“ça va?”

“Goh, fijn dat je het vraagt. Ik heb het wel moeilijk om dat uit te leggen. Soms wel, soms niet. En het heeft niks te maken met hoe ik me voel. Gaat het? Wil zeggen kan je doorgaan? In dat geval: Ja, ça va.

Maar als je vraagt hoe ik me voel, dan kan ik dat moeilijk benoemen. Ik ben niet zo vaak in mijn gevoel terug te vinden. Daar gaat zo vaak een laag ratio over, mijn innerlijke motivatiecoach. Die kan me echt wijsmaken dat ik geen pijn heb als ik een gebroken been had.

Maar er zijn momenten, dan overvalt mij de triestheid. Ik kan het moeilijk wijten aan dingen, het is er gewoon. Ik kan het ook niet beschrijven. En ik kan ook triest, en boos en blij tegelijk zijn. Eerst was ik blij omdat ik echt triest was. Dan was ik tenminste echt, valide in mijn ogen. Dus ik vond het een goed teken. Maar dat vervaagt.

Ik denk niet dat ik ooit zal vergeten wat een voorrecht het is om je emoties oprecht te beleven, zonder waardeoordeel, gewoon hier en nu, in je lijf. Maar waar elk gevoel, goed of slecht, als een overwinning voelde, besef ik nu dat mijn motivatiecoach gewoon zijn focus verlegd had. Geen probleem Fred, je voelt je triest, da’s goed! goed bezig!

Nu geloof ik hem niet meer. Triest is triest. Triest sucks. De laatste stap in mijn hier en nu. En daar is wél verdriet en pijn mee gemoeid. En het stopt niet. Ik ben in het water gevallen, ik moet nu zwemmen en trappelen. Maar het is het besef dat het koud en nat en gevaarlijk is dat mij NAAR WAL doet zwemmen. Dus neem ik dit moment dat ik cosy voor een haardvuur zit, en geniet ik ervan. EN ben ik trots dat ik ze kàn nemen. En gerustgesteld. Want het volgende moment kan het verdriet mij benemen. En dan beleef ik het ook bewust.

Hallo?”

Ik weet het ook niet hoor

Misschien was het heel moeilijk om samen te leven met een man die niet uit zijn eigen spiraal van miserie geraakte.

Misschien was je nieuwe werkomgeving er een die zonder context oordeelde over mij en daarin jou beïnvloedde. Zeer zeker ben je iemand die geeft om wat de mensen van je denken. Ook al beweer je van niet. Maar al zo een mensen beweren van niet, omdat het hoort om een zelfstandig denkende mens te zijn.

Misschien was het dat ene deel van je familie, de doordouwers, de alfa en het tettermeisje die je zover hebben gebracht om je eigen idee van mij, je rotsvaste geloof in mij aan het wankelen te brengen.

Misschien had ik niet door dat de premisse waarmee je onze relatie startte in jouw hoofd allang vervaagd was door de situatie waarin je zat.

Misschien was de situatie helemaal de ergste niet, maar wel de teleurstelling.

Misschien moet je ook maar eens teleurgesteld zijn in jezelf. We hadden het niet makkelijk. Maar dat lag zeker niet alleen aan mij.

God, wat heb ik het soms moeilijk om normaal te doen tegen jou. Je hebt me in de steek gelaten. En ik deed alles voor jou wat ik maar kon.

Misschien was dat niet genoeg.

13 dagen

Zoveel in mij om te vertellen terwijl er eigenlijk niks gebeurt.

13 dagen quarantaine. De dochter is niet eens ziek, ze heeft gewoon Covid. Alsof het niks is. Wat een sterke.

En in ruil kregen tijd. Voor grapjes, geravot, geregel, toch wat schoolwerk. Voor samenwerking. Voor troostende knuffels voor het gemis voor de vrouw die ik nooit zal kunnen vervangen. Mama.

Mama ziet ook af. In mijn inbeelding zie ik ze in haar inbeelding doelloos ronddwalen, tot ze haar jas pakt en de theorie in de praktijk omzet. Zie ik ze tranen met tuiten huilen. Een mens zou bijna wensen dat ze zich afvraagt waarom ze in godsnaam een einde maakte aan wat ze nu zo mist.

