Een ReisKunst-Verhaal óftewel het Labyrint van Chartres met Bijbehorende Hersenspinsels


kathedraal van Chartres

Het is zo langzamerhand wel weer eens tijd voor een Reiskunst-Verhaal. Verhalen over schilderijen van me, geïnspireerd door een combinatie van reizen in mijn geest en gebeurtenissen tijdens reizen in verre of meer nabije landen. Van ver was bijvoorbeeld dit verhaal uit China, van veel dichterbij komt het meest recente in de reeks, namelijk uit het Franse Saint-Paul-de-Vence. En voor dit verhaal beland ik opnieuw in Frankrijk: in Chartres in de prachtige middeleeuwse kathedraal daar. Wat dan mijn onderstaande grote drieluik ‘Specchio’ (Italiaans voor spiegel) van 2 bij 3 meter daarmee te maken heeft?

Toos van Holstein, Specchio (drieluik olieverf, 2m-3 m)

Daarvoor moet je kijken naar het middendeel. Naar het labyrint rond hoofd en bovenlichaam van de jonge vrouw. Indirect een zelfportret van me.

middendeel van Specchio

Ergens in de jaren 90 belandden levensgezel en ik voor de eerste keer samen in die 12e eeuwse kathedraal van Chartres. Vroeg in de avond, schemerlicht vallend door de gebrandschilderde ramen, orgelmuziek galmend door de grootse ruimte. Magie! En het beroemde labyrint in de vloer van de kerk lag ook nog eens open. Ineens was ik weer dat kind dat in de grote tuin van papa, tuinder van beroep, voortdurend de weg kwijtraakte in het doolhof van paden. Elke keer was ’t een zoektocht. En daardoor ontstond in die kathedraal een idee.

foto van het labyrint van Chartres, geonden op internet

Foto’s van toen in Chartres heb ik niet. Het pre-digitale fototijdperk, weet je wel. Dan was je zuinig met plaatjes schieten want als je niet oppaste was je fotorolletje binnen de kortste keren vol. Over dat specifieke labyrint straks meer.

Eerst waarom ik een doolhof in mijn ‘Specchio’ heb verwerkt. Die al duizenden jaren oude vinding. Denk maar aan de Griekse mythologie. Aan het verhaal van het labyrint van Knossos op Kreta. Waarbinnen de Minotaurus, half mens-half stier was opgesloten. Een gewelddadig hybride wezen waaraan elk jaar een kind moest worden geofferd. Afijn, de heldhaftige koningszoon Theseus, de bol draad van prinses Ariadne, Minotaurus dood, draad leidt Theseus weer naar de uitgang en eind goed al goed.

oude ets van het interieur van de kathedraal met daarin het labyrint

Voor mij is het labyrint een metafoor voor de verwarrende zoektocht die ik als nog wat schuchtere puber en jongvolwassene via de academie moest afleggen naar het volwassen worden, naar het me als kunstenaar bloot durven geven. Maar daarvoor eerst het ingewikkelde doolhof naar volwassenheid moest doorlopen en de vragen moest beantwoorden van ‘wie ben ik’ en ‘wat wil ik’.  Tot daar dus die fiere jonge vrouw staat van ‘wie doet me wat’.

Dat drieluik-verhaal kwam weer boven toen levensgezel en ik die kathedraal afgelopen jaar tijdens onze Tour de l’Art en France op een donderdag opnieuw bezochten. Ik heb daar ook verslag van gedaan. Maar het mooie was, het labyrint ging de volgende dag, vrijdag, open. De enige dag in de week dat de stoelen worden verwijderd die er de rest van de week overheen staan. Mazzeltje dus!

de stoelen worden verwijderd
klaar voor gebruik

En nu leven we in het digitale fototijdperk. Het was prachtig om de hele uitleg vooraf, in het Frans en Engels, te horen over hoe wel en hoe niet en hoe devoot je nou wel of niet moest zijn. Waarna de rij wachtenden, vooral vrouwen, één voor één los mocht.

de rij wachtenden voor u is ……
onderweg

Nu even een echte spoiler! Eigenlijk is dat labyrint helemaal geen labyrint. Je kunt helemaal de weg niet kwijtraken. Want ’t is één lange doorlopende wandeling met heel veel bochten erin. Met een stop in het midden bij de grote steen die daar ligt, waarna je weer verder slingert om er uit te komen. Maar het blijft natuurlijk wel een wandeling vol symboliek. Die vroeger voor gelovigen symbool stond voor ‘de weg naar Jerusalem’.

tja, wat doe je als moeders onderweg is naar Jerusalem
je kunt natuurlijk ook rustig gaan zitten om het schouwspel gade te slaan
Toos van Holstein, Ariadne (digicompo op alu-dibond, 2m-1 m)

Later heb ik de foto van het middendeel nog bewerkt op de computer tot een wat gewijzigde versie. Om die op een plaat van geborsteld alu-dibond van 1 bij 2 meter te laten drukken. Met als titel ‘Ariadne’. Ook heel toepasselijk natuurlijk. Tot volgende week.

TOOS  

Cocteau en zijn kapellen aan de Côte d’Azur


Een paar keer per jaar schrijf ik een Kunststukje voor het Magazine van de Nederlandse Club aan de Côte d’Azur. En waarom zou ik dat ook niet hier delen in mijn TOOS&ART? Hieronder dus, zij ’t tekstueel een beetje aangepast en met wat meer foto’s.

het artikel i n het Magazine

We schrijven de jaren 50 van de vorige eeuw. Kapellen zijn blijkbaar in bij kunstenaars. Want Matisse werkt de laatste paar jaar van zijn leven aan zijn totaalkunstwerk, zijn pièce de résistence, de Chapelle du Rosaire in Vence. Terwijl Picasso schildert aan de panelen van zijn ‘La Guerre et la Paix’ voor een eeuwenoude kapel in Vallauris.

interieur van de Chapelle du Rosaire in Vence, ontworpen door Matisse
interieur van de Chapelle La Guerre et la Paix in Vallauris, ontworpen door Picasso

En Jean Cocteau mag van de vissers van Villefranche-sûr-Mer aan de gang met de binnen en buitenmuren van hun, ook eeuwenoude maar wat vervallen Chapelle Saint-Pierre. Jean Cocteau (1889-1963), naast Prince des Poêtes nog heel veel meer. Roman en toneelschrijver, regisseur, filmmaker, ontwerper, beeldend kunstenaar en in zijn jongere dandy-jaren goed voor wat schandaaltjes hier en wat drugsgebruik daar. Met in zijn persoonlijke leven een duidelijke voorliefde voor mannen.

Best curieus dus dat juist hij aan de gang mocht met die verwaarloosde katholieke kapel die nog steeds eigendom was van de vissers. Zou het Vaticaan ervan hebben geweten? Met de daar heersende nogal ambivalente houding tegenover homosexualiteit? Maar een pluspuntje voor Cocteau was waarschijnlijk dat hij een deel van zijn jeugd in Villefranche-sûr-Mer had doorgebracht.

Chapelle Saint-Pierre in Villefranche-sur-Mer, zowel binnen als buiten beschilderd door Jean Cocteau

Na die Chapelle Saint-Pierre zat er voor hem zelfs nog een tweede kapel aan de Côte aan te komen. De Chapelle Notre-Dame-de-Jérusalem in Fréjus. Het verschil tussen beide kon eigenlijk niet groter zijn. De eerste; in de stad, aan de haven, eeuwenoud. De tweede: buiten Fréjus, in het bos op een heuvel en spiksplintertjes nieuw. De eerste beschilderd bij leven, de tweede pas voltooid enkele jaren na zijn dood.

Eerst maar die Chapelle Saint-Pierre. Waar Cocteau in 1956/57 zijn fresco’s aanbracht terwijl hij er dag en nacht bivakkeerde. In zijn eigen woorden: “uiteindelijk werd ik de kapel en werd ik een muur. Ik was veranderd in een muur en toen begon de kapel te leven”.

Cocteau aan de voorkant
Cocteau binnenin op de steigers

Daarbij heeft hij vast vaak gedroomd over de naamgever van de kapel, Saint Pierre. Oftewel de apostel Petrus oftewel Sint Pieter oftewel de 1e Paus van Rome oftewel de sleutelbewaarder van de toegangspoort naar de Hemel oftewel de beschermheilige van de vissers. Want van die eenvoudige visser en volgeling van Jezus verbeeldde Cocteau een aantal gebeurtenissen uit zijn leven. Nou ja, van teksten uit de bijbel en van apostelverhalen. Waarheidsgehalte? Wat denk je zelf? Maar Cocteau kon zijn fantasie er heerlijk op loslaten.

de haan op een ladder

Bijvoorbeeld bij de bekende haan hierboven Die, zoals Jezus de avond voor zijn proces en kruisiging had voorspeld, driemaal zou kraaien omdat Petrus hem driemaal zou gaan verloochenen, d.w.z. driemaal zou ontkennen dat hij Jezus kende. En aldus geschiedde. Maar die haan is in de kapel gecombineerd met een veel later verhaal. Dat van de arrestatie van Petrus in Jerusalem in opdracht van koning Herodes.

In zijn cel verschijnt dan de geest van Jezus om hem te laten weten dat hij rustig kan gaan slapen. ’s Nachts zal er een engel komen die zijn ketenen verbreekt en hem de gevangenis zal uitleiden. En aldus geschiedde.

onder midden de slapende Ptrus in zijn cel en links de engel en een bewaker

Niet dat ik zo bijbelvast ben dat ik dit allemaal even oplepel, maar in de kapel staan de nodige verklarende teksten. Zo had ik ook niet paraat dat, net als Jezus, ook Petrus nog over water heeft gelopen Maar ja, toen het water woelig werd, verloor Petrus toch even zijn geloof in Jezus en dreigde te verdrinken. Waarop een engel ondersteunende hulp bood terwijl zowel vissers als vissen verbijsterd toekeken.

links Petrus die door een engel uit het water wordt getrokken en in het midden Jezus die toekijkt

Cocteau heeft dat allemaal prachtig verbeeld in zijn zo persoonlijke, tekenachtige stijl. Zoals hij dat ook heeft gedaan in voorontwerpen voor die kapel bij Fréjus.

Chapelle Notre-Dame-de-Jérusalem bij Fréjus

Maar voor Cocteau bleef het daarbij. Want de eerste steen voor de Chapelle Notre-Dame-de-Jérusalem werd gelegd in februari 1963 en Cocteau, zwak van gezondheid, overleed in oktober van datzelfde jaar. Dat de kapel er uiteindelijk toch kwam is de verdienste van een paar kunstenaarsvrienden van Jean die er nog een aantal jaren aan werkten aan de hand van zijn schetsen. Met dit o.a. als resultaat.

klein deel van het interieur
de koepel

Daarom kan hij je nu ook aankijken vanachter de tafel van het Laatste Avondmaal.

Cocteau’s interpretatie van Het Laatste Avondmaal
het hoofd van Cocteau er uit gelicht

In gezelschap van natuurlijk Jezus in het midden maar wel omringd door een curieus gezelschap. Want als je een beetje speurt, vind je naast zijn goede vriendin Coco Chanel ook de beroemde filmacteur Jean Marais.

het hoofd van filmacteur Jean Marais

Die destijds in films menig vrouwenhart deed smelten, maar in werkelijkheid zowel levensgezel als muze van Cocteau was. Ik moest wel grinniken, juist ook omdat je dit in een kapel best weleens als profaan zou kunnen opvatten. Verder vind je onder andere ook Jezus tussen soldaten en zijn kruisiging.

Jezus met de doornenkroon op zijn hoofd tussen twee soldaten in
Jezus aan het kruis

Maar er is veel meer. Want de kapel is gewijd aan de Kruisridders van het Heilige Graf. De ridderorde die tijdens de eerste kruistocht meehielp om in 1099 Jerusalem te heroveren. Dus vind je binnen volop fresco’s met symbolen van die orde en buiten mozaïeken die met het oude Jeruzalem hebben te maken.

delen van de mozaieken aan de buitenkant

Mocht je ooit in de buurt komen, een bezoek waard. Tot volgende week.

TOOS

? DESTINATION? , mijn Nieuwjaarswens voor 2026


Toos van Holstein, ?DESTINATION? ( mixed media op papier, 15 cm-10 cm)

Natuurlijk is de keuze voor de vraagtekens in de titel ‘?Destination?’ van mijn bovenstaande Nieuwjaarskaart een bewuste. Want die zwevende figuur, is dat een soort engel? En komt die of gaat die nou juist? En die basiskleur groen? Tegenwoordig toch DE kleur voor duurzaamheid? Die is hier en daar best behoorlijk donker.

Maar we leven tegenwoordig dan ook in ambivalente en ongewisse tijden in een uit elkaar vallend wereldbestel. Daarvoor hoef je eigenlijk alleen maar te kijken naar ons eigen landje, naar onze eigen maatschappij.

Niet zomaar duiken steeds vaker min of meer ouderwets aandoende woorden op als het Drentse noaberschap en het Friese mienskip. Als je die begrippen zou willen omschrijven, moet daar volgens mij in ieder ook het woord ‘saamhorigheid’ bij betrokken worden. Hoe zou de wereld eruit zien als dat woord wat vaker in praktijk wordt gebracht?

Ik wens je daarom naast een gezond en creatief Nieuw Jaar dan ook een saamhorig Nieuw Jaar toe. Opdat we mede te maken krijgen met een Voorspoedig 2026!

Tot volgende week

TOOS

Feestend het Nieuwe Jaar 2026 in


Toos van Holstein, Fiësta (steendruk, 57 cm-77 cm)

Een beetje positief feestend het nieuwe jaar in kan in mijn ogen absoluut geen kwaad. Dan kunnen we al vast wat voorbereidende mentale weerbaarheid opbouwen tegen de negatieve zaken die ongetwijfeld dit jaar ook op ons pad gaan komen. Dus ik houd ’t kort dit keer, het feest gaat voor.

Toos van Holstein, Zocalo (olieverf, 90 cm-120 cm)

Maar Toos, je gebruikelijke Nieuwjaarswens dan? Komt goed! Die is nu in een behoorlijke oplage in vaste vorm in een envelop onderweg naar een aantal echte brievenbussen. Maar die oplage was niet groot genoeg om iedereen op mijn verzendlijst zo’n grofstoffelijk exemplaar toe te sturen. Dus gaat ie binnenkort ook nog in digitale vorm in digitale e-mail inboxen terecht komen. Net trouwens als op mijn accounts bij LinkedIn, Facebook, Instagram en Pinterest. En natuurlijk in dit blog TOOS&ART. Nog eventjes geduld dus.

