
Visarend – Osprey
Visarend – Osprey
Grijze Wouw – Black-winged Kite
Grijze Wouw – Black-winged Kite
Grijze Wouw – Black-winged Kite

Tegen 11 uur komen we dan ‘eindelijk’ aan in Sierra de Grazalema. Als eerste rijden we naar een locatie voor Iberische Klapekster. Het is even zoeken, maar uiteindelijk zien we 4 exemplaren. Leuk zijn meerdere Westelijke Baardgrasmussen, een soort die we deze trip nog niet hadden gezien of gehoord. Ook nieuw voor de vakantielijst zijn Gaai, Kruisbek, Bergfluiter en Kuifmees.

Iberische Klapekster – Iberian Grey Shrike
Westelijke Baardgrasmus – Western Subalpine Warbler
Westelijke Baardgrasmus – Western Subalpine Warbler
Kleine Zwartkop – Sardinian Warbler

De volgende plek is Montejaque. Het uitzicht is geweldig, maar qua vogels valt het enigszins tegen. Hoog tegen de rotsen zien we Blauwe Rotslijsters en Zwarte Tapuiten. Rotszwaluwen en veel Vale Gieren vliegen rond. Een aantal Westelijke Blonde Tapuiten zit op de stenen wat dichter langs de weg. Helaas komen we geen Rotsmus, Grijze Gors, Alpenkraai of wat anders leuks tegen. Vanwege de tijdsdruk hebben we helaas geen tijd om uitgebreider te zoeken naar deze soorten.

Selfie in Montejaque
Jorian, vogelend in Montejaque

Na dit avontuur in de bergen vervolgen we onze rit naar Málaga. Zaterdagochtend vliegen we weer terug naar Nederland, dus hebben we in Málaga een hotelletje geboekt. Vlakbij het hotel ligt een leuk moerasgebiedje dat uitmondt in zee. We lopen hier een halfuurtje rond. We kijken vooral naar de meeuwen. Zo zien we een stuk of 10 Audouins Meeuwen, waaronder enkele geringden. Een jonge Dunbekmeeuw is ook van de partij. In de struiken en bomen rondom het dijkje merken we Grauwe Vliegenvangers, een Kleine Zwartkop en Monniksparkieten op.

Audouins Meeuw – Audouin’s Gull (photo: Daan van Braak)
Audouins Meeuw – Audouin’s Gull
Audouins Meeuw (gekleurringd) – Audouin’s Gull (colour-ringed)
Dunbekmeeuw – Slender-billed Gull
Monniksparkiet – Monk Parakeet

De volgende ochtend staan we vroeg om 7 uur op het vliegveld, zitten we rond 9 uur in het vliegtuig en arriveren we rond het middaguur in Nederland. Daarmee eindigt een uiterst succesvolle vakantie, met goed gezelschap, lekker eten en bovenal heel veel leuke vogels. De vakantie bracht mij 27 nieuwe soorten (inclusief Iberische Kwikstaart, exclusief Heremietibis). Bovendien hadden we relatief weinig soorten die we echt gemist hebben: alleen Sierlijke / Bengaalse Stern en Pijlstaartgierzwaluw zijn soorten waar we veel tijd in gestopt hebben en die niet gelukt zijn.

Zuid-Spanje, dag 7: doelsoorten afrijden

Donderdag 29 augustus 2024

Voor vandaag hebben we een lijstje gemaakt van soorten die we graag zouden willen zien. De eerste soort is Pijlstaartgierzwaluw. We zoeken circa anderhalf uur rondom een bekende plek naar deze witstuitige gierzwaluwsoort, maar treffen ze helaas niet aan tussen de honderden (Vale) gierzwaluwen. Nieuw voor de vakantielijst is Fitis. Andere leuke soorten hier zijn o.a. Grauwe Vliegenvanger, Visarend en Aasgier, naast algemene soorten zoals Dwerg- en Slangenarend.

Hierna bezoeken we La Janda. In het heuvelachtige terrein hopen we op de Spaanse Keizerarend. Overal vliegen (grote) roofvogels, vooral Vale Gieren. Al snel stuiten we op afstand op een grotere arend. Het duurt even voor we hem kunnen determineren, maar het blijkt een jonge Havikarend te zijn. Er vliegen ook twee Grijze Wouwen rond. Lange tijd lijkt het de tweede dip van de dag te worden, maar na een anderhalf uur rondrijden pikt Frank een grotere rover schuin boven de auto op. Het blijkt een onvolwassen Spaanse Keizerarend te zijn. De arend vliegt vrij hoog en snel van ons af, cirkelt even met wat Ooievaars en verdwijnt dan uit beeld.

