Trage Tocht IJhorst: tussen de Reest en de Zwarte Dennen

Route: Trage Tocht IJhorst: Reestdal, Zwarte Venen en Carstenbos
Afstand: 15 km
Start: Kroko Multipunt, Heerenweg 42 IJhorst
Eind: Kroko Multipunt, Heerenweg 42 IJhorst

Na een welhaast lenteachtige zaterdag in januari zou een deel van het land ook op zondag kunnen genieten van die zeer welkome zonnestralen. Het andere deel van het land wachtte enkel mist, de hele dag. Waar de grens tussen mist en zon zou liggen, kon de weervrouw niet precies zeggen.

Wij hadden die zondag wandelplannen in het deel van het land dat zeker weten in de mist zou liggen. Met dat heerlijke lentegevoel van de dag ervoor in gedachten wijzigden we de plannen en zakten af in zuidelijke richting. Ons doel: IJhorst in het noorden van Overijssel, ter hoogte van Meppel. Weeronline gaf aan dat daar de hele dag zon zou zijn (en een wolkje). In IJhorst aangekomen was het nog even grijs als toen we vertrokken, maar vol goede moed vingen we de Trage Tocht aan. 15 kilometer aan overwegend onverharde paden lagen voor ons.

IJhorst ligt tussen het meanderende riviertje de Reest en het uitgestrekte bosgebied van Boswachterij Staphorst – Zwarte Dennen in. Een prachtig gebied voor een afwisselende wandeling. Maar ook andere buitensporters maken gretig gebruik van dit gebied. Na nog geen 500 meter komen we al de eerste mountainbikers tegen. Ook galopperen ruiters voorbij, zien we diverse groepjes hardlopers en een paar fanatieke steppers.

We delen met zijn allen de paden in dit populaire gebied. De Trage Tocht loopt over mountainbikepaden, ruiterpaden, fietspaden en af en toe een klein stukje verharde autoweg. Dit kan prima, zolang eenieder maar een beetje rekening houdt met de ander. En dat gebeurt. Fietsers houden in als ze ons zien. Zonder uitzondering groeten de andere buitensporters ons vriendelijk, beginnen zelfs af en toe een praatje (“mooie omgeving hè, zelfs zonder zon”?!). Ook als we op een bankje opwarmen met onze koffie met uitzicht op een meertje dat nog helemaal bevroren is. We wanen ons welhaast in Zweden hier! Alleen dan een beetje drukker.

Dat er op deze zondag ook een hardloop-oriëntatietocht aan de gang is, helpt natuurlijk ook niet. Bezwete hardlopers, af en toe in korte broek en shirtje (frisjes!), staan even stil op het kruispunt bij ons bankje. Ze houden een verkreukelde kaart in hun hand en kijken om zich heen. De meesten slaan dan rechtsaf. Een enkeling kiest voor links. Telefoons lijken uit den boze bij deze tocht. Terug naar vroeger. Zou iedereen uiteindelijk de finish hebben kunnen vinden?

Deze Trage Tocht kent ook hele stukken waar we niemand tegenkomen. We zien een eekhoorn van boomtak naar boomtak springen, een goudhaantje in de hulst hippen en we horen de kenmerkende roep van een boomklever. We dwalen over een heideveld, over kleine paadjes door een mistig bos waarvan de bodem is bedekt met felgroen mos en passeren diverse meertjes. Alles krijgt een verstild en welhaast mysterieus tintje bij deze weersomstandigheden.

Wat opvalt zijn de vele weesobjecten als herinnering aan de mensen die in dit gebied waren. Aan een boomtak hangt een (lees)bril, de glazen volledig overdekt met ijzige kleine druppeltjes, op een paaltje met een wandelknooppunt ligt een kinderhandschoen. We zien zelfs één verlaten wandelschoen, aan de veters opgeknoopt aan een ander paaltje. Dan vraag ik me toch af wat er gebeurd is. Hoe verliest iemand één schoen?!

Als je echt 15 kilometer niemand wil tegenkomen, dan raad ik deze wandeling niet aan. Dan zijn er genoeg andere Trage Tochten te bedenken zoals de Trage Tocht Dalfsen Hessum, ook in Overijssel. Als je een bijna geheel onverharde afwisselende wandeling, met zelfs wat reliëf wil en het geen probleem vindt om af en toe opzij te gaan voor een mede-buitensporter dan zou ik deze wandeling op je lijstje zetten.

Wij waren hier op een zondag, maar ik kan me voorstellen dat het hier door de week ook een stuk rustiger is. Wij komen hier in ieder geval nog een keer terug voor de andere Trage Tochten in dit gebied. Dan kiezen we een zonnige dag uit. Want de zon heeft zich de hele wandeling verscholen gehouden. Een mountainbiker merkte hierover op: “De zon heeft zeker de voorspellingen niet gezien”.

Benieuwd naar de andere Trage Tochten die ik heb gelopen? Je vindt ze hier.

‘Walk Britain’: een boek vol inspirerende korte en lange wandelingen in Engeland, Schotland en Wales

Afgelopen mei maakte ik kennis met het lange afstandswandelen in Engeland. We liepen een aantal etappes van het Hadrian’s Wall Path in het noorden van Engeland. Al na de eerste etappe was ik om. Wat een prachtige landschappen, vriendelijke mensen en mooie paden! En wat voelt het bijzonder om even een lange afstandswandelaar te zijn te midden van andere wandelaars die hetzelfde doen. Dat smaakte naar meer!