Toos van Holstein, Festivo (olieverf, 80 cm-70 cm)

Tot volgende week.

TOOS

De Grootste Kerstboom ter Wereld in Gubbio en de Italiaanse Kunst van het Leven


Vorige week de Boom van Jesse, nu de Kerstboom. Maar dan geen gewone natuurlijk. Nee, gelijk maar de Grootste Kerstboom ter Wereld. Zie het Guinness World Records boek. Ja, en? Zo zou ik normaal gesproken reageren. Maar ja, deze kerstboom is wel in mijn eigenste keramiekstad Gubbio in Italië te vinden en dat verandert de zaak wel even. Mee ook omdat deze blogaflevering juist op Eerste Kerstdag in je Inbox valt.

de officieel grootste kerstboom ter wereld in Gubbio

In 1981 lichtte die Kerstboom voor ’t eerst op. Op 7 december ’s avonds. Waarmee een jaarlijks kerstritueel was geboren. Dit jaar werden de lichten dus voor de 45e keer ontstoken. Maar een kerstboom van dik 700 meter lengte kan natuurlijk nooit een echte boom zijn. Deze ligt dan ook als lichtende vorm tegen de helling van de Ingino, de berg boven Gubbio. Met de basis net buiten de oude stadsmuren en de spits vanzelfsprekend richting een kerk. De Basilica Sant’Ubaldo, de stadsheilige van Gubbio, die op de top van die Ingino ligt.

nog een keer, maar nu met het oude Romeinse theater op de voorgrond

Moet je je voorstellen: kilometers aan elektrische kabel en zo’n 700 lichtjes, het geheel vanaf kilometers afstand zichtbaar. Ik ken dit jammer genoeg alleen van foto’s omdat mijn jaarlijkse keramiek-verblijf van een maand altijd valt in de lente of zomer. Maar wie weet, ooit? Dan kan ik ook gelijk ‘ons’ plein in Gubbio in kerstsferen meemaken. De Piazza Giordano Bruno, het oudste plein van Gubbio in het quartiere di San Martino.

Piazza Giordano Bruno in Gubbio
met hier de Bar Pizzeria San Martino en mijn persoontje achterin midden links in een wittig jack

‘Ons’ plein, omdat levensgezel en ik daar einde middag heel regelmatig neerstrijken bij Bar Pizzeria San Martino. Voor onze Campari Spritz met toebehoren.

de Campari Spritz met toebehoren

Een gratis toebehoren dat bestaat uit een assortiment pizzastukken. En nemen we daarna nog een tweede spritz, dan is één van de grote voordelen dat we volop hebben gedronken en gegeten voor een totale rekening van iets meer dan €20. Leuk prijsje toch? Maar er is nog een ander zeer aangenaam voordeel. Het aanschouwen van de Kunst van het Leven. Want tussen drinken, eten en een boekie lezen door speelt zich voor je Hollandse ogen een Italiaans wijkleven af dat we in Nederland eigenlijk niet meer kennen. Zoals bijvoorbeeld de menging van jong en oud op de bankjes en trappen van de Chiesa di San Domenico tegenover ons terras.

jong geleerd oud gedaan

‘Jong geleerd oud gedaan’ zogezegd. Zouden die jonkies trouwens al beseffen dat zich achter hun rug prachtige middeleeuwse fresco’s bevinden? Vast niet, want leven in zo’n oude stad is toch gewoon?

een deel van de prachtige middeleeuwse fresco’s
heel toepasselijk voor Kerstmis, met op het fresco de aanbidding van de net geborem Jezus door de Drie Wijzen uit het Oosten

Die trappen zijn natuurlijk ook uitermate geschikt om aan je ijsje te likken. Gekocht bij de ijszaak vlak om de hoek. Geen onbekende zaak trouwens voor ons.

En strijk je op zaterdagnamiddag bij San Martino neer? Grote kans dat in de kerk een trouwpartij gaande is. Met alle gevolgen van dien op het plein.

een moderne variant van De Drie Gratiën
De Twee Gratiën?
nu nog maar één?

Dames in hun mooiste feestjurken die, als dat lichamelijk nog meezit, het bloot graag benadrukken. En jongere heren die er ook graag strak uitzien. En natuurlijk die oldtimer waarin het nieuwe stel nog een toertje door Gubbio moet maken. Een blijkbaar verplicht ritueel voordat elders het feest kan losbarsten.

Maar de hele week door zie je na 5’en ook wijkbewoners het plein bemensen. Effe bijpraten. Heel veel kennen we zo langzamerhand wel van gezicht. Zoals die ouwe man die regelmatig z’n rondje doet op het plein.

Oh ja, kijk daar komt die dochter haar moeder in de rolstoel naar het terras rijden. En daar komt de auto waar manlief zijn moeilijk lopende vrouw uit helpt om haar op het terras te zetten, weer weg te rijden en tien minuten later lopend terug te komen. Hé, daar is ook het echtpaar dat hier vrijwel dagelijks is te vinden.

links en rechts dat echtpaar
kijk, ze zijn er nog steeds

Heerlijk toch om aan zo’n plein te wonen en elke dag dit Italiaanse pleintoneel vanuit je raam te mogen aanschouwen?

Ook Ettore komt regelmatig voorbij. Ettore Sannipoli, DE kunstcriticus van Gubbio.

kunstcriticus Ettore Sannipoli komt voorbij

Met hem voer ik af en toe een soortement gesprekje. Want wij spreken geen Italiaans en hij juist alleen dat. Maar toch heeft ie over me geschreven. Over de Brocche d’Autore die ik maakte voor het museum in Gubbio. En laatst bracht ik hem zowaar in contact met Marianna Giuliante. Die ik weer ken via mijn galerie Quadrige in Nice omdat ze zich in Nice bezighoudt met de promotie van de Italiaanse taal via o.a. kunst. Zij en haar man wonen in Perugia, niet ver van Gubbio, en vonden het leuk om op bezoek te komen. Logisch dat we ze ook meevoerden naar ons plein.

in ‘bespreking’ met Marianna Giuliante

En wie zat daar? Ettore! Konden hij en Marianna toch maar mooi in het Italiaans kletsen over kunst, contacten en manifestaties. Wie weet komt daaruit nog eens iets voort. Hoe dan ook, ‘ons’ plein houden we er voor komend jaar natuurlijk weer in. Tot volgende week.

TOOS   

Geen Kerstboom maar een Jesseboom óftewel Wat zouden We zijn zonder Verhalen


Kerstbomen, hoeveel zouden er nu weer in Nederland over de toonbank zijn gegaan? In 2024 waren dat er zo’n 2,5 miljoen. Twee en een half miljoen exemplaren dus van een oud-Germaans heidens symbool dat pas in de 17e eeuw via de Duitse protestanten gekerstend is geraakt. Net zoals al eeuwen eerder het bijbehorende Germaanse lichtfeest na de kortste dag van het jaar door de Roomse Kerk was geconfisqueerd voor de viering van de geboorte van het Kindeke Jezus. Die kerkmannen wisten wel van integratie! Maar of die christelijke symboolfuncties van Kerstdag en kerstboom tegenwoordig nog steeds zo christelijk beleefd worden? Mag ik enige twijfel hebben?

Die twijfel hoef ik niet te hebben bij die veel onbekendere Jesseboom uit de titel. Officieel eigenlijk de Boom van Jesse. De wat? Vanachter mijn laptop zie ik de vraagtekens gelijk al oprijzen boven lezerskruinen. Daar gaat ie.

Op de foto hierboven zie je ook iets oprijzen. Iets dat gebaseerd is op een bijbels katholieke uitvinding eind 11e eeuw. Met ook Maria en Kind centraal. Mooi passend in deze Kersttijd, toch? Dat iets is het begin van een gebeeldhouwde boom, oprijzend uit de buik van een liggend figuur. De buik van Jesse. De Jesse van het volgend citaat uit het boek Jesaja in het Oude Testament: “Uit de stam van Jesse zal een scheut ontspruiten, uit zijn wortels zal een tak vrucht dragen”.

Hieronder zie je rechts op de eerste foto die hele boom van Jesse. Een prachtig, drie en een halve meter hoog beeldhouwwerk. Rond 1500 gehakt uit stukken kalksteen. Met daarin verweven tussen de takken heel veel figuren rondom een Maria met Kind. Raak je al Kerstsfeer?

kapel Musée de l’Hospice Saint-Roch.
hier nog een keer die rechterkant
Maria met de kleine Jezus op haar arm

Deze plaatjes maakte ik in Issoudun, in het Musée de l’Hospice Saint-Roch. Of om nog preciezer te zijn, in de kapel daar van het eeuwenoude ziekenhuis dat onderdeel uitmaakt van het museum.

in de tuin van het museum met achter mij een deel van het middeleeuwse Hospice Saint-Roch
de oude ziekenzaal van het hospice met nu een paar oude grafzerken daarin

Ik schreef begin september al over dit museum i.v.m. Leonor Fini, één van mijn vrouwelijke kunsthelden. Maar ’t leek me leuk om die boom nog even te bewaren tot een meer geëigende tijd. Kersttijd dus. Goed, nou die figuren boven de buik van stamvader Jesse en rond Maria en Kind.

een paar delen van de Boom van Jesse

 Niet de minsten trouwens, die figuren. Wat dacht je van alle Oud-Testamentische koningen van Judea (min of meer het huidige Israël), te beginnen met koning David? Je weet wel, die met dat door hem afgehakte hoofd van de reus Goliath. En wie was de vader van David? Juist, Jesse! En wat hebben Maria en Jezus dan weer te maken met al die geschiedenis uit het Oude Testament? Je dacht toch zeker niet dat Maria en dus ook Jezus van eenvoudige komaf waren. Kom op zeg! Na grondig en vanzelfsprekend wetenschappelijk verantwoord genealogisch onderzoek hebben de mannen van Rome ze weten te koppelen aan die koningslijn uit het Oude Testament. Met daarin bijvoorbeeld die wijze koning Salomo. Best knap natuurlijk! Maar ja, zoals ik in de titel al aanhaalde ‘Wat zouden We zijn zonder Verhalen’.

Die Boom van Jesse is eind 11e eeuw heel populair geworden in de geloofsbelevening. Ook omdat je aan de hand van die stamboom van Maria/Jezus een hele hoop Bijbelse verhalen kon oplepelen voor de grotendeels analfabetische bevolking. Je vindt de boom dan ook terug in allerlei oude iconen, manuscripten, glas-in-lood ramen en sculpturen. Zoals die in Issoudun.

middeleeuws manuscript met de Boom van Jesse
icoon met de Boom van Jesse
beeld met de Boom van Jesse
kerkraam in Chartres

Het Issoudun-exemplaar wordt gezien als buitengewoon. Ergens langs de autoroute staat zelfs een toeristisch verwijsbord naar de ‘l’Arbre de Jessé’. Mee ook omdat in die kapel nog een tweede boom is te vinden, links op die allereerste overzichtsfoto. Want toen ze in die tijd toch overal met Jessebomen bezig waren, is er nog een andere ontstaan. Een geestelijke, een spirituele. Eentje waarin Jezus ook nog gekoppeld wordt aan alle profeten uit het Oude Testament die op een of andere manier de komst van de Verlosser allang hadden voorspeld. Ook prachtig om te zien. Maar ja, geen echte Boom van Jesse natuurlijk. Dus die profeten als Samuel, Ezechiël, Mozes en Daniël laat ik maar zitten.

de sprituele Boom van Jesse met de profeten

Prachtig vond ik ’t om in diezelfde kapel ook nog mijn naamgenoot tegen te komen. Nou ja, eigenlijk degene die mijn eerste voornaam Catharina heeft veroorzaakt. De heilige Catharina van Alexandrië. Als eeuwenoud houten beeld hangend op een muur.

dat beeld van Catharina van Alexandrië

Tot volgende week.

TOOS

Mark Manders’ Mindstudy in Museum Voorlinden òftewel Je Weet Niet Wat Je Ziet


In 2013 zag ik zijn werk voor het eerst ‘live’. In het Nederlandse paviljoen tijdens de Biënnale van Venetië. En ik was onder de indruk. Echt één van de betere landenexposities toen. Iets dat Nederland niet vaak overkomt. Naar mijn smaak dan natuurlijk.

het Nederlandse paviljoen op de Biënnale di Venezia 2013

Het jaar daarop was ’t weer raak, zij het iets kleinschaliger. In mijn eigen Middelburg nog wel. In de Vleeshal, het Zeeuwse instituut voor de hedendaagse kunst. Hoe de toen al wijd en zijd bekende Mark Manders, want om hem draait ‘t, zomaar terecht kwam in dat voor velen gevoelsmatig zo verre Zeeland?  Nou, Lorenzo Benedetti, de curator die voor de Mondriaan Stichting die tentoonstelling met Mark Manders in Venetië regelde, was toen ook directeur van de Vleeshal. Zo werken die dingen dus!

Vleeshal Middelburg 2014

Wat maanden geleden kreeg ik mee dat Manders een grote solotentoonstelling kreeg in het Wassenaarse Museum Voorlinden. Waarvoor er zelfs inpandig een en ander verbouwd ging worden. Dat was duidelijk. Gaan! Een terechte beslissing kan ik nu concluderen. Want er valt heel wat te smullen bij zijn ‘Mindstudy’. Verspreid over heel veel zalen waar hij groot en groots mocht uitpakken (nog tot 18 januari).

al buiten bij de ingang van Museum Voorlinden een beeldje van Mark Manders
en ook in de bibliotheek
Met dit direct na de toegang tot de eigenlijke expositie. Die uit Middelburg of een variatie?

Eigenlijk had de expositie ook rustig Mindf*ck kunnen heten, naar dat bekende televisie programma waarin je altijd op het verkeerde been wordt gezet. Komt zo, eerst even wat van die echte curatoren-kunsttaal met een paar citaten uit de officiële omschrijving van ‘Mindstudy’.  