Ze vertelde mij dat ze Hannah mist. Dat ze een gezin zijn mist. Dat ze zich vaak schuldig voelt. En de ex-man treurt mee. De verstotene is opgelucht. Ze beseft wat de gevolgen zijn. Ik ben ervaringsdeskundige in niet kunnen doen waar ik mentaal niet toe in staat ben, dus ik snap dat als ze me niet meer kon dragen, ze ermee moest stoppen. Een deel van mij zal haar dat altijd een beetje kwalijk nemen.

Ik was er voor haar. Ik gaf alles, teveel voor de relatie. Teveel voor haar. Naar het evenbeeld van mijn ouders.

Zij gaf op toen het te moeilijk werd. Niet naar het evenbeeld van haar ouders, maar wel omdat hun scheiding haar beeld op relaties bemoeilijkte. En omdat er op mij niet altijd kon gerekend worden.

Wat je zei gaf al vlug
mijn leven terug
ook al voelde ik me vrij
je brak iets in mij.

Kan ik me in’t leven
mij helemaal geven?
‘k hou mijn schoenen dichtbij
want ze brak iets in mij.

Gemakzucht mijn zonde
angst was mijn wonde
Mijn straf is mijzelf
helemaal rond mij wikkelen.

Wat zat verdoken,
moest eigenlijk gebroken
Want ik hing vast aan mijn lijm
die mij volledig verstarde

Nu voel ik een warmte
die me eerst verwarde
Maar me nu losmaakt
En voor het eerst de koude wind doet voelen.

Ik moet me hervinden
Me even niet binden

Jaloers. Verloren. Beschaamd. Vooral bang.

Ik heb in mijn leven al vaak drie gevoelsniveaus waargenomen. Of het er meer zijn, vraag het aan mijn toekomstige ik.

  1. Vluchten van de realiteit. Gevoelens zijn er niet daar. Enkel vlucht. En technieken. Alles oplossen met daden, hoe stom ze ook aanvoelen. Humor en zelfrelativering. Zelfkleinering. Verslaving. De verkondiging van het evangelie volgens de wijze Fred. Hoe slimmer ik overkwam, des te verder kwamen mensen van mij te staan.
  2. Gevoel in harmonie. Fred met twee blote voeten in het gras, ervaart de schoonheid van alles, ook van verdriet. Hier is geen boosheid. Hier is geen chagrijn. Geen jaloezie. Hier is wel nog een beetje vlucht, dan wel van niveau 3.
  3. Kwaadheid.Jaloezie. Schaamte. Angst De uitwassen van de mooie emoties. En helaas ook een deel van een rouwproces.

Daar ben ik. Ik voel het. Ik word jaloers als ik mijn vrouw hoor bellen met Hannah. Elk lachje van verrukking als Sarah iets vertelt aan mijn dochter. Zou zij het beter doen dan mij? Is ze Hannah zo aan het wegtrekken van mij? Moet ik ook iets ‘tof’ gaan doen? Ik ben eigenlijk niet tof he. Ik ben nog altijd een negatieve zieligaard. Zielige droopy. Ik hang aan mijn dochter.

Maar dan besef ik wel dat het net die verwachting is dat alles zal mislopen met mij dat mijn grootste rotsblok is. Ik heb Hannah gevraagd of ze het fijn vond om te bellen met mama. Ja, zei ze, en ze voelde zich begrepen. Ik vroeg naar hoe het was. Ze vertelde. We hebben zelf ook een mooie tijd, dacht ik. Fred, je bent bang. Jaloers. Beschaamd. Om die keren dat je vraagt aan Hannah om een beetje rust. Om die momenten dat je ze net teveel TV laat kijken. In quarantaine. 10 dagen samen. Terwijl je was te doen hebt, wat je nog nooit eerder hebt gedaan. Terwijl je dochter zich verveelt.

Zit Sarah bij familie. Te ademen, plezier te maken. Te herbronnen. Natuurlijk is zij nu de toffe. Maar dat ligt niet aan jou, Fred. Je doet het zo goed, alleen. Met alle verantwoordelijkheid die je nooit hebt gehad. Met drie verschillende opinies voor de was. Was is toch niet de alchemie die ik had vooropgesteld.