Gelukkig zijn er in Groot-Brittannië meer dan genoeg lange afstandswandelingen. Je hebt de National Trails (waartoe ook het Hadrian’s Wall Path behoort), maar ook een hele hoop andere. Afgelopen mei kwamen we tijdens onze wandelingen al een paar markeringen tegen van die andere minder bekende lange afstandswandelingen zoals de River Tyne Trail en de Isaac’s Tea Trail. Een korte zoektocht op Google bracht mij bij de site van de Long Distance Walkers Association waar meer dan 1.500 lange afstandspaden (meer dan 88.000 mijl) in de UK te vinden zijn. Wat zijn het er veel!

Mei ligt inmiddels ver achter ons en op social media zijn mensen alweer plannen aan het maken voor het nieuwe wandelseizoen. Op het Instagram-account van fervent Engeland-wandelaar Matthew Hightree komt een interessant sinterklaascadeau voorbij: het boek Walk Britain van Elise Downing (2025). Toevalligerwijs blijkt mijn bibliotheek het boek net aangeschaft te hebben en het ligt nu voor me.

In dit mooi vormgegeven wandelboek heeft Downing 90 wandelingen beschreven in verschillende streken in Engeland, Schotland en Wales die allemaal bereikbaar zijn met openbaar vervoer. Ze gaat per streek uit van een vast vertrekpunt waar voldoende overnachtingsadressen zijn. Vanuit dat punt zijn verschillende wandelingen beschreven. Van elke wandeling is een GPX-track voorhanden.

De wandelingen zijn ingedeeld in de categorieën short (max. 8 km), medium (9-16 km), long (17-24 km), challenge (25-40 km) en multi-day (meer dan 40 km). Haar beschrijvingen zijn niet de standaard aanwijzingen zoals ‘bij de derde boom links’ maar geven haar beleving weer. Ze heeft alle wandelingen namelijk zelf ook gelopen of gerend. En dat maakt het zo aantrekkelijk. Bij veel wandelingen, zowel de korte rondjes als de meerdaagse, denk ik ‘ja, deze moet ik een keer lopen’ en de bijbehorende foto’s van de meest prachtige landschappen versterken dit gevoel alleen maar.

Zo klinkt het pelgrimspad Cornish Celtic Way erg aantrekkelijk met de prachtige natuur van Cornwall en de bijzonderheid dat je bij aanvang van het pad via een boekje een aantal opdrachten meekrijgt. Zo neem je een steentje mee dat je aan het einde weer achterlaat en wandel je met een paar vragen voor jezelf. Maar ook de Cumbria Way, ‘a fantastic introduction for somebody new to multi-day hiking’ klinkt als muziek in de oren. Cumbria is prachtig, zo hebben we in mei ervaren en op de route liggen voldoende plaatsjes om te overnachten en eten in te slaan. Ook is de route goed in acht dagen te lopen. Ideaal dus voor een korte wandelvakantie.

En zo kom ik, al bladerend door het boek, zoveel mooie wandelingen tegen, dat ik ben begonnen om voor mezelf een overzichtje te maken van aantrekkelijke en wellicht ooit nog te wandelen lange afstandspaden (en kortere rondwandelingen) in Groot-Brittannië. Dit boek heeft me enorm geïnspireerd om weer een Britse wandelvakantie te gaan doen. Een aanrader dus!

Elise Downing is hardloper, schrijver en spreker en heeft als eerste vrouw 5.000 mijl rondom de kust van Groot-Brittannië gerend (zonder een team dat haar ondersteunde). Het boek Walk Britain. 90 inspirational car-free walks in England, Scotland en Wales (2025) is Engelstalig, uitgegeven bij Vertebrate Publishing en voor zover ik kan vinden (nog) niet vertaald in het Nederlands.

Nu ben ik erg benieuwd: welk lange afstandspad in Groot-Brittannië raad jij me aan en waarom?

Glad

Schuifelend loop ik naar de dichtstbijzijnde lantaarnpaal. Alles functioneert nog, maar mijn heup en schouder gaan vast blauw worden. Mijn fiets lijkt niet beschadigd, behalve dan dat de ketting eraf ligt. Uit mijn zak diep ik een zakdoekje op in de ijdele hoop mijn handen schoon te houden. Ik doe een paar halfslachtige pogingen om de ketting weer op de tandwielen te krijgen, maar met een zakdoekje, weinig licht en trillende handen van de schrik lukt dat natuurlijk niet.

Net als ik besluit om dan maar die resterende drie kilometer te gaan lopen, komt er een meneer met een hondje aan. Het beest wil al enthousiast tegen mij op springen, waardoor ik terugdeins. En de hond ook. “Ze schrikt van je” zegt de man. “Ik schrik van haar!” zeg ik, misschien net iets te hard .

De meneer is al een paar passen doorgelopen als hij aarzelt en omkeert. Hij heeft een fel lichtje in zijn hand om nog wat te zien (en gezien te worden) op zijn ommetje zo ’s ochtends vroeg. “Zal ik je bijschijnen?” vraagt hij. Ik bedank hem maar leg uit dat ik de ketting er niet op krijg en dus maar ga lopen. Hij buigt zich over mijn fiets heen en vraagt of ik de hond en het lichtje even wil vasthouden. Ik zie wat hij wil doen en wil nog een zakdoekje aanbieden. “Nee joh, ik was mijn handen thuis wel” wimpelt hij mijn aanbod af.

In tien seconden zit de ketting er weer op. Met een “wat ontzettend fijn!” bedank ik de meneer uit de grond van mijn hart. Met een armzwaai wuift hij het weg. “Pas wel op”, zegt hij, “misschien is het verderop ook glad. Het is maar de vraag of daar ook weer een vroege vogel langsloopt met van die geweldige kettingreparatiekwaliteiten zoals ik!” Hij knipoogt.