Spaanse Keizerarend – Spanish Imperial Eagle (photo: Daan van Braak)

Via La Janda rijden we richting Vejer de la Frontera. Nieuw voor de vakantielijst zijn (overvliegende) Zomertortel en Wielewaal. Rondom Vejer de la Frontera zoeken we naar de Heremietibissen. In dit deel van Spanje is een herintroductieproject van deze soort gaande. Daardoor vliegen inmiddels vele tientallen exemplaren rond. Uiteindelijk zien we een grote groep Heremietibissen rondvliegen op afstand. Als laatste checken we een tweede locatie voor Pijlstaartgierzwaluwen. Helaas lukt het ook hier niet. We zien zelfs amper gierzwaluwen. Een jonge Roodkopklauwier werkt leuk mee en een groep van circa 50 Raven zit in de elekticiteitsmasten.

Heremietibis – Northern Bald Ibis
Roodkopklauwier (juveniel) – Woodchat Shrike (juvenile)

De laatste doelsoort van de dag is Moorse Nachtzwaluw. Vanavond moet het dan eindelijk gaan lukken, na een eerdere mislukte poging. We proberen het op dezelfde locatie. Deze keer hebben we meer succes: in totaal zitten twee Moorse Nachtzwaluwen midden op de weg en laten zich fenomenaal bekijken in het licht van de koplampen. Geweldig! Een mooie bonus zijn twee Kerkuilen die in de wegberm jagen. Tegen half 3 ’s nachts zijn we weer thuis en duiken we snel ons mandje in, omdat we de volgende dag ook weer vroeg eruit moeten.


Moorse Nachtzwaluw (exemplaar nr 1) – Red-necked Nightjar (photo: Daan van Braak)
Moorse Nachtzwaluw (exemplaar nr 1) – Red-necked Nightjar (photo: Frank van der Meer)
Moorse Nachtzwaluw (exemplaar nr 2) – Red-necked Nightjar
Kerkuil – Western Barn Owl (photo: Daan van Braak)

Zuid-Spanje, dag 6: massale roofvogeltrek

Woensdag 28 augustus 2024

De weersvoorspellingen voorspellen dat de wind vandaag wegvalt, waardoor er massale roofvogeltrek verwacht wordt. Door het korte nachtje gunnen we onszelf een extra uurtje slaap. Om half 10 staan we op de roofvogeltrektelpost Algarrobo. Er vliegen wel roofvogels, maar niet de aantallen die we hadden verwacht. De reden hiervoor zal de laag hangende bewolking zijn. Bovendien zit alles flink hoog. Desalniettemin zien er vele honderden Zwarte Wouwen, tientallen Wespendieven en enkele Aasgieren, Vale Gieren, Dwergarenden en Slangenarenden.

Wespendief en Zwarte Wouw – European Honey Buzzard and Black Kite (photo: Daan van Braak)
Groep Wespendieven – Group of European Honey Buzzards (photo: Daan van Braak)

Tegen half 12 vinden we het (samen met Tijmen Majoor) wel goed geweest en gaan we de dorpen in. In Algeciras zoeken we naar Huisgorzen, een Afrikaanse soort waarvan slechts 1 populatie in Spanje zit. We worden aangesproken door een zeer vriendelijke local en mogen zelfs vanaf zijn dak speuren naar de gorzen. Vanaf hier zien we meerdere exemplaren van de Huisgors. In Tarifa zoeken we een tijdje de bosjes naast een grote parkeerplaats af voor de volgende Afrikaanse soort: Grauwe Buulbuul. Het duurt even, maar uiteindelijk kunnen we de buulbuul fraai bewonderen door de telescoop.

Zoeken naar de Huisgors (foto: Tijmen Majoor)
Huisgors – House Bunting
Huisgors – House Bunting (photo: Daan van Braak)
Tijmen en Daan hebben de Huisgors al gezien, de rest wacht nog beneden tot wij naar boven mogen (foto: Frank van der Meer)
Grauwe Buulbuul – Common Bulbul

Vanaf hier zien we constant groepen roofvogels over komen. Heel veel Zwarte Wouwen, Wespendieven, meerdere Slangenarenden en twee Visarenden. Ook een grote groep Ooievaars cirkelt over de parkeerplaats heen. Dit doet ons besluiten om in de middag op een andere locatie systematisch de roofvogels af te gaan tellen en afkijken. We doen dit op een plek waar de afgelopen week nog een Witruggier en een Lannervalk gezien zijn. We pikken zeer regelmatig bellen met roofvogels op, waarbij vooral de grote aantallen Zwarte Wouwen opvallen. In een uurtje tellen we zeker 2690 Zwarte Wouwen, 27 Wespendieven, 1 Grauwe Kiekendief, 21 Slangenarenden, 13 Dwergarenden en 8 Aasgieren. Ook vliegen er 100en Bijeneters over. Een uitstapje naar de kust levert ons twee Kuifaalscholvers op. Dit betreft de Mediterraanse ondersoort, waarvan de onderdelen veel lichter zijn dan ‘onze’ Kuifaalscholvers.