Maar was was, is, en zal altijd zijn. Zoals ex. Zoals dochter. Zoals facturen. Herstellingen. Kuisen.

En alles daartussen is van jou Fred. Geniet van dat cadeau. En steek dat stuk chocolade genaamd tijd niet in je oor. Zwelg het niet door. Knabbel, zuig. Laat het even liggen smelten. Dan ben je klaar voor de volgende ronde.

Danku, positieve kerel in mijn hoofd.

20 dagen

20 dagen is ze al mijn lief niet meer. 2 weken leef ik niet meer bij haar.

20 dagen is lang genoeg om te wennen. Om recht te staan, rond te kijken en te zeggen: het is goed zo.

En dan belt ze.

8 uur ervoor had ze ook al gebeld. Nu de dochter in quarantaine is, kan ze misschien beter toch weer even thuis komen, dan kunnen we samen quarantaine doen. Het is de meest praktische oplossing. Het klinkt alsof ze al onderweg is. Eerst nog zelftesten, zei ze.

En als een imbeciel begin ik op te ruimen. Ver boven mijn norm van properheid, want we willen het haar zo aangenaam mogelijk maken. Want wie weet? We konden al weer normaal praten. De hoop der idioten loert altijd om de hoek. Wat doe ik? Ik was toch mezelf aan het vinden?

Ze belt. Ze heeft geen COVID. Dan moet ze niet bij ons wonen. oef. Ik heb gemengde gevoelens. Heb ik nu voor niks lopen opruimen? Nee, het is voor mij ook niet slecht. Maar als bij wonder houdt het opruimen meteen ook op.

We spelen een gezelsschapsspelletje, ik , dochter en het knuffelkonijn. Ik verlies. Konijn wint glorieus. Het is fijn thuis. Zonder haar.

En dan belt ze. Of ze Hannah even mag videobellen? Geen probleem.

Daarna gaat het over wat in de diepvries zit. Geërgerd legt ze het uit. Ik voel me terug een imbeciel.

Ze stelt vragen om zeker te zijn dat ik het juiste doe voor Hannah. Of ik al weet wanneer ze uit quarantaine mag. Nee, zoals deze ochtend gezegd, nog altijd niet. Eerst belt contact tracing. Ja, ik heb het nagevraagd.

Het is maar, opent ze, omdat ik wil weten wanneer ik haar kan terug zien, want ik mis haar. De ouder in mij snapt het. De partner in mij wil het niet meer horen. Laat mij niet in de steek op mijn diepste, terwijl ik alles voor je gegeven heb, denk ik, als je wil dat ik daarna begrijpend naar je luister. Om die energie te geven heb ik teveel lakens gewassen vandaag. Teveel verhalen van Hannah gehoord vandaag. Ik zwijg, laat ze uitpraten.

Teleurgesteld is ze. Ja, ik versta het, zegt ze. Ik mag ni zagen tegen jou. Ze lijkt boos.

Verlaat me dan niet, sjoeke. (denk ik) Ik heb ook vandaag al teveel op jou gewacht.

Ik wacht niet meer.

Niet oordelen is niet makkelijk (vind ik althans)

De mens is de schepper van zijn eigen werkelijkheid. Vaak heeft die dat niet door, en wordt diens werkelijkheid dé werkelijkheid. In diens werkelijkheid dan toch.

De mens is ook wel best nietig. We zijn met 8 miljard. En geeneen ervan heeft gelijk. Iedereen ziet het anders. En ‘beter’. Een concept waarvan ik betwijfel of het wel zo nuttig is. Struggle is life? Niet? Pain is weakness leaving the-laat ook maar.

Ik zeg maar dat we allemaal niks voorstellen. Ook niet die met de meeste van die briefjes die je niet kan opeten, of cijfertjes die zeggen dat als je naar de bank zou gaan dat je dan zoveel briefjes zou krijgen die trouwens ook gewoon niet lekker zijn. Die mensen doen gewoon iets waardoor ze baas zijn in de artificiële roedel genaamd ‘beschaving’.

Dus, lieve vrienden, mijn vraag: mag ik je vragen om die onwaarschijnlijke overbodigheid van jezelf met relatie tot de hele wereld in acht kan houden, de volgende keer je in de file staat, of je door een pandemie iets moet doen dat je niet erg hélemaal ligt? Doe jezelf een lol, en denk eens aan hoe belachelijk kl*ten er eigenlijk uitzien, en dat 50% van de mensen ze hebben, als de mensen in je weg lopen in de supermarkt.