Hardop lachen in een museum: Christoph Niemann in Oldenburg

Museum: Horst-Janssen-Museum
Waar: Oldenburg (Duitsland)

Heb jij weleens hardop gelachen om iets wat je zag in een museum? Het overkwam mij vandaag in het Horst-Janssen-Museum in Oldenburg. Het museum is gewijd aan de kunstenaar Horst Janssen maar er was ook een tijdelijke expositie: ‘Randnotizen’ over het werk van De Duits-Amerikaanse illustrator, grafisch ontwerper en kinderboekenauteur Christoph Niemann (1970). Hij is bekend van zijn ‘Sunday sketches’ op zijn Instagram-pagina. Wekelijks maakt hij schetsen met een alledaags object als uitgangspunt. Met een paar kleine ingrepen verandert hij het in iets compleet anders. Er zit vaak humor in. En die humor was ruimschoots aanwezig in het museum.

De man heeft een geweldig associatievermogen en een ongebreidelde fantasie. In The Guardian (25-1-2015) zegt hij:

“Now I pick an object that doesn’t immediately invite any kind of connection – the weirder the better – and then I stare at it until some kind of image appears.”

Zo wordt een vork een lijf van een giraffe en een inktpot een fototoestel. Waar ik erg om moest lachen waren de boomblaadjes die hij duidelijk op Bert en Ernie vond lijken, of op het wifi-symbool. Je moet er maar op komen!

Ook bij de ‘Gummi-Bärchen Chroniken’ stond ik niet als enige met een grote glimlach op mijn gezicht. In verschillende afbeeldingen beschrijft en tekent hij hoe dat gaat als je een zak gummibeertjes hebt. Er blijft heel snel geen enkele meer over. Maar of dat plezier van je eerste gummibeertje ook blijft na zo’n hele zak…

De expositie in het Oldenburgse museum beslaat twee verdiepingen. Naast humoristisch werk zijn er ook diverse zwart-wit tekeningen te zien en prachtige kleurige schilderijen zoals ‘Hidden Valley’ uit de serie ‘Drawings from the Desert’ en ‘Brooklyn Bridge’.

‘Hidden Valley’ (links) en ‘Brooklyn Bridge’ (rechts).

De afbeelding ‘Brooklyn Bridge’ was ook een van de covers voor ‘The New Yorker’ die hij maakte. Een andere cover van datzelfde tijdschrift die mij zeer aansprak was ‘Enchanted Forest’, waarin een vrouw in een tentje bij het licht van haar telefoon een boek leest. Het bos lijkt welhaast magisch door de kleuren. Niemann zegt hierover: “Reading takes you to another world”. Ik ben het er helemaal mee eens.

Zichzelf heeft de kunstenaar raak beschreven met een mindmap. Wat een idee! Hij beschrijft zichzelf hierin als iemand die veel tentoonstellingen heeft gehad in musea maar ook iemand die veel huissleutels verloren heeft. Het is maar welk lijntje je volgt!

Het was niet druk in het museum, maar de bezoekers die er waren hadden stuk voor stuk een lach op hun gezicht. Dat heb ik nog niet eerder meegemaakt. Wat een bijzondere ervaring was dit. Wil je dat ook meemaken? Kom dan naar Oldenburg, slechts een uur rijden van de Nederlandse grens.

Je kunt de tentoonstelling nog bezoeken tot en met 17 mei 2026. En het museum is tot het voorjaar 2026 ook nog eens gratis. Waarom? Omdat het museum nu op een bouwplaats staat. Naast het museum wordt een nieuw gebouw neergezet. De ingang is daarom verhuisd naar de zijkant. Je kunt het niet missen. Buiten wordt op de trottoirs duidelijk aangegeven hoe je daar komt.

Gaat dat zien en bereid je voor op een vrolijk bezoekje!

Benieuwd naar andere museumbelevingen? Hier vind je een overzicht.

Groot Frieslandpad etappe 8: Stavoren – Workum

Route: Groot Frieslandpad
Afstand: 18 km (17 km etappe + 1 km naar station Workum)
Start: Station Stavoren
Eind: Station Workum

Zicht op Hindeloopen

Ooit strekte Friesland zich uit van het Zwin (een zeearm bij Brugge) tot aan de Weser in Duitsland, ook wel ‘Groter-Friesland’ genoemd. Dit inspireerde routemakers tot het uitstippelen van het Groot-Frieslandpad. Het pad loopt in 362 km van de Noordzeekust tot over de Duitse Grens bij Leer en doorkruist daarmee West-Friesland in Noord-Holland, Friesland, Drenthe, Groningen en een stukje van Ost-Friesland. In november 2025 beginnen we aan dit pad. Ik verwacht veel geschiedenis en afwisselende landschappen.

Dit jaar heb ik al twee lange afstandspaden afgerond, het Friese Woudenpad en het Stellingenpad. Het kriebelde al een tijdje om een nieuw pad te beginnen. Het wordt het Groot Frieslandpad. Door het grote Friesland van weleer. Normaal gesproken start ik paden bij het begin of het einde, maar de start in Bergen aan Zee in Noord-Holland was voor ons vandaag te ver. En Leer al helemaal. Wat wel goed bereisbaar was, was de etappe Stavoren – Workum, lekker makkelijk van station naar station.

Op een deels zonnige zondag in november zetten we de auto bij Workum en zijn met de trein veertien minuten later in Stavoren. We zijn de enige die uitstappen op dit eindstation. Een wegwijzer geeft aan dat hier drie lange afstandspaden lopen: het Streekpad Elfstedenpad, het Zuiderzeepad en het Groot Frieslandpad. Die laatste moeten we hebben. Linksaf is naar de boot naar Enkhuizen, rechtsaf gaat de etappe verder Friesland in. Rechts it is! Langs allerhande scheepsbedrijven lopen we Stavoren uit. Ergens te midden van die scheeps-gerelateerde bedrijven zit ook een wijnhandel, een vreemde eend in de bijt.