Slangenarend – Short-toed Snake Eagle
Aasgier – Egyptian Vulture
Zwarte Wouw – Black Kite
(Mediterraanse) Kuifaalscholver – European Shag (ssp desmarestii)

Onze ervaring is dat de avondrondjes erg leuk zijn en wellicht zelfs leuker dan de ochtendrondes. Zo ook deze keer. We rijden ’s avonds een landweggetje af vlakbij ons in de buurt. Grauwe Gorzen zijn algemeen en regelmatig vliegt een Slangenarend over. Zeker 10 Kleine Torenvalken bidden boven de velden en zitten in de masten en palen langs de weg. Twee Thekla’s Leeuweriken lopen op de weg en laten zich leuk bewonderen. Tegen de schemering horen we een raspende roep: het blijken Rode Patrijzen te zijn. Ze lopen midden op de grindweg en nemen er zelfs een zandbad. Fijn om weer een wenssoort af te kunnen vinken!

Grauwe Gors – Corn Bunting
Slangenarend – Short-toed Snake Eagle
Slangenarend, Daan heeft er wel helemaal op… – Short-toed Snake Eagle (photo: Daan van Braak)
Kleine Torenvalk – Lesser Kestrel (photo: Daan van Braak)
Kleine Torenvalk – Lesser Kestrel (photo: Daan van Braak)
Thekla’s Leeuwerik – Thekla’s Lark (photo: Daan van Braak)
Rode Patrijzen, net voordat ze opgejaagd worden door een hardloopster – Red-legged Partridge (photo: Daan van Braak)

Eigenlijk wilden we ’s nachts een nieuwe poging wagen voor Moorse Nachtzwaluwen. De weersomstandigheden (er worden buien verwacht) gooien echter roet in het eten, waardoor we besluiten het een nachtje uit te stellen.

Zuid-Spanje, dag 5: naar Tarifa

Dinsdag 27 augustus 2024

Tijdens de voorbereiding hebben we drie verschillende slaaplocaties geregeld: een in Sanlúcar de Barrameda, eentje bij Tarifa en de laatste nacht slapen we in Malaga, omdat we de volgende ochtend vroeg terug naar Nederland vliegen. Vanochtend staan we voor een vertrek uit Sanlúcar de Barrameda en kunnen we ’s middags inchecken in ons huisje in Tarifa. Rond 8 uur rijden we voor de laatste keer weg uit onze stacaravan in Sanlúcar de Barrameda; we zullen de airco, het zwembadje en de voetbal gaan missen… We bezoeken na het uitchecken opnieuw het strand tussen Sanlúcar en Chipiona. In de auto spreek ik nog vol goede moed mijn vertrouwen uit dat we vandaag wel een leuke stern gaan zien op dit strand (mede omdat er gisteren nog een Dougalls én Sierlijke Stern gemeld was), maar helaas komt daar niks van terecht. Het strand is amper breder dan de laatste keer en er lopen alweer veel te veel mensen (met honden) over het strand. Het ziet er toch echt naar uit dat we deze vakantie geen ‘geelsnavelige’ stern gaan zien… De Kleine Jager, Boomkruiper (nieuwe vakantiesoort) en groep Zwarte Spreeuwen zijn niet genoeg om ons humeur beter te doen worden.

Zwarte Spreeuw – Spotless Starling

Na deze sof rijden we langs de Costa Ballena waar we recent nog allerlei leuke meeuwen zagen. Een tamme en gesleten juveniele Audouins Meeuw is nu het hoogtepunt, verder kunnen we weinig nieuws melden helaas. In Cádiz rijden we langs een strand waar soms ook wel eens leuke sterns gezien worden. Het voordeel van deze plek is dat het strand niet toegankelijk is voor toeristen (vanaf de overkant heb je wel goed zicht op het strand), dus we hebben hoop. Er staan inderdaad genoeg Dwergsterns, Grote Sterns, Zwarte Sterns en Visdieven (en enkele Dunbekmeeuwen), maar een zeldzame stern zit er helaas niet tussen. Een Reuzenstern vliegt over, net als een Visarend. In het bosje bij de auto zien we onze eerste Bonte Vliegenvanger en de zoveelste Kleine Zwartkop van de vakantie.