‘Mark Manders (1968) verkent de stille diepten van het menselijk bewustzijn. De internationaal geroemde kunstenaar fixeert gedachten en momenten in sculpturen, schilderijen en installaties die balanceren tussen het tastbare en het ongrijpbare. Zijn oeuvre ademt een poëtische spanning: intiem en universeel, concreet en mysterieus.’

variatie op een heel bekend thema van Manders

Kijk, met zo’n tekst kun je thuiskomen als je nog niet goed weet wat je nou met de kunst van Manders moet! Nog maar eentje dan.

‘ Daar ontvouwt zich een wereld van bevroren gedachten en stilgelegde momenten. Er is geen chronologische ordening: vroeg werk lijkt recent, terwijl ander werk de uitstraling heeft van een archeologisch object. Subtiele verbanden en echo’s ontstaan tussen de werken, die op elkaar inhaken en naar elkaar verwijzen.’

’t kan natuurlijk ook kleiner

Zo kunsttaalachig zou ik ’t nooit kunnen beschrijven. Ik kijk liever en dan zie ik wel. Zoals ik hier speel met woorden, zo doet Manders dat met materialen. Want als je denkt hoofden van vochtige of gebarsten droge klei te zien, vergeet ’t maar. Van brons, en na het gieten zodanig beschilderd dat het klei lijkt. En denk je houten planken te zien? Mindfuck!

Mindfuck dus
allemaal beschilderd brons

Bij bijvoorbeeld meubels heeft ie ook zo’n truc. Denkt je ‘hier klopt iets niet’, dan klopt dat. Ze zijn namelijk gemaakt op 88% van hun ware grootte. Opnieuw mindfuck.

die stoeltjes, 88% van de ware grootte

Zo is er veel om van te smullen in wat Manders zelf zijn ‘Zelfportret als gebouw’ noemt. Zijn levenswerk dat hij al als 18-jarige besloot te gaan schrijven, niet met woorden maar met voorwerpen. Een project waaraan hij dus nog steeds ‘schrijft’. Met beelden, installaties, tekeningen, schilderijen, publicaties en grafisch werk. Waarbij ik echt niet alles geweldig vind. Van die beelden kan ik blijven smullen. Maar bijvoorbeeld zijn schilderijen en enkele installaties? Mwah.

Neem die zaal hierboven. Een installatie onder de naam ‘Room With Three Dead Birds and Falling Dictionaries’. Met o.a. op doek geschilderde woordenboeken die neervallen op collages van kranten die allerlei Engelse woorden bevatten waarbij je denkt ‘is dat Engels’? Voor mij niet echt overtuigend.

een paar ‘echte’ boeken

En ook de werktafel en atelierinstallaties met lekker veel tot op de centimeter geënsceneerde rommel?

Geef mij toch maar die mensfiguren. Klein of groot, dat doet er niet toe, die blijven me boeien. Dus wat wilde ik nou nog meer dan dit!

vier heel grote koppen

In ieder geval daarna toch even op adem komen bij het prachtige uitzicht over het omringende landgoed. Een landgoed waar je ook nog vrij kunt rondwandelen, zelfs tot aan de Scheveningse duinen toe. Maar daarvoor was het een paar weken geleden niet echt het meest aantrekkelijke weer.

Maar wil jij nog meer Mark Manders? Geen probleem. Wat dacht je van deze twee beelden van hem in Amsterdam.

op het Rokin in Amsterdam
ergens aan de oever van het IJ, weer 88% (kijk maar naar emmer voor en stoel achter de tafel)

Of van dit omgevallen hoofd in Central Park in New York.

Central Park (New York), een variatie van dat omgevallen hoofd een paar foto’s hierboven

Of van dit korte filmpje op YouTube over de opbouw van ‘Mindstudy’.

Tot volgende week.

TOOS

Franse Grandeur en Kunstverrassingen in Montpellier met Hollander Paulus Potter als Uitsmijter


Een paar weken geleden liep ik rond in het Kunstmuseum Den Haag (lees hier maar). En daar ontstond de volgende hink-hink-stap-sprong gedachtegang: expositie ‘Nieuw Parijs:van Monet tot Morisot’ afgelopen februari in het Kunstmuseum- impressionist Frédéric Bazille-stad Montpellier- Musée Fabre. De beginhink is duidelijk, neem ik aan. Maar de eindsprong? Wel, afgelopen juni verzeilden levensgezel en ik bewust in Montpellier. Tijdens wat ik maar mijn ‘Tour de l’Art en France 2025’ heb genoemd.

luchtfoto van de oude kern van Montpellier

Jaren geleden verzeilden we namelijk maar voor een middagje in dat voor ons nog onbekende Montpellier. Gewoon spontaan, onvoorbereid, op weg van West naar Oost in Frankrijk. We besloten toen gelijk al ‘hier komen we uitgebreider terug’. Want ’t leek ons zo’n heerlijk Zuid-Franse stad waar veel te ontdekken viel. Dat terugkomen werd dus dit jaar. En dat ontdekkings-vermoeden klopte helemaal. Met het Musée Fabre als kers op de taart. Maar eerst Montpellier zelf in een paar foto’s.

standbeeld van De Drie Gratiën
de schouwburg
een soort Arc de Triomphe versie van Montpellier
de bijzondere voorgevel van de kathedraal

Zeg nou zelf, is dat geen Franse grandeur? Als daartussen dan ook nog eens zo’n 50.000 universiteitsstudenten rondlopen, krijg je er automatisch een grote levendigheid gratis bij. Waarbij de vele terrassen op de vele pleinen en pleintjes volop gebruikt worden. Tel daar nog eens allerlei verrassende muurschilderingen van klein tot groot en groter bij op en je hebt een stad waarvoor onze twee dagen beslist te kort waren.

één van die vele terrassen
een muurschildering in de maak
een muurschildering à la Banksy
het grootste deel op deze foto is muurschildering
net zoals hier op de voorgevels van beide huizen achter het terras

Dat bleek helemaal toen we het Musée Fabre betraden. Want een onbekend kunstmuseum in een onbekende stad is natuurlijk altijd een verplicht nummer. Ik kwam er bijna strompelend uit met een zwaar hoofd volgepropt met beelden.

entree van Musée Fabre

Maar nu eerst terug naar die 1e hink van hierboven. Naar die interessante blockbusterexpo ‘Nieuw Parijs’ in het Kunstmuseum Den Haag. Ik heb er destijds twee blogs aan gewijd, hier en hier. Over de groten in het revolutionaire impressionisme, hun stad Parijs, de Franse bourgeois waar veel impressionisten desondanks toch toe behoorden en het beleg van Parijs in 1870 door het Pruisische leger. Natuurlijk kende ik een aantal werken, maar onderstaand schilderij had ik naar mijn weten nog nooit eerder op m’n netvlies gehad. Terwijl ook de kunstenaar me weinig zei: Frédéric Bazille. Onterecht, zo bleek.

Frédéric Bazille, Het atelier van Bazille (1870)

Want op ‘Het atelier van Bazille (1870)’ staat op de trap links Renoir te praten met óf Monet óf Sisley. Degenen die ervoor hebben doorgeleerd moeten ’t hier blijkbaar laten afweten. Maar de korte man met hoed in het midden is Manet en die lange figuur is Bazille zelf. Overigens wel geschilderd door zijn grote vriend Manet, zo blijkt uit een brief van Bazille. Met Renoir, Monet of Sisley en Manet heb je natuurlijk wel een paar heel belangrijke schilders uit het impressionisme te pakken. Wat ook iets zegt over de positie van Bazille in die kringen. Ook kreeg ik mee dat hij eind 1870, op 28-jarige leeftijd, sneuvelde in een veldslag tegen de Pruisen. Wat dan weer verklaart waarom hij niet zo bekend is geworden.

in één van de grote trappenhuizen van Musée Fabre

Verbazing te over dus toen ik in dat Musée Fabre in een zaal ineens voor een schilderij van die Frédéric Bazille stond. Met daarnaast nog één. En nog één.

Frédéric Bazille, Jongeman naakt liggend op het gras (1870)
Frédéric Bazille, La toilette (1870)
Frédéric Bazille, Uitzicht op het dorp (1968)

Hoe kon dat zomaar, daar in Montpellier? Nou, niks moeilijks. Hij kwam uit Montpellier! Waar zijn gegoede bourgeois-familie een villa bezat. Weer een impressionist die zich geen financiële zorgen hoefde te maken. Want die familie betaalde zowel zijn schilderopleiding in Parijs als de huur voor de verschillende Parijse ateliers waarin hij achtereenvolgens verkeerde. Denk aan dat atelier van het schilderij in Den Haag! Vaak deelde hij die ateliers ook met zijn schildervrienden. Ik leerde zo dus weer heel wat bij.

Atelier aan de rue de Furstenberg (1865-66)

Bijvoorbeeld dat Frédéric regelmatig heen en weer reisde tussen Parijs en Montpellier. En dat zijn schilderijenerfenis na zijn te vroege dood zo’n 60 werken omvatte. Schilderijen die pas jaren later voor het eerst in het openbaar werden getoond en nu in bijvoorbeeld het Louvre en Musée d’Orsay hangen. En Musée Fabre.

Frédéric Bazille, Stilleven met reiger (1867)
Auguste Renoir, Frédérich Bazille die de reiger schildert op het werk hierboven (1867)

Maar daar hebben ze echt gigantisch veel meer. Namen noemen, geen beginnen aan. Maar wat plaatjes kunnen natuurlijk nooit kwaad.

zittend tegenover een paar schilderijen van Nederlander Kees van Dongen
bij een bekend schilderij van de beroemde Courbet, waarover zelfs een heel blog geschreven zou kunnen worden
één van de vele zalen
en nog meer

Er is zelfs een zaal vol met veel van onze overbekende Hollandse en Vlaamse meesters uit de 17e eeuw. Dus ook Rubens. Want tja, waar kom je Rubens niet tegen!

Peter Paul Rubens, Christus aan het kruis (rond 1635)

Maar ‘onze’ Paulus Potter van die beroemde stieren in het Mauritshuis? Dat was toch echt bijzonder die in Montpellier tegen te komen met een paar koeien.

Paulus Potter, Drie koeien in een landschap (1648)

Is er dan geen hedendaagse kunst te bekennen? ‘Hou maar op, schei maar uit’ heet ’t dan. Maar dat komt misschien nog wel eens. Want in Montpellier ga ik graag terugkeren. Met vooraf al Musée Fabre hoog op het to-do-lijstje. Tot volgende week.

TOOS

Lustro en KunstCadeau in Middelburg oftewel Maestro Giorgio in Gubbio en Boijmans in Rotterdam


Als ik tegenwoordig ’s morgens mijn atelier binnenloop en het licht aandoe, moet ik eerst altijd even kijken naar dat bord van hierboven. Naar de bijna magische kleurveranderingen die ik er vanuit verschillende hoeken in zie gebeuren. Het effect van het lustro dat ik erin heb verwerkt. Of luster op z’n Nederlands. Maar lustro vind ik gewoon veel mooier.

hier dat bord in wording in het atelier in Gubbio

Komende zondag 7 december tijdens de Middelburgse kunstroute kun je het zelf ook komen ervaren. Onze december kunstroute met als thema KunstCadeau. Nog een aantrekkelijke reden voor een bezoek. Komt straks.

Dat lustro was voor mij volstrekt onbekend toen ik in 2019 voor het eerst terechtkwam in het keramiekatelier van Giampietro Rampini in het Italiaanse Gubbio. Lustro? Vertel! Nou, dat hoefde je Giampietro geen twee keer te vragen. De naam Maestro Giorgio viel gelijk. Bijna een heilige, zo sprak hij erover. Die Giorgio, zo bleek, had dat lustro eind 15e eeuw uitgevonden. En nog wel in Gubbio!

portret van Giorgio Andreoli

Maestro Giorgio (1465- 1555), officiële naam Giorgio Andreoli en het grootste deel van zijn leven woonachtig in keramiekstad Gubbio, ontwikkelde daar een heel speciaal mengsel. Een olieachtige vloeistof met daarin heel kleine metaaldeeltjes van bijvoorbeeld parelmoer, goud of zilver. Als je die als extra laag aanbracht op al geglazuurd en gebakken aardewerk en dan het aardewerk nog eens verhitte, kreeg je een prachtig glanzend en iriserend effect. Dat wilde ik natuurlijk ook proberen. Dus toen ik in 2021 terugkeerde in Gubbio, 2020 coronajaar, vroeg ik dat aan Giampietro. Zijn antwoord: Toos, dat komt nog wel, eerst wat meer basisvaardigheden ontwikkelen. Tja, als je leermeester dat zegt, rest maar één ding. Luisteren!

Maar dit jaar kwam ’t er dan van. Nu in samenwerking met zijn dochter Giulia door het vroegtijdig overlijden van Giampietro. Giulia die de keramiektechnieken met de paplepel kreeg ingegoten.

Dus met haar op naar Deruta, nog zo’n keramiekstad, even ten zuiden van Perugia. Naar een keramiek-snoepwinkel in het kwadraat.

met Giulia in een van de vele gangen van die keramiek-snoepwinkel

Krijg je in een grote supermarkt al keuzestress, dan zeker daar. Gigantisch, al die keus aan materialen, overdonderend. Maar ik kwam vooral voor dat lustro. En daar kwam ik telkens weer terug op een stel rottig kleine flesjes. Hou je vast, per stuk €70. Dan neem je echt geen zak vol mee als het alleen om proberen gaat. Uiteindelijk werd ’t de goudkleur.

Die lustro breng ik hierboven met een klein penseeltje aan op bepaalde delen van dat bord bovenaan. In het zwarte cirkeltje rechts staat dat flesje van €70.

Giulia kijkt toe

Ik was heel blij verrast na die noodzakelijke derde keer bakken. Jammer genoeg is dat intrigerende effect niet goed te vangen in foto’s. Nou, een klein beetje misschien. Vergelijk onderstaande foto’s maar eens nauwkeurig met elkaar en zoek de kleurverschillen.

En Maestro Giorgio? Die inwoner uit ‘mijn’ Gubbio die wordt gezien als de beroemdste Italiaanse Renaiassance kunstenaar op zijn vakgebied? Die is natuurlijk niet meer weg te krijgen uit mijn kijkgedrag als ik nu ergens in musea rondloop tussen eeuwenoude beschilderde keramiek.