Achteraf hadden we ons iets beter moeten voorbereiden. Doordat we gelijk de route volgden, misten we de fontein van Stavoren, één van de elf fonteinen van de Friese steden. Deze lag vlakbij het station. Die had ik wel willen zien, dus we moeten nog een keer terug.

Het zonnetje wil nog niet doorbreken als we het fietspad tussen de weilanden op lopen. Grijze luchten, gakkende ganzen, een sporadische boerderij en een brede strook bloeiende bloemen (in november!): dat is ons uitzicht. Ook passeren we een van de twee weermeetstations van het KNMI in Friesland. Een bord legt uit waar alle instrumenten voor dienen. Wat wordt er veel gemeten! Interessant om eens van dichtbij te zien.

We komen niemand tegen tot aan Molkwerum. In de kerk van Molkwerum brandt licht en klinkt een orgel. Hier zijn de mensen. Het is tenslotte zondagochtend. Op een camperplaats bij de IJsselmeerdijk drinken we onze koffie. Het miezert inmiddels een beetje. Dat hadden we niet besteld, waar blijft die zon?

Kerk van Molkwerum

Na de koffie wagen we ons op de dijk. In de verte zien we het ‘Monument voor de Missing Airmen’. In de Tweede Wereldoorlog zijn er meer dan 100 geallieerde vliegtuigen in het IJsselmeer neergestort. Veel lichamen zijn teruggevonden en begraven op begraafplaatsen rondom het meer. Bijna 220 neergestorte bemanningsleden zijn nooit teruggevonden. Dit monument van een boven het water uitstekende vleugelpunt is ter herinnering aan hen die nooit zijn teruggevonden. In de verte zien we de kerktoren van Hindeloopen. Daar moeten we heen. Het valt mee met de modder en de wind op de dijk. Wij hebben mooi uitzicht op een natuurgebied met allerhande vogels. Wel moeten we regelmatig een hek over.

Monument voor de Missing Airmen

Voor Hindeloopen zien we een nieuw huisjespark met leuke houten tiny house-achtige huisjes. De paden zijn speels aangelegd met veel groen. Het uitzicht op het IJsselmeer is prachtig. Als we ‘restaurant’ zien staan, lopen we er op hoop van zegen heen. Het blijkt open! We zetten ons bij de imitatie open haard en laten de cappuccino met lekkers goed smaken. Even opwarmen. De medewerkster vertelt ons van alles over het park. Hoe ze bijvoorbeeld een grote wadi inzetten om om te kunnen gaan met hoog water.

Opgewarmd pakken we het pad weer op richting Hindeloopen. Er is inmiddels blauwe lucht en zon! Vanaf de dijk zien we in de verte veel windmolens. Het plaatsje ligt er idyllisch bij en het pad leidt ons door leuke straatjes en kleine steegjes. Op het overdekte leugenbankje zitten een tiental oudere mannen te kletsen. Ze hebben een mooi plekje uitgekozen. Via de voetbalvelden lopen we Hindeloopen weer uit.

Hindeloopen

Over een dijk, in het zonnetje, lopen we richting Workum. Rechts van ons zijn diverse meertjes boordevol vogels. Aalscholvers, meerkoeten, wilde eenden, smienten en af en toe zien we er voor ons een paar bijzondere bij zitten, zoals een nonnetje en topper eenden. Die verrekijkers komen goed van pas nu!

Over een verhard pad waar we verwoede pogingen doen om de schapenpoep en modder van onze schoenen te krijgen, naderen we Workum. De Nylânnermole uit 1784 verwelkomt ons. Vrijwillige molenaars bemannen nog altijd deze molen die nu mooi afsteekt tegen de blauwe lucht.

Nylânnermole

In Workum eten we in het zonnetje ons broodje op. Langs een fytsmakkerij, de imposante toren en bijbehorende kerk lopen we naar het einde van deze etappe. Het station is nog een kilometer verder. Op die kilometer pakken we hier wel nog even de fontein van Workum mee, ook een van de elf Friese fonteinen. De twee leeuwen uit het stadswapen ‘de waag’ sproeien water naar elkaar. Althans als de fontein aan staat. Nu staren ‘De woeste leeuwen van Workum’ (van kunstenares Cornelia Parker) enkel de voorbijgangers aan. Ik vind hun blik niet al te geruststellend.

De woeste leeuwen van Workum

De volgende keer richting IJlst, ook een van de elf Friese steden. Ook daar wacht een fontein op ons. Hoewel dit niet het echte begin was, was dit toch een goed begin van een nieuwe LAW!

Roots Langste natuurpad van Nederland etappe 14: Vilsteren – Heino

Route: Het langste natuurpad van Nederland (Roots)
Afstand: 18 km
Start: Parkeerplaats Tolhuisweg Vilsteren t.h.v. nr. 36
Eind: Carpoolplaats N35 Heino

In maart 2023 begin ik aan een nieuwe route waarvan ik het boekje al een paar jaar in de kast heb staan: het Langste natuurpad van Nederland van Roots. Over onverharde paden en trage wegen loopt de ongemarkeerde route van Delfzijl naar Goirle. In 456 km doet het pad vele natuurgebieden aan en zie je hoe gevarieerd Nederland is.

De voorspellingen voor vandaag zijn niet geweldig, harde wind en regen. Maar onder het motto ‘het valt eigenlijk altijd mee’ gaan mijn oud-collega en ik gewoon op pad op deze Overijsselse etappe van het Langste natuurpad van Nederland. Het wandelgebied kennen we allebei goed, dus we zijn benieuwd of de dag ons nog verrassingen gaat brengen.