Er rest ons nog één stop voordat we naar ons huisje in Tarifa rijden. In een bosgebied aan de noordoostkant van Cádiz proberen we de Iberische Groene Specht te zien en wonder boven wonder (het is midden op de dag en het bosgebied is vrij groot) vinden we twee exemplaren. Een jong mannetje en een adult beest laten zich erg leuk bekijken. In vergelijking met ‘onze’ Groene Specht valt het gebrek aan zwart rondom het oog goed op.

Iberische Groene Specht – Iberian Green Woodpecker
Iberische Groene Specht – Iberian Green Woodpecker (photo: Frank van der Meer)

Rond drie uur komen we aan in Tarifa en ontvangen we de sleutels van het huisje, dat net buiten Tarifa gelegen is. De ligging is geweldig: tegen een berggebied aan, met weids uitzicht op Tarifa, de zee en zelfs Marokko. Bij een eerste blik door onze verrekijkers over het dal ontwaren we direct enorme groepen cirkelende vogels. Het blijkt een groep van duizenden Ooievaars te zijn die al cirkelend onze kant opkomen. Het is echt genieten geblazen: naast deze enorme groepen Ooievaars zien we ook hele ‘bellen’ met roofvogels. Zo merken we Slangenarenden, Dwergarenden, veel Vale Gieren en Zwarte Wouwen en zelfs enkele Aasgieren op. En dat allemaal vanuit de tuin! Door de harde wind durven ze waarschijnlijk de oversteek niet te maken en vliegen ze regelmatig over. Om het nog leuker te maken, ligt er direct voor ons huisje een mooi rotsachtig terrein met hier en daar een struikje. Hier merken we vele leuke soorten op: Cirlgors, Kuifleeuweriken, Duinpiepers, een Orpheusspotvogel en als leukste: een familie Westelijke Blonde Tapuiten. Een groepje Raven vliegt laag over, terwijl Kleine Zwartkoppen er algemeen zijn.

Uitzicht vanuit het huisje. Tarifa is helemaal rechtsachter op de foto te zien (de witte huizen; photo: Daan van Braak)
Een klein deel van de groepen Ooievaars – White Stork (small part of the group)
Een klein deel van de groepen Ooievaars – White Stork (small part of the group; photo: Daan van Braak)
Aasgier tussen de Ooievaars (helemaal bovenin) – White Storks and an Egyptian Vulture (photo: Daan van Braak)
Vale Gier met hap uit de vleugel – Griffon Vulture
Westelijke Blonde Tapuit – Western Black-eared Wheatear (photo: Daan van Braak)
Westelijke Blonde Tapuit – Western Black-eared Wheatear
Cirlgors – Cirl Bunting
Duinpieper – Tawny Pipit
Raaf – Nothern Raven

Het wordt een lang avondje vogelen. Eerst bezoeken we een ‘gierenrots’ waar de hele zomer al regelmatig een of meerdere Rüppells Gieren verblijven. Het duurt even, maar dan merken we deze zeldzame gierensoort al vliegend op. De Rüppells Gier vliegt een rondje en landt daarna op de rots om te gaan slapen tussen de andere gieren. Op basis van de opvallend geschubte bovendelen is de gier zittend er prima uit te pikken. Erg leuk zijn de twee onvolwassen Havikarenden die ook op de rotsen slapen. Ook een Slechtvalk en een viertal Aasgieren mag natuurlijk niet onbenoemd blijven. Datzelfde geldt voor een (zieke?) Vale Gier die direct langs de weg zit en tijdens het langslopen op enkele meters gewoon blijft zitten.

Vale Gier – Griffon Vulture
Vale Gier – Griffon Vulture
Ruppells Gier – Rüppell’s Vulture
Vogelen bij de ‘gierenrots’. Daan heeft het naar zijn zin.

Inmiddels is het donker geworden en eten we wat in Tarifa (we zijn nog steeds niet gewend aan die eettijden hier). Na het eten rijden we naar La Janda, een bekende plek voor Moorse Nachtzwaluwen. Hoe goed we ook zoeken, we komen deze fraaie soort echter niet tegen. Een mannetje Bosuil zingt, terwijl we stuiten op een dode Otter langs de weg. Gelukkig hebben we nog meer nachten tegoed, dus we gaan in de toekomst vast nog een nieuwe poging wagen voor de Moorse Nachtzwaluwen…