In Gubbio zelf kom ik zijn keramiek gek genoeg nauwelijks tegen. Nou ja, een paar borden uit zijn atelier dus niet eens van hemzelf. En dat nog in het nu permanent gesloten Museo della Ceramica. Foei Gubbio!

links en rechts wat ik in Gubbio tegenkwam aan keramiek uit het atelier van Maestro Giorgio

Een uur rijden oostelijk van Gubbio is dat beter. In Urbino, in een indrukwekkend kasteel. Waar ooit de machtige Montefeltro familie de scepter zwaaide, ook over Gubbio. Stond daar gewoonweg een hele vitrine gewijd aan de Maestro!

het kasteel van de Montefeltro’s in Urbino
die vitrine
met hier de borden er nog eens apart uitgelicht

Maar het meest verrast werd ik een paar jaar geleden in het Depot van Museum Boijmans. Door een vitrine ergens middenin dat alleen architectonisch al fabelachtige gebouw. Met daarin een bord met het label Maestro Giorgio ernaast. In Rotterdam!

links dat bord van Maestro Giorgio in het Depot van museum Boijmans
hier nog eens dat bord zoals het ook apart op de site van het museum is te vinden

Dat had ik nou echt niet verwacht. Maar ja, toen ik op internet ging zoeken bleek zijn keramiek zich in allerlei internationaal belangrijke musea te bevinden. Overigens lang niet altijd bewerkt met die lustro-techniek.

Maar die vind je dus wel op 7 december in mijn atelier bij de Middelburgse kunstroute. Met niet alleen mijn eigen lustro-bord maar o.a. ook nog met een eigen lustro-Uovo.

mijn ‘Uovo degli Angeli’ met daarop een neutraal lustro aangebracht

Naast natuurlijk nog heel veel andere KunstCadeau kunst. Zo staat ’t op de kunstroutesite:

Kunst Cadeau, een mooi kunstroutethema voor cadeaumaand december. Het atelier van Toos van Holstein is er helemaal op ingericht. Met haar speciale reeks olieverfjes van 20 bij 20 cm naast de reeks mixed media werken op handgeschept papier, gemaakt voor haar project ‘Coloured Black’. Haar handbeschilderde keramiek gecreëerd in het Italiaanse Gubbio is er natuurlijk ook. Plus de steendrukken die ze maakte in Zwitserland en België. Voor ‘elck wat wils’. “

beelden uit mijn atelier aan de Korendijk 56 in Middelburg

Tot volgende week.

TOOS

Kunstenaar Jacoba van Heemskerck en mecenas Marie Tak van Poortvliet als queer-koppel in Kunstmuseum Den Haag


Stel eens dat Jacoba van Heemskerck (1876-1923) en Marie Tak van Poortvliet (1871-1936) vandaag op wonderbaarlijke wijze geparachuteerd zouden worden op de aan hen gewijde expositie ‘Alles gegeven’ in het Haagse Kunstmuseum (gaan, nog tot 1 maart). Dan zouden ze daar regelmatig lezen dat ze ‘queer’ waren. Ik vermoed zomaar dat ze elkaar daarbij vragend zouden aankijken. Queer, leg uit! Komt straks. Maar ik begin alvast wel met foto’s tussendoor te strooien.

Jacoba van Heemskerck voor één van haar schilderijen
ik bij dat schilderij uit de foto hierboven
Jacoba van Heemskerck, Vliegdennenbos (1908), een vroeg werk van Jacoba

Zo’n twee jaar geleden kwamen die twee hier al eerder ter sprake. Vanwege ‘Jacoba van Heemskerck-Een klein eerbetoon’ in het eveneens kleine Marie Tak van Poortvliet Museum in Domburg. Maar klein of niet, een museum met jouw naam? Dan was je iemand.

Marie Tak van Poortvliet op oudere leeftijd

Hier is dat blog na te lezen. Over Domburg, destijds centrum voor de Nederlandse avant-garde kunstenaars, over Jacoba als bekend wordend maar ook weer vergeten kunstenaar, over Marie als kunstmecenas en over hun Domburgse villa Loverendale.

Jacoba van Heemskerck, Villa Loverendale (1911, houtskooltekening op papier)
Villa Loverendale met in het geopende raam Marie Tak van Poortvliet

Nu is er die veel breder opgezette tentoonstelling in het Kunstmuseum, Waarin koppel Jacoba/Marie en hun kunstomgeving centraal staan. Want een koppel waren ze, een lesbisch liefdeskoppel. Oei, en dat in die tijd? Voor twee welgestelde dames uit rijke Haagse bourgeoisfamilies? Daar moest absoluut een dikke stapel mantels der liefde overheen. Zomers in hun Domburgse villa wel samenwonend, maar in woonstee Den Haag natuurlijk elk in hun eigen huis. Een mannelijke stropdas op een witte vrouwenbloes als teken van evrouwcipatie kon er ver van Den Haag in Domburg trouwens wel af.

Tentoonstellingspaviljoen in Domburg 1911, zoek maar naar de twee stropdassen

Niet dat ze daardoor ook gelijk acceptabel waren voor sommige mannelijke kunstcollega’s. Want Jan Sluijters, niet de minste destijds, sprak in 1910 van “dat zootje van jonkvrouwelijke juffers”. En wilde bij een door Mondriaan in het Stedelijk Museum Amsterdam georganiseerde groepstentoonstelling eigenlijk niet het podium delen met Jacoba. Of wat te denken van de uitspraak van de grote Jan Toorop: “Heemskerck is aan het Mondrianen en Picassoën. Wat zal ’t volgend jaar imiteren”.

Jacoba van Heemskerck, Twee bomen (olieverf, 1910), Mondriaan maakte een vergelijkbaar schilderij. De rest van Jacoba’s schilderijen staat in chronologische volgorde.
Jacoba van Heemskerck, Compositie no.1 (oileverf, 1912-13), in kubistische stijl
Bos II (olieverf 1913)

Terwijl Lodewijk Schelfhout, die wel met Jacoba samenwerkte in Domburg, achter haar rug om ’t smalend had over ‘Takje en het Beest’. Heemskerck van Beest was namelijk de volledige achternaam van Jacoba. Afgunst, broodnijd, mannelijke superioriteit?

Compositie (olieverf, 1914), meer naar Kandinsky

Nog zo’n teken des tijds. Marie wilde graag dat haar grote internationale collectie van moderne kunst in Nederland bleef. Nou, welk museum zou tegenwoordig zo’n verzameling met beroemdheden als Mondriaan, Kandinsky, Marc en Leger met verplichte afname van een aantal Van Heemskerck’en niet geschonken willen krijgen. Het Stedelijk in Amsterdam dus niet. Het Rotterdamse Boijmans zag Jacoba niet zo zitten, maar koos in 1936 met moeite vijf van haar olieverfschilderijen en een stel tekeningen. En wat nu het Kunstmuseum Den Haag heet, accepteerde wel veel werk van haar, inclusief een aantal glas-in-lood ramen. Maar dat alles verdween subiet voor tientallen jaren in het depot.

Toen ik dat las, vroeg ik me direct het volgende af. Hoeveel huidige museumdirecteuren en curatoren, die daar allemaal voor hebben doorgeleerd, zouden nu ook dit soort vergissingen maken bij aangeboden kunstschenkingen? Want ik heb weleens de indruk dat ze vaak met zichtbeperkende oogkleppen op achter elkaar aanlopen. Met daardoor een eenzijdige, beperkte kijk op de toekomstige kunstgeschiedenis. Maar dat terzijde.

Bild no.23 uit 1915.

Nu kunnen we in Den Haag in ieder geval goed de ontwikkeling van Jacoba van Heemskerck volgen. Waarbij ze via het experimenteren met expressionisme en kubisme langzaam haar eigen stijl vond. Één met veel abstracte symboliek in kleur en stevig aangezette zwarte lijnen en vlakken.

Bomen en bergen, 1915

Symboliek die zijn oorsprong vond in geestelijke stromingen als de theosofie en de antroposofie van Oostenrijker Rudolf Steiner (denk aan de Vrije Scholen in Nederland). Waarmee bijvoorbeeld zowel Mondriaan als Van Heemskerck probeerden de volgens hen achter de zichtbare werkelijkheid schuilgaande onzichtbare geestelijke wereld te verbeelden. Ga er maar aan staan!

Hieronder de 2 schilderijen op deze foto apart
Bild no.62, Eiland (1917)
Bild no.87 (1918)
Landschap (1919-20)
Vensterhanger met glas in lood, voorstelling van een schip (1918-20)

Door die in vooral Duitsland populaire antroposofie werd Jacoba in Duitsland bekender dan in Nederland. Mee omdat ze samenwerkte met de invloedrijke galerie Der Sturm in Berlijn. Op de expositie wordt ook nog aangestipt dat Jacoba en Marie daardoor wel wat Duitsgezind waren in de Eerste Wereldoorlog. Iets dat in het neutrale Nederland niet bij iedereen lekker lag.

afdeling met glas-in-lood ramen van Jacoba van Heemskerck, allemaal van rond 1920

Nou dat ‘queer’ uit de inleiding. Bij de zoveelste keer dat levensgezel dat woord weer ontwaarde, begon hij te mopperen over dat taalgedoe. “Heb ik verdorie die hele alfabetverzameling van LHBTQIA+ in m’n kop gestampt, gooien ze dat binnen de kortste keren weer overboord. Is alles ineens ‘queer’. Die Q in LHBTQIA+ heeft toch een heel eigen betekenis? Wat een mentale luiheid!”.

op de achtergrond een uitvergrote foto met Jacoba en Marie als imker bij hun bijenkassen op landgoed Loverendale

Nog zo’n tegenwoordig bijna verplichte politieke correctheid. Aan het eind van de tentoonstelling komt ter sprake dat de voorvaderen van Marie een deel van hun kapitaal hebben verdiend met slavernij. Foei natuurlijk! Maar, zo staat er dan, hierover heeft zij zich nooit uitgelaten. Tjonge, ’t is toch wat! Is dat nou echt het vermelden waard?

na zo’n uitgebreide expositie, met alle bijbehorende overdenkingen, is het even goed rusten in dat prachtige museum dat vanwege de architectuur al een kunststuk is

Tot volgende week.

TOOS

Magisch realistische cirkels in Amsterdam rond kunstenaar Michael Parkes


Michael Parkes, Dream for Rosa (olieverf op paneel)

Ouder worden heeft ook een voordeel. Je verleden wordt namelijk steeds groter. Waardoor op het persoonlijke vlak steeds vaker interessante verbindingslijnen kunnen ontstaan tussen gebeurtenissen van nu en van vroeger. Lijnen die ook ineens cirkels kunnen worden. . Zoals me, ik beschreef ’t hier, laatst volledig onverwacht in het Italiaanse Spoleto overkwam. Maar ’t hoeft niet persé onverwacht. Heel recent was ik in een Amsterdamse galerie bij de opening van de expositie ‘The Circle Complete’. Met die Michael Parkes uit de titel als hoofdpersoon (zie de foto’s tussendoor).

Michael Parkes op de opening
en Toos van Holstein op de opening

Maar de bijbehorende lijn startte al in 1990. Ook in een Amsterdamse galerie, een andere, wel met diezelfde Michael Parkes. Toen al een bekend schilder van het magisch realisme en nu nog heel wat stukken bekender.  Even een illustratie daarvan.

Een jaar of 20 geleden reisden levensgezel en ik in Californië langs de westkust. Ergens tussen Los Angeles en San Francisco raakten we aan de praat in een grote galerie waarbij op een of andere manier de naam Michael Parkes viel. Toen levensgezel vertelde dat hij een paar schilderijen van Parkes bezat, steeg zijn aanzien subiet met enkele meters en kreeg hij bijna een stralenkransje toebedeeld. Ik heb toen maar niet verteld dat ik al eens tafeldame van Michael was geweest. Anders waren we waarschijnlijk ter plekke beiden heilig verklaard. Oké, beetje overdreven misschien, maar het schetst de sfeer.

in gesprek met een Grieks echtpaar, bewonderaars van Michaels kunst, dat speciaal naar Amsterdam was gevlogen om de opening mee te maken
nog een foto van de opening

Hoe ik in 1990 naast Michael kwam te zitten bij een diner na de opening van een tentoonstelling van hem in Galerie Steltman? Levensgezel kwam al ver voordat ik hem leerde kennen regelmatig in die galerie. En kocht daar begin jaren 80 een paar steendrukken die hem sterk aanspraken. Van ene Michael Parkes. Onder andere deze.

Michael Parkes, L’après midi d’un Faune (steendruk)

En van het een kwam dus het ander. Toen ik in 1989 voor het eerst thuis kwam bij levensgezel in wording, zag ik daar een paar heel intrigerende olieverfschilderijen hangen. Van een voor mij volstrekt onbekende kunstenaar. Je raadt ’t al, Parkes! De kunstenaar die toen al door Gerrit Steltman van die Galerie Steltman groot was gemaakt. Niet alleen in Nederland trouwens. Wat een eer vond ik ’t toen ik begin 1990 bij dat genoemde diner naast Michael mocht zitten! ’t Was net in de periode dat ik me zat te beraden op mijn kunstenaarschap. Blijven combineren met het onderwijs of de ongewisse stap naar alleen maar schilderen? Ik heb daar nog met Michael over zitten discussiëren. En dat heeft meegeholpen met het ook echt zetten van die stap. Toen we nu samen weer even stonden te praten, kon levensgezel dat mooi vereeuwigen. Want van dat etentje heb ik natuurlijk geen stoffelijk bewijs. 1990! Even digitaal fotograferen? Dat liet nog een aantal jaren op zich wachten.   

samen met Michael

Galerie Steltman bestaat al een flink aantal jaren niet meer. Waardoor ook Parkes als persoon voor mij uit zicht verdween. Maar zijn kunstcarrière floreerde, dat wist ik wel. Nu, net 81 geworden, was hij dus weer in Amsterdam. Om in The Gallery Tim Cantor zijn nieuwe dikke salontafelboek ‘Michael Parkes’ te presenteren.