De ene auto zetten we in Heino en de andere in Vilsteren, waar we afgelopen voorjaar zijn geëindigd. Vanuit Vilsteren lopen we vrijwel gelijk het bos in. De paden zijn bezaaid met bladeren die de modder eronder aan het oog onttrekken. Wij zijn echter voorbereid en hebben beide bergschoenen aan die wel een stootje kunnen hebben.

Na nog geen kilometer doemt er een hoge brug op over het spoor. We zijn er beide zeker van dat we deze nog nooit gezien hebben. Bovenop de brug heet een bord ons welkom op de ‘spoorbrug in de Rekveldsteeg’. Voor 2023 een onbewaakte spoorwegovergang, maar sinds 2023 dus deze brug. Nu begint ons wat te dagen. Die onbewaakte spoorwegovergang kennen we. Onder het schild van Vilsteren door lopen we over de brug naar de overkant.

Nieuwe spoorbrug

Aanvankelijk is het nog droog en een blik op buienradar leert ons dat we nog een half uur hebben, voordat het gaat regenen. We besluiten bij het eerste het beste bankje onze koffie/thee te drinken met een overheerlijke huisgemaakte appelcake (met appels uit eigen tuin!) van mijn wandelgenoot.

Nadat we weer verdergaan duurt het niet lang voordat we onze regenkleding tevoorschijn kunnen halen. Over bospaden met her en der paddenstoelen (paarse dennenzwam!) lopen we naar het westen. We zien welgeteld één andere wandelaar, een jongeman met een lange baard, een mand en gekleurd wollen vest. Een paddenstoelenplukker?

Paarse dennenzwam

We komen langs camping Starnbosch, waar enkel nog verlaten caravans staan en het Sterrenbosch, een bosrotonde waar vele paden samenkomen. In het midden blijkt een huis te staan. We hadden beide een andere herinnering hieraan, zou er nóg een Sterrenbosch zijn hier in de buurt?

Niet veel later zien we de enige horeca hier op de route: Herberg De Witte Gans. Ik herinner me het haardvuur van jaren geleden toen we tijdens een winterwandeling in de sneeuw hier ook langs kwamen. Hopend op dat haardvuur besluiten we hier een kopje koffie met wat lekkers te nemen. Regenkleding gaat op de kapstok en inderdaad het haardvuur brandt, heerlijk. Wij zetten ons ernaast aan de stamtafel. De koffie met warme wafel met stoofpeertjes gaat er goed in!

Herberg De Witte Gans

Opgewarmd en enigszins opgedroogd gaan we weer op pad. In de resterende 6 kilometer lopen we langs het Overijssels Kanaal waar we een regenboog zien en ook de reden van de regenboog aan den lijve ondervinden. De zon breekt even door, gevolgd door een fikse bui met flinke tegenwind. Gelukkig hadden we onze regenkleding alweer aangetrokken toen we De Witte Gans verlieten.

Overijssels Kanaal

Via Landgoed De Gunne en onder de N35 door bereiken we Heino alweer. Het was een herfstige etappe met zeker nog een paar verrassende paden (en spoorbruggen!), mooie herfstkleuren, regen maar ook zon. Ik ben wel eens doorweekter geweest na een wandeling. Prima dagje dus voor eind oktober. In het voorjaar van volgend jaar gaan we weer verder op het Natuurpad, door naar Wijhe aan de IJssel.

Benieuwd naar de andere etappes van het Langste natuurpad van Nederland? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Dorenweertsepad: een on-Nederlandse wandeling vanaf een sprookjeskasteel

Route: Klompenpad Dorenweertsepad
Afstand: 13 km
Start: Parkeerplaats Kasteel Doorwerth, Fonteinallee 2B Doorwerth
Eind: Parkeerplaats Kasteel Doorwerth, Fonteinallee 2B Doorwerth

Het Dorenweertsepad staat bij veel Klompenpadwandelaars in hun top 3. Vorig jaar liepen we een andere topper uit die top 3, het Rosandepad, niet ver hiervan. Het bleek prachtig. En dus stond het Dorenweertsepad bij mij ook op mijn nog-te-wandelen-lijstje. Vandaag is het zover. In ons wandelweekend in de regio Arnhem-Nijmegen lopen we op een zonnige zondag dit Klompenpad.

Om half 10 parkeren we de auto bij Kasteel Doorwerth. Een oktoberzonnetje schijnt door de bomen die al beginnen te kleuren. We verbazen ons over de vele torentjes van het kasteel, het lijkt echt een sprookjeskasteel. De waterburcht in de uiterwaarden van de Rijn vlakbij Doorwerth heeft een lange geschiedenis en wordt voor het eerst vermeld in 1260. Tegenwoordig kun je de monumentale vertrekken in het kasteel bezoeken en herbergt het kasteel meerdere musea.

Kasteel Doorwerth

We lopen over de binnenplaats van het kasteel via de achteringang direct het bos in. We krijgen de nodige klimmetjes voorgeschoteld. Onze wandelconditie die we van de wandelvakantie in Zwitserland hebben overgehouden, komt hier goed van pas. We lopen langs de ijskelder en over paden die af en toe wat klim- en ontwijkwerk vereisen door omgevallen bomen. Ook zijn er vele kleine bospaadjes, waarvan sommige waarschijnlijk veranderen in beekjes bij veel regen.

IJskelder en bomen op het pad

Als we bij de uitkijktoren op de Boersberg komen, breekt de zon goed door. Wat een timing. Bovenop die toren kunnen we ver kijken. De Nederrijn zien we in de diepte, de bossen in herfsttooi, Driel, de torens van kasteel Doorwerth en nog veel meer! Prachtig.