Lach er eens mee. Ik doe dat ook soms.

Dankje.

Warhoofd

Warhoofd. Het Engelse ‘War’ zit er in, en dat heb ik altijd grappig gevonden. Vroeger had je van die zure bollensnoepen genaamd Warheads, en sindsdien kan ik het niet laten om tegen Engelstaligen, en bij uitbreiding iedereen in mijn buurt “Oh, I’m such a warhead” te exclameren. Ik geef mensen graag de idee dat ik een idioot ben. Wie mij snapt, hoort de ironie.

Maar in elk mopje dat ik maak zit een zwart zweempje waarheid, ‘warheid’ als het ware. Een uiting van de dertigjarige oorlog in mijn hoofd. Een baksteentje van de harde muren waartussen ik mezelf inmiddels bevind. Ik heb alles. Een puzzel van het perfecte plaatje. 10000 stukken, en o zo moeilijk te leggen, met mijn warhoofd. En ik drenk de randen van elk stukje in zwarte inkt.

De smartphone rinkelt en plingt. Gratis dopamine. Als een junk sta ik te wachten op het busje. Gisteren heb ik de deur van het busje gebarricadeerd (de app heet ‘block’, en blokkeert mijn Facebook, instagram, twitter en youtube), en nog strompel ik dertig keer per dag naar de bushalte. Alsof er nog iets zou komen. Ik ben aan het afkicken, en het is niet mooi.

Maar het maakt ruimte voor vragen. Introvert of extravert? Creatief of ordelijk? Of beide? Ze vullen stilaan de ruimte in mijn hoofd, waar normaal jaloezie en minderwaardigheidsgevoel zitten. Het antwoord op die vragen zal waarschijnlijk de zwarte inkt in mijn pen, en de randjes op mijn puzzel vervagen. En daarna zien we wel.

Bedankt, Covid-19. Nu zal het wel goedkomen.

We zijn er mee bezig

Dag 1 na een woelige week. Er is al veel minder smartphone en internet, en al veel minder zorgen over mijn 3de week ziekte. Berusting is mijn deel, en daarbij komt ook wat hogere productiviteit. Ik krijg vrij veel gedaan, en vooral: ik krijg er minder stress van.

Ook met mijn dochter lijkt alles zich wat te stabiliseren. We doen wat meer samen, en ze wordt wat meer aangesproken op haar brutaliteit. Eigen aan de leeftijd, natuurlijk, maar als ik prikkelbaar loop, is het moeilijker om daar mee om te gaan. Er is te vaak een verwachtingspatroon tegenover een kind dat ongetwijfeld haar eigen weg zal gaan.

Acceptatie is al veel. Zelfacceptatie is daarin even belangrijk. Ik heb voor mezelf ook al enkele zinnen opgeschreven die mij met mijn voetjes op de grond kunnen houden. Het wordt natuurlijk afwachten of dat goed loopt. Maar ik ben hoopvol.

Resetknop

De resetknop moet ingedrukt.
Maar ik vind hem niet.
De hele dagen doe ik wat moet en ga ik op mijn gsm zitten kijken.
Ik vind nergens anders nog heil, ik zoek naar wat mij nog plezier kan bieden, uitdaging.

En ik word bang.
Bang dat ik het nergens ga vinden.
Maar ook hoopvol, omdat ik zie wat het niet is. En omdat ik mijn helikopter gevonden heb. Waarmee ik probeer boven mijn leven uit te stijgen. Dat moet mij een beeld geven van wat er nog ligt, wat ik kan vinden, uitproberen.
Een weg uit het labyrint.

Zeker nu komen de muren van mijn labyrint op mij af. Corona stopt alle afleiding, behalve die die het meeste verveelt en ergernis kweekt. Wifi knalt dwars door elk labyrint. Spiegel op de waan van deze tijd.

Ik moet iets anders vinden. Mijzelf.

Ik moet mijzelf terugvinden. Want als er enkel het labyrint is, moet het niet zonodig meer.

Ik ga ervoor.