Tussen kunstwerken van hem en die van de veel jongere Tim Cantor. Ook een fijnschilder. Die als jongen van 12 jaar zo sterk gegrepen werd door een poster met werk van Michael dat hij besloot zelf ook kunstenaar te worden. Vandaar de expositietitel ‘The Circle Complete. Michael als kunstenaar groot geworden in Galerie Steltman in Amsterdam, nu weer terug in die stad en dat in de galerie van een jongere kunstenaar die hem bewondert.

rechts met vlinderdasje Tim Cantor

Maar er sloot nog een cirkel. Namelijk voor levensgezel. Want wat staat er op de poster voor deze tentoonstelling? Een deel van die steendruk van hem van hierboven, gecombineerd met een schilderij van Tim Cantor. Is dat geen mooi toeval?

de afffiche in de etalage van de galerie

Zelf bezit ik geen werk van Michael, maar toch kan ik elke dag tegen een schilderij van hem aankijken. Nou ja, een foto ervan, gedrukt op board. Met haken hangend over het televisiescherm in de woonkamer.

niet zo moeilijk om te raden waarachter het tv-scherm zich bevindt

Het echte schilderij, hangend bij levensgezel, bleek precies even groot als dat scherm. En ik hou er niet van om tegen zo’n zwart en spiegelend tv-scherm aan te kijken. Ook een mooi toeval toch? Weer een cirkeltje rond! Tot volgende week.

TOOS

Hoe scherven geluk en kunst brengen óftewel ‘Unbroken’ van Bouke de Vries in Keramiekmuseum Leeuwarden


2019, overleg met Giampietro Rampini in zijn atelier over mijn eerste schreden op het keramiekpad

“Zo Toos, nu ga je echt werken voor de eeuwigheid”. Dat zei in 2019 Giampietro Rampini tegen me in zijn keramiekatelier in het Italiaanse Gubbio. Ik was net bezig mijn eerste glazuur-verfstreken ooit op een nog maagdelijk wit bord te zetten. Een niet-zomaar-uitspraak. Ga maar na. Waar vind je namelijk schilderijen van een paar duizend jaar oud? Doe je best! Maar oude Griekse vazen? Musea vol ermee. Want wat is ten slotte vaak het eerste dat bij archeologische opgravingen tevoorschijn komt? Juist, scherven en brokstukken van gebruiksvoorwerpen van gebakken klei. Keramiek dus. Denk ook maar aan de tienduizenden jaren oude vruchtbaarheidsbeeldjes en dierfiguren die zijn gevonden in de buurt van kampvuren van mammoetjagers.

Keramiekmuseum Princessehof in Leeuwarden

Die woorden van Giampietro kwamen me weer voor de geest toen ik in Leeuwarden rondliep op de expositie ‘Unbroken’ van Bouke de Vries (1960) in het Keramiekmuseum Princessehof. Een geweldige tentoonstelling vol vakmanschap, ideeënrijkdom, kunst, esthetiek en ook nog humor. Een moetje voor de kunstliefhebber, met 16 augustus 2026 als deadline.

het beeld dat je overal in de publiciteit tegenkomt

De advertentie voor die expositie met daarin het beeld van hierboven zette me op het spoor. Heel intrigerend, dat beeld. Een oud Chinees paard van hout waarvan de benen ooit waren verdwenen. Benen die Bouke de Vries er weer aanmaakte met scherven van eeuwenoude Chinese keramiek. Kon ie ook gelijk weer mooi een lading dragen. Van scherven natuurlijk.

Want dat is tekenend voor de rest van de tentoonstelling. Waarin Bouke oude, gebroken keramiek nieuw leven heeft ingeblazen en ook een nieuw verhaal meegeeft. Niet door restauratie maar door juist het kapotte te benadrukken. Hier al vast een paar plaatjes om je lekker te maken.

een zwart geblakerd madonnabeeld met een weer gerestaureerd bord als heiligenkrans boven haar hoofd

Hoe kwam hij tot dit alles? Door een opleiding aan wat nu de Design Academy Eindhoven heet, een stage in Londen met als gevolg mode, textiel en hoeden maken, en toen de roeping van keramiekrestaurator.

Bouke de Vries

Maar het begon te kriebelen. Hij wilde meer, hij wilde zelf creëren. Met al die kapotte keramiek die door zijn handen ging. Het startpunt werd iets uit eigen bezit. Te zien in Leeuwarden en ontstaan in 2009.

Van zijn partner had hij een in New York gekocht wit porseleinen beeldje gekregen van een Hollandse jongen. Oeps, dat viel in gruzelementen bij een verhuizing. Restaureren? Nee, juist niet. Want toen kwam het idee op om op dat kapotte juist de nadruk te gaan leggen. Door de scherven op afstand van elkaar te plaatsen. Alsof het geheel explodeert. En zou ’t niet ook interessant zijn om kapotte keramiek te gaan stapelen?

Gouden ideeën! Die hij daarna nog vaak heeft gebruikt, met vooral Chinese en Delftse stukken keramiek. Want Bouke had een groot netwerk opgebouwd van vinders en verkopers van opgegraven en uit scheepswrakken opgeviste keramiek. Daar kon hij wel wat mee. Kijk maar.

een kast vol oude Chinese keramiekscherven die een nieuw leven kregen met Bouke’s ideeën
de vlinders staan symbool voor de eeuwigheid

Imposant is ook zijn interpretatie van de zogenaamde tulpenvaas. Een eind 17e eeuws idee uit Delft waar toen het Delfts Blauw groeide en bloeide.

Tulpenvaas
detail
Nederland opgebouwd uit Delftse keramiek

En wat te denken ook van zijn Nederlandse landkaart hierboven! Opgebouwd uit alleen maar Delftse keramiek van diverse kleuren. Want naast het dure Delfts Blauw had je ook serviezen van het veel goedkopere Delfts Wit voor de gewone man en vrouw.

ik kon ’t niet nalaten Zeeland even apart te fotograferen

Nog meer Nederlandse glorie? Lievelingsschilder van De Vries is Vermeer. En zijn lievelingsschilderij is ‘Het Melkmeisje’.

Vermeer, Het Melkmeisje

Kom dan maar eens op het idee van de keramische gebruiksvoorwerpen in dat schilderij relieken te maken. Zoals in de middeleeuwen bijvoorbeeld beenderen van heiligen in prachtige zilveren of gouden schrijnen werden bewaard, zo ontwierp De Vries prachtig moderne glazen schrijnen. Met daarin o.a. dezelfde soort kruiken als in het schilderij.

de Vermeer relieken

Die eerste hieronder is natuurlijk wel duidelijk, die tweede staat wat verscholen op het schilderij. Zoek maar.

Een zaal verder kun je je laten overdonderen door de zogenaamde Memory Vessels. Opnieuw zo’n prachtige vondst.

Laat van een in stukken gebroken oude vaas of kruik de oorspronkelijke vorm in glas blazen en vul die vorm met die stukken zo op dat het voorwerp weer min of meer tevoorschijn komt. Hoe Bouke dat technisch doet? Geen idee! Maar ’t ziet er geweldig uit.

een paar voorbeelden

De uitsmijter staat in de achterste zaal. De vanaf 2012 uitgegroeide installatie ‘War and Pieces’. Gebaseerd op de traditie om aan de vooravond van een belangrijke veldslag schandalig overdadige buffetten te organiseren voor adel en hoge legerofficieren.

een deel van ‘War and Pieces’
details

Op de achterwand hangt de nieuwste toevoeging. De afbeelding van een Duitse V2-raket. De raketten die eind Tweede Wereldoorlog van rond Den Haag/Wassenaar op Londen werden afgevuurd. Maar dat ging wel eens mis. Zo kwam er één terecht op kasteel Duivenvoorde in Voorschoten. Gevolg: grote schade en kapotte serviezen. Laat De Vries nu die serviesscherven hebben gebruikt om er de V2 op die wand mee af te beelden! Weer zo’n idee waarmee scherven een verhaal vertellen!

Hier nog een paar foto’s zonder verhalen. Want anders wordt mijn verhaal echt veel te lang.

Oh ja, toch dit nog even. Een verdwaald stoffer en blik met opgeveegde scherven in een onooglijk hoekje? Niet dus! Vastgeplakt aan de vloer. Prachtige grap toch?

En wat mijn keramiek betreft? Natuurlijk zit ik volgend jaar weer een maand in Gubbio. Want welke kunstenaar wil er nou niet voor de eeuwigheid werken! Tot volgende week.

TOOS

Mijn plotsklapse openbaring in Spoleto door een moderne muurschildering en fresco’s met wat meer eeuwigheidswaarde


Spoleto

Afgelopen september. Ik zit vier weken in Gubbio, in de streek Umbria, om keramiek te beschilderen. Maar tezelfdertijd verblijven Nederlandse vrienden, Martin en Wilma, een poos in Spoleto, ook Umbria. Op maar iets meer dan een uur rijden. Logisch dat er een dag Spoleto werd gepland. Met, zoals dat hoort, een lunch op z’n Italiaans. Uitgebreid dus. In een door hun uitgezocht restaurant. Laat ik me daar in dat restaurant nou toch ineens een openbaring krijgen door een muurschildering!

Ristorante La Barcaccia

Bijna 30 jaar geleden. Spoleto 1996. Ik neem deel aan een groepsexpositie. Georganiseerd door mijn Franse galerie Quadrige in Nice en de Italiaanse kunstenaar Giuliano Ottaviani die in Spoleto woont. En die ik al vanuit Nice kende door een expositie van hem daar.

Vlucht Amsterdam-Rome, trein Rome-Spoleto, taxi van station Spoleto naar expositie-adres. In het mij volledig onbekende centrum van de oude stad. Het begint al donker te worden. Allemaal best spannend, zo in je eentje! Dus toen die taxichauffeur een in mijn ogen heel gekke route nam en ook nog eens heel vervelende avances begon te maken, heeft ie ’t geweten. Ik ben dus heelhuids aangekomen bij het aan de tentoonstelling deelnemende gezelschap van Italiaanse en Franse mannelijke en vrouwelijke kunstenaars. Waaronder ook organisator Jean-Paul Aureglia van Quadrige  en gastheer Ottaviani. Echt zo’n druk Italiaans mannetje. Die enig Italiaans machismo beslist niet ontzegd kon worden.

Giuliano Ottaviani

’s Avonds laat, na de opening, moest er natuurlijk nog uitgebreid gedineerd worden. Op z’n Italiaans, uitgebreid. In een door Ottaviani geregeld restaurant. De rest van mijn verblijf in Spoleto doet er voor dit verhaal verder niet meer zo toe.

Een flink aantal jaren geleden ben ik, nu met levensgezel, nog eens terug geweest in Spoleto. Maar waar die expositieruimte uit 1996 en dat restaurant zich bevonden? ‘Zoekt en gij zult vinden’ heet ’t dan.  Vergeet ’t maar, in het straatjesdoolhof van Spoleto heb ik niks terug kunnen vinden.

een van die vele straatjes

September 2025, opnieuw Spoleto. Met Martin en Wilma, die de stad op hun duimpje kennen. Ze leidden levensgezel en mij naar een achterafpleintje met een zeer goed bezet restaurant waar ze wel vaker aten.

het straatje rechts van die fonteingevel in en je komt bij het restauranr

Door die drukte afgeleid keek ik eerst helemaal niet om me heen. Bestellen, toosten met allicht een goed glas Italiaanse wijn, eerste gang, tot …….. Verrek, nee, ’t zal toch niet? Dat daar lijkt op zo’n snelle muurschildering in de stijl van Ottaviani!

die tekening middenonder trok ineens mijn aandacht

Muurschilderingen, iets waar hij heel goed in was. En dat daar in de eerste eetruimte…….? Nou ja zeg! ’t Zou dus wel. Dit was ‘t, het restaurant waar we in 1996 met de hele groep aten en waar Ottaviani een jaar eerder een muurschildering had gemaakt.

Martin en ik staan ons blij te verbazen over de ontdekking
1995, kijk maar naar de ondertekening

Noem dat maar eens geen mirakel! Oké, niet overdrijven, Toos. Laten we ’t houden op een mirakels toeval. Met kunst en vriendschap als oorzaken.  

Die dag afgelopen september kon dus gelijk al helemaal niet meer stuk. En toen moesten er nog fresco’s komen die nog zullen bestaan als Ottaviani’s muurschilderingen allang zijn vervaagd. Want natuurlijk wilden levensgezel en ik ook naar de Cattedrale di Santa Maria Assunta.

met Wilma dwalend door de straatjes
Cattedrale di Santa Maria Assunta

Een kerk met weer zo’n prachtig Italiaans-Romaanse gevel uit de 12e eeuw. Een bouwjuweel waarbij je kunt blijven fotograferen, zeker als de zon er vol op staat.

een prachtig mozaïek in de gevel

En dan heb je binnen de fresco’s van de beroemde Filippo Lippi en Pinturicchio nog niet eens gezien. De Vroegrenaissance schilder Lippi (1406-1469) maakte er in de apsis zijn beroemde cyclus van ‘Het leven van de Maagd Maria’. Dat zijn tombe zich dan ook nog in de kerk bevindt, is natuurlijk mooi meegenomen voor een foto.

een deel van de fresco’s van Filippo Lippi
de geboorte van Jezus in de stal
links de Annunciatie
de tombe van Lippi

De wat later levende Pinturicchio (1454-1513), geboren in Perugia (hoofdstad van Umbria), maar veelal werkend in Rome werd naar zijn geboortestreek teruggehaald om er een fresco in een zijkapel van de Duomo di Spoleto te creëren.

Pinturicchio, God de Vader met de Maagd Maria en het kind Jezus tussen de heiligen Johannes de Doper en Leonardus

Echte meesterwerken waarbij Ottaviani’s muurschilderingen in het restaurant toch wel een beetje verbleken.

Verrassend in de duomo was verder nog een briefje. Een zelfs tot reliek verheven ingelijst klein briefje. Een aan ene broeder Leone persoonlijk gerichte stichtelijke tekst van niemand minder dan San Francesco, Sint Franciscus. Aan wie ik toevallig een paar weken geleden hier al uitgebreid aandacht gaf vanwege een grote expositie in Gubbio.

dat briefje van San Francesco
hier van dichterbij

Want al het tastbare dat van die heilige is overgebleven is natuurlijk vanzelf ook heilig.

Toch wel een speciale dag, die 24ste september. Want twee openbaringen op één dag is niet niks. Die voor Maria in Lippi’s frescocyclus en die bij mij in Ristorante La Barcaccia. Tot volgende week.