Uitzicht vanaf de uitkijktoren

Het is best wel druk in het bos met wandelaars, hondenuitlaters, hardlopers, mtb-ers en zelfs ruiters. Ik kan me zo voorstellen dat een zondag ook wel het drukste moment is. Op een doordeweekse dag zal het hier heel anders zijn. Op een rond stenen bankje met tafeltje drinken we onze koffie. We kijken uit over de uiterwaarden en de Nederrijn. In de diepte zien we wandelaars die door die uiterwaarden lopen. Over een paar uur lopen wij daar ook. We kijken dan omhoog naar het dikke bladerdek maar kunnen met geen mogelijkheid het stenen bankje ontdekken.

Bankje met uitzicht

We doen de verlengde route en dalen af via de Italiaanseweg, in 1848 aangelegd door de baron van Brakell tot Wadenoijen, baron van kasteel Doorwerth. De weg verbond het kasteel met station Wolfheze. De twee haarspeldbochten in de weg en de klinkers deden de baron aan Italië denken, vandaar de naam. Na de daling volgt een stijging naar landgoed Duno (of Duunoog). Deze buitenplaats is vanaf 1800 ontstaan als landschapspark met vele hoge hagen en uitzicht over de Nederrijn.

Landgoed Duno

Maar bij dat uitzicht komen we straks terug. Eerst maken we nog een lus door Heveadorp, een fabrieksdorp bij de Hevea rubberfabriek (‘hevea’ is de Latijnse naam voor rubberboom). De fabriek stond hier van 1915 tot 1979. Oorspronkelijk stond de fabriek in Groningen maar werd naar deze plek verplaatst. Voor de arbeiders die uit Groningen meekwamen bouwde eigenaar Wilhelmi dit dorp met 83 huizen met rieten kap in Engelse cottagestijl. De huizenblokken hebben de namen van de Indische eilanden waar het rubber werd gewonnen: Java, Celebes, Sumatra en Borneo.

Oorspronkelijke huizen van Heveadorp

Na dit bijzondere dorp komen we terug in het landschapspark van Duno en kijken we nog meerdere keren uit op de Nederrijn. We zijn er niet de enige. Vele hondenuitlaters, stelletjes en gezinnen wandelen er of zitten op een van de vele bankjes. We eten er een broodje, genietend van het uitzicht.

Uitzicht

Hierna is het gedaan met het stijgen. We dalen we af naar de uiterwaarden waar we vlak langs het water lopen en meerdere opstapjes over prikkeldraad slechten. We lopen nu waar we de wandelaars zagen vanaf ons stenen bankje. De grazende koeien die we tegenkomen, kijken niet op of om. Die wandelaars zijn ze gewend.

Koeien in de uiterwaarden

Dan is het kasteel niet ver meer. Het is er een drukte van belang. Op het terras genieten we van een cappuccino met lekkers. wat een mooie wandeling was dit! On-Nederlands met al die klimmetjes en uitzichten. Ik snap wel waarom dit een hoop mensen bevalt. Ons zeker ook!

Benieuwd naar de andere Klompenpaden die ik heb gelopen? Je vindt ze hier.

Zwitserland | Kapellenweg bij Visperterminen: wandelen langs 10 kapelletjes

Route: Kapellenweg Visperterminen und Bodmeri Suone
Afstand: 11 km (volgens de site 9 km)
Dalen: 407 meter
Stijgen: 401 meter
Start: Parkeerplaats Sesselbahn Visperterminen (betaald)
Eind: Parkeerplaats Sesselbahn Visperterminen (betaald)

Enkele kapelletjes

De laatste grote wandeling van deze week in Zwitserland bevindt zich op hoogte. Voor de hele dag wordt goed weer voorspeld, dus we kunnen los. Visperterminen is een wintersportplaatsje op 1400 meter. Van hieruit start een pelgrimsroute langs tien kapelletjes: de Kapellenweg. Deze route bestaat al sinds de 17e eeuw. Gelovigen lopen langs de kapelletjes omhoog en bidden bij elke kapel de rozenkrans. De laatste kapel is de Waldkapelle, een grotere kerk hoog in het bos. De route loopt vanaf hier langs de Suone Bodmeri (een irrigatiekanaaltje) weer terug naar Visperterminen. In de beschrijving wordt deze wandeling “eine der schönsten Wanderungen im Wallis” genoemd. Dat willen we natuurlijk met eigen ogen zien.

Langs de kapelletjes

Vanaf de stoeltjeslift, die nu, in september, nog steeds in gebruik is, zien we het eerste kapelletje al liggen. Elk kapelletje herbergt beelden die een Bijbelverhaal uitbeelden. Tot aan de kruisiging van Christus. Sommige beelden zijn gerestaureerd, bij andere zien we wat vreemde objecten. Zo heeft een engel een nijptang in de hand.

Stoeltjeslift en engel met nijptang

Het pad omhoog is best wel steil, dus we zijn blij dat we bij de kapelletjes kunnen stoppen en de scène die uitgebeeld wordt, kunnen bekijken. Er staat geen beschrijving of nummering bij. In de GPX-track die we erbij hebben, is de nummering en naam van iedere kapel wel terug te vinden.

Als klap op de vuurpijl komen we na negen kapelletjes bij de Waldkapelle uit, een goed gerestaureerde kerk midden in het bos met een bezienswaardige binnenkant. Net als in Lourdes hangen er miniatuur ledematen die gelovigen hebben achtergelaten als aanvraag of dankbetuiging voor genezing. Achter de kerk is een natuurlijke tribune waar openluchtdiensten worden gehouden. Zou iedereen hier te voet moeten komen? Dat is lang niet voor iedereen weggelegd. Wij maken gebruik van een bankje verderop voor een welverdiend kopje koffie met uitzicht.