TOOS

Drie Heilige Maria’s in een gammel Palestijns vluchtelingenbootje óftewel wat zouden we zijn zonder verhalen


Ooit kwam er daar een stel vluchtelingen uit Palestina aan land. Nee, nee, niks actueels! Want die vluchtelingen wisten daar als een regelrecht wonder door bidden een waterbron te doen ontstaan. Kom daar tegenwoordig nog eens om! Ik praat dan ook over het jaar 46 na Christus.  En dat ‘daar’? Dat is Saintes-Maries-de-la-Mer. Een dorpje aan de Zuid-Franse kust, hartje Camarque. Let op die meervouds s’en in de dorpsnaam. Essentieel voor dit verhaal.

luchtfoto van Saintes-Maries-de-la-Mer
Maria Magdalena, geschilderd door Titiaan

En essentieel voor de reden dat ik nou toch echt eens een keer naar Saintes-Maries moest. Dat in verband met Maria Magdalena. De zeer heilige naaste volgeling van Jezus die gigantisch vaak in schilderijen is afgebeeld. En voor wie ik daardoor een paar jaar geleden naar het Franse Vézelay en St.Maximin afreisde en naar het Museum Catharijneconvent in Utrecht. (hier, hier en hier). Maar er stond bij haar nog iets open dat ik dit jaar ging afvinken. Saintes-Maries-de-la-Mer. Komt zo.

Is Saintes-Maries-de-la-Mer al eeuwenlang een pelgrimsoord, tegenwoordig is ’t ook nog een overdrukke vakantieplek voor strand en zonaanbidders.

maar een paar van de ik weet niet hoeveel terrassen in Saintes-Maries
voorkant van het kerkje in het centrum, bebouwd als een echte verdedigingskerk
de achterkant

Die pelgrims hebben daarbij meestal meer oog voor het middeleeuws kerkje in het centrum. Want dat herbergt twee zeer belangrijke relieken.  Om veiligheidsredenen hoog in de nok een kist met heilige beenderen en wat lager het beeld van een bootje met twee vrouwen erin. Die ene Marie Salomé en ene Marie Jacobé verbeelden.

links bovenin een beschilderde kist met zeer heilige beenderen
het bootje met de twee Marie’s
het kleine kerkje binnenin

Volgens het Nieuwe Testament moeders van enkele van de 12 apostelen van Jezus. Maar wat hebben die nou weer te maken met Marie Madeleine, de Franse naam voor Maria Magdalena die ik verder maar MM noem.

Terug naar dat vluchtelingenbootje. Waarin volgens een volledig uit de duim gezogen 11e eeuwse legende die drie Marie’s zaten. Naast nog wat andere toekomstige heiligen die hier verder geen rol hoeven te spelen en nog ene Sara. Een niet in de Bijbel genoemde vrouw die de Marie’s in Palestina goed zou hebben verzorgd en eeuwen later de beschermheilige van de zigeuners wordt.

Waarom die allemaal in een wrak bootje zonder zeilen, riemen, eten en drinkwater terecht zijn gekomen? Daar zijn ze door de Romeinen in geduwd. Hup, weg met die volgelingen van Jezus! De zee op, sterf daar maar.

Einde verhaal zou je zeggen. Niet dus, juist het begin van een verhaal. Want op dat bootje zat dus een gigantisch potentieel aan toekomstige heiligen. Tijd voor een wonder.

Zeestromingen, wind en Gods hand voeren dat wrakke bootje over die grote Middellandse Zee dat hele lange rot end naar……..? Inderdaad, dat strand in de Camarque. En wat doe je dan, afgevallen en uitgedroogd als je bent na zo’n lijdenstocht? Inderdaad, eerst van aarde een altaar bouwen en daarna flink bidden. Tja, dan heb je natuurlijk ook ineens die zoetwaterbron uit de inleiding! Die zich vanzelfsprekend nog steeds bevindt in dat middeleeuwse kerkje in het dorpscentrum.

een paar details van het kerkje
duidelijk veel heiligen aanbidders
een paar relieken met armonderdelen van de M’s

Lang verhaal kort en eindelijk het vinkje gezet. MM wandelt oostwaarts dit verhaal uit om een paar honderd kilometer verderop dertig jaar lang te gaan zitten boeten in een grot bij Sainte-Baume (hier schreef ik daarover). De andere twee Marie’s en Sara blijven waar ze zijn, sterven er en worden daar begraven. Laten nou zo’n 1400 jaar later hun lichamen na een zoektocht ineens teruggevonden worden! Best een knap staaltje zoekwerk! En ook heel goed voor het op gang brengen van een pelgrimage naar Saintes-Maries. Maar ja, wat zouden we zijn zonder verhalen.

Tegenwoordig moet je daarom op 24 en 25 mei echt niet in Saintes-Maries-de-la-Mer willen zijn. Eén groot gekkenhuis. Sowieso al jarenlang vanwege grote groepen zigeuners die op 24 mei hun heilige Sara in een processie naar zee dragen. Maar ook vanwege de met het jaar steeds groter wordende meute van fotograferende en filmende toeristen er omheen die zigeunertje en processietje komen kijken.

internetfoto’s met het beeld van Sara dat elk jaar blijkbaar een nieuwe jurk over de oudere heen krijgt
een ander jaar met een andere jurk

het beeld wordt de zee ingedragen

Op 25 mei idem dito, maar dan met dat bootje van M en M.

ook hier nieuwe kleedjes

Die heilige beenderen van M en M van hoog in de kerk mogen pas afdalen voor een andere viering meer einde jaar.

de dubble kist met de heilige beenderen wordt naar beneden getakeld

Wonderbaarlijk allemaal. Maar levensgezel maakte ook een wondertje mee toen wij er waren. Hij beklom namelijk de kerktoren en het kerkdak, iets dat ik met veel liefde aan hem overliet.

een paar foto’s van boven op het dak

Weer beneden klampte een zigeunervrouw hem aan, stopte als geschenk een ansichtkaart in zijn vakantiejack en wilde natuurlijk zijn hand lezen. Moet je levensgezel hebben, no way! Toen hij mij dat vertelde, moest die kaart het overtuigende bewijsstuk worden. No way, kaart verdwenen! Nou, als dat geen wondertje is?

Oh ja, en Van Gogh heeft Saintes-Maries-de-la-Mer ook nog geschilderd.

Vincent van Gogh, zicht op Saintes-Maries-de-la-Mer
Vincent van Gogh, Bootjes op het strand bij Saintes-Maries-de-la-Mer
Vincent van Gogh, tekening van het dorp

Tot volgende week.

TOOS

De Een-heid in mijn Twee en Drie Dimensionale Coloured Black Expo in de Musiom Galerie


De Meet&Greet

Herold Boertjens bezig

Afgelopen zaterdag 11 oktober kon ik pas echt zien hoe Herold Boertjens van museum Musiom in Amersfoort mijn ‘Coloured Black-The Musiom Edition’ had ingericht. In de Musiom Galerie op de 1e etage van het museum. Terwijl die expositie toch echt al een maand aan de gang was. Maar ja, mijn keramiekperiode in Gubbio zat effe in de weg. En nu moest hij ook gelijk nog eens een keer de boel wat gaan veranderen. Want ik had hem op voorhand al een aantal ovenverse keramiekobjecten uit Gubbio beloofd.

Keurende blikken bij een nieuwe opstelling

Het resultaat? Het Musiom heeft eigenlijk een primeur. Want naar mijn toch niet onbelangrijke mening vormen m’n Coloured Black schilderijen en de uitgebreide collectie keramiek een prachtige eenheid die ik zo nog niet eerder heb meegemaakt. De Uovo’s, mijn al bekende ei-vormen, met dus ook die ovenverse, mijn nieuwe Vaso- en Piatto-ontwerpen en nog keramiek van vorig jaar komen echt geweldig uit in combinatie met de schilderijen. Een blije Toos dus!

een van de nieuwe objecten, een piatto (een bord) van 50 cm doorsnee
kast met keramiek en mixed media werken op handgeschept papier

En toen het zowel zaterdag als zondag ook nog heerlijk druk werd, kon de Meet&Greet niet meer stuk. Nieuwe fans erbij en de nodige oude fans weer eens gesproken Plus een aantal veren in mijn achterwerk. Want zo voelen verkopen, ook na al die jaren, nog steeds aan.

fans van al jaren lang
nog meer fans
nieuwe fans

De tentoonstelling loopt nog tot 14 december.

De Trap naar de Fantasie

De Trap naar de Fantasie

Waar ik ook heel erg benieuwd naar was, was de uiteindelijke opstelling van mijn installatie in de spiegelkast. Mijn ‘De Trap naar de Fantasie’. Ik schreef er hier al eerder over. Destijds kon ik die installatie niet afmaken omdat Gubbio wachtte. Maar ik heb dat toen met een gerust hart overgelaten aan Herold en medekunstenaar/inrichter Hans Vanhorck. En ook nu werd ik blij verrast.

Wat de achtergrond van die installatie is? Dat wordt duidelijk gemaakt in een verklarende tekst die naast de kast hangt. Die ik hier maar overneem. Lekker makkelijk!

“Als kind al barstte Toos van Holstein van de fantasie, een fantasie die ze kon uitleven op de ‘geheime’ plekjes die ze voor zichzelf creëerde in het ouderlijk huis. Plekken waar eigenlijk niemand anders mocht komen. Op de zolder van een schuurtje naast het huis en op de zolder van dat huis. Beide alleen toegankelijk via wrakkige trappen. Maar die eenmaal beklommen, wachtten er haar schatten en haar boekjes. ‘Schatten’ van soms ondefinieerbare herkomst en oude beduimelde boekjes waarin menige bladzij ontbrak. Te midden daarvan kon ze haar fantasie helemaal laten gaan. Een fantasie die ze in haar kunstcarrière steeds verder heeft ontwikkeld en waarvan ze, na de bij het ouder worden behorende reflectie, de basis en de essentie in deze veelvuldig gereflecteerde installatie heeft teruggepakt.

steendrukken uit mijn livre d’art ‘L’Art au Carré-TOOS van HOLSTEIN’

Die zolder van Toos komt ook terug in de video zonder woorden ‘TOOS-the movie’ die werd gemaakt ter gelegenheid van haar grote expositie ‘TOOS-de ontdekkende mens’ in het eeuwenoude fort Rammekens in Zeeland. Die video is van tijd tot tijd te zien op het scherm in de ontvangstruimte van het Musiom  en via bijgaande QR-code ook direct op YouTube.

Maar ‘TOOS-the movie’ is in deze blogaflevering ook direct hieronder te bekijken.

http://youtu.be/uxlhLl5WTXw

De grote Musiom-tentoonstelling ‘Mens en Natuur’

paginagrote advertentie in de Kunstkrant van september-oktober

In de grote museumzaal op de begane grond is een mooie en intrigerende combinatie te zien van werk van twee mij wel bekende kunstenaars. Marianne Benkö en Marti de Greef.

Marianne’s geabstraheerde en op de natuur gebaseerde schilderijen en wandtapijten ken ik al heel lang. En Marti’s geabstraheerde mensfiguren ken ik zelfs nog langer. Vanuit mijn vroegere woonplaats Eindhoven. Waar werk van hem in de openbare ruimte staat en ik Marti zelf ook af en toe tegenkwam. In ruimtes met de naam café.

Ook ‘Mens en natuur’ is, net als het oude Amersfoort trouwens, echt de moeite waard. Eveneens tot 14 december (vr-zo 12-17 uur). Tot volgende week.

TOOS

De Grote Boze Wolf zonder de Drie Biggetjes maar met Sint Franciscus en mijn Livre d’Art óftewel hoe ik in Gubbio met Mijn Neus in de Boter viel


vorig jaar in het atelier van Rampini in Gubbio
een oude uitgave van ‘I Fioretti di San Francesco’, met daarin het verhaal van Francesco en de wolf

Vorig jaar, bij mijn verblijf toen in keramiekstad Gubbio, beschilderde ik 2 series van 55 keramiektabletten. Voor een heel speciaal livre d’art, uit te geven door mijn galerie Quadrige in Nice. Met als titel ‘Saint François et le loup de Gubbio‘ (Sint Franciscus en de wolf van Gubbio). Gebaseerd op een 14e eeuws wonderverhaal over de heilige Franciscus, zich afspelend in Gubbio. Waarbij Franciscus als grote dierenvriend een woeste en de stad bedreigende wolf in een pacificerend één-op-één gesprek weet om te toveren tot een heel vriendelijke, kwispelstaartende en pootjes gevende wolf. Dit jaar trouwens helemaal hot, dat verhaal! Komt zo.

In Nice lag de door mijn galerist Jean-Paul Aureglia met de hand gezette en op de handpers gedraaide oplage van dat livre d’art al te wachten. Met daarin een nieuwe versie van dat wolf-verhaal, ‘La version de Marie-Louise‘. De door auteur en kunstcriticus Raphaël Monticelli schrijvend naar zijn hand gezette interpretatie. Jean-Paul hoefde dus alleen nog maar mijn keramieken plaatjes in de daarvoor bestemde vakken te schuiven en klaar was de uitgave om de wereld in te gaan.

blsderend in mijn livre d’art in galerie Quadrige in Nice

Een wereld waarin voor de Roomse Kerk om zeer belangrijke redenen San Francesco vier jaar lang ook helemaal hot is. Van 2023 tot en met 2026.

in 2026 is het 800 jaar geleden dat Sint Franciscus stierf

Van de oplage kreeg ik natuurlijk ook een deel. Zodat ik voor mijn nieuwe verblijf in Gubbio de afgelopen maand een aantal van mijn tabletten mee terug kon nemen naar de plek waar ze ontstonden. Maar nu in dat livre d’art. Met de in het Italiaans vertaalde tekst er zelfs nog extra bij. Want natuurlijk kregen Giulia Rampini en haar moeder Rossana die uitgave als een cadeau. Zonder hun hulp had ik die tabletten nooit kunnen maken.

Giulia en Rossana met hun exemplaar van mijn livre d’art

Maar ook Daniele Minelli kreeg een exemplaar. Ik moest al die tabletten dan wel stuk voor stuk beschilderen in Atelier Rampini, hij moest ze eerst stuk voor stuk voor mij maken in zijn Atelier Minelli.

hier met Daniele Minelli in zijn atelier

En dan was er nog iemand die absoluut ook mijn kunstboek moest krijgen. Ettore Sannipoli. DE kunsthistoricus, kunstschrijver en kunstcriticus van Gubbio en wijde omstreken. En daarbij ook nog een goeie vriend van Giampietro Rampini, vader van Giulia. Ettore had ik daardoor al bij mijn eerste verblijf in Gubbio in 2019 leren kennen. Met hem communiceren is trouwens best een speciale act. Want spreekt hij hooguit zo’n 10 Engelse woorden over de grens, ik doe dat met hooguit 20 in het Italiaans. Maar met handen, voeten, kunstjargon en geduld lukt het toch altijd weer.

Laat ik nu echt toevallig met mijn neus in de boter vallen, kunstboter natuurlijk. Want eind september bleek de opening gepland van een grote, driedelige expositie over San Francesco en die lupo, de wolf! Met juist Ettore als één van de belangrijkste samenstellers. Én laat hij nou dolblij zijn met mijn livre d’art. Schrijver Monticelli gaat in zijn verhaalversie namelijk uit van een lupa, een vrouwtjeswolf. Juist een stokpaardjes van Ettore bij de interpretatie van dat middeleeuwse verhaal. Waarin de wolf eigenlijk altijd als een mannetje wordt gezien. Mijn neus dus in de kunstboter, schot in de roos bij Ettore!

met Ettore Sannipoli bij de opening van de expositie

Dus was ik een welkome gast bij de officiële opening van de expositie op vrijdag 26 september. Echt zo’n Italiaanse opening. In het middeleeuwse stadhuis, het Palazzo dei Priori aan het prachtige Piazza Grande. Met allicht heel veel sprekers, zoals ook Ettore. Sprekers die zich op z’n Italiaans ook niet aan een tijdslimiet hoefden te houden. Best ontzettend knap dus als je 12 Italiaanse mannen en vrouwen toch in één uur weet te persen. Levensgezel hield het aantal bij.

de middeleeuwse ontvangstzaal van het stadhuis loopt langzaam vol voor de officiële opening

Daarna de trappen in het ene palazzo af, dat grandioze plein over en de trappen naar een ander palazzo op. Het imposante Palazzo dei Consoli.

op weg naar het Palazzo dei Consoli
de offciële affiche voor de expositie

Waar zich nu in de gigantische hoofdhal tot in januari het belangrijkste deel van de tentoonstelling ‘Francesco e frate lupo’ afspeelt. Met ook de belangrijkste schilderijen en beelden over dat onderwerp. Oude en modernere.

de grote hal
met één van de vele schilderijen over San Francesco en zijn lupo/lupa
eeuwenoud met de hand geschreven boek met illustraties over de wolf
een levensechte wolf schilderen viel niet altijd mee!
een van de vele beelden
een prachtig romantisch schilderij met allemansvriend wolf, maar ja, wat wil je met zo’n vriendelijke slager
toch nog wat dichterbij bekijken

Er die andere twee andere tentoonstellingen? Allicht ook in middeleeuwse gebouwen. De Logge dei Tiratori, de Schuttersloge, en het Museo Diocesano, het kerkelijk museum. Met in de Logge de focus op keramiek over Franciscus en de wolf en in het Diocesano de nadruk op prenten en boeken. Hier wat foto’s van dat alles.

in de Logge dei Tiratori
voor de ingang van het Museo Diocesano
in het museum met een grote collectie boeken over het verhaal
een paar van die boeken met afbeeldingen

Echt roerend voor mij was om te zien dat bij die verzamelde keramiek uit allerlei streken van Umbrië ook een paar stukken van mijn leermeester Giampietro Rampini werd getoond. Samen met borden van zijn vader, dus Giulia’s grootvader, die ooit het keramiekatelier opstartte.

een bord van mijn te vroeg overleden leermeester en vriend Giampietro Rampini
een bord van zijn vader Pietro Rampini

Wie weet kunnen mijn keramische ‘Francescostukken’ daar in de toekomst ook nog eens tussen komen. Een mens moet zo haar of zijn dromen hebben. Tot volgende week.

TOOS

Nu nog aan de keramiek in Gubbio, straks aan de Meet&Greet in Amersfoort


Gubbio in het avondlicht

Er liggen nogal wat kilometers tussen het Rampini-keramiekatelier in Gubbio in Umbrië en het Musiom in Amersfoort. Maar toch zullen die binnenkort overbrugd moeten worden opdat ik op tijd in Amersfoort ben. Voor mijn Meet&Greet op zaterdag en zondag 11/12 oktober (12-17 uur) in het Musiom. Te midden van mijn expositie ‘Coloured Black-the Musiom Edition’ in de Musiom-shop. Ik schreef er hier al over een aantal weken geleden.

Toos van Holstein, Le reflet, olieverfschilderij (55-100 cm), te zien in het Musiom

Maar op zaterdagmorgen 11 oktober ga ik die expositie er voor de openingstijd van 12 uur toch nog wat anders uit laten zien. Met mijn nieuwe keramiek, bijna vers uit de oven hier in Gubbio. Met speciale Coloured Black items. Eigenlijk wordt ’t een ‘Coloured Black-the Musiom Edition II’.

Want ik kan rustig zeggen dat ik de laatste weken aan mijn eigen tafel in het atelier stevig heb doorgewerkt. De tafel die bij mijn aankomst begin september al helemaal voor mij klaar stond. Dankzij Giulia Rampini. Zodat ik gelijk aan de gang kon met mijn nieuwe vormen.

enkele van de nieuwe ontwerpen zijn al voor de eerste keer gebakken, vandaar de bruinige kleur
en een aantal is nog leerhard wat wil zeggen dat er nog in gekrast en gesneden kan worden
hupsakee, krassen en snijden maar

Allemaal van eigen ontwerp. Nieuwe Uovo’s van 50 cm hoog. Nieuwe grote borden van 50 cm doorsnee, zo groot had ik ze nog niet eerder. En nieuwe …… Tja, wat?

dat allernieuwste ontwerp, al gedompeld in de witte glazuur waarna er op geschilderd kan worden

Moet ik ze vazen noemen? Óf gewoon esthetische vormen. Óf gewoon keramische objecten, die qua ontwerp zijn voortgekomen uit die eerdere ei-vorm? Bepaal dat zelf maar. Hoe dan ook, die zijn ook 50 cm hoog.

hier ben ik bezig met snijden en wegbuigen in de nog leerharde vorm
na het een paar weken heel rustig aan uitdrogen van die leerharde exemplaren worden ze in die witte glazuur gedompeld en staan ze hier in de tuin van het atelier te drogen waarna het schilderen kan beginnen

’s Nachts bedenken hoe ik ze ga beschilderen en welke nieuwe technieken, nieuwe pigmenten en nieuwe glazuren ik ga gebruiken. Overdag in overleg met Giulia bekijken wat zij denkt dat mogelijk is en dan uiteindelijk toch een beetje over het randje van de pot piesen. Oftewel buiten de begane paden treden, gewoon experimenteren. Met daardoor ook vaak onverwachte effecten. Heerlijk!

een van de allereerste exemplaren die net uit de oven is gekomen en waarin ik nog een kleinigheid wijzig

Voor het eerst ook de techniek van het zogenaamde lustro gebruiken. Een als moeilijk bekend staande techniek die in de 16e eeuw werd ontwikkeld door Maestro Giorgio. Die er beroemd mee werd en dat nog steeds is. En waar ontwikkelde hij die techniek? In Gubbio dus! Logisch dat ik daarmee aan de gang wilde. Wat het inhoudt? Dat ga ik hier nu niet uitleggen, te ingewikkeld! Kom maar kijken in het Musiom, bij de Meet&Greet. Dan zal ik dat graag toelichten aan de hand van mijn nieuwe keramiek.

Hier nog wat foto’s van mijn activiteiten in het atelier en een paar resultaten.

deze moet nog in de oven
net als deze
en deze, de eerste van de grote 50 cm borden, komt er net uit
altijd spannend hoe de keramiek uit de oven komt en je voor het eerst ziet hoe de pigmenten en glazuren zijn gaan sprankelen
samen met Giulia Rampini het resultaat beoordelen

Oh ja, en nog iets wat de toegang tot het museum Musiom betreft. Je hebt er gratis toegang als je in het bezit bent van de museum-jaarkaart. Heb je die niet en wil je toch gratis naar binnen voor mijn Meet&Greet, dan is er een toverspreuk. Geen simsalabim of hocus pocus, maar gewoon “ík kom voor Toos”. Je zult zien dat je omringd met alle égards gewoon door kunt lopen naar de 1e etage van het Musiom. Waar zich én de Musiom-shop én mijn persoontje bevinden.

planken met een paar van de borden die klaar zijn

En wat Gubbio betreft, daarmee ben ik voor dit blog de komende tijd nog niet klaar. Want dat gaat volop laveren worden tussen Nederland, Frankrijk en Italië. Tussen San Francesco en oude en hernieuwde herinneringen aan Spoleto. Tussen interessante exposities in Nederland en studentenstad Montpellier. Tussen het beroemde handgeschepte papier van Fabriano en ‘mijn’ plein in Gubbio. Tussen Maria Magdalena in Saintes-Marie-de-la-Mer en Jacoba van Heemskerck in Kunstmuseum Den Haag. Tussen ….., nou ja nog veel meer.

Wie weet tot ziens in Amersfoort. Maar hoe dan ook, tot volgende week.

TOOS

Toosiaanse associaties vanuit Aix-en-Provence bij flarden Cézanne


Een aantal weken geleden was ik weer in Aix-en-Provence. In óók de museumzaal op de foto hierboven. En daar floepten zomaar twee associaties tevoorschijn. Over het schuurtje in onze tuin in Eindhoven in mijn jeugdjaren en over een slaapkamermuur in mijn appartement/atelier in Nice.  Museumzaal Aix-en-Provence, schuurtje Eindhoven, slaapkamer Nice? Oké, daar gaat ie.

Zelfportret van Cézanne (1875)

Aix-en-Provence zou je mogelijk kunnen associëren met kunstenaar Paul Cézanne (1839-1906). Zo ja, top! Want noem bij kunsthistoriekenners óf Aix-en-Provence óf Cézanne óf Mont Sainte-Victoire en meteen komen de andere twee woorden opborrelen.

Cézanne dus. Vaak de vader van de moderne kunst genoemd. Cézanne, geboren in Aix en er gestorven. Cézanne, die van de berg Mont Sainte-Victoire een icoon maakte door er een berg schilderijen over te maken.

zo’n sterk uitvergroot schilderij in het klassiek trappenhuis van Musée Granet
een van de Mont Sainte-Victoire schilderijen op de expositie

En laat Aix nu dit jaar volledig vergeven zijn van allerlei Cézanne activiteiten! Dus op weg naar mijn keramiekstad Gubbio (lees hier maar) was de autoroute-afslag Aix een moetje. Voor de grote overzichtstentoonstelling ‘Cezanne au Jas de Bouffan’ in het Musée Granet. Waarvan ik hier maar een ietsepietsie aan tentoongestelde werken door de tekst heen strooi[H1]  aan de hand van een stel ‘flarden Cézanne’. Om te beginnen bij die associatie-zaal van hierboven. Een ruimte, min of meer nagebouwd aan de hand van oude foto’s van de salon in de grote ouderlijke villa van Cézanne. Villa Jas de Bouffan.

Cézanne, Jas de Bouffan (1885-87)
Jas de Bouffan nu

Flard 1: Salonschilder Cézanne

De grote muren van die salon waren namelijk volgeschilderd door de jonge, uitproberende en experimenterende kunstenaar Cézanne. Op zoek naar een eigen stijl.

Cézanne schilderde op gips op de wanden. Heel veel later zijn die schilderingen met gips en al voorzichtig van de muren gehaald en op doek overgeplakt om apart verkocht te worden

Nu dat schuurtje in Eindhoven. Pappa, tuinder, had dat net helemaal opgeknapt. Met wit geschilderde wanden binnenin. Onweerstaanbare wit. En wat lag er toevallig naast dat schuurtje? Een hoop zwart verbrand hout. Ook onweerstaanbaar vanwege die witte wanden. Toen pappa ontdekte dat die kleine hummel haar tekentalenten daarop had botgevierd was hij niet echt blij. Maar mijn ‘kunst’ is dus niet voor de eeuwigheid bewaard gebleven zoals die van Cézanne. Terwijl toch ook pappa Cézanne niet echt blij was met een zoon als kunstenaar.

Flard 2: pappa Cézanne

Cézanne, Louis-Auguste Cézanne, vader die de krant leest (1866), een schilderij met een heel verhaal erachter dat misschien nog wel eens komt

Eerst hoedenhandelaar, later rijk bankier. Vandaar in 1859 de aankoop van die prestigieuze villa Jas de Bouffan met veel grond eromheen, even buiten Aix. Dat zijn zoon Paul bijpassend prestigieus moest gaan studeren lag voor de hand. ’t Werd rechten. En ’t werd geen succes. Paul wilde alleen maar kunstenaar worden. Een kunstcursus in Aix en een academie in Parijs volgden. Bekostigd door een met tegenzin verstrekte toelage van pappa Cézanne. Een uiteindelijk blijvende toelage, want Paul verdiende geen cent. Daarom ook hield hij zijn verhouding met vriendin en mindere partij Hortense geheim voor zijn vader. Net als het bestaan van hun zoontje. Doodsbang om die toelage te verliezen waarmee hij ook vrouw en kind onderhield! Want zijn kunst verkocht voor geen cent.

Flard 3: Madame Cézanne

Cézanne, Madame Cézanne

Nee, niet zijn moeder. Wel die voor zijn ouders verborgen vriendin Hortense Fiquet, die hij vele malen schilderde als ‘Madame Cézanne’. Pas in 1886 trouwde hij met haar en kwam ze voor het eerst in de ouderlijke villa. Een paar maanden later overleed zijn vader en werd Paul rijk door de erfenis. Berekenend? Dat zou me niet verbazen. Want als je leest over de persoon Cézanne ontkom je niet aan de indruk dat hij vooral op zichzelf was gericht.