Waldkapelle

We vervolgen de weg verder het bos in over grotere en kleinere paden. Op een gegeven moment lopen we langs de Suone Bodmeri, een irrigatiekanaal uit 1915 dat ook nu nog tussen april en half september gebruikt wordt. Het was tot nu toe frisjes maar de zon breekt door. De Suone stroomt helder en rap langs het pad totdat een sluisje dichtgezet is en het water een aftakking neemt. We lopen verder langs een droog kanaaltje.

Langs de Suone

Onderweg komen we een wandelaar tegen die ons aanraadt om naar de Hüoterhüsi te gaan. Hij vindt het er “zeer romantisch”. We hebben geen idee of de route erlangs gaat maar wat blijkt, het pad doet een heen en weertje naar precies deze hut. Met uitzicht op het Rhônedal eten we er onze broodjes. In de hut zijn een grof houten bed en bureautje aanwezig, ook een kruis, oude gereedschappen en een olielampje ontbreken niet. Het is net of we honderd jaar terug in de tijd stappen. Ik begrijp de wandelaar wel met zijn beschrijving. Zou deze hut nog gebruikt worden door bijvoorbeeld wandelaars?

Hüoterhüsi

Na de lunch komt het meest uitdagende deel van de route. Een klein paadje door het bos wordt steeds smaller met de nodige boomwortels, stenen en afgronden. We moeten goed uitkijken waar we onze voeten neerzetten. De stokken zijn geen overbodige luxe.

Uiteindelijk komt dit pad uit op een zonovergoten karrespoor tussen de weiden. Op het pad voor ons lopen de koeien die we met weidse armgebaren in beweging kunnen krijgen. Ze sjokken voor ons uit en worden niet warm of koud van dat stelletje wandelaars dat er ook langs wil. Over een sneeuwschoenroute via een aantal oude verlaten houten huisjes komen we op een asfaltpad dat ons naar Visperterminen brengt.

Wat een mooie wandeling was dit, vol afwisseling en mooie uitzichten. Ik was hier nog niet eerder geweest maar het is zeker de moeite waard. Voor een volgende keer ben ik ook wel benieuwd naar de wandelingen bovenaan de stoeltjeslift. We komen nog eens terug!

Benieuwd naar andere wandelingen in Zwitserland? Kijk dan hier.

Zwitserland | Sentier des Vitraux: wandelen langs 21 glas-in-lood afbeeldingen

Route: Sentier des Vitraux
Afstand: 4 km (inclusief rondje Jardin Médiévale)
Dalen: 128 meter
Stijgen: 136 meter
Start: Parkeerplaats Parc de Jeux, Saillon
Eind: Parkeerplaats Parc de Jeux, Saillon

Lunchbankje

Vier jaar geleden liepen we de route Passerelle à Farinet met een imposante hangbrug. Ons vielen toen de glas-in-lood afbeeldingen op die op palen her en der langs de weg stonden. Die route met 21 ramen moeten we een keer lopen, zeiden we toen. En nu staat we hier weer in Saillon (Wallis). Er komt regen aan, dus we zochten een korte, niet al te hoge wandeling. Deze route van vier kilometer in het dal is perfect.

Naar het oude stadje Saillon

Jammer genoeg kan ik geen routebeschrijving of GPX-bestand vinden van de route. Ook is hij niet gemarkeerd in het veld, op de ramen na dan. Sporadisch komen we een bordje tegen, maar die helpen niet om de goede kant op te lopen. Ik vind op een site wel een kaartje met de route, maar zonder aanwijzingen hoe je de genummerde ramen in de goede volgorde kunt lopen. Op goed geluk lopen we een kant op en volgen de route van de afbeeldingen 1 tot en met 15 achter elkaar. Het lukt niet om 16 tot en met 21 in de goede volgorde te lopen. Maar dat maakt eigenlijk niet uit. De ramen zijn indrukwekkend en de omgeving prachtig.

De ramen zijn gemaakt door de schilder Robert Héritier en glas-in-lood zetter Théo Imboden. Als de zon erdoorheen schijnt worden de afbeeldingen prachtig uitgelicht. Elke afbeelding heeft een nummer en een titel. Ze beelden waarden uit die de wereld vooruit helpen zoals respect voor de kindertijd, liefde die geeft en brandt, de schreeuw van stilte en contemplatie.

We lopen vanaf de parkeerplaats enkele honderden meters langs de weg en slaan dan een pad in steil omhoog dat ons naar het oude stadje Saillon leidt. Onderweg komen we de nodige glas-in-lood ramen tegen. We lopen over kleine keitjes langs oude huizen met bloemen, een terrasje op een pleintje met platanen en ook auto’s, die toch iets afdoen aan de middeleeuwse sferen. Het ziet er allemaal pittoresk uit. We zien weinig mensen op straat.

Saillon

De route stijgt tussen de wijnvelden en op een bankje bij raam nummer 15 La comtemplation lunchen we met een mooi uitzicht. Als ik later nummer 19 fotografeer draait een langsrijdende auto het raampje open en zegt enthousiast in het Frans dat dit uniek is. Ja, daar zijn we achter. Leuk hoor!

Nummer 21 is het eind- en hoogtepunt van de route en staat bij de kleinste wijngaard van de wereld. Door een berceau van wijnranken en aan weerszijden citaten lopen we naar dit laatste venster toe. De Vigne à Farinet (wijngaard van Farinet) op deze Colline Ardente (brandende heuvel) is een bijzondere plek. De gulden snede is hier van toepassing, een verhouding van 1,618. In de natuur kom je deze verhouding van perfecte harmonie ook tegen.

Kleinste wijngaard van de wereld

De wijngaard is aangelegd door Les Amis de Farinet ter ere van het honderdste sterfjaar van de goedhartige bandiet Joseph-Samuel Farinet (1845 – 1880), symbool van de bergvrijheden. Hij stierf hier vlakbij op 35-jarige leeftijd. De opbrengst van de wijngaard wordt verkocht t.b.v. de kansarmen. De Pelgrims van de Hoop, de meest vooraanstaande persoonlijkheden van deze tijd op politiek, sportief, artistiek, sociaal en spiritueel gebied beheren de wijngaard. De Dalai Lama heeft het in 2000 de ‘Wijngaard van de vrede’ genoemd. Een beeld van een man met een bloem in zijn geweer symboliseert dit.

Veel symboliek op deze plek. Misschien een beetje tè. Maar het is een vredige plek met een prachtig uitzicht. Om ons heen gaat het leven door en is men druk bezig de druiven te oogsten. Intussen betrekt de lucht en wandelen we langs de laatste ramen van de route naar beneden. We kijken uit op een kasteelruïne waar een torenvalk overheen zweeft.

In Saillon trekt een bordje Jardin Médiévale onze aandacht. Bij een kerk is een tuin aangelegd met allerlei (kruiden)planten die de sfeer van de middeleeuwen oproept. We lopen er een rondje en snuiven de verschillende geuren op.

Jardin Médiévale

Via een andere weg dan in het begin lopen we weer terug naar de auto. De eerste druppen beginnen te vallen als we deur opendoen. Goed getimed, dit einde van een mooie wandeling. Historie, kunst en uitzichten gecombineerd in een korte route met een paar stijgingen en dalingen. In anderhalf uur goed te doen, inclusief bezoekje aan de middeleeuwse tuin.

Benieuwd naar andere wandelingen in Zwitserland? Kijk dan hier.

Zwitserland | Via Francigena etappe VFS-058: Bourg-St-Pierre – Orsières

Route: Via Francigena
Afstand: 14 km
Dalen: 908 meter
Stijgen: 207 meter
Start: Parkeerplaats Piscine Communale Bourg-St-Pierre
Eind: Parkeerplaats station Orsières

Een jaar geleden liepen we voor het eerst een etappe van de Via Francigena, een van de oudste pelgrimsroutes van Europa. Deze ‘weg van de Franken’ loopt in 3000 kilometer vanaf Canterbury in Groot-Brittannië via Frankrijk en Zwitserland naar Rome. De route loopt over de Grote Sint Bernardpas naar Italië. Vorig jaar liepen we vanaf die pas terug naar Zwitserland en daalden we zo’n 1000 meter. Vandaag zijn we terug en lopen verder Zwitserland in. 14 kilometer dit keer, naar Orsières, een daling van zo’n 900 meter.

Onderweg in Liddes

De vorige etappe begon boven de boomgrens en we liepen over rotsige paadjes met stroompjes over het pad. Je moest af en toe goed uitkijken waar je liep. Met dat beeld in gedachten starten we in Bourg-St-Pierre en lopen al snel het dorp uit. De eerste kilometers is het pad een karrenspoor. De rest van de etappe kent wel wat kleine paadjes, waarvan een klein stukje technisch uitdagend, maar het zijn overwegend brede (bos)paden. Het loopt dus lekker door, zo naar beneden.

Karrenspoor buiten Bourg-St-Pierre

Het zonnetje schijnt en er staat een windje, heerlijk wandelweer. Na enkele kilometers staat er een hek over de weg en is er een omleiding in verband met werkzaamheden. In totaal lopen we enkele honderden meters meer met deze omweg, maar passeren nu wel een stuwmeer met bankje. Een prima plek voor koffie.

Na de koffie stijgen we wat naar Liddes waar we door smalle straatjes met oude huizen lopen. Hier dalen we af naar de Dranse d’Entremont, een snelstromend beekje dat we tot aan Orsières blijven volgen. Soms aan de ene en soms aan de andere kant. Berkenbomen maken een diepe buiging over (en voor?) de beek.

Dranse d’Entremont

De weggetjes worden hier wat uitdagender, leuk als afwisseling! Ook komen we op dit stuk tot aan Orsières een aantal wandelaars tegen met grote rugzakken. Twee Zwitserse vrouwen zijn gisteren in Martigny vertrokken en hebben zichzelf 40 dagen gegeven om naar Rome te lopen. Een Nederlands-Arubaanse man is in Genève begonnen en wil over een maand in Rome zijn. Hij is katholiek en aangezien het dit jaar het jubeljaar is, is dit HET jaar om dit pad te lopen. Vol bewondering wensen we hun een goede wandeltocht. Wat zou het leuk zijn om nu door te lopen en niet pas weer volgend jaar een volgende etappe te doen…

Uitdagende paadjes

We zien dit keer meerdere aanduidingen van de route. Zo komen we een bordje met Rome tegen en een pijl in de richting waar we vandaan komen. Ook passeren we een afbeelding van een gestileerde pelgrim. Wellicht dat deze route ook steeds populairder wordt, nu de camino naar Santiago wel heel erg druk aan het worden is.

We zien Orsières liggen in de diepte als we op een enorme buis stuiten die hoog op de berg begint en boven Orsières eindigt. Wat zou de buis vervoeren? Water, gas, buizenpost (zoals een van mijn medewandelaars oppert: “heel hip in de jaren 70”). Het is in ieder geval zeer indrukwekkend.

Buis boven Orsières

Slingerend met haarspeldbochten komen we uiteindelijk in Orsières uit waar we bij het station onze chauffeur/medevakantiegenoot ontmoeten. Het was een mooie etappe, niet heel moeilijk. Dat smaakt naar meer. Hopelijk volgend jaar weer.

Benieuwd naar andere wandelingen in Zwitserland? Kijk dan hier.