Cézanne, Portret van madame Cézanne (1883-85)

Flard 4: appeltjes van Cézanne

heel veel stillevens met de nodige appeltjes op een rij

Heel wat appeltjes heeft hij geschilderd in heel wat stillevens. In voor zijn tijd ongebruikelijke kleuren. Daarbij ook ongewone perspectivische vertekeningen toepassend. Als je goed kijkt, zie je zaken die niet kloppen. Schalen die te schuin staan, een kan die dreigt om te vallen, zijkanten van een tafel die van voor naar achter uit elkaar lopen in plaats van naar elkaar toe. Of een tafeloppervlak dat naar achteren toe omhoog loopt. Allemaal vernieuwend.

hoe zit dat met het bord met kersen?
leef je maar uit op deze en de volgende

Matisse heeft dat alles later heel goed bestudeerd. En gebruikte op zijn manier zowel dat vernieuwend kleurgebruik als dat ‘foute’ perspectief.

Flard 5: de pre-kubistische Cézanne

Kubisme, ook zoiets dat niet kan. Niet dat Cézanne dat uitvond. Die eer is weggelegd voor Braque en Picasso. Maar toen ik onderstaand schilderij van Cézanne zag, had ik gelijk Braque voor ogen.

Cézanne, De zee bij L’Estaque (1875-76)
Braque, Huizen in LÉstaque (1908), niet op de expositie te zien

Twee schilderijen, beide gemaakt in L’Estaque. Een plaatsje in de buurt van Marseille, waar Cézanne zijn Hortense en zijn zoon een aantal jaren ‘verborgen’ hield voor zijn ouders. En waar hij zelf tussen allerlei kunstgereis door ook regelmatig verbleef. Want je moet je niet voorstellen dat ze een gezellig gezinnetje vormden. Zijn kunst was het aller, allerbelangrijkste.

Maar zeg nou zelf, volgt Braque’s schilderij niet uit dat van Cézanne? Picasso noemde Cézanne niet zomaar zijn enige echte meester.

Nog meer Cézanne? Nee, andere flarden en die Mont Sainte-Victoire komen nog wel eens. Behalve nog een paar foto’s hier.

één uit de beroemde serie ‘De kaartspelers (1893-96)
Cézanne, Steengroeve bij Bibemus (1895)
Cézanne op oudere leeftijd

Want dít verhaal moet nog rond gemaakt worden. Met die tweede associatie uit het begin. Over mijn slaapkamermuur in Nice. Net zoals Cézanne dat in de salon van Jas de Bouffan deed, deed ik dat in Palais de Venise in Nice. In de slaapkamer van mijn appartement daar. Schilderen op de muur. Lees hier maar in een ouder blog.

Tot volgende week.

TOOS


 [H1]

De parallellen tussen mijn pad naar de keramiek en de keramiekpaden van Marc Chagall en Jean Cocteau


Het Italiaanse Gubbio, keramiek, de Côte d’Azur, kunstenaars als Picasso, Cocteau en Chagall, stadjes als Vallauris, Menton en Vence, de Griekse mythologie, ik gooi het allemaal maar even op een grote hoop. Oh ja, en ook toeval moet daar nog bij. En nu de schone taak om van die grote hoop keurig gerangschikte kleine hoopjes te maken.

Gubbio met het Palazzo dei Consoli in het late avondlicht

Een paar weken geleden kwam ik in Gubbio aan. Dat meldde ik vorige week al in mijn blogaflevering. Om me, ’t is in feite een jaarlijkse traditie aan ’t worden, een aantal weken aan de keramiek te wijden. Maar voordat de Italiaanse autostrada me leidde naar het keramiekatelier Rampini Ceramiche d’Arte nam ik op de Franse autoroute eerst nog de afslag Nice. Voor een verblijf van een week in mijn appartement/atelier daar. Waarbij van tevoren een bezoek aan Le Bastion in Menton al gepland stond.

Le Bastion in Menton

Het ‘Musée Jean Cocteau Le Bastion’, een verdedigingsbastion aan zee dat sinds 1966 geheel is gewijd aan kunstenaar Jean Cocteau (1889-1963). Culturele duizendpoot Cocteau, met de eretitel Prince des Poètes, over wie ik hier al eens schreef. Aanleiding toen? De door hem beschilderde Chapel Saint-Pierre in Villefranche-sur-Mer. Nu wilde ik zijn Bastion wel weer eens bezoeken voor de nieuwe tijdelijke expositie ‘Jean Cocteau- Le château des merveilles’. En dat dan gelijk combineren met een bezoek aan de trouwzaal in het stadhuis van Menton. Nee, nee, niet direct van alles gaan denken! Het waarom komt nog wel eens.

binnen in het Musée Jean Cocteau Le Bastion

Nu komt dat toeval op die grote hoop om de hoek kijken. Want wat bleek tot mijn verrassing? Die tentoonstelling had als kern de keramiek die Cocteau in de laatste periode van zijn leven maakte. Met als aanvulling bijbehorende studietekeningen. Ook voor die kapel.

studie van een vissersman voor die kapel, zoek dit beeld maar eens op in dat blog daarover (zie link 3e alinea vanaf begin)

En wat bleek verder nog? Hij was in 1953 dat keramiekpad opgegaan door zijn vriend Picasso. Die eind jaren 40 aan de Côte was neergestreken in keramiekstad Vallauris. Waar hij samenwerkte met het echtpaar Georges en Suzanne Ramië van het atelier Madoura (lees hier mijn blog daarover) .

hoekje van de expositie
wat voorbeelden van de keramiek van Jean Cocteau

Cocteau liep rond in Madoura, kleide en schilderde wat en was verkocht. Maar ja, multitalent Cocteau was enthousiast voor heel veel. Dus pas in 1957 kwam ’t er echt van. Wel in een ander atelier. In Villefranche-sur-Mer, het stadje waar ook ‘zijn’ kapel staat. In de laatste zes jaar van zijn leven creëerde hij meer dan 300 unieke stukken. Want zoals hij dat zelf veel poëtischer uitdrukte dan ik ooit zou kunnen: “Is het geen goddelijk genoegen om objecten uit de leem van de aarde te halen en ze te tatoeëren?”.

Met zijn geheel eigen, tekenachtige manier kwamen Griekse goden en helden, faunen, dansers, engelen, vissers en wat al niet tot leven op de keramiek. Dat hij daarbij als keramisch analfabeet hulp nodig had, spreekt voor zich. Want ik ken dat zelf maar al te goed. Hier in Gubbio werd ik op het terrein van pigmenten, glazuren, lustro en ovenbeleid eerst door mijn leermeester Giampietro Rampini begeleid en nu door dochter Giulia. Zonder die begeleiding zouden Cocteau destijds en ik nu regelmatig met onze vieze handen in het haar hebben gezeten.

niet alleen borden maar ook 3-dimensionale keramiek van Cocteau

Ook de al beroemde Chagall (1887-1985) heeft dat meegemaakt. Want nu pluk ik Chagall en opnieuw dat toeval uit de grote hoop! In Nice kwam ik erachter dat in het nabijgelegen Vence ook een aantrekkelijke expositie liep. In het Musée de Vence.

voor het Musée de Vence

Een eeuwenoud gebouw waar ik in 1996 al eens tegenaan was gelopen. Toen ik drie maanden lang in kunstretraite in dat stadje verbleef. Maar dat is een ander verhaal. Nu werd Chagall er geëerd. Met de expositie ‘CHAGALL-Les Années Vençoises’. Over de kunst die hij in de jaren 1949-1966 maakte toen hij in Vence woonde. En laat daar nou ook keramiek tussen zitten! Waarvan maar enkele exemplaren werden getoond

trappenhuis van museum met een grote foto van Chagall
twee borden van Chagall

Want hij maakte er zo’n 350 in zijn leven. Waarvan de meeste in dat atelier Madoura in Vallauris waar Picasso zat. Hé, hoe zou Chagall daar nou terecht zijn gekomen!

Picasso en Chagall in atelier Madoura in Vallauris

En hoe zou hij tot de volgende uitspraak zijn gekomen? “Keramiek is de alliantie tussen aarde en vuur, niets anders. Als je iets goeds aan het vuur overdraagt, krijg je er ook iets voor terug. Maar als het iets slechts is, gaat alles kapot. Er blijft niets over en je kunt er niets aan doen. Het oordeel van het vuur is genadeloos.”

bord van Chagall

Ook hij heeft dus in Vallauris, net als ik in Gubbio en Cocteau in Villefranche-sur-Mer geleerd dat het met keramiek vallen en opstaan is. Dat je als beginner beslist de kennis van de materiemeesters nodig hebt. Waardoor ik ook nu weer regelmatig overleg met Giulia. Met zeer tevredenstellende resultaten tot nu toe. Vooruit, al vast even één tipje van de sluier.

bezig aan een bord in het atelier van Rampini Ceramiche d’Arte in Gubbio
samen met Giulia Rampini trots op het resultaat dat net uit de oven komt
hier het resultaat nog wat duidelijker

Tot volgende week.

TOOS

Over mijn ‘Coloured Black-the Musiom Edition’ in Amersfoort en Toos-Keramiek in het Italiaanse Gubbio


Voor alles in het leven is er een eerste keer. Ik tik dit in het Italiaanse Gubbio een paar dagen vóór 12 september. Maar dat gezegde heeft betrekking op de opening van een expositie van mij in het Nederlandse Amersfoort juist óp 12 september.

uit de nieuwsbrief van het Musiom

Die expositie is mijn ‘Coloured Black-the Musiom Edition’ in museum Musiom, lopend van 12 september tot 14 december. In de Musiom-galerie, bedoeld voor verkooptentoonstellingen, op de 1e etage. Maar wie er bij de opening op september ook aanwezig gaan zijn, de hoofdpersoon dus niet! Ik kom pas weken later. Op zaterdag en zondag 11 en 12 oktober. Voor een speciaal voor mij ingelaste Meet&Greet.

Dit is echt de aller-allereerste keer in mijn kunstenaarsbestaan dat ik bij de vernissage van een eigen expositie moet schitteren door afwezigheid. Wel natuurlijk vanwege heel goeie redenen. Want om organisatorische redenen kon ’t voor het Musiom niet anders dan op die 12e september en om kunstzinnige redenen kan ik niet anders dan elders zijn. In keramiekstad Gubbio. Of iets nauwkeuriger omschreven, in het keramiekatelier van Rampini Ceramiche d’Arte daar. Geen onaangename reden trouwens.

de eerste avond in Gubbio met onze eerste Campari Spritz, een prima traditie

Met Giulia Rampini had ik namelijk lang geleden al afgesproken de hele maand september weer bij haar en haar moeder in het atelier te komen werken. Net als vorig jaar. En het jaar daarvoor, en het jaar daarvoor, en ….., nou ja, enz.

Maar dat hield wel in dat levensgezel al op dinsdag 19 augustus mijn busje, volgeladen met Coloured Black kunst, op de stoep voor het Musiom parkeerde.

Zodoende kon ‘baas’ Herold Boertjes al direct zijn ideeën loslaten op ‘het hangen’ van mijn tentoonstellingsaandeel. Dat parallel loopt aan de nieuwe grote museumexpositie ‘Mens en Natuur’ op de begane grond (https://musiom.art/exposities-nu/).

advertentie over de exposities in het Musiom in de september/oktober uitgave van de Kunstkrant (door heel Nederland op allerlei kunstadressen gratis te verkrijgen)
in de ruimte van de Musiom galerie

En ik kon aan de slag met een ander inrichtingsavontuur. Dat van mijn installatie ‘De trap van de fantasie’. Een bouwsel voor de speciale spiegelkast op de 1e etage.

opstelling in mijn atelier

Waarin tegen de achterwand een spiegel zit en waar je van buitenaf in kijkt door zo’n doorzichtige spiegel die je in detectiveseries altijd tegenkomt bij verhoorkamers op het politiebureau. In die kamer lijkt het een spiegel, er buiten is het gewoon een vensterraam. Zet je in die kast een voorwerp, dan ontstaat er een oneindige rij aan weerkaatsende weerkaatsingen. Altijd weer fascinerend, die natuurkundige spiegeltruc. Aan mij dit keer de eer iets te ontwerpen voor die kast. Wat ik natuurlijk eerst in mijn atelier zo goed mogelijk had uitgeprobeerd zonder die rij weerkaatsingen.

De achtergrond van ‘De trap van de fantasie’? Een andere keer!

de eerste stand van zaken

Het uiteindelijke resultaat met de laatste reflectiepuntjes op de i? Daar zou spiegelkastkenner, museummedewerker en medekunstenaar Hans Vanhorck nog voor zorgen.

samen met Hans Vanhorck voor de spiegelkast

Dus dat zie ik pas als ik op 11 oktober voor de Meet&Greet weer acte de présence geef in het Musiom. Net trouwens als hoe Herold uiteindelijk mijn expositie vorm heeft gegeven. Waar we dan op die 11e ook gelijk weer een en ander in gaan veranderen. Want ik heb Herold beloofd om hier in Gubbio een paar speciale Coloured Black items te creëren. Nieuwe door mij ontworpen keramische objecten waarvan ik de tekeningen op mm-papier van tevoren al had doorgestuurd naar Daniele Minelli. Mijn ‘Draaier met de Gouden Handjes’. Een aantal stond dus bij aankomst al keurig klaar bij Giulia, de rest kon ik ophalen bij Daniele.

wat al in het atelier van Rampini op me stond te wachten: altijd spannend zo’n eerste blik op nieuwe ontwerpen
in het atelier van Daniele Minelli waar nog de zogenaamd leerharde items stonden te wachten, waarin nog in gekrast en gesneden kan worden
terug bij Giulia met alle leerharde items
overleg met Giulia Rampini over een en ander

En die items gaan dus voor het eerst op 11 oktober in het Musiom getoond worden. Nieuwsgierig naar het resultaat? Ik op dit moment ook!

Maar voorlopig zit ik nog wel even in Gubbio. Die prachtige middeleeuwse stad die ik sinds mijn eerste kennismaking ermee in 2019 in mijn hart heb gesloten.

de fontein in het oude centrum
Gubbio by night

Net zoals ook Giulia Rampini, haar helaas te vroeg gestorven vader Giampietro en haar moeder Rossana. Tot volgende week.

TOOS

Beleef de wereld van beeldend kunstenaar TOOS van Holstein, haar kunstleven, haar ervaringen, haar ideeën

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag